VÖLKERSCHLACHTDENKMAL

Zum Gedenken an den Sieg erbaut, rief es zum Krieg auf und soll nun zum Frieden mahnen.

Het Völkerschlachtdenkmal is een kolossaal oorlogsmonument ter herdenking van de Volkerenslag -ook wel de Slag van de Naties genoemd- in 1813.

Tijdens de herfst van 1813 werd er in de buurt van Leipzig wereldgeschiedenis geschreven. De legers van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden stonden tegenover Napoleons Grande Armée, na zijn mislukte veldtocht naar Rusland. In Napoleons leger deden ook Poolse en Italiaanse troepen mee en Duitsers van de Rijnbond. Vier dagen lang, van 16 tot en met 19 oktober, bevochten bij de dorpen voor de muren van Leipzig zo’n 560.000 officieren en manschappen elkaar -195.000 Fransen en hun bondgenoten tegenover 365.000 geallieerden- met vele 10.000-den paarden en 2.200 kanonnen op leven en dood voor het toekomstige politieke lot van Europa. Onder hen waren ook Nederlanders die -als Napoleons onderdanen- aan Franse zijde streden. Het is daarmee de grootste veldslag in Europa vóór WO I.

Ingang Völkerschlachtdenkmal

De schattingen over het aantal doden en gewonden aan beide zijden lopen sterk uiteen. Voor Napoleons Grande Armée zijn deze wel geraamd op 40.000 en voor de geallieerden op 55.000. Daarbij komen nog de vele burgerslachtoffers als gevolg van de vlektyfusepidemie die na de Slag uitbrak. Een tiende van de bevolking van Leipzig -onder hen de vader van componist Richard Wagner- zou hieraan bezwijken. De autoriteiten wisten zich geen raad met zoveel doden. Het zou nog tot in 1814 duren, voordat de laatste lijken waren begraven.

Ook op de verzorging van de enorme aantallen gewonden was de stad niet berekend. De lazaretten en noodhospitalen puilden uit, zodat velen onder erbarmelijke omstandigheden op straat crepeerden. En dan was er nog de materiële schade door oorlogsgeweld, brand en plundering, vooral in de omliggende dorpen waar verbeten werd gevochten. Het leidde tot een grote stroom vluchtelingen die, beroofd van have en goed, binnen de stadsmuren veiligheid en onderdak probeerde te vinden.

Tijdens de Slag werden er ook nog ongeveer 30.000 Fransen gevangengenomen. De strijd dwong de Fransen definitief terug over de Rijn. Enkele Duitse staten werden ook heroverd op Napoleon. De invloed van het aantal gevangengenomen Fransen op het geschatte dodenaantal van de Grande Armée is niet bekend.

Voor de bevolking speelde de historische gebeurtenis sinds die tijd een heel belangrijke rol. Toch duurde het nog bijna een eeuw eer men voldoende geld had ingezameld om met de bouw van het monument te beginnen. In 1913 werd het Völkerschlachtdenkmal door keizer Wilhelm II ingewijd. Aanwezig waren de koning van Saksen en andere vorsten van Duitse staten en vertegenwoordigers van Oostenrijk, Rusland en Zweden.

De architect van het monument is Bruno Schmitz. Hij is een vertegenwoordiger van de Wilhelminische architectuur, de bombastische bouwstijl van het Duitse keizerrijk. Het kolossale, 300.000 ton wegende granieten bouwwerk van 91 m hoog en 126 m breed, weerspiegelt net zoals de Taj Mahal in een rechthoekig waterbassin. Dat heeft een oppervlakte van 162x79 m en draagt de naam Meer der Tränen. In de koepelhal met een hoogte van 60 m staan vier 9,5 m hoge wachters des doods van de beeldhouwers Christian Behrens en Franz Metzner. De oud-Egyptische Memnon-kolossen op de westoever van de Nijl bij Luxor stonden voor de beelden model. De beelden personificeren de deugden van het Duitse volk tijdens de bevrijdingsoorlogen: Tapferkeit, Glaubensstärke, Volkskraft und Opferbereitschaft.

In 1863 werd, ter herdenking van de 50e verjaardag van de veldslag, precies op de plek waar in 1813 de commandotent van Napoleon stond, een eerste steen gelegd, maar het monument werd niet gebouwd. Dat gebeurde pas in 1898. 82.000 m3 grond werd verplaatst, 26.500 granieten blokken werden gebruikt en het project resulteerde in een totale kostprijs van 6.000.000 Goldmark (€ 54.759.977 in 2013).

Völkerschlachtdenkmal

Aan het einde van 500 traptreden ligt een uitkijkplatform met een spectaculair uitzicht over de stad en de omgeving. Door liften kan het aantal treden op wenteltrappen en door enkele nauwe gangen worden teruggebracht tot 170. Maar ook dat aantal is voor ons nog teveel.

Dit herkenningspunt van de stad staat al lang niet meer in het open veld, op de plaats waar Napoleon ooit de strijd gadesloeg. De stad heeft ‘Das Völki’, zoals het monument in de volksmond heet, al lang geleden verzwolgen. Het bijzondere van het monument is dat alle slachtoffers worden herdacht, onafhankelijk van de rol die ze tijdens de veldslag hebben gespeeld. Voor al die slachtoffers is in het midden van de erehal een bronzen grafplaat als symbolisch graf aangebracht. Op deze herdenkingsplek ligt een bronzen bloemenkrans. Vanaf de muur lijken 8 paar eerbiedwaardige stenen krijgers erop toe te zien dat niemand de orde verstoort.

Opvallend is toch wel dat afgezien van de prominent weergegeven datum ’18. Oktober 1813′ het monument, met zijn ornamentiek van Teutoonse ridders en Germaanse godinnen, in niets verwijst naar de militaire confrontatie die het wil gedenken.
Ook in het belendende souvenirwinkeltje wordt de bezoeker niet veel wijzer. Er zijn vooral kleine Völkis te koop, maar voor relevante publicaties over de veldtocht van 1813 en de slag bij Leipzig moet je kennelijk bij de betere boekwinkel in het centrum van Leipzig zijn.

Naast het monument staat ook het kleine Museum Forum 1813. Meer dan 350 originele voorwerpen -onder meer wapens, uniformen -althans wat daar van over is-, persoonlijke eigendommen en documenten- bieden een toch wel fascinerend inzicht in de gebeurtenissen van die tijd.

 

Eveneens in 1913 werd de St. Alexi Gedachteniskerk ingewijd. Die Russisch-Orthodoxe kerk herdenkt de 22.000 Russische soldaten die in de Slag bij Leipzig omkwamen. De mooie kerk met haar ‘gouden’ toren is open voor bezoekers.

St. Alexi Gedachteniskerk