Dag 2. Donderdag, 9 september 2010
Langs de muur 

Macht op mijn schouders of raven op mijn lijk

Vanuit oude ommuurde stad zicht op aangebouwde nieuwe stad

De dag begint vroeg: om 05.15 uur al beginnen uit de vele moskeeën rondom ons hotel de oproepen tot gebed. En het duurt lang vandaag. Pas om 06.45 uur houdt het op. We nemen aan dat deze lange oproepen te maken hebben met het einde vanavond van de Ramadan.
Om 07.30 uur gaan we ontbijten. Dat kan op de 4e etage. Alleen in de eetzaal binnen zijn de tafeltjes gedekt. Buiten op het terras is dat i.v.m. de wind niet gedaan. De papieren placemats zouden zeker in de lucht verdwijnen en bestek alleen staat ook zo kaal, zal gedacht zijn. Op het terras kan overigens wél worden gegeten.
Het buffet is heel erg uitgebreid en van zéér goede kwaliteit. We laten ons alles dan ook goed smaken!

Het was eigenlijk de bedoeling vandaag naar het Topkapi kwartier te gaan. Maar vlak vóór ons vertrek naar Istanbul lazen we op Internet dat het Topkapi paleis i.v.m. het Suikerfeest vanmiddag is gesloten. We gaan daarom naar de oude stadsmuur van Istanbul.
De oude stadsmuur van Istanbul -de muur van Theodosius- stamt uit de 5e eeuw en heeft bijna 1.000 jaar zijn diensten bewezen aan de stad: als verdedigingswerk hield hij zich staande tot 1453. Sindsdien is de muur eigenlijk alleen maar afgebrokkeld en is hij nooit in oude luister hersteld. Maar dat wil niet zeggen dat een tocht langs de muur -6,5 km lang- niet enorm de moeite waard is! Hij loopt in een grote boog van Yedikule, aan de Zee van Marmara, tot Ayvansaray, aan de Gouden Hoorn. We kunnen dat natuurlijk wandelend doen en met de suburban train naar Yedikule gaan, maar we kunnen dat laatste ook per taxi doen en ter plekke bekijken of we inderdaad gaan lopen of de taxi  tot Ayvansaray bij ons houden. De temperatuur ligt namelijk dichter bij de 30° dan bij de 25°. We kiezen voor de taxi. Dat heeft overigens wel tot consequentie dat we niet steeds de linkerkant van de muur  -met bebouwing als (krot)woningen, werkplaatsen, paardenstallen e.d.- kunnen aanhouden, maar ook weleens naar de minder interessante verkeersader aan de rechterkant moeten uitwijken. We nemen dat op de koop toe.

We beginnen bij de oudste overgebleven kerk van Istanbul, de Johannes van Studiuskerk. Het lukt de taxichauffeur pas na heel veel gevraag om bij de kerk te komen. Dat belooft dus wat als we nu al afscheid van hem nemen. We laten hem daarom maar wachten. De Johannes van Studiuskerk bestaat alleen nog maar uit buitenmuren. Toch krijg je wel een goede indruk hoe de kerk er vroeger heeft uitgezien. Het was een onderdeel van een belangrijk theologisch centrum in de Byzantijnse tijd. De kerk werd in 463 gebouwd door Studius, een Romeins patriciër die als consul diende onder keizer Marcianus (450-457). Hij is in basiliekvorm gebouwd. Tot de Vierde Kruistocht (1202-1204) was de heiligste relikwie in de kerk het hoofd van Johannes de Doper. Hieraan bewees elke keizer jaarlijks eer op 29 augustus tijdens het Onthoofding van Johannes de Doper feest. In de 15e eeuw werd de kerk een universiteit en moskee. Er is toen op het plein een reinigingsfontein geplaatst. Het gebouw werd in 1782 getroffen door een brand, in 1894 door een aardbeving zwaar beschadigd en in 1920 opnieuw door brand geteisterd, waarna de moskee voor het publiek werd gesloten. Nu rest nog slechts een ruďne: een voorportaal met Korinthische kapitelen en een bewerkte architraaf, met binnen een colonnade met 6 kopergroene zuilen. Ook is er nog een deel van een mozaďek vloer te zien uit omstreeks 1200.

Johannes van Studiuskerk

We laten ons vervolgens naar Yedikule Hisari -Kasteel van de Zeven Torens- aan de Zee van Marmara brengen. Dat tochtje door tal van straatjes en steegjes overtuigt ons ervan de muur niet wandelend te gaan volgen. Richtingbordjes ontbreken volledig of zijn -dat kan natuurlijk ook- door ons niet te lezen. We besluiten de taxi gedurende de rest van de tocht bij ons te houden. Gelet op de stand van de teller is dat ook vanuit die optiek geen enkel probleem. Het kasteel maakt deel uit van de muur van Theodosius II. De basis voor Yedikule werd gelegd in de 4e eeuw, daarna voegden verschillende heersers hun eigen torens of poorten toe. Vier van de zeven torens zijn gebouwd als onderdeel van de stadsmuur. Het kasteel heeft veel functies gehad: van verdedigingswerk en ingang tot de stad, tot gevangenis en executieplaats. Het is nu een museum.

Yedikule Hisari

De 2 grote torens van het kasteel vormden de Gouden Poort, een triomfpoort waarlangs keizers met hun gevolg de stad binnenkwamen als er bijvoorbeeld een militair succes was behaald. De poort dankte zijn naam aan de gouden bekledingsplaten. De gevel was bovendien versierd met sculpturen van een gevleugelde Nike, van 4 olifanten en van keizer Theodosius. In de 15e eeuw heeft Mehmet II het kasteel voltooid met 3 hoge ronde torens -die geen deel uitmaken van de stadsmuur-, waardoor een vijfhoekig geheel ontstond van 7 torens verbonden door dikke muren. Door de noordoostelijke ingang willen we het kasteel -dat op een gegeven moment net zo berucht was als de Bastille in Parijs- in. Maar dat is buiten de waard gerekend, want het is vandaag nog steeds Ramadan en tijdens die vasten- en onthoudingsmaand houden veel winkels, musea en andere bezienswaardigheden er andere openingstijden op na. Zo ook het fort. Dat gaat vandaag pas om 13.00 uur open.

Fontein onder Heiligdom van Zoodochus Pege

Dan maar naar het Heiligdom van Zoodochus Pege. We komen langs tal van begraafplaatsen en er is ongelooflijk veel volk op de been. De fontein waarop het Heiligdom van Zoodochus Pege is gebouwd, is er één die geheimzinnige krachten zou hebben. In de fontein zwemmen vissen. Die vissen zouden hier door een wonder zijn gekomen: vanuit de pan van een monnik sprongen ze de bron in toen ze hem hoorden verklaren dat een Turkse invasie van Constantinopel even waarschijnlijk was als dode vissen die weer tot leven zouden komen. De bron was populair in de Byzantijnse tijd, vooral op Hemelvaartsdag als de keizer er een bezoek bracht. Op ons stevig geklop wordt de poort geopend. Het plaveisel van de voorhof bestaat uitsluitend uit prachtige marmeren grafstenen. Aan de afbeeldingen daarop is te zien welke functie of welk beroep de overledene uitoefende. Op de voorhof staan erg veel tombes. De één is nog mooier dan de ander. Via een trap naar beneden gaan we naar de fontein. De vissen zijn oranje van kleur en gedijen goed zo te zien. Op ons verzoek opent de sleutelbewaarder de gebedsruimte van het heiligdom. Vloeren, wanden en plafonds zijn magnifiek. Om maar niet van de minbar -spreekstoel- en de mihrab -gebedsnis- te spreken. We kijken er vrij lang rond.

Onze volgende bestemming is de Kara Ahmet Paşamoskee uit 1554. Die moskee is genoemd naar zijn opdrachtgever, die een grootvizier was van Süleyman de Grote. Mimar Sinan was de architect. Een andere naam voor deze moskee is Gazi Ahmet Paşamoskee. Hij heeft een binnenplaats waaromheen een medrese en een collegezaal zijn gesitueerd. De moskee heeft 3 galerijen waarvan er één in rood, blauw, goud en zwart is beschilderd. Het gebouw is heel kleurrijk,  appelgroene en gele Izniktegels sieren het portaal, terwijl in de gebedsruimte blauwe en witte tegels uit de 16e eeuw zijn aangebracht. We zien ze door de ramen, want helaas gaat deze moskee ook pas om 13.00 uur open. We lopen nog wel even over de begraafplaats. De grafzerken -heel vaak voorzien van een fez maar soms ook wel van een tulband- zijn ook hier een lust voor het oog.

Izniktegels

Intussen hebben we onze chauffeur al een beetje leren kennen. Als hij denkt een ongelooflijk smal straatje in te moeten, dan doet hij dat ook. Kans op tegenliggers of niet, omgevallen vuilnisbakken of niet. Het lukt hem steeds weer er ongeschonden door te komen. En zonder een zweempje angst voor wat komen gaat, zonder irritatie voor tegenliggers. Niets van dit al. En altijd weer blij als we een volgend doel noemen.
De oude muur laat zich in wisselende gedaantes zien. De meeste gedeeltes zijn oud, afgebrokkeld en overwoekerd door gras en onkruid.  Op sommige plaatsen is de muur gerestaureerd, maar dat had het stadsbestuur misschien beter achterwege kunnen laten, óf er betere experts voor moeten inhuren. De gerenoveerde gedeeltes zien er veel te gladjes en nieuw uit en doen in niets denken aan een honderden jaren oud verdedigingswerk.

We gaan door naar de Mihrimahmoskee. Die werd gebouwd tussen 1562 en 1565 in opdracht van Mihrimah, dochter van Süleyman de Prachtlievende. Hij ligt net binnen de stadsmuur op het hoogste punt van de stad. De architect was ook hier Mimar Sinan. Toch is deze moskee anders dan de andere moskeeën die hij heeft gebouwd. Sinan verving halve koepels door muren en hoektorentjes ter ondersteuning van de centrale koepel. Deze 4 hoektorentjes dragen de 37 m hoge koepel, die een doorsnede heeft van 20 m. De minaret werd 2 keer door een aardbeving verwoest. Jammer, maar ook hier lopen we weer tegen een restauratie aan. De moskee is daardoor niet toegankelijk. Er is wel een kleine noodgebedsruimte ingericht. Maar die is de moeite van het bekijken niet waard.

We komen bij de Onze-Heiland-in-Chorakerk. Die dateert uit de 11e eeuw en is waarschijnlijk gebouwd op de resten van een vroegere kerk, maar sporen daarvoor ontbreken. De naam ‘in Chora’ suggereert dat de kerk vroeger op het platteland stond. Het aantal mozaďeken en fresco’s is enorm. Ze hebben voornamelijk tot onderwerp: de voorouders van Christus, het leven van Maria, de jeugd van Christus en de wonderen van Christus. Maar we hebben wéér pech. De kerk is gesloten en gaat pas om 13.00 uur open.

Pal langs de muur langs tal van poorten, waarvan de namen ons wegens het ontbreken van tekstbordjes nooit bekend zullen zijn, komen we bij het Byzantijnse Paleis van de Porphyrogeneten, de in purper geborenen, dus de soevereinen. Het ligt bijna aan het einde van de muur van Theodosius en stamt uit de 13e eeuw. Uit de restanten kunnen we maar een vaag beeld krijgen van de vroegere grandeur. De enige overgebleven zaal heeft echter een mooie 3 verdiepingen tellende gevel met rood baksteen en wit marmer in typisch Byzantijnse stijl versierd in geometrische dessins. Aan de achterkant van de ruďne krijgen beslist onze aandacht ook de overwelfde deuropeningen op de benedenverdieping. Het paleis was waarschijnlijk een bijgebouw van het Blachernaepaleis, dat er vlak naast staat.
Dat is dan echt aan het einde van de stadsmuur. De resten van het Blachernaepaleis dat uit 500 n.Chr. dateert, bestaan uit een toren in de stadsmuur -de Anemastoren-, een terras en nog een toren, de toren van Isaac Angelus. Isaac Angelus was van 1185 tot 1195 en van 1203 tot 1204 keizer van het Byzantijnse Rijk. Uit de restanten van de marmeren decoratie en fresco’s in de Anemastoren wordt afgeleid dat het waarschijnlijk een keizerlijke residentie betrof. We kunnen dat alleen maar van achter een hek zien. Dat hek staat er vanwege een restauratie.

Op de morgen van 29 mei 1453 bleek de Kerkoporta open te staan, waardoor het voor het leger van de Ottomanen vrij eenvoudig was om Byzantium binnen te dringen. We hebben die poort niet gezien. Toch zou een plaquette die poort markeren. De taxichauffeur beweert in deze buurt al ruim 40 jaar te wonen, maar zelfs van de naam Kerkoporta nog nooit te hebben gehoord. Wáár die poort is weet hij dus helemáál niet. Toch doet hij een ultieme poging de poort te vinden door zowel links als rechts langs de muur tussen de Chorakerk en het Paleis van de Porphyrogeneten waar de poort zich zou moeten bevinden te rijden. We zien geen plaquette bij de poorten waar we langs komen. Jammer!

We willen graag worden afgezet bij het spoorwegstation Sirkeci. Dus daarheen zetten we koers. Als we door de wijk Fener rijden, horen we van de chauffeur dat zich daar het Grieks-orthodox patriarchaat bevindt, waar de zetel van de patriarch gevestigd is. Als we dat horen, zeggen we dat we naar de patriarchaatkathedraal willen. Dat blijkt de uit 1720 daterende Kerk van St. George te zijn, de belangrijkste, nog in gebruik zijnde, Grieks orthodoxe kathedraal in Istanbul. We moeten de kerk via een zijdeur naar binnen. De hoofdingang is al sinds 1821 dichtgelast om patriarch Gregorius V te gedenken, die daar is opgehangen wegens verraad. Hij riep de Grieken tijdens de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog (1821-1832) op om de Osmanen te verjagen. Hierdoor werden de verhoudingen tussen Turken en Grieken explosief. In de daaropvolgende jaren '60 werden dan ook vele Grieken Turkije uitgezet. De kerk van St. George is niet erg indrukwekkend of belangrijk in termen van architectuur, maar heeft alle pracht van een orthodoxe kerk. Schitterend is de patriarchale troon, die vermoedelijk dateert uit de 5e eeuw. Zeldzaam zijn de 3 goudmozaďek iconen. En bijzonder zijn toch wel de tombes van 3 vrouwelijke heiligen.

Iconostase Kerk van St. George

Rijdend langs de Gouden Hoorn bereiken we het spoorwegstation om 11.00 uur. We bedanken de taxichauffeur. Om 08.30 uur zijn we bij hem ingestapt. Inclusief tip zijn we 2,5 uur later slechts € 25 kwijt!
Sirkeci Gari is het eindstation van de vermaarde Oriënt Express, de meest mythische treinverbinding uit de Europese geschiedenis. De architect van het station was de Duitser August Jasmund. Uit klassieke bouwstijlen overgenomen elementen zijn door hem in het gebouw in eenvoudige en soms vergrote vorm verwerkt. Het geeft monumentale effecten. Met name dan in de tijd dat het station in gebruik werd genomen:1889. Nu is het eigenlijk nog maar een provinciestationnetje. Het stationscafé blijkt een goede plek even een Tuborg biertje en een Cola te pakken. De Oriënt Express spreekt ons nog steeds tot de verbeelding: dampende locomotieven, Victoriaans gemeubileerde treinwagons, hoffelijke conducteurs, kortom: romantiek en avontuur. Aber dass war einmal……De Oriënt Express en de exotische stad Istanbul leverden Agatha Christie de inspiratie voor haar boek "Murder on the Orient Express".

Stationsrestauratie Sirkeci Gari

De Galata-brug roept. Ze verkopen er volop broodjes vis met salade. Daar hebben we nu ook wel zin in. We strijken neer bij Balik Ekmek -Fish Sandwich- op het benedenniveau van de brug. Bij het broodje nemen we een Cola en een Efes pils.

Broodjes vis

Om 12.30 uur schepen we in voor een Bosporustour. We zijn de eersten, dus we moeten nog even wachten voordat er voldoende mensen aan boord zijn om te vertrekken. Dat duurt 3 kwartier. Even zolang genieten we van het scheepvaartverkeer, de watervogels, het zicht op de Galata-brug met al het verkeer en met al die vissers, die steeds maar weer vislijnen uitwerpen en binnenhalen. De Bosporus is een zeestraat die de Zee van Marmara verbindt met de Zwarte Zee. Aan weerszijden van de zeestraat ligt Istanbul. Op zijn smalst meet de Bosporus 640 m. De lengte bedraagt 32 km. De diepte varieert van 36 tot 124 m. Er zijn twee bruggen over de Bosporus: de 1.074 m lange Boğaziçi-brug uit 1973 en de 1.090 m lange Fatih Sultan Mehmet-brug uit 1988. We varen onder beide bruggen door en komen onder meer langs Beşiktaş, Arnavutköy en Bebek. De boeien zijn bijna allemaal bezet door zonnebadende aalscholvers. We keren direct na de Fatih Sultan Mehmet-brug even voorbij het Rumeli Kasteel. We zitten dan een uur op de boot. Terug varen we langs Kandilli, Beylerbeyi en Üsküdar. We varen voorbij het vertrekpunt en meren af direct nadat we onder de Galata-brug door zijn gevaren. Het is precies aan de kade waar a.s. zaterdag onze veerboot naar Eyüp zal vertrekken. De terugtocht duurt als gevolg van de tegenwind een kwartiertje langer.

Skyline Aziatisch deel Istanbul

We gaan dan terug richting hotel. Maar niet rechtstreeks, want we komen toch redelijk dicht in de buurt van de Verheven Porte. Daar willen we graag even naartoe. Het valt nog niet mee dat met behulp van de stadsplattegrond te vinden. Maar ja, vragen kan natuurlijk ook. Als we dat voor de 3e keer doen komt er een echte heer naar ons toe die in vloeiend Engels tegen ons zegt: de meneer waarmee u in gesprek bent, spreekt onvoldoende Engels om u duidelijk te kunnen maken waar u naartoe moet. Vraagt u het mij maar en ik zal u in alle oprechtheid het juiste antwoord geven. Daar hebben we natuurlijk niet van terug. Het blijkt de eigenaar van het hotel te zijn waar we vlak voor staan. Hij neemt ons via de ingang dóór het hotel mee naar de achteruitgang en vervolgens half door en half langs een in verbouwing zijnd naastliggend pand tot pal voor het gesloten en bewaakte poort van de Verheven Porte.
 Ambassadeurs in het Ottomaanse Rijk stonden bekend als ambassadeurs van de Verheven Porte, naar deze monumentale poort die ooit naar de kantoren en het paleis van de grootvizier leidde. Het instituut Verheven Porte vervulde een belangrijke rol in de Ottomaanse maatschappij, omdat het vaak tegenwicht bood aan de grillen van de Sultan. De rococopoort die er nu staat, is gebouwd tussen 1840-1850. De bewaakte ingang leidt naar de kantoren van het provinciaal bestuur van Istanbul. De hoteleigenaar drukt ons op het hart vooral niet te fotograferen. De politie zal ons als terroristen zien. Hij krijgt het gelukkig via iemand die achter de poort op het voorplein van de Verheven Porte loopt voor elkaar dat we toch een foto mogen maken.
We vinden dat we vandaag voldoende gezien hebben. Binnendoor nemen we de kortste weg naar het hotel. Vlak daarvoor drinken we aan een tafeltje voor Şifa Büfe een paar glazen koele ayran.
We eten vanavond bij Baran 2 Restaurant op de Divan Yolu Caddesi op de stoep pal naast de trambaan. Een goed Turks buffet met een lekker Efes biertje erbij. De zon doet nog flink z'n best. De temperatuur is -hoewel het al flink na 18.00 uur is- 28°.
Via het Hippodroom gaan we terug. Het is er behoorlijk druk. De Turken hebben de aanval op het eten geopend. De maďskolven -geroosterd en gekookt- zijn zéér in trek. Wat overblijft na het verorberen van de maďskorrels wordt zonder gęne op straat gegooid inclusief het papier waarin de kolf was verpakt. Ook de verpakking van zelf meegenomen voedsel verdwijnt op straat. Het is een ongelooflijke rotzooi.
Overal worden een soort suikerlolly’s verkocht. Bij de vele stalletjes doopt men een stokje in een siroopachtige substantie. Deze zijn gekleurd en op smaak gebracht met verschillende smaakmakers zoals rozenwater, aardbei, pistache, citroen en sinasappel. Door het spinnen van de verschillende kleuren maken de verkopers er een waar kunstwerkje van.

Lolly's maken

Er wordt ongelooflijk veel door de Turken gerookt. We vinden het toch wel enigszins opvallende dat in een wereldstad als Istanbul toch nog zoveel vrouwen -soms gearmd met vriendinnen in spijkerbroek en half ontblote buik- met een hoofdkapje en -doekje lopen.
In het Büfe naast Hotel Fehmi Bey drinken we nog een ayran en nemen daar een paar stukjes baklava bij.
Op het dakterras sluiten we de dag af.

Blauwe Moskee bij avond vanaf ons dakterras

naar volgende dag