Dag 5. Zondag, 12 september 2010
Rondom het Sultanahmet Plein

We hebben twee oren en één tong, dus we moeten tweemaal meer luisteren dan praten 

Het heeft vannacht wat geregend. Het is als we opstaan wel droog, maar erg somber.
We ontbijten niet op het dakterras, maar binnen. Het smaakt er niet minder om.

Vandaag blijven we heel dichtbij het hotel, rondom en op het Sultanahmet Plein. Een aantal bezienswaardigheden hebben we de afgelopen dagen in het voorbijgaan al gezien, maar nu gaan we het allemaal eens wat beter en vooral rustiger bekijken. We hopen wel dat het droog blijft, want het wordt steeds dreigender. Het is nog vroeg en dat moet ook wel, want 2 van de beroemdste monumenten van Istanbul willen we vandaag bezoeken: de Blauwe Moskee en de Aya Sofya.
Als we 50 m de Uҫler Sokak uitlopen, komen we bij een openbare tuin, het stadsplantsoen. Ooit stond hier een hippodroom. Een hippodroom is een paardenrenbaan. Het Griekse woord hippodromos is van hippos -paard- en dromos -renbaan- afgeleid. De Romeinen hadden voor paardenraces het circus, dat in tegenstelling tot het Griekse hippodroom echt een afgesloten bouwwerk was. Soms werd daarvoor ook wel de naam hippodroom gebruikt. Dat was bijvoorbeeld het geval in Constantinopel. De bouw van het Hippodroom begon in 203 tijdens de regering van Septimus Severus, keizer van Rome van 193-211, en werd voltooid in 330, tijdens de regering van keizer Constantijn de Grote. Het stadion had een ovale vorm en een grootte van 400 x 115 m. Op de 40 rijen zitplaatsen was plaats voor 10.000 toeschouwers. Vanaf de inwijding vonden in het Hippodroom 1.300 jaar lang de belangrijkste openbare evenementen van de stad plaats. Het populairste Byzantijnse tijdverdrijf waren paardenrennen in het stadion. De renbaan zelf werd in tweeën gedeeld door een lange geplaveide verhoging, de spina, Latijn voor ruggengraat. Op de uiteinden daarvan stonden eindpalen waar de wagens omheen moesten rijden. Tijdens de paardenrennen werd er meestal met 4 vierspannen gereden, maar soms reden ze ook met 8 paarden. Op de spina waren zuilen, obelisken en standbeelden uit verschillende delen van het Romeinse Rijk bijeengebracht.
Drie monumenten overleefden de vele eeuwen en staan nu nog op dezelfde plaats: de Zuil van Constantinus Porphyrogenitus ofwel de Bronzen Zuil, de Slangenzuil en de Egyptische obelisk, de Theodosius obelisk. De Bronzen Zuil was een eindpaal.

Egyptische obelisk

De Zuil van Constantinus Porphyrogenitus is een obelisk van onbekende datum. Hij is genoemd naar de keizer die hem in de 10e eeuw restaureerde. Maar men spreekt ook wel van de Bronzen Zuil, omdat men vermoedt dat hij ooit met bronzen platen was bekleed, waarop de veroveringen stonden vermeld van Basilius I, de grootvader van Constantijn. Met dat brons wisten de kruisvaarders overigens wel raad. We kunnen de Bronzen Zuil op het dakterras van ons hotel als het ware bijna aanraken.
De 6,5 m hoge bronzen Griekse Slangenzuil stamt waarschijnlijk uit 479 v.Chr. Toen besloten 31 Griekse steden als dank voor de overwinning van de Grieken op de Perzen tijdens de slag van Platea een tiende deel van de oorlogsbuit aan de Apollo-tempel van Delphi te schenken. Dat resulteerde in een Slangenzuil, gemaakt van het brons uit de schilden van de verslagen Perzen. Hij kwam te staan op een stenen cirkelvormige onderbouw vlak vóór de tempel. Op de 3 slangenkoppen rustte een gouden driepoot, het gebruikelijke eregeschenk van de Grieken aan hun goden. In de 4e eeuw liet keizer Constantijn de zuil overbrengen naar Constantinopel, waar het veel later op de spina van de arena werd gezet. De gouden driepoot was toen allang geroofd. De koppen van de 3 slangen werden er in de 18e eeuw door een dronken Poolse edelman vanaf geslagen, maar gelukkig heeft één ervan het overleefd en een veilig onderkomen gevonden in het Archeologisch Museum. Volgens de overlevering zou er ook nog een gouden vaas bovenop de zuil hebben gestaan.
De Egyptische obelisk stond oorspronkelijk bij de Tempel van Karnak in Thebe, even buiten Luxor in Egypte, ter ere van farao Toetmosis III. In 390 werd hij door keizer Theodosius I naar Constantinopel overgebracht en in 32 dagen opgericht. De hiëroglyfen op de obelisk vertellen de verhalen van de overwinningen van de farao. Net onder de top van de obelisk liet farao Thoetmosis III zichzelf afbeelden terwijl hij aan Amon-Re offert. In ruil voor zijn offers -voor wat hoort wat!- geeft de god het levens- of ankh-teken aan de farao. De obelisk rust op 4 bronzen voetstukken boven op een marmeren 6 m hoge sokkel van 7x7 m. De sokkel is versierd met reliëfs, waarop het oprichten van de obelisk en andere taferelen met de keizer afgebeeld worden.
Het Hippodroom is de plaats van de beruchte Nika-opstand in 532. Ernstige supportersrellen van de renwagenverenigingen liepen uit in een opstand tegen de keizer die vervolgens zijn leger het Hippodroom in stuurde waarbij ongeveer 30.000 toeschouwers werden gedood.

Sokkel Egyptische obelisk

Tegenover de Egyptische obelisk staat de Blauwe Moskee. Eén van de mooiste heiligdommen in de islamitische wereld en de grootste moskee van Istanbul is de 17e-eeuwse Sultanahmet Moskee, beter bekend als de Blauwe Moskee. Die dankt haar naam aan de 21.043 blauwe 17e-eeuwse Izniktegels die in het interieur zijn verwerkt. De moskee werd in opdracht van de 19-jarige sultan Ahmet I tussen 1609 en 1616 gebouwd door Mehmet Aga Sedefkar, de architect van de sultan. Uniek aan deze moskee zijn de 6 minaretten. Dit zorgde wel voor consternatie, omdat ook de Alharammoskee in Mekka maar 6 minaretten had. Uiteindelijk bekostigde de sultan daarom de bouw van een 7e minaret in Mekka om te vermijden dat één van de minaretten van de Blauwe Moskee moest worden afgebroken.
Het is pas 08.20 uur als we door één van de 5 poorten de voorhof van de moskee oplopen. Die hof heeft aan 3 zijden een overdekte gewelfde galerij en sluit met de 4e zijde aan op de moskee. Die galerij heeft 30 koepels, die door 26 marmeren zuilen met stalactietenversiering aan de bovenkant gedragen worden. In het centrum staat een reinigingsfontein.
Bij de ingang van de moskee staan alleen maar 2 groepen Amerikaanse toeristen, elk met een gids. Iedereen weet kennelijk dat de moskee pas om 09.00 uur opengaat. Maar wij weten dat groepen als regel eerder worden binnengelaten dan afzonderlijke toeristen. Zo ook de Amerikaanse groepen. Die mogen al om 08.30 uur naar binnen. En meeliften is geen enkel probleem. Dat scheelt ons weer een half uur!
Het oppervlak van de moskee is vrijwel vierkant en wordt overwelfd door een grote centrale koepel van 33 m in doorsnede. Deze koepel wordt gedragen door 4 logge pijlers die de toepasselijke bijnaam ‘olifantenpoten’ dragen. Aan alle zijden wordt de hoofdkoepel geflankeerd door halfkoepels, die op hun beurt weer door halfkoepels omringd zijn. De buitengewone grootte van de koepel geeft ruimte voor het extra grote aantal van 260 ramen in de moskee. Die zorgen door het glaswerk voor een schitterende lichtinval. Bij de ingang van de moskee is een helling gebouwd, zodat sultan Ahmet I te paard de moskee binnen kon gaan en pas hoefde af te stijgen bij de koninklijke loge in de linkerhoek van de moskee. Die helling leidt nu naar het Vakiflar-tapijtmuseum naast de Blauwe Moskee. Dat museum was dus oorspronkelijk een sultanspaviljoen. Bijzonder zijn de met groene tegels en mozaïeken versierde mihrab -gebedsnis-, de met paarlemoer ingelegde houten deuren, de vergulde tegels en de fijn bewerkte balustraden van marmer. De witmarmeren mihrab is versierd met edelstenen en een stukje van de heilige zwarte steen uit de oostelijke hoekpunt van de Ka’aba in Mekka. De kleuren van de schilderingen in de koepel, o.a. de namen van de kaliefs, zijn afgestemd op de blauwgroene tint van de tegels beneden. Tot in de 19e eeuw werd de Blauwe Moskee gebruikt als startpunt voor de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka.

Blauwe Moskee - Binnenplaats met Reinigingsbron
Interieur Blauwe Moskee - rechts de Mihrab
Blauwe Moskee - halfkoepels

Dan gaan we naar de Aya Sofya. Dat was vroeger een kerk, daarna een moskee en nu een museum. In 1985 werd het gebouw door de UNESCO tot werelderfgoed verklaard.
De Hagia Sophia werd in het jaar 537 ingewijd. De kathedraal was in het Byzantijnse Rijk de belangrijkste oosters-orthodoxe kerk. Hij was eeuwenlang de grootste kathedraal ter wereld. De Hagia Sophia was aan Christus gewijd. 'Heilige wijsheid' -Grieks: hagia sophia- was in de oosterse kerk een eretitel voor Christus. Na de verovering van Constantinopel door het Ottomaanse Rijk werd de kathedraal in 1453 een moskee met de naam Aya Sofia. De moskee werd het voorbeeld voor alle moskeeën die daarna in het Ottomaanse Rijk zijn gebouwd. In 1934 werd de Aya Sofia een museum.
Ook bij de Aya Sofya blijken bij de kaartverkoop nog niet veel mensen te staan. We zijn dus snel binnen.
Wat moeten we allemaal over de Aya Sofya vertellen? We maken maar een beperkte keuze. De mihrab -de gebedsnis in de richting van Mekka- werd direct tegenover de ingang in de apsis geplaatst. Die apsis wordt gedomineerd door een groot mozaïek van Maria met het Kind op schoot. Twee andere mozaïeken zijn ook de moeite waard: de aartsengelen Gabriel en Michaël. Van de laatste zijn het alleen nog maar fragmenten. De koepel is versierd met inscripties uit de koran. Hij was ooit bedekt met goudmozaïek. Het is ondertussen gaan onweren en geweldig gaan regenen. Het water komt echt met bakken uit de hemel. Een helling voert van de benedenverdieping naar de galerij boven. Een groene marmeren schijf geeft de plek aan van de Byzantijnse Troon van de keizerin. Duidelijk wordt wel dat de keizerin een prachtig zicht op de eredienst had! Door de marmeren Poort van de Hemel en de Hel komen we bij het Deësismozaïek, waarschijnlijk uit 1261, met een afbeelding van Maria en Johannes de Doper en Christus Pantocrator (de Almachtige). De afbeeldingen van Johannes de Doper vinden wij te behoren tot de indrukwekkendste van de Aya Sofya. Op de galerij wordt ook een fototentoonstelling gehouden. Het onderwerp is de mozaïeken in de Aya Sofya. De foto's hebben een grootte van 1x2 m. Gelukkig eigenlijk maar dat deze tentoonstelling er is. Wij kunnen maar niet vinden het mozaïek waarop keizer Constantijn en keizer Justinianus aan Mari
a een model van de stad en van de kerk aanbieden. De tentoonstelling laat er een prachtige foto van zien. Terug beneden trekt de Zuil van St. Gregorius de Wonderdoener onze aandacht. Christenen en moslims hebben in de loop de eeuwen  door hun aanraking een diep gaatje in de steen van de ‘zwetende' zuil uitgesleten. Het vocht uit de pilaar zou namelijk oogziekten genezen en de vruchtbaarheid bevorderen. Nu is de gedachte dat als je je duim steekt in het door de aanraking van de steen ontstane gaatje en je kunt je hand zonder je duim uit het gaatje te halen helemaal ronddraaien, je een wens mag doen. En die wens zal uitkomen!  Gelet op de lange rij die voor de zuil staat lijken veel mensen daaraan geloof te hechten. In het voorportaal zien we bij toeval nog een marmeren plaat waarop vervloekingen staan gegraveerd uit de lijst met vervloekingen die deel uitmaakt van het Synodicon van de Orthodoxie uit 842. Die resoluties zijn verzameld door keizer Comnenus tijdens een synode in 1166 naar aanleiding van een concilie in datzelfde jaar om de interpretatie van Johannes 14.28 te bespreken: Mijn vader is groter dan Ik. Dat leidde tot het uitspreken van een aantal vervloekingen over Constantijn de Bulgaar. De plaat is niet origineel, maar een kopie.

Aya Sofya - interieur
Aya Sofya - verbindingsgang
Aya Sofya - bovengalerij
Mozaïek van Mari met keizer Johannes II Comnenus en keizerin Irene

Omdat het nog steeds erg hard regent en we geen regenjacks en paraplus bij ons hebben, pakken we onze dagrugzakjes in grote plastic zakken en maken ons op voor een sprint naar het hotel. Maar als we buiten komen, is het droog. Ongelooflijk maar waar.
Met versnelde pas begeven we ons naar de Basilica Cisterne,  het zogenaamde ‘ondergronds paleis’. De Basilica Cisterne is één van de grootste ondergrondse wateropslagplaatsen uit de Byzantijnse tijd. In antieke tijden was de watervoorzienig tijdens een belegering van de stad een belangrijk probleem. Om die reden werden in de stad grote cisternen aangelegd: zowel open als overdekt. De Basilica Cisterne zorgde voor de watervoorziening van het paleis van de Byzantijnse keizers en later ook om Topkapi van water te voorzien. De Basilica Cisterne is één van de grootste cisternen in Istanbul. Maar liefst 336 zuilen van ongeveer 8 m hoog dragen kleine bakstenen gewelven, waardoor de wateropslagplaats van binnen op een basiliek lijkt. Helemaal achterin rusten 2 zuilen op reusachtige Medusahoofden, één ondersteboven en één op de wang. De zuilen in de cisterne zijn afkomstig uit verschillende tempels. Constantijn I (306-337) liet de cisterne bouwen, maar door Justinianus (527-565) werd hij verbeterd en uitgebreid. Het complex is 141 m lang,  70 m breed en zo’n 12 m hoog. Lang is de cisterne verborgen gebleven voor de Ottomanen, totdat ze hem uiteindelijk ontdekten doordat ze zagen dat mensen vis en water letterlijk 'uit de grond' haalden. Van het oude bouwwerk is maar tweederde bewaard gebleven. De rest werd in de 19e eeuw gesloopt. Een aantal scènes van de James Bond-film From Russia With Love is er opgenomen. We lopen er rond over plankieren boven het water -waarin veel vissen zwemmen-, begeleid door muziek en het gespetter van waterdruppels, wat een speciale sfeer creëert.

Basilica Cisterne
   

Medusahoofd

Medusahoofd

Dichtbij de cisterne staat een stenen pilaster naast de resten van een Osmaanse watertoren. Het is de enige herinnering aan de Milion, een triomfpoort. 

We hollen door de stromende regen naar een batterij pinautomaten, waarvan we er één nodig hebben. Het lijkt niet alleen onbezonnen, het is het ook. Halverwege duiken we een overdekt terras op.  Even onder het genot van een ayran naar de regen kijken in plaats van erin te hollen. Komisch is wel, dat alle verkopers van boeken, ansichtkaarten, ballpoints en noem maar op, zich nu gestort hebben op de verkoop van paraplu's.

Maar we moeten toch wat. Als het even wat droger is, trekken we wat geld en duiken vervolgens via de uitgang de grote tent in die op het Sultanahmet Plein staat en waarin de tentoonstelling 1001 Inventions - Discover the muslim heritage in our world gehouden wordt. Vanaf 2006 tot voor kort liep de tentoonstelling al in tal van steden in het Verenigd Koninkrijk, waaronder Londen. De tentoonstelling -waaraan een film voorafgaat- laat in een reis door de geschiedenis van de islamitische beschaving zien dat veel moderne uitvindingen op tal van gebieden, zoals techniek, geneeskunde en design, in die beschaving hun wortels hebben. Zo zien we onder meer een model van de 5 m hoge replica van de Elephant Clock uit de 13e eeuw van de meester-ingenieur Al-Jazari -de replica zelf staat in de Ibn Battuta Mall in Dubai-, reproducties van afzuigpompen en zuigerkrukken en voorbeelden van architectuur die beïnvloed werd door architect Sinan, ‘Eerste Bouwmeester’ van het Ottomaanse Rijk onder de sultans Selim I, Süleyman I, Selim II en Murad III. Zijn bekendste bouwwerk is de Süleymaniyemoskee. Er liggen ook lijsten met Engelse woorden uit de Turkse taal, zoals yoghurt, kiosk en crimson. Nieuw voor ons is ook dat spa behandelingen die nu wereldwijd plaatsvinden, ontwikkeld zijn in Turkse hammams. We vinden het allemaal zo interessant dat we niet kunnen nalaten het ter gelegenheid van de tentoonstelling uitgegeven boek aan te schaffen.

Elephant Clock

We gaan even terug naar het hotel. Regenjacks en paraplu's halen, want die zijn nog steeds hard nodig. We willen eigenlijk ook het toch wel zware boek uit ons rugzakje kwijt.
We drinken ook nog even een pilsje bij De Optimist. Er wordt Griekse muziek gedraaid. Onder andere van Giannis Parios. Wij hebben uit de tijd dat wij elk jaar naar Griekenland met vakantie gingen -jaren '70- nog een bandje met muziek van hem. Een vrouw die een kopje koffie zit te drinken, zingt alle nummers mee. Ze blijkt een Griekse te zijn. Er volgt een gezellig gesprek.

Wat beter tegen de regen beschermd gaan we naar het Vakiflar-tapijtmuseum naast de Blauwe Moskee. Er zouden veel 16e-eeuwse tapijten te zien zijn. Maar het feest gaat niet door, want het museum is in restauratie.
Dan maar naar het Mozaïekmuseum. De weg daarheen gaat door de Cavaleriebazaar. Verkopers proberen ons luidkeels te interesseren in hun handel. Voornamelijk tapijten en kunstnijverheid. De bazaar is één pad met aan weerszijden 2 lange rijen winkeltjes.
In het Mozaïekmuseum ligt een kolossale mozaïekvloer uit het Grote Paleis van de Byzantijnse keizers in Istanbul. Het is gemaakt in de 5e en 6e eeuw. In de jaren '50 van de vorige eeuw werd deze mozaïekvloer ontdekt en werd er een gebouw overheen gezet. Dit museum is dan wellicht niet aan restauratie toe, maar in elk geval moet het dak wel drastisch worden gerepareerd. Op meerdere plekken lekt het behoorlijk. Tussen de mozaïeken staan emmers om het lekwater op te vangen. Dat maak je toch in Nederland niet mee! De mozaïeken tonen wilde dieren en huisdieren, alsmede jacht- en vechtscènes.

Panters verscheuren hert
Mozaïekhoofd

Dan gaan we naar de Baden van Roxelana. Zoals vele grote hammams hebben de baden van Roxelana gescheiden ruimtes voor mannen en vrouwen. De baden zijn in perfecte symmetrie gebouwd. Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als tapijtwinkel, maar er is nog goed te zien hoe het vroeger werd gebruikt. De baden werden in opdracht van sultan Süleyman I, de Grote, gebouwd door de architect Sinan. Ze zijn genoemd naar de favoriete vrouw van Süleyman Roxelana. Architect Koca Mimar Sinan (1489-1588) was ‘Eerste Bouwmeester’ van het Ottomaanse Rijk onder de sultans Selim I, Süleyman I, Selim II en Murad III. Zijn bekendste bouwwerk is de Süleymaniyemoskee. Helaas is ook deze bezienswaardigheid in restauratie. Maar alleen al het gebouw waaruit de symmetrie van de mannen- en vrouwenbaden zo duidelijk blijkt is de moeite waard.

Aan de overkant van de baden is in de 18e-eeuwse Mehmet Efendi Medresesi, een voormalige Koranschool, een Kunstnijverheidscentrum gevestigd. Er zijn ambachtslieden aan het werk: sommigen binden een boek, anderen kalligraferen of beschilderen keramiek. Alle producten zijn te koop. Jammer voor de ambachtslieden, maar wij hebben geen interesse. Hoewel de poppen die worden gemaakt, onder andere die van derwishen, wel héél erg mooi zijn. Toch is het wel interessant om eens door zo'n nijverheidscentrum waar geen souvenirs zijn uitgestald rond te lopen.

Mehmet Efendi Medresesi

We gaan naar de Firuz Ağa moskee. Het avondgebed vangt precies als we binnenkomen aan. Er zijn niet veel gelovigen op de oproep afgekomen. We blijven dus maar een tijdje, ondertussen goed het interieur van de moskee bekijkend.

We eten vandaag op het overdekte terras van Hotel Alzer. Dat hotel noemt zichzelf special mansion. We kiezen weer voor lamb shish. Het is zonder overdrijven van uitzonderlijke kwaliteit. De kok die even komt kijken of alles naar wens is, is blij met onze complimenten. De Efes bright and dark smaakt goed bij de kebab.

Hotel Alzer

Omdat het inmiddels droog is geworden, wandelen we langs het hotel nog even naar de Zuil van Constantijn en vandaar de Tombe van sultan Ahmet I en langs de 3 zuilen op het Hippodroom naar het hotel.
Weer om nog wat op het dakterras te zitten is het niet.

naar laatste dag