AYA SOFYA 

                                                          Als vrijgezel ben je een sultan 

In het jaar 325 begon keizer Constantijn II met de bouw van een kathedraal: de Hagia Sophia. De inwijding vond plaats in 360, maar al in 404 werd de kerk in brand gestoken naar aanleiding van politieke en religieuze onrust. Keizer Theodosius II (408-450 ) liet de kerk restaureren en opnieuw inwijden. Ook dit gebouw bleek niet veilig voor de rebellerende bevolking en het werd in 532 net als zijn voorganger in brand gestoken. Dat was tijdens de beginjaren van de regering van de zeer gelovige keizer Justinianus. Slechts 32 dagen na de verwoesting werd al met de herstelwerkzaamheden begonnen. De keizer wilde dat de kathedraal het grootste christelijke cultusoord ter wereld zou worden. Deskundige arbeiders kwamen overal ter wereld vandaan, 100 opzichters hadden elk 100 arbeiders onder zich. In 537 vond de inwijding van de Hagia Sophia plaats. De natuurrampen van 553 en 557 tastten de structuur van de kathedraal aan. In 558 stortte het oostelijk gewelf en een deel van de koepel en het altaar in. Wéér werd de Hagia Sophia gerestaureerd. Dat duurde tot 562.

Buitenaanzicht

 

Aya Sofya - interieur

 

Aya Sofya -aApsis - mozaïek Maria met het Kind op schoot

 

Ayasofya - doorkijkje

In 1453 werd Constantinopel veroverd door de Ottomanen en werd de Hagia Sophia verbouwd tot een moskee: de Aya Sofya Camii . Het kruis op de grote koepel werd vervangen door een halve maan en er werden onder andere 4 minaretten gebouwd. Aan de pijlers in de kerk kwamen grote ronde platen met Arabische teksten te hangen. Ook inwendig brachten de Turken veranderingen aan. Zo bouwden zij de gebedsnis -mihrab- en de sultansloge. De mozaïeken, de iconen en iconostasen -dat zijn schermen in kerken die het heiligdom van het schip scheiden- werden niet aangetast, maar werden verborgen onder witte kalk.

De laatste grote restauratie aan het gebouw vond plaats tussen 1847 en 1849.
In de 20e eeuw begon het verval van het Ottomaanse keizerrijk en de gelijktijdige opkomst van de jonge Turkse republiek. De eerste president van Turkije, Kemal Atatürk, besloot de moskee om te vormen tot een Byzantijns-Ottomaans museum. In 1932 begon men met de restauratiewerkzaamheden van de mozaïeken die onder de witte kalklaag vandaan kwamen en werden de gouden wanden weer in ere hersteld.
Terug naar de kerk. De kathedraal had maar één schip. De totale oppervlakte was 7.570 m2. Daarmee was de Hagia Sophia de 4e kerk in grootte na de Sint Pieter, de kathedraal van Sevilla en de Dom van Milaan. De koepel -ooit bekleed met goud- is 55,60 m hoog  en heeft een diameter van 30 m. Hij wordt gedragen door een ingenieus systeem van pijlers, bogen en halve koepels en niet door de marmeren zuilen, de kapitelen en de wanden, zoals dat lijkt. De vensters die het licht binnenlieten zorgden voor een prachtig kleurenspel, in het bijzonder door de 1.600 m2 vergulde mozaïeken. Door de plunderingen van de iconoclasten en van de beeldenstormers en later van de Ottomanen die vanuit de Islam geen afbeeldingen mochten vereren, ging veel verloren van de prachtige decoraties. Enkele van de goudmozaïeken zijn gelukkig nog bewaard gebleven in de apsis -Maria met het Kind op schoot- en op de geronde muuroppervlakken -de aartsengelen Gabriel en Michaël- die de overgang vormen tussen de koepel en het dragend metselwerk. Als je de kerk verlaat zie je boven de deur een mozaïek waarop keizer Constantijn en keizer Justinianus aan Maria een model van de stad en van de kerk aanbieden. De bronzen deuren komen uit de 8e eeuw. 

Bijna alle Byzantijnse kerken en kloosters zijn in moskeeën veranderd en hebben dus twee namen: de oude Byzantijnse naam en een Turkse.  De Byzantijnse naam van de kerk is: Hagia Sophia, de Turkse: Aya Sofya Camii. Camii betekent moskee.