Rilaklooster

Het Rilaklooster -Rilski Manastir- ligt ongeveer 120 km van Sofia, in het hart van het Rilagebergte, in het noordwesten van het Rodopengebergte, een bergachtig gebied met pieken tot bijna 3.000 m. Het Rilaklooster ligt op een hoogte van 1.147 m. Het is een voorbeeld van Bulgaarse Renaissance. Het klooster kende op zijn hoogtepunt cellen voor 500 monniken en 1.000 slaapkamers voor pelgrims. Nog steeds is het op één na het grootste klooster van de Balkan.
Het Rilaklooster is een symbool voor de Slavische cultuur na een lange periode van bezetting en onderdrukking door de Turken en daardoor een nationaal bedevaartsoord voor de Bulgaren. Het kan worden gezien als het religieuze centrum van de Bulgaarse orthodoxe kerk.

Rilaklooster

Het klooster met de zebrahuid zoals het ook wel wordt genoemd, werd door de volgelingen van Ivan Rilski -later Johannes van Rila geheten- gesticht. De kluizenaar ruilde in de 10e eeuw het kloosterleven in Rouen in voor dat in het onherbergzame Rilagebergte. Er vormde zich rondom hem een gemeenschap van monniken, die na zijn dood op 18 augustus 946 het klooster op de plaats van zijn ascetische woning stichtte. Al snel werd Johannes van Rila een alom erkende heilige binnen de Bulgaarse orthodoxie. Zijn graf is al eeuwenlang een bedevaartsoord voor 1.000-den pelgrims. Aanvankelijk lag dat graf in Tarnovo, voormalige hoofdstad van het Tweede Bulgaarse Rijk. In 1469 werd het overgebracht naar een plek 2 km buiten het kloostercomplex bij de Sveti Luka -Heilige Lucaskapel- en de grot waarin de stichter van het klooster volgens de legende lange tijd leefde.

Het kloostercomplex werd meermalen verwoest of raakte in verval en moest tot tweemaal toe worden verplaatst. De huidige locatie dateert uit de 14e eeuw en ligt ongeveer 4 km van de oorspronkelijke plaats. Het enige bewaard gebleven gebouw uit die tijd is de in 1335 gebouwde Chreljo-toren, genoemde naar zijn bouwheer Dragovol Chreljo, die hier als onafhankelijk heerser was neergestreken. Al het ander dateert van de in 1816 begonnen nieuwbouw, die door een grote brand in 1833 werd onderbroken en eigenlijk pas in 1870 is voltooid.
In 1961 is het hele complex tot nationaal cultureel erfgoed verklaard. In 1983 werd het opgenomen op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Geborduurde grafdoek in museum

Het museum van het klooster met de originele deur van de Chreljo-toren uit 1335 herbergt een schat aan geschenken -waaronder iconen uit de 14e en de 15e eeuw- die in de loop van de eeuwen door pelgrims werden meegenomen. Bijzonder is een houten kruis van de monnik Rafail, een meesterwerk van houtsnijkunst, bestaande uit 1.500 bijbelse figuren en 140 miniaturen van bijbelse scènes. De monnik heeft met een naald 12 jaar tijd aan zijn houtsnijwerk besteed, waarbij hij niet minder dan 650 verschillende personages gebruikte. De bijzonderheid zit hem in het feit dat dit alles in miniatuur werd uitgevoerd. De menselijke figuren bijvoorbeeld zijn elk niet groter dan een korrel rijst. Rafail is blind geworden toen hij het crucifix sneed.

Detail originele kruis

Interessant in het museum is ook het origineel van de kloosterkeuken uit 1817 met al het kookgerei van toen.
Sinds 2009 zijn overal Bulgaarse en Engelstalige toelichtingen.

Middelpunt en kroon van het klooster is de hoofdkerk Sveta Bogorodica -Heilige Moeder Gods Ontslapenis-, een combinatie van de oude, drieschepige basiliek met de kruiskoepelkerk  van de berg Áthos en de Italiaanse koepelkerk. De bekendste meesters van de Bulgaarse architectuur, schilderkunst en houtsnijkunst uit de periode van de Nationale Renaissance hebben eraan meegewerkt. Opvallend zijn de 1.200 fresco’s in het schip en de galerijen en de walnoot houten, vergulde iconostase -altaarwand- uit 1842 met 36 figuren. Aan de iconostase is 6 jaar gesneden. In de kerk bevindt zich het graf van Boris III, de laatste Bulgaarse tsaar.