Dag 6. Zondag 27 december 2015
Boppard-Cochem
Cochem

Om 05:30 uur begint de bemanning van MS Allegro met de voorbereiding van het vertrek uit Boppard.
We vertrekken om 05:55 uur.

Ontbijten doen we natuurlijk weer om 07:30 uur. Dat heeft allerlei voordelen: het is lekker rustig, je ziet het licht worden en verplicht praten is er niet bij.
Tijdens het ontbijt -om 07:45 uur- ronden we de Deutsches Eck en varen we dus op de Moezel.
Hoewel, varen? Binnen de kortste keren liggen we voor de sluis Koblenz. Net voor ons gaat een schip de sluis in.

Schip in sluis Koblenz (laag)

 

Schip in sluis Koblenz (hoog)

 

Einde van het afschutten

Het verval in de sluis is 5.30 m.

Anders dan de Rijn is de Moezel gekanaliseerd en is er dus geen sprake van stroming.

Als we om 08:35 uur de salon binnenstappen om er wat te lezen en de wandeling van vanmiddag voor te bereiden, zijn we de eersten.

De nog lege salon

 

Lezen en wandeling voorbereiden

Een half uurtje later varen we onder de Moseltalbrücke door.

Moseltalbrücke

De Moseltalbrücke is een brug over de Moezel bij de Duitse plaatsjes Winningen en Dieblich aan de A 61 in Rijnland-Palts. We reden er -op weg naar Zwitserland en Zuid Duitsland- vaak overheen.
De brug die gebouwd werd tussen 1969 en 1972 heeft een totale lengte van 935 m en overspant de Moezel op een hoogte van 136 m. De totale breedte van de brug bedraagt 30,50 m en heeft een totaalgewicht van 11.463 ton. De spanwijdte tussen de pijlers, die als holle betonpijlers met een wanddikte van 0,3 m zijn uitgevoerd, bedraagt respectievelijk 158,6 - 282,2 - 170,5 en 146,1 m. De totale bouwkosten van de brug bedroegen ongeveer DM 40.000.000.

Om 10:00 uur bereiken we de sluis bij Lehmen. Die sluis is 170 m lang, 12 m breed en heeft een verval van 7,45 m.
Hoewel de opgegeven breedte van MS Allegro 10,10 m bedraagt liggen we in de sluis toch wel erg dicht tegen de kant aan.

In de sluis bij Lehmen

 

Zó dichtbij is de sluismuur

Om 10:30 uur zijn we geschut.

Geschut!

Om 11:00 uur varen we voorbij de plaats Alken met daarboven de Burg Thurant.

Alken met Burg Thurant

De Burcht Thurant staat op een brede uitloper van een berg. Vanaf het midden van de 13e eeuw waren de aartsbisdommen van Keulen en Trier gezamenlijk eigenaar van het complex. De bisdommen lieten hun aandeel in de burcht elk door burchtgraven besturen. Elke helft bezat derhalve een eigen bergfried -of berchvrede, een eenvoudige verdedigingstoren uit de Middeleeuwen-, eigen woon- en bedrijfsgebouwen en een eigen aparte toegang. Sinds het begin van de 16e eeuw trad een geleidelijk verval van de dubbelburcht in. De verwoestingen tijdens de Paltse Successieoorlog degradeerden het complex verder tot een ruïne. Robert Allers (1872-1951) uit Varel en medegrondlegger van een daar gevestigde automobielonderneming en vanaf 1914 directeur van de Bremer Hansa Lloyd-fabrieken, verwierf het complex in het jaar 1911 en liet de burcht daarna gedeeltelijk herbouwen.

Precies tegenover de rechter Moezeloever, waar de Baybach in de Moezel stroomt, ligt de ruïne van Burg Bischofstein, van waaruit men in vroeger tijden het gebied rond Hatzenport en Maifeld controleerde. De ruïne is nu in gebruik als vormingscentrum voor Duitse scholieren.
Op de berghelling staat nog een Romaanse bedevaartkapel, met in het interieur laatgotische schilderingen en een opmerkelijk altaar uit 1653.

Burg Bischofstein

Om 12:05 uur bereiken we de derde en laatste sluis van vandaag, de sluis bij Müden. Ernaast ligt een kwekerij van de regenboogforel. Die forel stond 1e Kerstdag op het menu.

Fischerei

De regenboogforel, zo genoemd vanwege de vele regenboogkleurige vlekken op zijn huid, is de belangrijkste soort van de Europese zoetwateraquacultuur. Oorspronkelijk komt deze vis van de Pacifische kust van de Verenigde Staten, maar hij werd aan het eind van de 19e eeuw ook in Europa geïntroduceerd. Dankzij zijn stevigheid en snelle groei zag men al snel in dat hij perfect geschikt was voor de aquacultuur. Tegenwoordig wordt de regenboogforel in bijna alle Europese landen gekweekt, maar vooral in kustlanden met een gematigd klimaat.

Na 20 minuten wachttijd kunnen we de sluis bij Müden in.
De sluis is 170 m lang, 12 m breed en heeft een verval van 6,50 m.

Sluis bij Müden

 

In de sluis bij Müden

Om 12:30 uur gaan we lunchen in het restaurant.

Menu lunch 27 december

Rond 13:00 uur varen we voorbij Treis-Karden.
Treis-Karden is een dubbelstad. Treis ligt op de ene Moezeloever, Karden op de andere.
In Karden staat de villa Cornely, gebouwd rond 1900. Thans is het een hotel.

Villa Cornely in Karden

Bij het plaatsje Klotten staat de Ruïne Coraidelstein. Oorspronkelijk was het een Romeinse vesting. Dat wordt bewezen door gevonden munten en aardewerk uit de 3e en 4e eeuw na Chr.. De burcht dateert pas van 1294.

Klotten

 

Ruïne Coraidelstein

Om 14:00 uur meren we aan op de rechter Moezeloever langs de Stadionstraβe in Cochem.

Cochem ligt aan een bocht in de Moezel in de deelstaat Rijnland-Palts. Het is de Kreisstadt van de Landkreis Cochem-Zell.

De Moezel stroomt door 3 landen: Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. De bron van de Moezel ligt op de berg Ballon d’Alsace in de Vogezen op 735 m hoogte. De rivier ontspringt op de Col de Bussang en mondt uiteindelijk bij Koblenz uit in de Rijn. Ongeveer de helft van de 544 km lange Moezel ligt in Duitsland. Vanaf Trier legt de Moezel een traject af dat bekend staat om zijn vele bochten.
Als vaarweg doet de rivier nog niet lang dienst. De Moezel werd pas in 1967 van het Franse Metz tot Koblenz als vaarweg met 18 schutsluizen vrijgegeven.
De naam Moezel komt van het Latijnse Mosella, een verbastering van het Keltische Mosea. Mosella is een verkleinwoord van de deels parallel stromende rivier de Maas (Latijn: Mosa).

In Duitsland worden de volgende benamingen voor de Moezel gebruikt:

   •     Untermosel: van Koblenz tot Cochem

   •     Mittelmosel: van Cochem tot Schweich

   •     Obermosel: van Schweich tot Trier.

De geschiedenis van Cochem stamt, net als veel andere Moezelstadjes, uit de tijd van de Kelten en de Romeinen. Voor het eerst wordt Cochem genoemd in 886 in een document van de abdij van Prüm, bij Bitburg.
Cochem kreeg in 1332 stadsrechten.
De beroemde Reichsburg werd gebouwd rond 1020 en kwam in 1294 onder het gezag van de bisschop van Trier. De toren werd uitgebreid tot een vesting en de stad werd ommuurd. Om tol te kunnen heffen kon de Moezel met een ketting worden afgesloten. Wie erlangs wilde varen moest dus eerst betalen.
In 1689 werd tijdens de Negen-jarige oorlog (1688-1697) bijna heel Cochem verwoest door de Franse legertroepen. De Reichsburg werd bezet en uiteindelijk vernietigd door ondermijning en ontploffing. De burcht bleef tot 1868 een ruïne. Toen kocht de Berlijnse industrieel Louis Fréderic Jacques Ravené (1823-1879) de ruïne op voor het symbolische bedrag van 300 goudmarken. De wederopbouw van de burcht, die voornamelijk van 1874 tot 1877 plaatsvond, betrof geen nauwgezette reconstructie maar een vrije interpretatie. In 1942 werd de burcht door de familie Ravené verkocht aan de overheid. Na WO II viel de burcht in 1947 toe aan de deelstaat Rijnland-Palts. In 1978 kocht de stad Cochem het complex voor DM 664.000. Tegenwoordig is in de burcht een museum gevestigd.

De blazoenering van het stadswapen van Cochem luidt: Cochem was an important wine trading city in the Middle Ages. Cochem received city rights in 1332 form the Archbishops of Trier. The city and its castle were a possession of the Archbishops since 1298. The arms thus show the cross of Trier and the crossed keys of St. Peter, the patron saint of the diocese of Trier.
The arms already appear on the oldest known seal of the city, known since the early 15th century, but probably dating from the late 14th century.

Stadswapen Cochem

Om 14:15 uur stappen we aan wal.
Tot aan het diner hebben we dus voldoende tijd voor een behoorlijke wandeling.
Richting de Skagerak-Brücke komen we langs de Historische Senfmühle.

Historische Senfmühle

De oude mosterdmolen of Senfmühle zoals ze hem hier noemen, is van oorsprong een Nederlandse molen die aan het einde van de vorige eeuw werd gekocht door een Duitser die de molen in zijn geheel restaureerde. Sinds 2001 is de mosterdmolen weer in bedrijf genomen en wordt er weer door molenaar Wolfgang Steffens mosterd gemalen. Die mosterd is er te koop en wordt zonder conserveermiddelen en volgens oude historische recepten gemaakt. Om een paar soorten te noemen: honingraat-mosterd, daslook-mosterd, cayenne-mosterd, Riesling-mosterd, Indo-curry-mosterd, originele Keulse mosterd en knoflook-mosterd,. Het is tevens mogelijk om een rondleiding door de molen te maken. Dat kan dagelijks het hele jaar door tot 16:00 uur. We maken liever eerst een wandeling door Cochem.

Vanaf de Skagerak-Brücke zien we MS Allegro prachtig liggen!

MS Allegro afgemeerd in Cochem

Pal onder de Skagerak-Brücke -die is gebouwd in 1926/27, in 1944 door bommen werd verwoest en in 1948-49 weer werd opgebouwd- is in de Brückenstraße een monument opgericht met de geschiedenis van Cochem in steen en keramiek. Specifiek wordt de verwoesting, op 5 januari 1945, van de brug vermeld.

Plaquette op Skagerak-Brücke

 

Keramiek monument

 

Keramiek monument - detail

We lopen verder naar de Enderttor. Dat is één van de drie, nog goed onderhouden stadspoorten, met een poortwachtershuisje, een stadsgevangenis en een woonhuis -de huidige Alte Thorschenke-, gebouwd na het verlenen van de stadsrechten in 1332 voor de vestingwerken, door de Trierse keurvorst Balduin von Luxemburg. De andere poorten zijn de Balduinstor en de Martinstor.
Op de gevel van de taverne is het niveau van hoge waterstanden aangegeven en prijkt naast de oude stadsgevangenis nog een wat oudere brievenbus. 

Enderttor

 

Niveau van hoge waterstanden

 

Wat oudere brievenbus

Even verder kunnen we een blik werpen op de ingang van de 4.205 m lange Kaiser Wilhelm Tunnel, die de 23 km lange Cochemer Krampen -vanwege zijn lusvorm heeft de Moezel tussen Bremm en Cochem de grappige naam ‘nietjes’ gekregen- door de spoorweg aanzienlijk verkort. De tunnel werd tussen 1869 en 1877 gebouwd en gelijktijdig ingewijd met de herbouwde rijksburcht op 15 mei 1877.
We zien de tunnel liggen als we vlak bij het informatiecentrum van de tunnel staan. Dat is helaas gesloten, want het is vandaag immers zondag. Gelukkig kan Els nog wel een foto maken van achter glas tentoongesteld documentatiemateriaal.

Ingang Kaiser Wilhelm Tunnel

 

Foto Kaiser Wilhelm Tunnel

Voor we in de Hinter Kempeln naar boven gaan, kijken we achter ons nog even naar de andere kant van de Enderttor.

Enderttor

Hinter Kempeln is voor de inwoners van Cochem een steeg. Voor ons is het gewoon een trap. Via die trap komen we op de Klosterberg.

Bordje Hinter Kempeln

 

Trappen Hinter Kempeln

We kijken nog even achterom.

Die trappen hebben we beklommen

Op de Klosterberg ligt het Tummelchen, een oude Keltisch/Romeinse grafheuvel met -wat verder weg- een zogeheten ‘Zuckertürmchen’ (suikertorentje) dat ter verdediging van de stadsgrens diende en op de overblijfselen van de historische stadsmuur staat. Op het plateau staat prominenter de Balduinstor, onderdeel van de oude stadsmuur.

Tummelchen met zicht op Rijksburcht

 

Zuckertürmchen (midden) en Balduinstor

We hebben uitzicht op oud-Cochem en op de rijksburcht.

Rijksburcht

 

Afbeelding op toren rijksburcht

De rijksburcht werd waarschijnlijk al rond 1000 gebouwd; hij wordt echter pas vermeld in 1051 onder Ehrenfried (geslacht Ezzonen) als deze door zijn zwager, keizer Otto III, tot Comes Palatinus -Paltsgraaf, een ambt dat in de loop der eeuwen ook een vorstelijke titel werd- wordt benoemd. Tot 1294 was de burcht rijksbezit onder de Duitse keizers; in dat jaar werd hij aan het keurvorstendom Trier verpand.
In 1689, tijdens de Pfaltische erfopvolgingsoorlog, werd de burcht door de Franse troepen verwoest. Door opheffing van het keurvorstendom Trier door Napoleon, kwamen stad en burcht eerst onder Franse, daarna onder Pruissche heerschappij. Op 28 september 1868 kocht de hugenoot en Pruisische geheimraad Louis Ravené de ruïne. Hij werd weer opgebouwd naar het voorbeeld van oude plannen. In 1942 werd de burcht staatsbezit. Vanaf april 1978 is hij eigendom van de burgers van Cochem.

Op de Klosterberg stond oorspronkelijk de burcht Kemplon. In 1576 stonden op het terrein van het tegenwoordige bejaardentehuis St. Hedwig 1 woontoren, 2 wachttorens en woon- en werkruimtes. In 1625 werden er op initiatief van de bewoners, een klooster, een kerk en een verpleeghuis gebouwd, die daarna door de orde der Kapucijnen werden beheerd. De stichters waren graaf Johann Jacob herr von Eltz-Kempenich en zijn vrouw Maria Elisabeth von Metzenhausen. De kerk werd in 1635 door wijbisschop Enno von Senheim gewijd. Na de verdrijving van de Kapucijnen tijdens de secularisatie, was het kloostergebouw tot 1810 een ziekenhuis, vanaf 1817 gymnasium, en later een lagere school, kerk filialen en noodkerk van de parochie St. Martin (bij overstroming en verwoesting van de stadskerk, het laatst in WO II). In 1978 werd het klooster door de parochie aan de stad gegeven. Sinds 1998 is de kloosterkerk een cultureel centrum. Een verdere uitbouw van de kloostergebouwen zal in de toekomst plaats vinden.

Kulturzentrum Kapuziner Kloster

Onder de Balduinstor door en via tal van steegjes van waaruit we regelmatig zicht op de toren van de Sankt Martin Kirche hebben, gaan we langs de stadsmuur naar beneden, naar de Obergasse.

Balduinstor voorzijde

 

Balduinstor achterzijde

 

Steegje

 

Steegje

 

Toren Kirche Sankt Martin

De Sint-Martinuskerk is een rooms-katholieke kerk, die behoort tot het bisdom Trier. De kerk werd in de jaren 1456-1503 gebouwd.
In de jaren 1930 werd een nieuw schip gebouwd. Bij een hevig bombardement op 5 januari 1945 op de stad werd de kerk grotendeels verwoest. Slechts de buitenmuren van het oude koor bleven overeind. Twee misdienaren van 14 en 15 jaar wilden samen met de kapelaan liturgische voorwerpen in veiligheid brengen toen neerstortende muren de beide jongens begroeven onder het puin. Aan de muur in de kerk hangt een eenvoudig en ontroerend herdenkingskruis.

Herdenkingskruis

De wederopbouw van de Sint-Martinuskerk vond plaats in de jaren '50 van de vorige eeuw.

We lopen eerst langs het Rathaus naar het Branntweinsgäßchen, want daar staat het ‘Stüffje’ uit 1642, het oudste gasthuis van de stad (toen met stokerij).

 

Stüffje

Dan gaan we terug naar de Marktplatz -kunstig gebouwde vakwerkhuizen en historische oude herenhuizen flankeren het plein met  de imposante Martinsbrunnen in het midden- en lopen daar wat rond.
Het barokke Rathaus -vroeger het ambtshuis van het keurvorstendom Trier- werd in 1739 gebouwd.

Marktplatz

 

Martinsbrunnen

 

Rathaus

  Langs het Rathaus lopen we om 15:10 uur door de Bernstraβe naar de Sankt Martin Kirche. Door een smal straatje en onder een poort door kijken we naar de Moezel.

Rathaus en Sankt Martin Kirche

 

Zicht onder poort door naar Moezel

De St. Martinskerk was er waarschijnlijk al toen de parochie Cochem in 866 werd gevormd, maar werd vergroot in 1452, terwijl de gotische toren later door een uientoren werd vervangen. In 1930 bouwde men er nogmaals een stuk aan. In 1945 werd de kerk op het oude koor na vernield, in de jaren '50 weer opgebouwd en in 1963 van een nieuwe klokkentoren voorzien.

Aan een buitenmuur van de Sankt Martin Kirche zijn 2 gedenktafels aangebracht. De teksten daarvan luiden:

 

Die Jüdische Gemeinde in Cochem verlor am 9.November 1938 “Reichskristallnacht” durch Verwüstung

Synagoge und Schulhaus in der Oberbachstraße nr. 361
Zur Erinnerung und Mahnung gegeben am 9.November 1988

Jahrhunderte lebten Juden in Cochem.
Die Familie Mayer, Goethoff, Hirsch, Dahl, Haimann, Hein, Simon wurden Opfer der Schoah
1933 - 1945 
Zur Erinnerung und Mahnung November 1998

 
 

Gedenktafels

Terug door de Bernstraβe en vervolgens door de Herrenstraße wandelen we naar de Wenzelgasse.

Straatnaambord Wenzelgasse

En van daar naar de Burgfrieden. De Burgfrieden was de woonplaats van de burchtmannen met eigen stadsrechten en gerechtigheid tijdens de ongeveer 500 jaren durende heerschappij van de keurvorsten.

Door de Burgfrieden komen we langs de kantoren en gerechtsgebouwen van de keurvorsten van Trier, tot bij aan de Martinstor. Buiten deze poort lag het ziekenhuis voor mensen met pest of lepra, met de in de burchthang gelegen St. Rochus-kapel -daterend van 1422, maar vernieuwd in 1680. Door een bergverschuiving in 1931 werd het daarbij behorende kerkhof verwoest.

Straatnaambord Burgfrieden

 

Haus am Burgfrieden

 

Martinstor

Door de toren terugkijkend zien we -bij de Skagerak-Brücke- de Katholische Pfarrkirche St. Remaclus.
De parochiekerk van St. Remaclus neemt onder de nieuwe kerken van na de oorlog een bijzondere plek in. Met zijn krachtige, maar tegelijkertijd eenvoudige en duidelijke vorm, en gebouwd van lokaal gedolven steen vormt hij  een bruggenhoofd naar en een contrapunt met het kasteel -de rijksburcht- op de andere oever.

Katholische Pfarrkirche St. Remaclus

In die kijkrichting gaan we nu terug langs de Moezel, over de Moselpromenade.

Moselpromenade

Er staat onder meer het Pegelhaus voor de waterstand van de Moezel. Het dateert van 1899.

Pegel Cochem

We zagen ook in Keulen al een Pegelhaus. Hoe werkt zo'n Pegel eigenlijk?

Werking Pegel

Op de Skagerak-Brücke draaien we ons nog éénmaal om. Wat ligt de rijksburcht toch prachtig!

Rijksburcht vanaf Skagerak-Brüche

Als we weer bij de oude mosterdmolen op de Stadionstraβe zijn, is het a llang 16:00 uur geweest en behoort de laatste rondleiding van vandaag niet meer tot de mogelijkheden. Toch gaan we de molen nog even binnen en bekijken het aanbod mosterdsoorten, mosterdolie, mosterdworst, mosterdbroodsmeersel, naslagwerken, mosterd-kruidenlikeur (18% vol.) en feiner Tropfen (40% vol.). Er is ook een mogelijkheid om mosterd te proeven.

Mosterd proeven

Als we om 17:00 uur terug zijn op MS Allegro wacht ons een kleine teleurstelling: het Köstritzer Schwarzbier is op. Dat is trouwens onze eigen schuld. We hebben er tijdens de cruise veel te enthousiast over gedaan. Elke dag stond het bier op meer tafeltjes.
Noodgedrongen kiezen we dan maar voor Erdinger Weiβbier. Nota bene ook nog in een Maisel's Weisse glas.

Erdinger Weiβbier in een Maisel's Weisse bierglas

Om 18:30 uur wordt het diner geserveerd.

Menu diner 27 december

 

Rosbief

Tomatensoep
 

Victoriabaarsfilet

Belle Hélène

In de loop van de avond maakt Els vanaf het dek nog een foto van de rijksburcht. Afstand: ± 1.000 m.

Rijksburcht in de avond

naar volgende dag