KRONIEK

 

We doen een greep uit de door ons bezochte musea en de bezienswaardigheden die wij interessant vonden.

Amsterdam
Amsterdam is de (titulaire) hoofdstad en naar inwonertal de grootste gemeente van Nederland. De stad, in het Amsterdams ook Mokum genoemd -afkomstig uit het Jiddisch- ligt in de provincie Noord-Holland, aan het IJ, het Noordzeekanaal en de monding van de Amstel. Het aantal verschillende nationaliteiten in de gemeente behoort tot de hoogste ter wereld.
Amsterdam dankt zijn naam aan de ligging bij een in de 13e eeuw aangelegde dam in de Amstel. De plaats kreeg kort na het jaar 1300 stadsrechten, werd in 1345 door het Mirakel van Amsterdam een pelgrimsoord en groeide in de Gouden Eeuw uit tot een van de belangrijkste haven- en handelssteden ter wereld. Een toestroom van buitenlanders uit vooral de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en de Scandinavische landen leidde vanaf het eind van de 16e eeuw tot stadsuitbreidingen, waaronder de laatste grachten van de fortificatie die nu als grachtengordel bekend staat en in 2010 is toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De bewoningsgeschiedenis van Amsterdam begint ruim 4.600 jaar geleden aan het eind van de Nieuwe Steentijd. Opgravingen uit de periode 2005-2009 onder Damrak en Rokin brachten gebruiksvoorwerpen en botten van gebruiksdieren uit die periode aan het licht.
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland vanaf de tijd van het bestuur van Lodewijk Napoleon over Nederland, dat hem door zijn oudere broer Napoleon I was gegeven in 1806. Als hoofdstad van het nieuwe koninkrijk koos hij Amsterdam en na een feestelijke binnenkomst in de stad, kreeg hij op 20 april 1808 de stadssleutels overhandigd. Deze dag wordt gezien als de eerste dag van Amsterdam als hoofdstad van Nederland. In 1908 werd het honderdjarige jubileum gevierd met een feest van een week lang. In 2008 werd er geen aandacht aan besteed.
Grondwettelijk is Amsterdam hoofdstad sinds 1983, bij de grondwetsherziening. Na vertrek van de Fransen is het landelijk bestuur verplaatst naar Den Haag waar sindsdien parlement en regering zijn gevestigd. Het bestuur van de provincie Noord-Holland is gevestigd in Haarlem.

coat of arms Amsterdam

Rijksmuseum
Het Rijksmuseum Amsterdam is één van de belangrijkste musea in Nederland. Het museum staat, zoals de naam al zegt, in Amsterdam aan het Museumplein. Het museum wordt meestal Het Rijksmuseum genoemd. Het Rijksmuseum heeft meer 200 zalen en gaat over de geschiedenis en kunst van Nederland. Het museum is eigendom van de staat en wordt onderhouden door de Rijksgebouwendienst.
In het Rijksmuseum zijn verschillende collecties. Alle collectie zijn verdeeld over verschillende afdelingen. De afdeling schilderijen gaat over de schilderkunst van de 15e eeuw tot aan 1900. Veel schilderijen van deze collectie komen uit de 17e eeuw. De verzameling beeldhouwkunst & kunstnijverheid bestaat onder meer uit beelden, meubels, sieraden, glas en vazen. Ook is er een collectie Aziatische Kunst. Dat gaat vooral over kunst uit Indonesië, China, Japan en India.
Sinds 1885 is het Rijksmuseum gevestigd in het huidige gebouw. In de loop der jaren werd het Rijksmuseum van binnen steeds veranderd. Doordat er steeds meer bezoekers kwamen naar het museum, kon het Rijksmuseum de bezoekersaantallen niet meer aan. In 2003 werd begonnen aan een grote verbouwing. Het museum ging dicht. Verwacht werd dat de verbouwing 2 tot 4 jaar zou duren. Door een aantal tegenslagen werd dat uiteindelijk 10 jaar. Op 13 april 2013 ging het vernieuwde Rijksmuseum open. De kosten van de verbouwing waren 375 miljoen euro. Door het museum zelf werd  45 miljoen euro betaald. Het overige geld werd gesponsord door onder meer ING, Philips en de BankGiro Loterij. In de tussentijd was de Nachtwacht elders te zien samen met de andere topstukken.

Assen
Assen is de hoofdstad van de provincie Drenthe. Assen is heel bekend van de motorraces, vooral de beroemde Asser TT, of ook wel TT Assen genoemd.
In 1258 werd het nonnenklooster Sancta Maria de Campe of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) herinneren er nog aan. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen als vergaderplaats voor onder meer het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een doorsnede van 300 m. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dat gebied. Het voorheen vrij onaanzienlijke Assen werd pas rond die tijd een aantrekkelijke woonplaats voor de welgestelden in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis (een wit herenhuis in Assen, niet te verwarren met het huis van Obama in Amerika.

coat of arms Assen

Drents Museum
In 1854 werd het Provinciaal Museum van Oudheden opgericht. Het museum startte met één kast in het gouvernementsgebouw -provinciehuis-, dat onderdeel was van het klooster Maria in Campis. Het kreeg begin 1900 onderdak in het nieuwe gebouw van het Rijksarchief. In 1964 werd het Ontvangershuis aangekocht en 10 jaar later verhuisde het museum naar het provinciehuis. Ook het Drostenhuis -in 1978- en de Abdijkerk -in 1982- werden aan het museum toegevoegd. Sinds 1996 heet het museum Drents Museum. De hoofdentree bevindt zich sinds 2011 in een voormalig koetshuis van het Drostenhuis, dat via een onderaardse gang met de andere gebouwen is verbonden.
Het museum heeft een grote vaste collectie over de prehistorie van de provincie Drenthe, alsook een vaste collectie van figuratieve kunst, met name het noordelijk realisme, met vertegenwoordigers van de 4e generatie van 'De Groep' (met werk van onder meer Henk Helmantel, Matthijs Röling, Sam Drukker, Douwe Elias, Barend Blankert, Alfred Hafkenscheid, Eddy Roos en Berend Groen).
We bezochten de bijzondere tentoonstelling ‘De Gouden Eeuw van China’ (16 november 2011-15 april 2012), de openingstentoonstelling van het vernieuwde museum, over de Tang-dynastie.

Athene
Athene is de hoofdstad en grootste stad van Griekenland en tevens het bestuurlijk centrum van de regio Attica. De gemeente Athene is ingedeeld in 7 stadsdistricten (dimotiko diamerisma).
Athene is het politieke, culturele en economische centrum van het land en is een kosmopolitische metropool.
Athene was in de oudheid een grote Polis. Een polis was in het oude Griekenland een samenwerkingsvorm van Politai burgers- waarbij die burgers op godsdienstig, militair en economisch vlak samen gingen werken. Het bijzondere aan het oude Athene was, dat hier de eerste democratie ontstond. Athene was de enige Griekse polis waar gewone burgers de macht hadden in een directe democratie. Overblijfselen van de oude polis Athene zijn nog steeds te zien. De Akropolis van Athene, het versterkte gedeelte van de stad, is namelijk nog zichtbaar. De oude tempel, het parthenon en de agora zijn voorbeelden van deze overblijfselen.

coat of arms Athene

Akropolis
De Akropolis is een rotsplateau van 300 m bij 175 m, ligt 80 m boven de stad Athene en herbergt de heiligdommen van de Atheners. Het is de bekendste bezienswaardigheid van Griekenland.
Akropolis betekent in het Grieks ‘het hoogste punt van de stad’.
Op de Akropolis staat een aantal heilige tempels, allemaal gewijd aan een verschillende goden, waarvan de belangrijkste godin Athene was. De belangrijkste gebouwen op de Akropolis zijn het Parthenon, de Nike-tempel, de Propylaeën en het Erechteion.
Het Parthenon is een aan de godin Pallas Athena gewijde tempel. Het Parthenon is gebouwd in Dorische stijl. Deze 70 m lange, 31 m brede en 20 m hoge tempel, was de eerste tempel die in de 5e eeuw v. Chr. op de Akropolis werd gebouwd. Het is het symbool bij uitstek van het antieke Griekenland.
Aan de westzijde van de Akropolis kom je binnen en daar bij de ingang, die bovenaan de helling ligt, vormen de Propyleeën (dat zijn monumentale poorten) de toegang tot de Akropolis. Als een heilig bastion staat de tempel van Athena Nike aan de rand van de afgrond bij de Propyleeën. In tegenstelling tot de andere gebouwen op de Akropolis, werd de Nike tempel ook echt als tempel gebruikt.
Het Erechtheion, genoemd naar de legendarische koning Erechtheus, is een van de voornaamste heiligdommen van de Akropolis, in religieus opzicht zelfs belangrijker dan het veel grotere Parthenon. Het Erechtheion werd gebouwd met de bedoeling een aantal op de noordrand van de Akropolis gelegen cultusplaatsen binnen zijn muren te verenigen, en heeft daaraan zijn grillige, ‘on-klassieke’ vorm te danken. Bovendien is het niveau van het tempelterrein zeer ongelijk: de west- en de noordzijde van het gebouw liggen ruim 3 m lager dan de oost- en de zuidkant. Het Erechtheion is gewijd aan zowel Athena als Poseidon.
Aan de voet van de Akropolis ligt het theater van Dionysus. Oorspronkelijk was het een plek om uiting te geven aan de discussies over vrijheid en democratie. Er waren zelfs stenen fauteuils voor de elite. Tegenwoordig zijn er voorstellingen. Dichtbij dit theater is het gedeeltelijk gerestaureerde
Odeon van Herodus Atticus, waar tegenwoordig ook concerten en theatervoorstellingen worden gegeven. Het is in 174 v. Chr. gebouwd door de rijke Athener Herodus Atticus als herinnering aan zijn vrouw Rigilla.

Poort van Hadrianus
De Poort van Hadrianus -ook wel Boog van Hadrianus- is een monumentale poort van pentelisch marmer die ongeveer in het jaar 132 werd opgericht. Hij vormde de doorgang van het oude Athene naar het nieuwe Athene dat de Romeinse keizer Hadrianus had laten bouwen. De poort heeft 2 identieke façades, maar verschillende inscripties in Griekse letters. Aan de noordwestkant, in de richting van de Akropolis, staat: ‘Dit is Athene, de oude stad van Theseus’. Aan de zuidoostkant, in de richting van de Tempel van de Olympische Zeus, staat: ‘Dit is de stad van Hadrianus en niet van Theseus’.
De poort overspande een al bestaande weg die van de oude stad naar het zuidwestelijke deel van de stad liep. Hij maakte geen deel uit van een stadsmuur. Meestal wordt aangenomen dat hij de functie had om de scheiding aan te geven tussen de oude stad en het nieuwe stadsdeel dat Hadrianus had gebouwd, maar er wordt ook wel gedacht dat de bewoners van Athene Hadrianus voor zijn bouwactiviteiten met de boog wilden eren als de nieuwe stichter van hun stad.
De boog is 18 m hoog, 12,5 m breed en 2,30 m dik. Aan weerskanten van de doorgang was de boog versierd met Korinthische zuilen, waarvan nu alleen nog de bases en het bovendeel zijn te zien. Boven op de boog staat een colonnade van 4 zuilen die tussen de 2 middelste zuilen bekroond wordt door een fronton.

boven: Akropolis; linksonder: de poort van Hadrianus; rechtsonder: Parthenon

Nationaal Archeologisch Museum
Het Nationaal archeologisch museum is het grootste archeologisch museum van Griekenland en één van de belangrijkste ter wereld. Het museum is geopend sinds het einde van de 19e eeuw.
Op zich is het gebouw al prachtig om te zien, met de vele zuilen aan de voorzijde is het echt gebouwd in de Griekse stijl.
Het  Nationaal Archeologisch Museum herbergt een schat aan kunstwerken uit het Oude Griekenland, van de prehistorie tot de Romeinse tijd
. De trots van het museum zijn de vondsten uit de koninklijke graven in Mycene.

 

Het zogenaamde masker van Agamemnon is een gouden dodenmasker dat in 1876 door Heinrich Schliemann tijdens een opgraving in Mycene is gevonden. Hij vermoedde dat het masker op het gelaat van de uit de Ilias bekende koning Agamemnon werd gelegd toen hij in zijn graf lag.
Sindsdien is echter duidelijk geworden dat het masker enige eeuwen ouder is dan de tijd waarin Agamemnon geleefd zou hebben. De naam is echter wel gebleven.
Het gouden dodenmasker wijst duidelijk op het geloof in een leven na de dood, en het bewijst ook dat de Myceners aanleg hadden voor het smeden van goud.

Athos
Heilige berg Athos op Chalkidiki
Het schiereiland Athos is vernoemd naar de gelijknamige heilige berg die in het zuiden ligt. Met zijn 2.030 m is Mount Athos de hoogste berg in Chalkidiki.
Athos, ook wel Mount Athos genoemd, bestuurd door de semiautonome staat Autonome Monastieke Staat van de Heilige Berg. Het valt buiten het btw-gebied van de Europese Unie en er worden ook geen belastingen geheven. Het schiereiland valt onder het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel (Istanbul).
Athos heeft na de val van het Byzantijnse rijk in 1453 de daar gebruikte Juliaanse kalender aangehouden. Hierdoor loopt het 13 dagen achter op de Gregoriaanse kalender, de kalender die de rest van de wereld aanhoudt. Ook wordt de Byzantijnse tijd aangehouden, wat inhoudt dat het
'uur 0:00' is bij zonsondergang. Hierdoor ontstaat een tijdsverschil met de Griekse tijd van enkele uren. Bij zonsopgang worden de monniken in veel kloosters gewekt door een monnik die met een houten hamer op een simandron -houten balk- slaat.
Athos is een autonome monnikenrepubliek. Het ligt op het meest oostelijke schiereiland van Chalkidiki en heeft een zeer ruig bergland en is dichtbebost. Athos heeft een oppervlakte van 335,6 km2.

coat of arms Athos

Op het schiereiland staan 20 kloosters van de Orthodoxe Kerk, waarvan de eerste iets meer dan 1.000 jaar geleden en de laatste in de 16e eeuw tot stand kwam. De kloosters zijn gebouwd volgens het typische ontwerp van orthodoxe kloosters: een vierkante, rechthoekige of trapezoïde muur geflankeerd door torens, die de ruimte van een heilige plaats markeert, met in het centrum een vrijstaande kerk. Het ontwerp van de kloosters had invloed tot in Rusland. De monniken, in totaal zo’n kleine 1.500, leven in die kloosters in aparte gemeenschappen, want elk van de kloosters heeft een eigen grondgebied. Er zijn 17 Griekse kloosters, een Bulgaars, een Russisch en een Servisch klooster. De kloosters zijn zelfvoorzienend, houden bijen, hebben wijngaarden en bouwland en in de Athoskloosters schilderen de monniken religieuze iconen. De schilderschool had invloed op de geschiedenis van de orthodoxe kunst.
Alle monniken hebben diverse werkzaamheden. Sommige zijn landbouwer, andere zijn wijnboer, postbode en noem maar op. De oudste kerk op Athos die van Protatos -10e eeuw- met muurschilderingen van Manuel Panselinos, de laatste grote iconenschilder van de Macedonische school.
Athos kun je alleen met de boot bereiken.
Vrouwen zijn op Mount Athos niet welkom. Zelfs de dieren op Athos zijn mannetjes. Alleen kippen mogen er komen, want de monniken hebben de verse eierdooiers nodig voor het schilderen van hun iconen. Ook voor kinderen is Athos verboden.

linksboven: klooster Dochiaríou; rechtsboven: klooster Símonos Pétras; onder: klooster Xenofondos

 

linksboven: klooster Panteleímonos; rechtsboven klooster Gregoriou; onder: klooster Xiropotámou

 

boven: klooster Dionysiou en onder: klooster Pávlou

Barcelona
Barcelona is de op een na grootste stad van Spanje. Alleen de hoofdstad Madrid telt meer inwoners. Het is de hoofdstad van de autonome regio Catalonië en van de provincie Barcelona.
Er bestaan verschillende theorieën over het ontstaan van Barcelona. Volgens een hiervan is de stad al 400 jaar voor de stichting van Rome door Hercules gegrondvest. In de 3e eeuw v. Chr. zou de Carthager Hamilcar Barkas, de vader van Hannibal, de stad hebben uitgebreid en naar zichzelf Barcino hebben vernoemd. Volgens een andere legende stichtte Hannibal zelf de stad.
De eerste sporen van civilisatie rond Barcelona stammen uit de periode van 2000-1500 v. Chr.. Het eerste volk dat de plek bewoonde, waren de Laietanen, een Iberisch volk, in de 7e eeuw v. Chr. Gedurende de Tweede Punische Oorlog werd de stad veroverd door de Carthagers, en in
218 v. Chr. door de Romeinen. De stad kreeg van hen de naam Julia Augusta Paterna Faventia Barcino of kortweg Barcino. Barcino werd gebruikt als een militair fort. In de 3e eeuw had de stad ongeveer 6.000 inwoners en functioneerde ze als een van de vele vestigingen in de Romeinse route van Rome naar Gades. De stad lag in ‘Hispania Tarraconensis’, een Romeinse provincie die het grootste deel van Spanje besloeg en die werd bestuurd vanuit Tarraco, het huidige Tarragona.

coat of arms Barcelona

Fundacio Joan Miró
Op de heuvel van de Montjuïc ligt museum van de schilder en beeldhouwer Joan Miró. Met zijn surrealistische stijl één van de grootste kunstenaars uit de geschiedenis van Barcelona. Miró heeft zelf de opdracht gegeven voor de bouw van dit museum.
De collectie -grotendeels afkomstig van Miró zelf- omvat meer dan 10.000 kunstvoorwerpen: schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, wandtapijten en vrijwel het complete grafische werk van de Spaanse schilder, beeldhouwer en keramist Joan Miró en andere moderne kunstenaars, zoals Alexander Calder, Mark Rothko en Marcel Duchamp.

Museo Picasso
Het Museo Picasso van de Spaanse schilder Pablo Picasso telt 3 verdiepingen en er zijn meer dan 4.300 kunstwerken van de schilder uit de periode 1890-1957.
Het in 1963 geopende Picasso museum is gehuisvest in 5 aangrenzende middeleeuwse paleizen.
Hoogtepunten van de collectie zijn 2 van zijn eerste grote werken, de Eerste Communie (1896), en Wetenschap en Charity (1897). Bijzonder is verder de collectie van 57 werken van de serie 'Las Meninas', de enige serie werken van Picasso die allemaal in één museum samen te vinden zijn.

Gaudí
Barcelona en Gaudí zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is geen stad in de wereld waar één architect zijn stempel zo duidelijk op heeft gedrukt. Overal in Barcelona kom je de sierlijke, organische Jugendstil ontwerpen van Antoni Gaudí (1852 - 1926) tegen. Zelfs na zijn dood, in 1926, beheerst de Meester nog steeds het straatbeeld van de stad. Aan zijn laatste grote klus, de
Sagrada Família basiliek, wordt nog steeds volop gebouwd. Gaudí begon met werken aan de Rooms-katholieke basiliek in 1882.
Antoni Gaudí was een echte Catalaan. Op 25 juni 1852 werd hij in Reus een gezellige stad in de regio Catalonië geboren als zoon van een kopersmid. Op jonge leeftijd begon Gaudí aan een studie architectuur in de grote stad Barcelona. Hij was er geen uitmuntende student. Wel maakte hij erg bijzondere en eigenzinnige kunstwerken. Bij het afstuderen werd Gaudí als volgt omschreven: ‘He aprobado a un loco o a un genio’, oftewel dat de school een gek of een genie heeft laten slagen. Na enkele jaren was bijna iedereen het over eens dat er een genie was geslaagd.
De stijl waarin Gaudí voornamelijk werkte was de jugendstil (of art nouveau). Het is een kunststijl die in Europa bloeide tussen 1890 en 1914. Inspiratie voor deze stijl werd uit de natuur gehaald. Daarnaast kent de stijl ook wat zwierige kenmerken. Naast de jugendstil heeft Gaudí zich ook laten inspireren door andere stijlen, zoals de Moorse kunststijl uit het zuiden van Spanje.
Op 10 juni 1926 overleed Gaudí op 73-jarige leeftijd in het Hospital de Sant Pau, nadat hij door een tram was aangereden. Hij werd daarna begraven in de crypte van de Sagrada Familia.

Parc Guell
Park Güell met zijn mozaïekbank en
de felgekleurde salamander 'el Drac' werd gebouwd in opdracht van de Spaanse ondernemer Eusebi Güell.
Vanaf de mozaïekbank in het park heb je een fantastisch uitzicht over Barcelona en de Middellandse zee.

 

Sagrada Família
De Sagrada Família (Catalaans) of Sagrada Familia (Spaans), heet voluit Basílica i Temple Expiatori de la Sagrada Família. Dat betekent Basiliek en Boetetempel van de Heilige Familie.
Sinds het leggen van de eerste steen in 1882 wordt bijna voortdurend aan de kerk gebouwd. Alleen gedurende de Spaanse Burgeroorlog heeft de bouw enkele jaren stilgelegen.
De huidige officiële opleveringsdatum is in 2026. De bouwdirectie houdt het erop dat het gebouw ‘klaar zou kunnen zijn ergens in het eerste derde van de 21e eeuw’.
Er is veel discussie rondom het bouwen van de Sagrada Família. Tegenwoordig worden nieuwe bouwmaterialen gebruikt waarvan sommigen vinden dat Gaudí deze zelf nooit zou hebben gebruikt.

 

Hospital de Sant Pau, waar Gaudi overleed

Beijing
Peking of Beijing is de hoofdstad van China. De stad is reeds sinds de stichting van de Qing-dynastie in 1644 de hoofdstad van China, met uitzondering van de periode 1928-1949, toen Nanjing de hoofdstad was.
Samen met Chongqing, Shanghai, Tianjin en Guangzhou is Beijing een van de 5 Chinese stadsprovincies die dezelfde status hebben als een Chinese provincie. De stadsprovincie Beijing wordt helemaal omgeven door de provincie Hebei, behalve in het zuidoosten, waar Beijing grenst aan de stadsprovincie Tianjin.
Beijing is met een inwonertal van net geen 20 miljoen (volkstelling 2010) een van de grootste steden van de Volksrepubliek en van de gehele wereld. Beijing wordt vooral gezien als het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur. De stad is daarnaast een belangrijk knooppunt voor verschillende vormen van vervoer met veel spoorwegen, autowegen en autosnelwegen die in en uit de stad gaan.
Beijing is, samen met Luoyang, Nanjing en Xi'an, een van de 4 historische hoofdsteden van China.

Verboden Stad
De Verboden Stad was de plaats van waaruit de Chinese keizers van de Ming- en de Qing-dynastie hun rijk bestuurden. De stad werd gebouwd en voltooid onder keizer Yongle (1360-1424), in 1422.

coat of arms Beijing

Het complex is 750x960 m groot en is ontworpen door een Vietnamese architect. Om het complex liggen een brede, diepe gracht en een muur van 10 m hoog. De Poort van de Hemelse Vrede geeft toegang tot de Verboden Stad.
De Verboden Stad was tijdens de Ming- en Qing-dynastie de vaste residentie van 24 achtereenvolgende keizers. De stad was verdeeld in het Binnenhof, waar de keizer, zijn familie en de hoogste politieke ambtenaren woonden, en het Buitenhof, waar de hofhouding woonde. Deze bestond onder andere uit de concubines, de paleiswachten en de eunuchen. Alles bij elkaar woonden er enkele duizenden mensen in de Verboden Stad.
Toen China in 1911 werd uitgeroepen tot republiek verloor de Verboden Stad zijn functie als keizerlijk paleis. Sinds 1924 is het complexofficieel  een museum.
De Verboden Stad staat sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Berlijn
Berlijn is de hoofdstad van Duitsland en als stadstaat een deelstaat van dat land. Berlijn is tevens de grootste stad van het land en na Londen de grootste stad in de EU.
In zijn geschiedenis, die teruggaat tot de 13e eeuw, was Berlijn de hoofdstad van Pruisen (1701–1918), het Duitse Keizerrijk (1871–1918), de Weimarrepubliek (1919–1933) en nazi-Duitsland (1933–1945). Na WO II was Berlijn gedurende meer dan 40 jaar een verdeelde stad, waarbij het oostelijke deel als hoofdstad fungeerde van de DDR en het westelijke deel een de facto exclave van West-Duitsland was. Na de Duitse hereniging in 1990 werd Berlijn de hoofdstad van de Bondsrepubliek Duitsland en de zetel van het parlement, de deelstaatvertegenwoordiging en het staatshoofd.
Oorspronkelijk bestond Berlijn uit 2 steden: Berlijn en Cölln. De naam Berlijn is mogelijk afgeleid van het Slavische woord 'berl', dat moeras betekent. Cölln is afgeleid van Colonia. Hiermee kan een kolonie van Berlijn bedoeld zijn, maar het zou een herinnering van de eerste bewoners aan hun stad van herkomst kunnen zijn, namelijk Keulen.

coat of arms Berlijn

Dokumentationszentrum Berliner Mauer
Het Documentatiecentrum van de Berlijnse Muur maakt deel uit van het herdenkingscomplex aan de Bernauer Straße, dat bestaat uit een authentiek overgebleven stuk van de Berlijnse Muur, de Kapel van Verzoening en het documentatiecentrum zelf.
Het documentatiecentrum bevat een breed scala aan informatie en diepgaande informatie over de geschiedenis van de Berlijnse muur. Op basis van de gebeurtenissen in de Bernauer Strasse bieden verschillende media algemene informatie over de historisch-politieke achtergrond en diepgaande details over de Berlijnse muur.
Een tentoonstelling omvat de chronologische presentatie van de gebeurtenissen voorafgaand aan augustus 1961, toen de muur werd opgericht, evenals een re-creatie van de ‘death strip’ tussen Oost- en West-Berlijn, waar bijna 200 DDR-burgers het leven verloren in een poging om te vluchten naar het westen. Op basis van een aantal media, omvat de herschepping het hele scenario van wachttorens, bewakers en waakhonden, prikkeldraad en mijnen vereist door wat in Oost-Duitsland bekend stond als de ‘anti-fascistische beschermingsbarrière’.

Jüdisches Museum Berlin
Het Jüdisches Museum Berlin, het Joodse Museum Berlijn, is het grootste Joodse museum in Europa. Het museum, dat geopend werd in september 2001, is gevestigd in de Lindenstraße in de Berlijnse wijk Kreuzberg en bestaat uit 2 ondergronds verbonden gebouwen: het oude gebouw van het barokke Kollegienhaus (voorheen Kammergericht) en het zigzagvormige nieuwe gebouw ontworpen door de Amerikaanse architect Daniel Libeskind. Er wordt wel gezegd dat Libeskind het gebouw eruit heeft willen laten zien als een gebroken davidster, maar daaraan wordt getwijfeld. Het centrale element van het Libeskind-gebouw zijn de assen in de kelder, die 3 essentiële manieren van het joodse leven in Duitsland symboliseren - de as van ballingschap, de as van de Holocaust en de as van continuïteit. De ‘lege ruimtes’, lege ruimtes die horizontaal door het hele gebouw lopen, doen denken aan de fysieke leegte die de Holocaust heeft achtergelaten. De installatie ‘Fallen Leaves’ van Menashe Kadishmann bevindt zich in de Memory Void.
Aan de andere kant van de Lindenstraße werd in 2011 de Academie van het Joodse Museum gebouwd in de voormalige markthal voor bloemen, ook volgens een ontwerp van Libeskind. In de academie bevinden zich het archief, de bibliotheek, het museumonderwijs, de tuin van de Diaspora en een evenementenhal. De bedoeling van dit Joodse museum is de bezoekers te laten nadenken over antisemitisme en Jodenvervolging.
We bezochten het Jüdisches Museum Berlin in 2007.

Museumszentrum Dahlem
Het gebied in en rond Dahlem is een centrum voor cultuur en wetenschap. Naast de vele musea heb je er ook een universiteit, de Freie Universität. De eerste musea dateren al uit de periode van 1914 tot 1923. Nu zijn er zes musea: het Etnologisches Museum,
het Museum für Indische Kunst, het Museum für Ostasiatische Kunst, het Museum für Kunst Afrikas, de Nordamerika Ausstellung en het Museum Europaïscher Kulturen.
We bezochten in het Museum für Ostasiatische Kunst in 2007 de tentoonstelling 'Tibet Veranstaltungen – Klöster öffnen ihre Schatzkammern'.

rechtsboven: bodhisattva Daio Seishi Bosatsu; linksonder: Chinese beschermgeest; rechtsonder: vierhoofdige god Harihara voor- en achterkant

Pergamonmuseum
Het Pergamonmuseum, geopend in 1930, is een van de meest bekende musea van de stad en staat bekend om zijn vele tentoonstellingen op het gebied van oude archeologische vondsten uit Oost Europa en Azië en Islamitische kunst. Het museum dankt zijn naam aan het Pergamonaltaar dat een centrale plek inneemt in het gebouw.
Het museum telt 4 afdelingen met Assyrische, Babylonische, Perzische en Islamitische kunstwerken. Het museum kenmerkt zich echter door 3 grote wonderen uit de klassieke wereld: het Pergamonaltaar, de Marktpoort van Milete en de Ishtar Poort.
Het altaar werd in 1878 door een Duitse archeoloog opgegraven in Pergamon, Turkije. Het altaar dateert van ongeveer 180 v. Chr.. Marmeren treden voeren naar een brede arcade; goden en reuzen sieren de sokkels.
De marktpoort, gebouwd in Romeinse stijl, diende als toegangspoort voor de marktplaats (agora) van de stad Milete. Hij was bedoeld om indruk te maken op de mensen die de stad bezochten. Milete lag in Büyük Menderes, in het huidige Turkije.
De poort die in Babylon stond, was gewijd aan de godin Ishtar, een van de Assyrische godinnen uit het antieke gebied Mesopotamië. Hij was 14 m hoog en werd gebouwd in opdracht van koning Nebukadnessar II.
We bezochten het Pergamonmuseum in 2006 en 2007.

 

linksboven: de Ishtar poort; rechtsboven: Yasilikaya

Brussel
Brussel (Frans: Bruxelles of Ville de Bruxelles) is de hoofdstad van België, van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De plaatsnaam ‘Brussel’ komt van 'Bruocsella' (in het Frankisch: ‘bruoc’ + ‘sella’), wat evolueerde tot Broekzele, wat betekent ‘nederzetting (zele) bij het moeras (broek)’.
Brussel ontstond rond een burcht op een eiland in de Zenne. Toen de stad uitdeide bouwde men een eerste stadsomwalling, waarvan nog enkele delen bewaard zijn gebleven. Al snel bleek deze te klein en een 2e vijfhoekige stadsomwalling werd gebouwd. Deze omvatte 7 heuvels: de Koudenberg, de St.-Michielsberg, de Warmoesberg, de Kunstberg, de St.-Pietersberg, de Zavel en de Kruidtuin.
De stad werd achtereenvolgens de hoofdstad van het hertogdom Brabant, de Zeventien Provinciën, de Zuidelijke Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (tezamen met Amsterdam), België, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest en is het bestuurlijk centrum van de Europese Unie.
In 1853 werd het gebied van de Europese Wijk aangehecht met de oostelijke uitbreiding van Brussel, in 1864 volgden het Ter Kamerenbos en de erheen lopende Louizalaan met de zuidelijke uitbreiding van Brussel en in 1921 kende de gemeente zijn grootste uitbreiding met de aanhechting van Haren, Laken, Neder-Over-Heembeek en de noordelijke uitbreiding.

coat of arms Brussel

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis
De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis hebben een van de grootste en meest diverse kunstcollecties van België. De grootste verzameling bevindt zich in het Museum Kunst & Geschiedenis.
Het Museum Kunst & Geschiedenis, één van de grootste Belgische musea, is gelegen in Jubelpark. De buitengewone collecties illustreren de geschiedenis van onze streken en van de grote beschavingen en culturen van de wereld.
Wij bezochten er in 1987 de tentoonstelling ‘De Azteken - Kunstschatten uit het Oude Mexico’.
De Azteken hadden erg veel kunst. Zij maakten muurschilderingen, sieraden, tempels, standbeelden en vele andere werken. De Azteken eerden kunstenaars dan ook. De kunstenaars stonden in de Azteekse maatschappij gelijk met de ambachtslieden. Deze mensen stonden allemaal onder de noemer ‘tolteca’, dit betekent ‘kunstenaar’ en ‘artistiek vermogen’. Een kunstenaar of ambachtsman werd beschouwd als gezegende, want hij kon de heilige waarheid uitbeelden in zijn werk.

rechtsboven: Aztekenkalender

Bunnik
Bunnik ligt in de provincie Utrecht. De geschiedenis van Bunnik gaat zo’n 2.000 jaar terug. De Romeinen bouwden kort na het begin van onze jaartelling bij Fectio (Vechten) een belangrijk castellum met een haven aan de toenmalige loop van de Rijn, hun grensrivier. Destijds was de Lek minder belangrijk. Het meeste water stroomde vanaf Wijk bij Duurstede naar het noorden, door Bunnik via Utrecht naar Katwijk aan den Rijn.
Bij het castellum ontwikkelde zich een handelsplaats. Deze bleef bestaan, ook toen het castellum in de 4e eeuw definitief door de Romeinen werd verlaten. Het gebied werd toen achtereenvolgens bezet door de Friezen en de Franken. In 723 schonk de Frankische hofmeier Karel Martel onder andere de restanten van Fectio aan de Utrechtse kerk. Onder kerkelijke leiding werd het gebied tussen de 8e en de 14e eeuw ontgonnen. In de 8e en 9e eeuw ontwikkelden zich de 3 kerkdorpen Bunninchem (Bunnik), Iodichem (Odijk) en Wercundia (Werkhoven). In de 12e en 13e eeuw werden er kleine dorpskerkjes gebouwd.
Uit de kerkelijke indeling ontwikkelde zich aan het eind van de middeleeuwen een aantal gerechten (bestuurlijke organisaties), die in de Franse tijd werden vervangen door gemeenten. Van 1817 tot 1856 waren er 4 gemeenten op het grondgebied van de huidige gemeente Bunnik, die alle vier een kwartier leverden van het gemeentewapen: de rode haan van Bunnik; St. Nicolaas uit Odijk; het Witte Paard van Werkhoven; en de Fleur de lis (uit het Van Renesse-wapen) van Rhijnauwen.
De huidige gemeente Bunnik bestaat sinds 1964.

coat of arms Bunnik

Museum Oud Amelisweerd
Museum Oud Amelisweerd was een museum dat gevestigd was in het landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik. Het museum toonde 3 collecties in samenhang: de breedste en grootste collectie werken van Armando, de historische buitenplaats Oud-Amelisweerd en uniek Chinees en andere historische behang. Die collecties werden verbonden door het centrale thema van het museum: de verhouding van mens en natuur.
In augustus 2018, werd het museum failliet verklaard. Er waren sinds de opening flinke financiële problemen geweest.

 

Cape Canaveral
Cape Canaveral is een plaats (city) in de Amerikaanse staat Florida, en valt bestuurlijk gezien onder Brevard County.
De plaats Cape Canaveral ligt op een barrière-eiland voor de oostkust van Florida ten zuiden van de kaap waarnaar de plaats is vernoemd. Cape Canaveral heeft een zeehaven (Port Canaveral) die voor industrie en cruise schepen wordt gebruikt. Deze is ook door een sluis vanaf de Bananariver bereikbaar. Ten noorden van Cape Canaveral liggen de ruimtehavens Cape Canaveral Air Force Station en het Kennedy Space Center.
Wij bezochten in 2009 het Kennedy Space Center.

logo Kennedy Space Center

Het Kennedy Space Center -vaak afgekort tot KSC- is de lanceerbasis en een ruimtevaartindustriecomplex van NASA bij Cape Canaveral op Merritt Island in Florida. Vanaf die lanceerbasis werden in het verleden de Apollo-vluchten voorbereid. Ook werden er de spaceshuttles gelanceerd.
Het complex ligt vlak bij Titusville -halverwege Miami en Jacksonville- en is ongeveer 55 bij 10 km groot. Daarmee heeft het complex een oppervlakte van ongeveer 56.600 ha, wat is te vergelijken met de oppervlakte van de provincie Flevoland. Dat is inclusief een groot deel aan 'ongebruikt' natuurgebied, strand en duinen.
De naam van het Space Center is een eerbetoon aan president John F. Kennedy.
That's one small step for men, one giant leap for mankind'. Op 16 juli 1969 werd in Florida de Apollo 11 gelanceerd vanaf het lanceerplatform in Cape Canaveral. Vijf dagen later stapte Neil Armstrong naar buiten als eerste man op de maan. Het werd een historisch missie.
Al voordat NASA werd opgericht, was het nabijgelegen Cape Canaveral door president Truman aangewezen als lanceerbasis voor raketten. Toen NASA begin jaren ‘60 moest gaan uitbreiden betrokken ze Merrit Island bij de basis.
Het Complex 39 op de lanceerbasis wordt nog steeds gebruikt om raketten te bouwen en lanceren.

 

 

 

Chinese Muur
De Chinese Muur of Grote Muur is een uit aarde en stenen opgetrokken verdedigingslinie in het noorden van China. De ruim 21.000 km lange muur, die in het Chinees lange muur van 10.000 li heet, moest het Chinees Keizerrijk beschermen tegen vijandelijke nomadische ruitervolkeren. Het complex strekt zich uit van Shanhaiguan, een stadswijk van Qinhuangdao aan de Golf van Bohai, tot de Jiayupas, bij de stad Jiayuguan in de provincie Gansu. De gehele verdedigingslinie, inclusief verdedigingsgroeven van 359 km en 2.232 km aan natuurlijke grenzen -rivieren, heuvels en bergen-, heeft een lengte van 21.196 km.

de Chinese Muur heeft geen recente coat of arms maar dit is een oude met de 12 symbolen van het keizerrijk China van 1915 tot 1928

De Muur is op veel plaatsen zwaar beschadigd of zelfs afgebroken. Daarom mag er op sommige stukken niet meer worden gelopen.
De Muur begint of eindigt aan de zeezijde in de Golf van Bohai met het grote fort Shanhaiguan dat enige jaren geleden helemaal is herbouwd. Dat fort heet de ‘Oude drakenkop’. Het ligt iets ten noorden van de havenstad Qinhuangdao.
De Chinese Muur is in 1987 opgenomen door de UNESCO op de Werelderfgoedlijst. In 2007 werd de Chinese Muur tot een van de 7 nieuwe wereldwonderen gekozen.

Den Haag
Den Haag of 's-Gravenhage  is de hoofdstad van de provincie Zuid-Holland en de 3e grootste gemeente van Nederland, na Amsterdam en Rotterdam. Sinds 1 januari 2015 vormt Den Haag samen met 22 andere gemeenten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Die regio maakt op zijn beurt weer deel uit van de Randstad. De woonplaats 's-Gravenhage omvat het hele grondgebied van de gelijknamige gemeente.
Den Haag is de enige grote Nederlandse stad aan de Noordzee en heeft een kustlijn van 11 km. De stad heeft over 2 badplaatsen: Scheveningen en Kijkduin. Daarnaast ligt een breed zandstrand met een duinenrij: een omvangrijk natuurgebied. Scheveningen -vroeger een vissersdorp- heeft een regionale haven. Door de ligging aan de Noordzee is Den Haag sinds de 19e eeuw een internationaal toeristenoord.
De Nederlandse regering en het parlement zijn in de stad gevestigd, en het is de residentie van het koninklijk huis. Al is Den Haag niet de hoofdstad van Nederland, het vervult wel degelijk die rol. Zo staan bijna alle ambassades en ministeries in Den Haag. Daarnaast is de stad standplaats van verschillende nationale en internationale rechtscolleges, waaronder het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof.

coat of arms Den Haag

Kunstmuseum Den Haag (voorheen Gemeentemuseum Den Haag)
Gelegen dichtbij het Scheveningse strand ligt het Kunstmuseum Den Haag. Het gebouw uit 1935 is ontworpen door de architect H.P. Berlage.
Het Kunstmuseum Den Haag bezit de grootste collectie schilderijen van Piet Mondriaan ter wereld met als hoogtepunt de ‘Victory Boogie Woogie’, zijn laatste werk. Daarnaast herbergt het museum een uitmuntende zilvercollectie, minutieus gedecoreerd Delfts Blauw en interactieve Wonderkamers.

rechtsboven: Bertha van Antwerpen door Pyke Koch en rechtsonder: 'Victory Boogie Woogie’ door Piet Mondriaan

Louwman Museum
Het Louwman Museum is een museum voor historische auto's, koetsen en motorfietsen. Het museum stond eerder bekend als het Nationaal Automobiel Museum en de Louwman Collection.
De verzameling van ruim 265 auto's is vanaf 1934 bijeengebracht door 2 generaties van de familie Louwman.
Het Louwman Museum is ontworpen door de Amerikaanse architect Michael Graves. Het heeft 3 etages en ruim 10.000 m2 expositieruimte. De hal is ruim en hoog, waarbij de nadruk meer ligt op de architectuur dan op de auto's.

boven links en rechts: de Mercedes-Benz 500K Spezial Roadster

 

 

 

 

linksboven: auto van Churchill, rechtsboven: auto van Elvis Presley, linksonder: auto van James Bond in de film Goldfinger en rechtsonder auto gebruikt in de film Godfather

Van 17 maart tot en met 21 juni 2015 waren de Glazen Koets en de tentoonstelling over de 5 jaar durende restauratie daarvan in het Louwman Museum te zien. Natuurlijk gingen we kijken.
De Glazen Koets is met de Gouden Koets een van de 2 gala-berlines van het Koninklijk Staldepartement. De naam van de koets is ontleend aan de royale vensters ('glazen'). De koets staat in de Koninklijke Stallen in Den Haag.
De Glazen Koets werd in 1821 voor koning Willem I besteld bij koetsenmaker P. Simons in Brussel. In 1826 werd hij afgeleverd. België en Nederland vormden toen nog één koninkrijk. In 1830 namen de muitende Belgen de koets, samen met de andere bezittingen van de verjaagde Oranjes, in beslag. Na de erkenning van het Verdrag van Londen in 1839 wat de definitieve internationale erkenning van de Belgische onafhankelijkheid betekende, reisde de Nederlandse opperstalmeester naar Brussel waar een aantal rijtuigen werd verkocht. De Glazen Koets werd vervolgens naar Den Haag overgebracht.
Koning Willem III en koningin Wilhelmina gebruikten de koets ook, maar in 1898 schonk de Amsterdamse bevolking Wilhelmina ter gelegenheid van haar inhuldiging de Gouden Koets. Wilhelmina wilde echter geen geschenken ter gelegenheid van haar inhuldiging aannemen en nam daarom de koets een dag later, op 7 september 1898, in ontvangst. Sinds 1903 maakt het staatshoofd in de regel één keer per jaar gebruik van dit rijtuig, en wel op Prinsjesdag.
De Glazen Koets dankt zijn naam aan de royale vensters ('glazen') en aan de horizontale witte band op het midden van het rijtuig met beschilderingen die achter glas zitten.
De kroon op het dak en de wapens op de portieren duiden dat dit het rijtuig van het staatshoofd is.
In het protocol zijn beide koetsen -de Gouden en de Glazen- gelijkwaardig.

Glazen Koets
De Glazen Koets is uitgevoerd in rood, wit en blauw. De rest is goud. Zo symboliseert het rijtuig de Nederlandse vlag
.

Van 8 juli tot en met 4 september 2016 vond ook in het Louwman Museum de tentoonstelling ‘Rijkspolitie Porsches’ plaats. Die expositie bestond uit de 13 verschillende modellen en uitvoeringen van de Porsches die de Rijkspolitie tussen 1962 en 1996 in gebruik had. Behalve de
Porsche-modellen waren er ook een Range Rover, 2 BMW-motorfietsen en uniformen die de Rijkspolitie destijds gebruikte te zien. Ook daarheen gingen we uiteraard.
Het was voor het eerst dat alle modellen gezamenlijk werden geëxposeerd. Velen zullen zich de Rijkspolitie Porsches herinneren als een bekende, gerespecteerde, bewonderde en soms zelfs gevreesde verschijning op de Nederlandse autosnelwegen.

de laatste door de politie gebruikte Porsches

Mauritshuis
Het Mauritshuis is oorspronkelijk een stadspaleis, gebouwd voor Johan Maurits prins van Nassau-Siegen in de 17e eeuw.
Het Mauritshuis -officieel Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis- is sinds 1822 een museum met voornamelijk schilderijen uit de Gouden Eeuw.
Tot de vaste collectie behoren Meisje met de parel en Gezicht op Delft van Johannes Vermeer, 'Soo voer gesongen, soo na gepepen' van Jan Steen, De stier van Paulus Potter en De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt van Rijn.
Het gebouw aan de Hofvijver behoort tot de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg' uit 1990.

linksboven: Jan Steen; rechtsboven: Paulus Potter; linksonder: Rembrandt

Panorama Mesdag
Panorama Mesdag is een cilindervormig panoramaschilderij van ongeveer 14 m hoog en met een omtrek van 120 m. Het schilderij, dat een van de oudste 19e-eeuwse panorama's in de wereld is, is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Het behoort tot de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg' uit 1990.
Het is in 1881 geschilderd door Hendrik Willem Mesdag, een beroemde kunstschilder uit de Haagse School. Hij was gespecialiseerd in het schilderen van zeegezichten. Zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten en de kunstschilders Théophile de Bock, George Hendrik Breitner en Bernard Blommers hebben ook een aanzienlijke bijdrage geleverd.
Panorama Mesdag stamt uit een periode waarin vele panorama's in Europa verschenen.
Boven op het Seinpostduin, toentertijd het hoogste duin van Scheveningen, werd ter plekke het uitzicht op een glazen cilinder getekend. Door er papier omheen te leggen, kon een platte weergave worden gemaakt. Door een lichtbron in het midden van de cilinder te zetten, kon de scène ook op het doek worden geprojecteerd.

Deshima
Eiland Dejima of Deshima (出島) in de haven van Nagasaki
Dejima of Deshima (出島, in de 17e eeuw ook wel 築島, Tsukishima, ‘Eiland dat uitsteekt’) was een kunstmatig, waaiervormig eilandje van nog geen 1½ ha in de haven van Nagasaki. Dat eilandje was vanaf 1641 tot en met 1859 een Nederlandse handelspost. In deze handelspost brachten Nederlandse kooplieden, meesters en opperhoofden het hele jaar afgezonderd door, want ze mochten zelden van het eiland af.

vlag Nagasaki

Deshima telt ongeveer 13.000 m2, wat ongeveer gelijk is aan de Dam in Amsterdam, en werd omringd door een houten muur met ijzeren punten en een brug die het eiland met het vaste land van Japan verbond. Op Deshima stonden pakhuizen voor de Nederlanders die er in redelijk comfort konden leven. Daarnaast stonden er kantoren van Japanse ambtenaren en tolken.
Het eiland werd volledig beheerst door Japanse bureaucratie, want er woonden hooguit 20 Nederlanders op Deshima maar waren er tientallen Japanse wachters, 36 penningmeesters, 15 koelie-opzichters, 24 huisbazen, 17 commissarissen, een aantal secretarissen en meer dan 150 tolken aanwezig.

 

 

Edinburgh
Edinburgh is -sinds 1437- de hoofdstad van Schotland maar niet de grootste stad van het land. Deze eer moet de stad aan Glasgow laten. In Edinburgh zetelt het Schotse Parlement en is het officiële verblijf van de Britse Koninklijke familie op het moment dat ze in Schotland verblijven. De stad ligt aan de oostkust van Schotland aan de Firth of Forth die uiteindelijk weer uitmondt in de Noordzee.
Er zijn talloze pubs en kroegen te vinden en in de verschillende grote winkelstraten kom je alle grote bekende winkelketens. In de straten die erachter verscholen liggen kom je de winkels tegen die Edinburgh uniek maken. Het historische centrum van Edinburgh dat ook wel bekend staat als ‘The Old Town & The New Town’ staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

coat of arms Edinburgh

Museum of Scotland
Het National Museum of Scotland werd in 2006 opgericht met de fusie van het Museum of Scotland, met collecties die betrekking hebben op Schotse oudheden, cultuur en geschiedenis, en het aangrenzende Royal Scottish Museum, met collecties over wetenschap en technologie, natuurlijke geschiedenis en wereldculturen.
Bijzondere stukken uit de collectie van het Museum of Scotland zijn zeer zeker de Lewis Chessmen. Ze zijn gemaakt van het ivoor van walrusslagtanden en van walvistanden. Ze behoren tot een compleet middeleeuws schaakspel van 79 stukken dat in 1831 werd ontdekt op het Schotse eiland Lewis in de Buiten-Hebriden. Het Museum of Scotland beschikt over 6 schaakstukken. De rest van het schaakspel is te zien in het British Museum in Londen. Niet minder apart is de Ram’s head table snuff mull and cigar box uit 1883/84. Een snuff mull is een oversized snuifdoos. Snuif was een mode die in de 18e eeuw populair werd in de hogere klasse van Groot-Brittannië.

Lewis Chessmen

 

National Gallery of Scotland
De National Gallery of Scotland behoort de belangrijkste kunsthistorische musea van Schotland. Het museum is te vinden op ‘the Mound’, een kunstmatige berg in het historisch centrum van Edinburgh. Het museum dat in 1859 voor het eerst zijn deuren opende heeft een bijzondere collectie aan neoklassieke werken, maar ook jongere werken zijn in het museum te vinden. Zo hangt er bijvoorbeeld een prachtig zelfportret van Rembrandt en zijn er meerdere werken van Vincent van Gogh te zien. Naast de bijzondere vaste collectie van het museum worden er met regelmaat exposities en tijdelijke tentoonstellingen in het museum gehouden.
Leuke bijkomstigheid van het museum is dat het altijd gratis kan worden bezocht.

linksboven: Old Woman Frying Eggs by Diego Velázquez; middenboven: The Skating Minister by Henry Raeburn
linksonder: Three Oncologists by Ken Currie; rechtsonder: An Allegory (Fábula) by El Creco.

Falaise de Bandiagara
Dogon
In het midden van Mali ligt het Bandiagara plateau: een gebied aan de zuidrand van de Sahel dat vanaf de Niger langzaam omhoog loopt tot aan de Falaise. Daar eindigt het plateau abrupt in een 100-den m hoge, steile klif die zich over een lengte van meer dan 150 km uitstrekt. Langs die klif woont de bevolkingsgroep de Dogon.
De Dogon arriveerden in de Bandiagare-klif omstreeks de 15e eeuw. Ze troffen daar de toenmalige inwoners, de Tellem, die vermoedelijk zijn weggetrokken. Wel hebben de Dogon verschillende elementen van hun cultuur overgenomen, waaronder het maken van beelden. De animistische Dogon traceren hun oorsprong terug naar Mandé, het oude kerngebied van Mali, aan de bovenloop van de Niger en hun migratie wordt wel in verband gebracht met het uiteenvallen van dat rijk, gesticht door de legendarische vorst Sunjata Keita. De klif was makkelijk verdedigbaar tegen slavenjagers en de opmars van de islam en de dorpen, die tegen de hellingen van de klif lagen, waren alleen via smalle paden bereikbaar. Hun doden konden veilig worden begraven in zandsteengrotten in de wand van de klif, en daar konden ze ook voorraden opslaan.
De Dogon hebben vele moeilijke tijden gekend door heersende droogten. De 16e en de 18e eeuw kenden ten minste 3 droge perioden. In de 19e eeuw viel de regen daarentegen meestal overvloedig. De Dogon voeren nog steeds veel rituelen uit die geassocieerd worden met droogte. Die rituelen zijn hoogstwaarschijnlijk ontstaan in de perioden waarin ze te kampen hadden met droogte. Water was ook in droge tijden meestal nog wel te vinden aan de voet van de klif, of iets verderop in de duinen. Voor de Dogon, die van de landbouw leefden, was dit water van levensbelang.

coat of arms Mali

Het dorp vormt de belangrijkste sociale eenheid van de Dogon, in het gebied onderaan de klif, op het plateau en in de vlakte naar het zuidoosten. Elk dorp heeft tevens een grote toguna, meestal hebben ze er zelfs 4 á 5. De toguna is een opvallend bouwwerk dat aan de zijkanten open is en waarvan het dak op enkele grote steenpijlers rust. Het is vaak een vergaderruimte voor mannen van alle leeftijden waarin zij belangrijke handelszaken bespreken, samen tabak kauwen en uitrusten van de hitte van de middagzon.
De Dogongemeenschap is opgebouwd uit ambachtsgroepen, die op kasten lijken. Naast de meerderheid van de Dogon, de landbouwers, zijn er aparte groepen van smeden en leerbewerkers. Men wordt als smid of leerbewerker geboren, en trouwt alleen binnen de eigen groep vanwege een taboe.
De Dogon vormen een gemeenschap waarin polygamie een centraal element is. De families zijn uitgebreid en bestaan meestal uit één man, zijn vrouwen, hun kinderen, en als ze nog leven, zijn moeder en vader. Het woord ‘ginu’ staat voor ‘het huis en zijn onmiddellijke omgeving’ (slaaphutten, graanschuren en een stal). Die staan allemaal in een cirkel rond een binnenplein.
Privacy is hier niet aan de orde, want het huis van de Dogonleden staat open voor de rest van de wereld.
Zoals mannen en vrouwen hun eigen, gescheiden hutten en graanschuren hebben, zo hebben zij ook hun specifieke taken in het huishouden. De mannen nemen de zware landbouwtaken op zich en bouwen huizen, repareren graanschuren, vlechten het stro voor de daken en maken werktuigen. De vrouwen halen het water, koken, bewerken de landbouwgronden en maken potten. Ze planten de gewassen voor de dagelijkse maaltijden. Zij brouwen tevens bier, waarmee ze zelf geld kunnen verdienen.
Dit bier wordt het 'vloeibare brood' genoemd, wat duidelijk maakt dat bier als bron van voedingsstoffen onderdeel is van het dieet, tenminste voor de mannen. Daarnaast heeft bier bij de Dogon veel andere functies: het is een belangrijke inkomstenbron, het creëert sociale relaties en het versterkt de familie- en voorouderrelaties. Daarnaast draait een van de belangrijkste gebruiken om bier: het Sigi ritueel. Dat ritueel geeft op symbolische wijze vorm aan het verschil tussen mannen en vrouwen.
De Dogonreligie kent geen schrift en wordt gekenmerkt door veel spectaculaire rituelen. Er zijn 2 groepen rituelen: offers en de rituelen die te maken hebben met de dood. Offers vormen de kern van de Dogonreligie. Er zijn offers voor elk sociaal niveau: het huis, de wijk, de clan, de dorpshelft en het dorp als geheel, steeds met een eigen altaar met een eigen naam. Minstens eens per jaar moet daarop een geit of schaap en een paar kippen worden geofferd. Maar het spectaculairste zijn de riten rond de dood. De overledene wordt meestal snel bijgezet in een van de grotten hoog in de bergwand. Bij het overlijden van een clanoudste, of in elk geval eens per jaar, volgt de eigenlijke begrafenis, nyû yana, 3 dagen voor de mannen en 2 voor de vrouwen die het afgelopen jaar zijn overleden. Hoogtepunten van dit ingewikkelde complex riten zijn dansen met schijngevechten, waarin de Dogon paraderen en schieten met de geweren die hun smeden maken, type oude voorlader met vuursteenslot. 's Nachts worden lange liederen ten gehore gebracht, waaronder de baja ni, het verhaal van een blinde profeet-zanger uit de 19e eeuw. De rouwperiode wordt afgesloten met de maskerdans. Gedurende een maand vlak voor de natte tijd, maken alle jongemannen maskers, en maken ze als groep een intocht in het dorp. Het aantal gemaskerde mannen kan daarbij wel oplopen tot wel 400. Een week lang dansen ze in alle wijken, met aan het eind een massaal optreden aan de voet van het dorp.

linksboven: toguna, rechtsboven: bier maken, linksonder: moskee, rechtsonder: hutjes

De maskers van de Dogon bestaan in wel 70 verschillende types. Een van de meest opvallende is de kanaga. Dit masker beeldt een vogel uit, de Kommolo tebu. Welke vogel dat geweest zou zijn is niet bekend. Een mythische jager zou een van deze vogels hebben gedood en een masker hebben gemaakt naar de gelijkenis. Het gezichtsmasker heeft bovenop een decoratie bestaande uit een dubbel kruis met zijgedeelten die naar boven en naar beneden wijzen. De kruisen zijn vaak versierd met dierlijke en menselijke figuren, die door het intensief gebruik van het masker veelal verloren zijn gegaan. Het masker wordt traditioneel gedecoreerd met zwarte vierkanten, driehoeken en strepen op een witte ondergrond, die ook ontleend zou zijn aan de vogel.
Dood en nieuw leven horen bij elkaar bij de Dogon, en de laatste fase van de begrafenis is daardoor een ritueel van geboorte, de 'Sigi'. Eens in de 60 jaar start de cyclus in het Noorden, en verhuist elk jaar naar een groepje dorpen zuidelijker, 5 jaar lang, om te eindigen in Bandiagara. Voorbereidingen voor dit ritueel nemen maanden in beslag, omdat de rituele teksten moeten worden geleerd aan nieuwe dorpssprekers, in de rituele taal, het 'Sigi so', ook de taal waarin de maskers worden toegesproken. Het ritueel zelf bestaat uit een wandeling door het dorp, alle mannen prachtig uitgedost achter elkaar op volgorde van leeftijd. Het hoogtepunt is het bierritueel. Gezeten op een zitstok, drinkt elke deelnemer het Dogonbier uit een ovale kalebas, die met de linkerhand wordt vastgehouden. Beter kan het leven niet worden.

 

Gouda
Gouda ligt in Midden-Holland en in het stedelijk gebied de Randstad, op ruwweg gelijke afstand van Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Gouda heeft een regiofunctie binnen het Groene Hart, waar het qua inwoners de grootste stad en de op één na grootste gemeente is (na Alphen aan den Rijn). Het is naar inwonertal gemeten de 48e gemeente van Nederland en de 12e gemeente van Zuid-Holland.
Gouda ligt bij de samenvloeiing van de rivieren de Gouwe en Hollandse IJssel. Mede dankzij de binnenvaart over deze rivieren groeide Gouda in de middeleeuwen uit tot een belangrijke stad. In 1272 kreeg de stad stadsrechten en aan het eind van de middeleeuwen was Gouda uitgegroeid tot de 5e stad van Holland. In de binnenstad is nog altijd een groot aantal historische en monumentale gebouwen te vinden, waarvan het Stadhuis en de Sint-Janskerk waarschijnlijk de beroemdste zijn. De stad staat daarnaast bekend om zijn Goudse kaas, die in de zomer verhandeld wordt op de donderdagse toeristische kaasmarkt. Ten slotte geniet Gouda bekendheid door de fabricage van kaarsen, pijpen, Gouds plateel, stroopwafels en de jaarlijkse Kaarsjesavond.
Gouda werd lange tijd aangeduid onder andere namen als Golde, Die Goude, Ter Goude en Tergouw, alle verwijzend naar de rivier de Gouwe. De Gouwe werd in 1139 voor het eerst vermeld in een oorkonde, onder de Latijnse naam Golda. Daarin werd gesproken over 'nieuwe ontginningen aan de Gouwe': nove culture juxta Goldam. Een oorkonde uit 1178 spreekt van terram quandam juxta Goldam, 'zeker land aan de Gouwe'.
Over de herkomst van de naam Gouwe bestaan verschillende theorieën, maar geen daarvan staat onomstotelijk vast. De naam zou afgeleid kunnen zijn van de algemene benaming 'gouw(e)' voor een rivier met een weg erlangs. Volgens een andere theorie zou de naam slaan op de gouden gloed die het water van de Gouwe, ooit een veenstroom, heeft gehad. 'Golda' zou kunnen zijn voortgekomen uit het Germaanse 'gulda' (goud) + 'ahwõ' (natuurlijke waterloop in zeekleigebied). Deze gloed werd dan veroorzaakt door het veen dat door het heldere water zichtbaar was.
De tot dan toe gebruikelijke naam Golde werd in de middeleeuwen vervormd tot Goude of Ter Goude. In middeleeuwse Latijnse teksten werd de naam geschreven als Gouda, waarmee zowel de rivier als de stad kon worden bedoeld. Mede dankzij humanisten en de geschiedschrijving wist de Latijnse benaming uiteindelijk de naamsvorm 'Ter Goude', die nog lang in gebruik was, te vervangen. Tegenwoordig is Gouda de enige stad in Nederland die zowel officieel als in de volksmond met de Latijnse naamsvorm wordt aangeduid.

coat of arms Gouda

We bezochten in Gouda het Museum Gouda en de Sint-Janskerk.

v.l.n.r. ingang museum, Sint-Janskerk en toren Sint-Janskerk

In het museum ging onze aandacht eind 2011 in hoofdzaak uit naar de tentoonstelling ´Schetsen van Schoonheid´. Centraal in die tentoonstelling stonden de 16e-eeuwse ontwerptekeningen voor de zogenaamde ‘Goudse Glazen’, de gebrandschilderde ramen van de Sint-Janskerk, van de beroemde glasschilder Dirck Crabeth (ongeveer 1510-1572). Die glasschilder werkte voor onder andere prins Willem van Oranje en koning Philips II van Spanje.
De tekeningen waren de voorgaande 7 jaar gerestaureerd en toen eenmalig te bewonderen.  De tekeningen, van 5 tot wel 22 m hoog, getuigen niet alleen van het ontwerpproces van de ramen; het zijn kunstwerken op zich, die behoren tot de keur van de Nederlandse renaissance. De tentoonstelling belichtte het vakmanschap van Crabeth, het proces van de vervaardiging van gebrandschilderd glas en de restauratie van de kunstwerken. Dat de tekeningen bewaard zijn gebleven is volgens het museum uitzonderlijk.
Direct na de tentoonstelling wilden we natuurlijk de 'Goudse Glazen' in de Sint-Janskerk zien.

Museum Gouda
Aan de Oosthaven in het centrum van Gouda, onder de vleugels van de Sint-Janskerk, is Museum Gouda gevestigd. Het museum bestaat uit verschillende eeuwenoude panden en is dan ook een samenraapsel van de rijke Goudse geschiedenis.
In Museum Gouda is een animatiefilm te zien over de ontwikkeling van Gouda, in 7 minuten, door de eeuwen heen; van woest en ledig tot heden. Er is een reusachtige stadsmaquette aanwezig, waarin Gouda uit het jaar 1562 nauwkeurig op schaal 1:350 is nagebouwd.
Museum Gouda werd in 1874 opgericht als het Stedelijk Museum van Gouda door onder anderen stadstekenaar J.J. Bertelman en predikant J.N. Scheltema. Het museum werd gevestigd in het gebouw Arti Legi op de Markt. In 1947 werd de collectie ondergebracht in het Catharina Gasthuis. De functie en geschiedenis van het Gasthuis zijn terug te vinden in verschillende ruimten: de Chirurgijnsgildekamer, de kamer waar de chirurgijns vergaderden sinds 1699, een compleet apothekersinterieur op de oorspronkelijke plek van de Goudse stadsapotheek en in de kelder van de Gasthuiskapel is een verzameling straf- en martelwerktuigen te zien. Deze werden vroeger op het stadhuis van Gouda gebruikt om straffen van burgers te beslechten. In die kelder is ook een dolcel te vinden; psychiatrische patiënten werden daar in het verleden opgesloten.

 

 

rechts: Jonas in de bek van de walvis

Sint-Janskerk
De Sint-Janskerk of Grote Kerk in Gouda is een grote kruiskerk in gotische stijl. De kerk is beroemd vooral vanwege de reeks gebrandschilderde glazen. Het kerkgebouw zelf heeft karakteristieke overkappingen en is het langste kerkgebouw in Nederland met 123 m buitenwerks. In hoofdzaak dateert de kerk uit de 15e en 16e eeuw, maar de historie van het gebouw gaat verder terug.
De Sint-Janskerk is gewijd aan Johannes de Doper, de schutspatroon van Gouda. De symbolische kleuren van deze heilige, rood en wit, zijn in het stadswapen terug te vinden. De kerk behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1990 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
De Goudse glazen zijn de gebrandschilderde glas-in-loodramen van de St.-Janskerk. De ramen dateren uit de 16e eeuw en zijn vervaardigd door beroemde glasschilders uit die tijd, zoals de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth. De kerk bevat in totaal 72 ramen van diverse afmetingen, waaronder 3 moderne ramen. Het totale oppervlak van de ramen is 1.755 m2.
De ramen maakten in 1991 onderdeel uit van de Lijst 'Top 10' Glas-in-lood van het toenmalige ministerie van WVC in verband met aanvullende beschermende maatregelen bij buitengewone omstandigheden.
De ramen zijn niet alleen van belang vanwege hun hoge kwaliteit en schoonheid, maar ook omdat vrijwel alle originele ontwerpen, de zogeheten cartons, bewaard zijn gebleven. Het kerkbestuur vroeg na voltooiing van een raam de glasschilders hun ontwerptekeningen in te leveren. Crabeth kreeg in ruil daarvoor nieuw papier, anderen ontvingen een geldbedrag.
Deze cartons zijn met houtskool of krijt getekend op papier, op ware grootte en zijn tot 22 m hoog. Het is niet bekend hoe de ontwerpen op het glas zijn overgebracht, wellicht via een tussenstadium dat in kleine stukken is gesneden en verloren is gegaan. De cartons zijn van tijd tot tijd gebruikt om kapotte delen te herstellen.
De tekeningen zijn in de kerkkluis opgeborgen. In totaal gaat het om 2 km tekeningenarchief, opgeslagen in stalen rollen.

links- en rechtsboven: de inname van Damiate

 

Groningen
Groningen, is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Groningen en de grootste kern in de gelijknamige gemeente. De plaats wordt in de provincies Groningen en Drenthe vaak ook kortweg aangeduid met Groningen-Stad of kortweg Stad, ter onderscheiding van de provincie en de historische Ommelanden. Het is de grootste stad van noordelijk Nederland.
Van Groningen zijn geen geschreven stadsrechten bekend. Door de relatief geïsoleerde ligging ten opzichte van de opeenvolgende feitelijke machtscentra -Utrecht, Den Haag en Brussel- was de stad historisch gezien vooral op zichzelf en de directe omgeving aangewezen. Als Hanzestad maakte Groningen deel uit van het Noord-Duitse handelsnetwerk. Later werd de stad vooral een regionaal marktcentrum. De stad ontwikkelde zich tot, en was eeuwenlang de facto, een stadstaat. Sinds de Republiek hoorde Groningen nominaal bij Nederland, maar tot aan de Franse tijd bleef Groningen feitelijk een autonome stad, die heer was in het grootste deel van de provincie. Na de Franse tijd verloor de stad zijn overheersende positie in de provincie.
Aan het einde van WO II werd er gevochten in Groningen en bij de bevrijding in 1945 ging een groot deel van de binnenstad in vlammen op. Tegenwoordig is Groningen een stad met gevarieerde handel en industrie. Groningen is ook een studentenstad.
De oorsprong en betekenis van de naam Groningen en de oudere variant 'Groeningen' zijn niet zeker. Dichters probeerden het te koppelen aan een volksverhaal over ballingen uit Troje die onder leiding van een zekere mythische figuur Gruno -of Grunius, Gryns of Grunus- hier een nederzetting met Frygiërs uit Duitsland zou hebben gesticht in 453 v. Chr. -volgens een andere overlevering in 130 v. Chr.- en een kasteel hebben gebouwd aan de Hunze dat hij 'Grunoburg' noemde. Dat kasteel zou later weer door de Vikingen zijn verwoest en later zou mogelijk op de fundamenten hiervan de Sint-Walburgkerk zijn gebouwd. Er is echter geen enkel bewijs voor deze verhalen.
Een andere theorie stelt dat de naam Groningen is afgeleid van de mansnaam 'Groni'. Hierbij wordt verwezen naar het voorkomen van de vroege spelwijzen 'Groningi' en 'Groninga' in de 11e eeuw en de oude naam 'Gronesbeke' voor een watertje nabij de Hunze (noordgrens van Everswolde (Zuidlaarderveen)). De naam zou dan betekenen 'bij de lieden van Groni'.
Wéér een andere theorie over de oorsprong is dat de oude naam Groeningen is afgeleid van 'Groen-inge';’groene velde(n)’. 'groen' zou daarbij van 'cruon' komen en een inge -of enge- is een oude benaming voor een open veld, die in het Saksische gedeelte van Nederland en Duitsland vaak heuvelachtig was. In het wapen van Groningen -en de vlag- zou dit terugkomen in de groene streep; een groene strook land; tussen de Lauwers, de Eems en de Waddenzee.
Groningen ontstond op de noordelijkste uitloper van de Hondsrug. De oudste schriftelijke vermelding die bekend is, villa Cruoninga, dateert uit 1040, maar het staat vast dat de huidige stad al ver daarvoor een bewoonde plaats was. De oudste archeologische vondsten binnen het gebied van de huidige stad zijn met behulp van de C14-methode gedateerd op circa 3950–3720 v. Chr.. Een onafgebroken bewoning kan worden vastgesteld vanaf de 3e eeuw. Groningen is waarschijnlijk ontstaan uit 2 verschillende kernen; de ene lag rond het huidige Martinikerkhof en de andere tussen het Zuiderdiep en het Verbindingskanaal.
De stad is van origine een esdorp met een brink -de Grote Markt- en aan noord- en zuidzijde 2 essen.

coat of arms Groningen

Groninger Museum
Het Groninger Museum is opgericht in 1874. Vanaf 1894 was het gevestigd aan de Praediniussingel in Groningen. Sinds 1994 heeft het een spectaculair postmodern gebouw, gelegen tegenover het Centraal Station, ontworpen onder supervisie van de Italiaanse architect Alessandro Mendini. Het museum steekt af tegen de omgeving en is dan ook aanleiding voor discussie over moderne museumarchitecteur.
Het museum biedt een veelzijdige collectie. Het toont Gronings zilver, archeologische vondsten, schilderijen, druksels en houtsneden van de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg, naast schilderijen, sculpturen, installaties en toegepaste kunst, afkomstig uit verschillende stijlperioden van de kunstgeschiedenis. Tot de beroemdste kunstenaars, van wie het museum werk in bezit heeft behoren: Breitner, Charley Toorop, Jozef Israëls, Milan Kunc, Peter Paul Rubens, Carel Visser en Andy Warhol.

 

Chinees porselein

 

 

 

Stationshal Groningen
De centrale hal van het Centraal Station van Groningen ademt een sfeer van meer dan een eeuw geleden: het metselwerk in vlechtwerken van rode, gele en zwarte stenen, een hoge smeedijzeren lantaarn en de teksten boven de doorgangen. De kleurrijke bloemmotieven en architectonische elementen aan het plafond zijn gemaakt van papier-maché. Deze techniek was vroeger niet ongebruikelijk vanwege de lage kosten en het lichte gewicht. Wel is de toepassing op zo grote schaal bijzonder.
Hoog in de wanden van de hal, aan de spoorzijde en de voorkant van het station, bevinden zich grote glas-in-loodramen met sierlijke patronen in 5 kleuren. Aan de andere 2 zijden liet architect Isaac Gosschalk tegeltableaus aanbrengen. De tableaus zijn een ontwerp van F.H. Bach, destijds docent handtekenen aan Academie Minerva. Van de 3 voorstellingen aan de westkant van de hal stelt die in het midden de Groningse stedenmaagd voor. Ze troont boven gevleugelde wielen -het symbool voor de spoorwegen- en diverse symbolen van de stad. Aan weerszijden zijn de Telegrafie en de Post verbeeld. Aan de overkant stellen 2 mannenfiguren de Arbeid en de Tijd voor. De Arbeid heeft een schop in de hand en wordt omgeven door ijverige diersoorten zoals spinnen, mieren en bijen. De gevleugelde Tijd is onder meer te herkennen aan de zandloper en astrologische tekens.

Haarzuilens
Haarzuilens is een woonplaats in het noordwestelijk deel van de gemeente Utrecht.
Tot Haarzuilens behoren, behalve de bebouwde kom rondom de Brink en het Kasteel de Haar, de Thematerweg en de buurtschappen Ockhuizen en Lage Haar.
De oorspronkelijke naam van Haarzuilens is De Haar. Aan het einde van de 14e eeuw worden het kasteel en de heerlijkheid met deze naam voor het eerst genoemd; waarschijnlijk zijn ze echter enkele eeuwen ouder. Op 1 januari 1812 ging dit gebied voor een korte tijd deel uitmaken van de gemeente Vleuten. Op 1 januari 1818 werd De Haar weer zelfstandig; er werd een gemeente Haarzuilens gevormd uit de vroegere gerechten De Haar, Themaat, Themaat Engsgerecht en De Hegge op Themaat. Deze gemeente bestond tot 1 januari 1954. In het kader van een gemeentelijke herindeling rondom de stad Utrecht werd toen een nieuwe gemeente Vleuten-De Meern gevormd. Hiertoe ging ook Haarzuilens behoren. Op 1 januari 2001 werd deze gemeente, en daarmee Haarzuilens, bij de gemeente Utrecht gevoegd. De status van officiële woonplaats heeft Haarzuilens evenwel behouden, zowel in 1954 als in 2001.
Haarzuilens is vooral bekend door het Kasteel de Haar. Oorspronkelijk lag het dorp dichter bij het kasteel. In 1898 werd Haarzuilens, op de tot ruïne vervallen kerk na, afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe kasteeltuinen. Op de huidige locatie, ongeveer 1 km oostelijker dan de oude, verrees een nieuw Haarzuilens, grotendeels ontworpen door architect Pierre Cuypers, die ook verantwoordelijk was voor de herbouw van het kasteel. Het nieuwe dorp was evenals het oude opgezet als een brinkdorp. Door alle bouwactiviteiten in en rondom het kasteel verdubbelde de omvang van het dorp.

coat of arms Haarzuilens

Kasteel De Haar
Kasteel De Haar (vroeger Het Huys te Haer) is een monumentaal kasteel. Het is het grootste kasteel van Nederland. Het werd vanaf 1892 op de ruïne van het oude kasteel gebouwd in neogotische stijl.
De Haar bestaat uit een omvangrijk terrein waarin zich naast het hoofdgebouw onder meer bijbehorende tuinen en gebouwen zoals een kapel bevinden. Het naastgelegen dorp heeft verder een sterke relatie met het kasteel en het geheel valt onder beschermd dorpsgezicht.
Het interieur van het kasteel is zeer rijk gedecoreerd in 'eclectische stijl' waarbij de hoofdmoot is ontworpen in de neogotische stijl. Het beeldhouwwerk in kalkzandsteen, het schrijnwerk in voornamelijk eiken, de geschilderde en gesjabloneerde decoraties, het glas-in-lood en smeedwerk is met de hand vervaardigd in de ateliers van Cuypers in Roermond of door specialisten waar Cuypers al vaker mee had gewerkt.
Het interieur van de Centrale hal, met zijn gotische vensters, rozetten, pinakels en grote beelden doet sterk denken aan het interieur van een katholieke kerk. Niet verwonderlijk want Cuypers ontwierp tientallen kerken in neogotische stijl en bovendien, er was specifiek gevraagd om een centrale hal in 'style cathédrale'.
Naast de nagelvaste decoraties in het kasteel en de bijgebouwen ontwierp Cuypers ook een aantal 'roerende zaken', zoals meubilair, de eettafel met bijpassende stoelen en dientafels, tafels en stoelen, omkeerbanken, een secretaire, kathedertje, en een zilveren bestek speciaal voorzien van de familiewapens. Het kasteel, de bijgebouwen, de poorten, bruggen en de parkinrichting alsmede de inboedel kunnen samen gezien worden als een uniek ensemble.

Harmelen
Harmelen is een dorp in de gemeente Woerden in de provincie Utrecht. Het dorp wordt doorsneden door de Leidse Rijn, die overgaat in de Oude Rijn.
Tot 2001 was Harmelen een zelfstandige gemeente, in dat jaar werd het bij de gemeente Woerden gevoegd. In het buitengebied van Harmelen is de belangrijkste agrarische functie veeteelt. Ook komt er veel fruit- en glastuinbouw voor.
Huis Harmelen is een voormalig kasteel en ridderhofstad uit 1295 dat in 1672 werd verwoest  en in de 20e eeuw weer werd herbouwd.
Oorspronkelijk gebouwd rondom de middeleeuwse kerk midden in het dorp, is de kern tegenwoordig uitgebreid met diverse nieuwbouwwijken. Station Harmelen is een voormalig spoorwegstation. Op vrijdag 27 september 2013 werd Harmelen door de luisteraars van radiozender 3FM uitgeroepen tot het leukste dorp van de provincie Utrecht.
De meest dramatische dag in de historie van Harmelen is de treinramp op 8 januari 1962. Hoewel dit ongeluk bekend bleef als de Treinramp bij Harmelen, vond het plaats op het grondgebied van de toenmalige buurgemeente Kamerik.

coat of arms Harmelen

Siegertmuseum
In het sfeervolle Siegertmuseum is de geschiedenis van Siegert's Bakkerij in allerlei vormen te zien: foto’s, boeken, een bakkerswinkeltje, een bak(kers)fiets en honderden bakkersattributen geven een mooi beeld van het ambacht en van de bakkersfamilie.
Dat er zoiets moois en lekkers als brood voortkomt uit bloem of meel en water is eigenlijk onvoorstelbaar. Hoe zou iemand er ooit toe zijn gekomen om van meel en water goed eetbaar voedsel te maken? In elk geval werd er in de prehistorie al graan tussen 2 stenen fijn gewreven en de meelbrei werd gebakken op verhitte stenen of in hete as. De Egyptenaren ontdekten zo’n 6.000 jaar geleden bij toeval hoe gistingsprocessen het deeg van de platte vladen (koeken van ongezuurd deeg) lieten rijzen, waardoor het eerste brood een feit was.
De familie Siegert brengt al sinds 1776 bakkers en molenaars voort. In 1891 vestigde de overgrootvader van Carl Siegert zich als brood- en banketbakker in Harmelen. In 1997 nam Carl Siegert het bedrijf van zijn vader over en zette hij een andere koers uit. Hij richtte de broodproductie helemaal op de horeca.
Siegert maakt gebruik van biologische grondstoffen, zoals biologische tarwe van Hollandse bodem.
Het brood wordt alleen verkocht via de horecagroothandel en is sinds kort ook in Duitsland en België te koop.

Vauxhallmuseum
Vauxhall, in Engeland zie je ze nog wel rijden al zijn het dan eigenlijk Opels, maar in Nederland zijn ze ondertussen vrij zeldzaam. Het zal bij weinig mensen bekend zijn dat er een museum bestaat dat gevuld is met Vauxhall's en veel voor ons herkenbare gereedschappen, oude reclameborden en dergelijke.
Het museum bevindt zich in onze woonplaats Harmelen en is van Ries van Leeuwen. De grootste verzameling van het Engelse automerk Vauxhall staat er.
Ries van Leeuwen wordt in de wereld van oldtimers ook wel Mr. Vauxhall genoemd, omdat hij de grootste verzameling bijzondere exemplaren van dit Engelse automerk heeft.

 

 

 

Hiroshima
Hiroshima (広島市, Hiroshima-shi) is een Japanse havenstad in de gelijknamige prefectuur in het zuidwesten van het Japanse hoofdeiland Honshū. De stad ligt op de plaats waar de rivier de Ota uitmondt in de Japanse Binnenzee.
De stad ontstond vanaf 1589 rond een kasteel dat in de plaatselijke rivierdelta was gebouwd. Het gebied stond bekend als ‘Hiroshima’, in het Nederlands ‘breed eiland’. In 1889 werd de haven uitgebouwd, en Hiroshima werd verder ontsloten door de spoorlijn tussen Kobe en Shimonoseki (1894). Tijdens de Eerste Chinees-Japanse oorlog, die datzelfde jaar begon, was de stad keizerlijk hoofdkwartier en logistiek centrum, en in de periode daarna werd Hiroshima een belangrijke militaire basis.
Hiroshima was de eerste stad in de geschiedenis van de mensheid die met een atoombom werd aangevallen. Tijdens WO II werd op 6 augustus 1945 om 08:15 uur boven Hiroshima de uraniumbom Little Boy -die 4400 kg woog- afgeworpen uit de Amerikaanse B-29 Superfortress bommenwerper Enola Gay. Harry S. Truman was toen president. Een half uur voor het vallen van de atoombom liet een andere B-29 Superfortress die ter verkenning voorop vloog, het luchtalarm afgaan. Dat werd na ongeveer 25 minuten afgeblazen, waardoor de uraniumbom viel toen alle inwoners juist de schuilkelders uit waren. Er verliepen 45 seconden tussen het afwerpen van de bom en de explosie. De bom kwam 580 m boven de grond tot ontploffing.

vlag Hiroshima

Vredesmuseum van Hiroshima (広島平和記念資料館, heiwakinenshiryōkan)
Het Vredesmuseum van Hiroshima werd in augustus 1955 in het ‘Vredespark’ opgericht ter nagedachtenis aan de atoombom ’Little Boy’ van 4.400 kg die door de Amerikaanse bommenwerper Enola Gay op 6 augustus 1945 om 08:15 uur op de stad Hiroshima werd gegooid waardoor de stad volledig werd verwoest. Het doel van het museum is een bijdrage te leveren aan de strijd voor de afschaffing van alle kernwapens in de wereld en bij te dragen tot de wereldvrede.
De stichting die het museum beheert, verzamelt herinneringsstukken van de gebeurtenis en ervaringsverslagen van getuigen. Het museum is ook actief in de internationale vredesbeweging.

linksboven: Hiroshima Castle; rechtsboven: Vredespark;
linksonder: Vredespark met eeuwige vlam; rechtsonder: Vredesmuseum.

Keulen
Keulen is een stadsdistrict (kreisfreie Stadt) en metropool in Duitsland, in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen aan de Rijn, ten noorden van Bonn en ten zuiden van Neuss en Düsseldorf. Keulen is de 4e stad van Duitsland en de grootste van Noordrijn-Westfalen. Keulen is de hoofdstad van het Regierungsbezirk Keulen en de officieuze hoofdstad van het Rijnland.
De geschiedenis van de stad gaat meer dan 2.000 jaar terug. Keulen speelde vanaf de middeleeuwen een belangrijke rol in kerk en politiek. Vroeger was het onderdeel van keurvorstendom Keur-Keulen.
De stad is beroemd om zijn rijke geschiedenis, het culturele en architecturale erfgoed en een aantal grote en internationale evenementen, zoals het carnaval en de handelsbeurzen. Keulen beschikt tevens over een universiteit, een van de oudste van Europa, en over een luchthaven, die het deelt met Bonn.

coat of arms Keulen

Kölnisches Stadtsmuseum
Op 14 augustus 1888 werd het Kölnisches Stadtsmuseum geopend, oorspronkelijk gevestigd in de Hahnentorburg en de Eigelsteintorburg, 2 stadspoorten van de Keulse middeleeuwse stadswal. In 1927 verhuisde de collectie naar de kazerne van de Duitse Kurassiers. In 1958 verhuisde de collectie vervolgens naar de huidige locatie, het Zeughaus, het vroegere wapenarsenaal van de stad, gebouwd tussen 1594 en 1606 en sinds 1958 een museum.
We bezochten er in 1980 de tentoonstelling ‘Tutanchamun in Köln’.

linksboven: achterkant  gouden masker Toetanchamon; rechtsboven: sarcofagen Toetanchamon;
linksonder: de binnenste sarcofaag Toetanchamon; rechtsonder: lotuskelk Toetanchamon.

Kioto
Kioto of Kyoto (京都市, Kyōto-shi) is een stad in Japan. Gedurende ruim 1.000 jaar was Kioto de keizerlijke hoofdstad van Japan, maar het is nu alleen de hoofdstad van de prefectuur Kioto. Kioto maakt deel uit van de agglomeratie Keihanshin.
Het gebied van Kioto is pas door mensen bewoond vanaf de 7e eeuw, en wel door de Hata-clan die Japan binnenkwam vanuit Korea. Tijdens de 8e eeuw werden boeddhistische godsdienstige autoriteiten machtig, hetgeen een reden was voor de Japanse keizer om de hoofdstad ver van de boeddhistische invloed te vestigen.
De nieuwe stad, Heiankyo genoemd, werd de zetel van het keizerlijke hof vanaf 795. Later kreeg de stad de naam Kioto. Kioto bleef de hoofdstad van Japan tot het einde van de Edoperiode in 1868. Nadat Edo was hernoemd tot Tokio -dat 'oostelijke hoofdstad' betekent-, was Kioto korte tijd bekend als Saikyo (西京), dat 'westelijke hoofdstad' betekent.
Vanwege het rijke culturele erfgoed in Kioto bleef de stad een bombardement tijdens WO II bespaard.
In 1997 werd in Kioto de conferentie gehouden die resulteerde in het Kyoto-protocol over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen.

coat of arms Kyoto

Kasteel Nijō (二条城, Nijō-jō)
Kasteel Nijō bestaat uit 2 ringen van verdedigingswerken, beide omgeven door een gracht en een muur. De buitenste muur heeft 3 poorten en de binnenste 2. Binnen de binnenste muren ligt het Honmaru-paleis met de bijbehorende tuin. In de buitenste ring liggen het Ninomaru-paleis, de keukens, de wachtershuisjes en enkele andere tuinen.
Het Honmaru-paleis (本丸御殿, Honmaru Goten) is een gebouw met een oppervlakte van 1.600 m2. Het gebouw heeft 4 vertrekken: woonruimte, receptie en entertainment, keukens, en een toegangshal. Het paleis heeft schilderingen van beroemde Japanse schilders, zoals Kanō Eigaku.
Het Ninomaru-paleis (二の丸御殿, Ninomaru Gōten) bestaat uit 5 gebouwen, met een totale oppervlakte van 3.300 m2. Van buiten is het paleis gedecoreerd met houtsnijwerk en gouden afbeeldingen, die vooral tot doel hadden om bezoekers te overtuigen van de macht en rijkdom van de shogun. De schuifdeuren en muren van de kamers zijn beschilderd door kunstenaars van de Kanō-school.

Kinkaku-ji
De Kinkaku-ji (金閣寺, Gouden Paviljoen-tempel) in Kioto met zijn Gouden Paviljoen (金閣, Kinkaku) dat op het water lijkt te drijven, is een van de bekendste toeristische trekpleisters van Japan.
Het beroemdste deel van de tempel is het Gouden Paviljoen (金閣, Kinkaku) in de tuin bij de tempel. Het dient als een shariden, een opslagplaats voor relieken van de Boeddha. Het gebouw weerspiegelt fraai in de vijver, die daarom spiegelvijver wordt genoemd. Behalve de onderste verdieping is het hele paviljoen bedekt met zuiver bladgoud, wat de tempel bijzonder waardevol maakt. Het dak is bedekt met dunne plankjes van Japanse cipres en er staat ook een feniks. Het gebouw is een goed voorbeeld van de architectuur uit de Muromachi-periode aangezien het een combinatie is van 3 verschillende stijlen.
De relikwie-hal (Shariden) staat bekend onder de naam het Gouden Paviljoen, waar uiteindelijk de hele tempel naar is vernoemd. De officiële naam van de Kinkaku-ji luidt Rokuon-ji (鹿苑寺, Hertenkamp-Tempel). Die naam werd afgeleid van de eerste 2 karakters van de postume naam van shogun Ashikaga Yoshimitsu (1358-1408). Rokuon (鹿苑, Hertenkamp) was het gebied van Shakyamuni’s eerste preek nadat hij de verlichting wilde bereiken. Na de dood van Yoshimitsu werd dit gebied de Rokuon’in genoemd.

linksboven: Kinkaku-ji, Golden Temple; rechtsboven: kasteel Nijo;
linksonder: Heian-Jingu; rechtsonder: schuifpanelen met panter en tijgers in het Ninomaru-paleis.
Heian-Jingu is een van de grootste Shinto schrijnen in Kyoto. Het heiligdom draagt het predicaat van belangrijke schrijn, afgegeven door de Vereniging van Shinto Schrijnen.

Laren
Laren ligt in de provincie Noord-Holland. Binnen de gemeentegrenzen liggen geen andere kernen. Van oorsprong is Laren een brink- of esdorp. Laren is samen met buurdorp Blaricum een van de rijkste gemeenten van Nederland.
Laren heeft eerder Van Larelcarspell, Laoren en Laaren geheten. Een 'Laar' is een open plek in het bos.
Laren is een van de oudst bebouwde plekken in het Gooi. De allereerste mensen die er woonden waren dragers van de zogenaamde trechterbekercultuur, omstreeks 2500 v. Chr. Later kwamen er mensen van Fries-Saksische oorsprong te wonen. In 1085 stichtte het kapittel Sint Jan van Utrecht een kapel op de heuvel die thans bekend is als Sint Janskerkhof. Naar de plek van deze kapel en begraafplaats lopen van oudsher Gooise doodwegen uit alle richtingen.
Hoewel aanvankelijk een boerendorp -met de weefindustrie als belangrijk bron van inkomsten-, veranderde Laren met zijn dorpsboerderijen, engen en meenten na de komst van de tramlijn in 1892 naar Hilversum en Amsterdam in een kunstenaars- en forensendorp.
Sinds de late jaren 80 is Laren vooral een forensendorp geworden voor de nouveau riche. In de dorpskern bevinden zich nu geen functionerende boerderijen meer.

coat of arms Laren

Singer
Singer Laren is een kunstmuseum. Het Amerikaanse echtpaar Anna en William Singer liet in 1911 in Laren de villa De Wilde Zwanen bouwen. Ze legden in deze periode een kunstcollectie aan. Na het overlijden van William liet zijn vrouw in 1953 een museum en een concertzaal aan de villa bouwen. In 1956 werden die voor publiek geopend. In 2017 is het complex ingrijpend gerenoveerd en verbouwd. De concertzaal is vervangen voor nieuwbouw, met een entree die de concertzaal en het museum met elkaar verbindt. De oorspronkelijke villa van het echtpaar Singer werd ingericht als foyer. Bij de entree van het gebouw staat het kunstwerk De Wilde Zwanen, de naam is een verwijzing naar de villa.
De vaste kunstcollectie van Singer Laren, genoemd de Singer Collectie, omvat ongeveer 3.000 kunstwerken van onder meer Albert Neuhuys, Bart van der Leck, Eddy Roos, William Singer, Hein Kever, Evert Pieters, Ferdinand Hart Nibbrig, Lou Loeber, Chris Beekman, Gustave De Smet, Auguste Rodin, Leo Gestel en Jan Sluijters. Singer Laren organiseert daarnaast jaarlijks enkele speciale tentoonstellingen. Het Singer beschikt over een vrij toegankelijke en door Piet Oudolf ontworpen museumtuin, waar werk te zien is van onder meer Armando, Caspar Berger, Bert Frijns, Guido Geelen en Maria Roosen.
Van 16 februari t/m 28 mei 2012  was in Singer Laren de tentoonstelling 'Schilders aan zee. Van Mondriaan tot Munch' te zien. Vanzelfsprekend gingen we er kijken.
De zee en de kusten hebben al eeuwenlang een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op schilders. Als voorboden van de moderne kunst zochten Europese kunstenaars eind 19de en begin 20ste eeuw de afzondering van de Noordzeekusten. Zij wijdden zich daar vol overgave aan het schilderen in de openlucht. De intense weersomstandigheden en de ongewone wereld aan zee trok ze weg uit de steden. Hun schilderijen vertonen een rijkdom aan romantische, realistische, impressionistische, symbolistische en later expressionistische stijlen. Behalve de lokale bevolking werden spectaculaire zeegezichten, steile fjorden, vlakke landschappen, weidse horizonten en het toeristische strandleven in populaire badplaatsen verbeeld. De tentoonstelling voert de bezoeker langs de Noordzeekusten van Zeeland tot het noorden van Noorwegen in de periode 1830 -1930 door de ogen van Deense, Duitse, Noorse en Nederlandse kunstenaars.

linksboven: Kleine Jan eerste stap 1860 door Jozef Israëls; linksonder en rechtsboven: Drie vissersjongens Volendam 1926 door Jan Willem Sluiter
rechtsonder: Vissersvrouwen terug van de markt ongedateerd door Johannes Klinkenberg

 

rechtsboven: Visverkoop op het strand 1858 door Andreas Schelfhout; linksonder: Vissers uit Skagen 1883 door Wilhelm Peters;
rechtsonder: Gekeuvel 'klönschnack' 1881 friesche vrouwen in klederdracht door Carl Ludwig Jessen

 

linksboven: Vissersjongen na meeuwenjacht 1877 door Michael Ancher; middenboven: Vissersvrouw 1882 door Wilhelm Peters; rechtsboven: Visverkoopster 1887 door Viggo Johansen
linksonder: Visser met kiespijn 1896 door Michael Ancher; middenonder: Helgoland 1854 door Charles Holguet; rechtsonder: Pijprokende Skagense vissers 1889 door Oscar Björck.

Leiden
Leiden ligt in Zuid-Holland. Naar inwoneraantal gemeten is Leiden na Rotterdam en Den Haag en Zoetermeer de 4e gemeente van Zuid-Holland. Het aan elkaar vast gebouwde stedelijk gebied van Leiden omvat ook Oegstgeest, Voorschoten, Leiderdorp en Zoeterwoude. De door het CBS gedefinieerde stedelijke agglomeratie omvat bovendien Katwijk. Het stadsgewest Leiden omvat (CBS) ook Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout. Per km2 is de stad Leiden sinds 2014, na Den Haag, de dichtstbevolkte gemeente van Nederland.
De Sleutelstad, zoals de bijnaam van de stad, verwijzend naar het stadswapen, luidt, heeft de oudste universiteit van Nederland. Daarnaast is de stad bekend om de rijke geschiedenis en de oude binnenstad, met grachten, monumentale bouwwerken en hofjes.

coat of arms Leiden

Japanmuseum SieboldHuis
Het Japanmuseum SieboldHuis in Leiden toont voorwerpen die Philipp Franz von Siebold (1796-1866) tussen 1823 en 1829 heeft verzameld tijdens zijn verblijf op Deshima, de Nederlandse handelsnederzetting bij Nagasaki in Japan. Het fungeert ook als een museum van de Japanse cultuur.
In 2005 opende het museum zijn deuren.

prenten met boze geesten, monsters en bezweerders

 

links: in gevecht met een oni, een mythisch wezen uit de Japanse folklore

 

samurai, de erfelijke militaire adel en officierskaste van middeleeuws en vroegmodern Japan vanaf de 12e eeuw tot hun afschaffing in de jaren 1870

 

 

boven: uitrusting samurai; linksonder: hoofdbedekking samurai -hoe dreigender des te indrukwekkender-; rechtsonder: theatermaskers

 

boven: tekst bij de maskers links en rechts; onder: links 2 links theatermaskers en rechts 2 samuraimaskers

 

Van 1 maart  t/m 2 juni 2013 werd in het Sieboldhuis de tentoonstelling ‘Hollanders’  gehouden.
Hollanders hadden een unieke positie in Japan tussen 1633 en 1853, zij waren de enige westerlingen waarmee de Japanners in aanraking kwamen. De netsuke (gordelknopen), prenten en schilderingen lieten zien hoe de Japanners naar de ‘roodharige barbaarse’ westerlingen keken en andersom.
We maakten kennis met netsuke uit de privé-collectie van Coen Hille, een verzameling die normaal niet te zien is voor publiek. De netsuke tonen de fascinatie die de Japanners hadden voor de vreemde Hollanders.

Van 7 december 2012 t/m 17 februari 2013 presenteerde het Japanmuseum SieboldHuis de tentoonstelling ‘Spoken en Geesten. Uit het Tikotin Museum of Japanese Art, Israël’. De tentoonstelling toonde een dwarsdoorsnede uit de collectie van de Nederlander Felix Tikotin (1893-1986), naamgever van het Tikotin museum in Haifa. De tentoonstelling bevatte ruim 100 kunstobjecten, waaronder schilderingen, prenten en gordelknopen (netsuke) waarop spoken en geesten zijn verbeeld. Het zijn de objecten waarmee Tikotin zijn eerste tentoonstelling ooit samenstelde in een Berlijnse galerie in 1927.

 

 

Museum Boerhaave
Het Museum Boerhaave bevat een collectie historische wetenschappelijke instrumenten uit alle takken van wetenschap, maar hoofdzakelijk uit de geneeskunde, natuurkunde en astronomie.
Een interessant onderdeel van de collectie en een goed voorbeeld van vernieuwend denken in de 17e eeuw zijn de chirurgische instrumenten van Cornelis Solingen.
In het museum bevinden zich 72 door Louis Auzoux vervaardigde modellen van het menselijk lichaam.
Het museum is vernoemd naar de Nederlandse arts en hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit Leiden. Boerhaave was in de 18de eeuw tot in China beroemd om zijn manier van geneeskunde bedrijven en doceren.

 

 

 

 

Museum De Lakenhal
Museum De Lakenhal is het museum voor beeldende kunstgeschiedenis en kunstnijverheid van de stad Leiden. Het museum is sinds zijn oprichting in 1874 gevestigd in een van de mooiste voorbeelden van het Hollandse Classicisme, de monumentale 'Laecken-Halle' uit 1640. Daar werd het wereldberoemde Leids laken gekeurd en van een loodje voorzien.
In de voorbije eeuwen heeft het gebouw vele transformaties ondergaan.
Museum De Lakenhal kent nu tal van bijzondere stijlkamers en interieurdelen.
Tot de hoogtepunten uit de collectie behoren werken van oude meesters als Lucas van Leyden, Rembrandt van Rijn en Jan Steen, maar ook van moderne kunstenaars als Theo van Doesburg, Jan Wolkers en Erwin Olaf. De schilderijen van altaarstukken werden oorspronkelijk voor kerken in de omgeving van Leiden gemaakt. Inmiddels gelden ze als meesterwerken in het museum.
Het museum speelde in 2006 een grote rol in de herdenkingen van Rembrandt, die in 1606 of 1607 in Leiden geboren werd.

links: beeld Rembrandt voor Lakenhal; rechts Rembrandts moeder door Rembrandt

Museum De Lakenhal presenteerde in samenwerking met het Rijksmuseum van 20 maart t/m 26 juni 2011 de grootschalige tentoonstelling ‘Lucas van Leyden en de Renaissance’. Voor het eerst werd de belangrijkste kunstenaar van de renaissance in de Noordelijke Nederlanden getoond in de context van zijn tijdgenoten. De meer dan 250 werken van de allerhoogste kwaliteit waren afkomstig uit Nederlandse en buitenlandse musea als het Louvre, British Museum en Metropolitan Museum en waren grotendeels voor het eerst in Nederland te zien.
De tentoonstelling met grafiek, tekeningen en schilderijen, waaronder een groot aantal altaarstukken, richtte zich op de belangrijke positie van Lucas van Leyden (ongeveer 1494-1533) binnen de renaissance in de Noordelijke Nederlanden. Er waren werken van internationaal bekende kunstenaars als de schilder en graficus Albrecht Dürer uit Duitsland, de landschapsschilder Joachim Patinir uit Antwerpen en de Italiaanse graficus Marcantonio Raimondi. De 3 beroemde altaarstukken van Lucas -Laatste Oordeel, Dans om het gouden kalf en Christus geneest de blinde van Jericho- werden voor het eerst weer samen getoond. Tevens waren er indrukwekkende drieluiken te bewonderen van de Leidse schilders Aertgen van Leyden en Cornelis Engebrechtsz. Bijzondere aandacht kregen de gebrandschilderde ruitjes die rond 1500 in grote hoeveelheden werden geproduceerd. Verluchte manuscripten uit Leidse kloosters als getijdenboeken alsmede 3 Leidse Koorboeken uit de 16e eeuw complementeerden de expositie.

linksboven: Lucas van Leyden Laatste Oordeel 1527; rechtsboven: Lucas van Leyden Cardplayers 1525
linksonder: Rembrandt van Rijn Brillenverkoper 1623-1624; rechtsonder: Jan Steen Merry couple ongeveer 1660.

 

Lucas van Leyden
linksboven: Vaandeldrager 1508-1512; middenboven: Uilenspiegel: de bedelaarsfamilie 1520; rechtsboven: Het wereldse leven van Maria Magdalena 1519
linksonder: Joseph tells his dreams to Jacob 1512; rechtsonder: Het melkmeisje 1510.

Museum Volkenkunde
Het Museum Volkenkunde is ontstaan uit het 's Rijks Ethnographisch Museum in Leiden dat is geopend in 1837. Dat maakt het museum tot een van de oudste volkenkundige musea ter wereld.
De collectie bevat een groot aantal voorwerpen uit Afrika, Groenland, China, Indonesië, Japan, Korea, Latijns-Amerika, Noord-Amerika, Oceanië, Zuidwest-, Zuid-, Centraal en Zuidoost-Azië. Het museum beheert meer dan 450.000 voorwerpen en ruim 610.000 audiovisuele bronnen vanuit de hele wereld.

Maori-kano

 

 

China

 

 

 

Tibet

 

Indonesië

 

rechtsonder: Nandi, het rijdier van de god Shiva in het hindoeïsme

 

India

Rijksmuseum van Oudheden
Het Rijksmuseum van Oudheden is het nationale archeologiemuseum van Nederland. Het is gevestigd in een oud herenhuis en begijnhof en dateert van 1818.
De collectie is verdeeld over de afdelingen het Oude Egypte, het Oude Nabije Oosten, de Klassieke Wereld en Nederland. We bezochten de afdeling Oud Egypte regelmatig.

rechtsboven: Taffeh-tempel
Taffeh is een dorpje in Nubië. De tempel was oorspronkelijk gewijd aan de godin Isis, maar is later als christelijke kerk gebruikt.
Het monument is door de Egyptische overheid geschonken aan Nederland, als dank voor de Nederlandse bijdrage aan de UNESCO-reddingsoperatie in Nubië in de jaren ’60 van de vorige eeuw.

 

Restauratieafdeling
We mochten in 2013 op de restauratieafdeling kijken naar het restaureren van een Egyptische sarcofaag.

Van 27 november 2014 t/m 10 mei 2015 organiseerde het museum een grote tentoonstelling over Carthago. In 2015 bezochten we die.
We maakten kennis met de archeologische rijkdom en roemruchte geschiedenis van een van de spraakmakendste havensteden uit de oudheid. Te zien waren meer dan 300 voorwerpen, met vele topstukken uit de collecties van gerenommeerde internationale musea, onder meer Tunesische musea, het Louvre en het British Museum.
Carthago werd rond de negende eeuw v. Chr. gesticht door de Feniciërs. Na de verovering door de Romeinen groeide de plaats zo’n 2.000  jaar geleden uit tot 3e stad van het Romeinse rijk, na Rome en Alexandrië. Carthago lag aan de kust van het huidige Tunesië. Het was eeuwenlang een van de spraakmakendste handels- en havensteden van de oudheid.
Blikvangers in de tentoonstelling waren onder andere kleurrijke mozaïeken, marmeren en bronzen sculpturen, grafmonumenten, juwelen, glaswerk en de opgedoken kostbaarheden uit een scheepswrak.

linksboven en linksonder: sarcofaag 3e eeuw v. Chr. Waarschijnlijk gemaakt door een griekse vakman omdat het marmer uit Griekenland afkomstig is en de jurk van de vrouw op de kist een Griekse stijl heeft
rechtsonder: sfinx van ivoor Carthago 900-700 v. Chr.

 

linksboven: Cypriotische kop 460 v. Chr.; middenboven: Carthaagse kop geen jaartal; rechtsboven: lachend masker Carthago 6e eeuw v. Chr.

Textile Reserch Center
De Stichting Textile Research Centre -TRC- stimuleert de belangstelling voor textiel en kleding uit de gehele wereld. Het TRC organiseert tentoonstellingen, workshops en publicaties en beheert een verzameling van meer dan 13.000 objecten.
We liepen er regelmatig op de Hogewoerd 164 binnen.
Els volgde er een cursus borduurtechnieken uit Zuidwest-China in de traditie van de Miao en Dong bevolkingsgroepen.

 

 

eigen collectie

 

cursus Chinees borduren

Luxor (الأقصر al-Uqṣur)
Luxor ligt in het gouvernement Luxor, ongeveer in het midden van Egypte op de oostelijke oever van de Nijl. Luxor is een toeristische plaats door de vele archeologische sites in de omgeving. Deze bezienswaardigheden dankt Luxor vooral aan het feit dat het vroeger onder de naam Thebe hoofdstad was van Opper-Egypte.
Luxor is nog steeds het kloppend hart van het Oude Egypte. De afgelopen decennia zijn hier honderden opgravingen geweest die het verleden van de Egyptenaren meer en meer bloot legt.
Het groen van de palm- en de bananenbomen steekt fel af tegen het kale geelrood van de rotsen. De Nijl bepaalt hier waar leven mogelijk is en waar niet. De grens is hard, net als ooit bij de farao’s. In Luxor merk je nu nog steeds het verschil tussen leven en dood, zoals het ooit was ten tijde van de oude Egyptenaren. De tempels ter verering van de goden en -uiteraard van de farao’s zelf- staan op de oostelijke oever. De doden daarentegen zijn begraven op de westelijke oever. Luxor was en is nog steeds de hoofdstad van het oude Egypte.

coat of arms Egypte

We bezochten Luxor 2 keer. De 1e keer in 1980 met David van Dam, de 2e keer in 2013 toen we een Nijlcruise maakten.
Voor de verslagen van die reizen met uitgebreide tekst en veel foto's, ook van de hieronder genoemde valleien, klik op http://elsentoine.com/egypte1980/ en http://www.elsentoine.com/nijlcruise2013/.

Vallei der Koningen op de westelijke oever van de Nijl
De Vallei der Koningen is een vallei waar voor een periode van ongeveer 500 jaar tombes zijn gebouwd voor de farao's van het Egyptische Nieuwe Rijk. Deze periode in de geschiedenis van het Oude Egypte loopt van omstreeks 1550–1070 v. Chr. en beslaat de 18e, 19e en 20e dynastie. De tombes zijn uit rotsen gehakt, omdat piramides niet meer veilig waren voor grafrovers.
Momenteel zijn er 63 graven geïdentificeerd waarvan de laatste in 2008. De koninklijke tombes zijn versierd met scènes van de Egyptische mythologie en geeft een goed beeld van de rituelen en gebruiken tijdens die periode. Helaas zijn bijna alle tombes geopend en geplunderd.

linksboven: graven in de rotsen; rechtsboven: ingang graf Toetanchamon;
linksonder: muren in graf Ramses VI; rechtsonder: plafond in graf Ramses VI.

Deir el-Bahri
Deir el-Bahri (دير البحري dayr al-baḥrī, letterlijk ‘Klooster van de zee’) is een complex van dodentempels en tombes gelegen op de westoever van de Nijl tegenover de stad Luxor in Egypte. Het eerste monument dat hier werd gebouwd was de dodentempel van Mentoehotep II van
de 11e dynastie. Tijdens de 18e dynastie werd in Deir el-Bahri veel gebouwd door Amenhotep I en Hatsjepsoet.
Het belangrijkste van dit complex is de Djeser-Djeseru, ‘Het subliemste van het subliemste’: de Dodentempel van Hatsjepsoet. Die werd ontworpen door Senenmoet, de koninklijke hofmeester en architect van Hatsjepsoet. De tempel diende als postuum eerbetoon aan Hatsjepsoet en ter ere van Amon en de andere goden.
Bijzonder aan Hatsjepsoet was dat ze een van de zeldzame vrouwelijke farao's in Egypte was. Haar naam betekent ‘eerste onder de vrouwen’, en haar 2e naam Maätkare ‘rechtvaardig is de ka van Ra’. Het idee dat een vrouw koning werd was in die tijd zeer ongebruikelijk, haar opvolger liet haar inscripties weg beitelen zodat het leek alsof ze nooit had bestaan.

Tempel van Hatsjepsoet met de valk Horus als bewaker van de tempel en de koegodin Hathor, de voedster van Horus

Dal der Edelen op de westelijke oever van de Nijl
Minder beroemd dan de Vallei der Koningen, maar minstens even mooi zijn de graven in het Dal der Edelen, waar ministers en ambtenaren werden begraven.
De reliëfs en muurschilderingen over feesten en jachtpartijen geven een beeld van het dagelijks leven van meer dan 4.000 jaar geleden.

mastaba van Mereruka ten noorden van de piramide van Teti in Saqqara
De mastaba van Mereruka is de grootste en meest uitgebreide van alle niet-koninklijke graven in Saqqara, met in totaal 33 kamers.
Mereruka
wordt genoemd als 'Chief Justice and Vizier, Inspector of Priests and Tenants of the Pyramid of Teti', 'Scribe of the Divine Books'.

Luxor Museum
Het Luxor Museum staat in het centrum van de stad en kijkt uit over de Nijl. Het museum is gehuisvest in een speciaal gebouwd gebouw en werd geopend in 1975. De kwantiteit van de kunststukken van het museum is vele malen lager dan de hoofdcollectie in het Egyptisch Museum in Caïro. Dat is echter met opzet gedaan en het museum prijst zichzelf door de kwaliteit van de stukken en de heldere overzichtelijke manier waarop ze worden tentoongesteld.
Bij de topstukken behoren de objecten uit de tombe van Toetanchamon en een collectie van 26 erg goed bewaard gebleven beelden uit het Nieuwe Koninkrijk -de18e, 19e en 20e  dynastie, van 1550 tot 1070 v. Chr.- die in 1989 werden gevonden in een opbergplaats in de Luxortempel.
De koninklijke mummies van 2 farao's -Ahmose en Ramses I- zijn sinds maart 2004 ook opgenomen in de collectie. Verder bestaat de collectie vooral uit voorwerpen gevonden in de Thebaanse regio. Een belangrijk voorwerp in de tentoonstelling is de reconstructie van een van de muren van Echnatons tempel in Karnak. Een van de karakteristieke voorwerpen in de tentoonstelling is een kalkstenen dubbelstandbeeld van de god Sobek en farao Amenhotep III van de 18e dynastie.

linksboven: Luxor Museum; linksonder: Sachmet (of Sechmet), de dochter van de zonnegod Ra

Maarssen
Maarssen is een plaats in de gemeente Stichtse Vecht in de provincie Utrecht. De locatie is ten noorden van de stad Utrecht. Maarssen ligt behalve aan de rivier de Vecht ook aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Maarssen bestaat uit 2 delen, het oude gedeelte ten noorden van het kanaal, in de volksmond vaak Maarssen-dorp genoemd, en direct ten westen daarvan, aan de andere zijde van het kanaal, een relatief nieuw gedeelte aangeduid als Maarssenbroek, waar zich ook het station bevindt.
Een inwoner van Maarssen wordt een Maarssenaar genoemd. Maarssen behoorde tot 1 januari 2011 tot een gelijknamige gemeente waaronder ook Maarsseveen, Oud-Maarsseveen, Molenpolder, Oud-Zuilen en Tienhoven vielen. De fusie in 2011 met de gemeenten Breukelen en Loenen leidde tot de nieuwe gemeente Stichtse Vecht.
Archeologische vondsten uit de prehistorie zijn er nauwelijks gedaan in Maarssen. Hoewel in de Romeinse tijd de Romeinen op enkele kilometers afstand een fort hadden in het versterkte grensgebied te Utrecht en tevens de rivier de Vecht daarvandaan door het huidige Maarssen liep, zijn er ook uit deze periode niet tot nauwelijks vondsten.
De eerste vermelding van Maarssen dateert van de 9e eeuw als in een bezittingenlijst van de Utrechtse kerk de naam Marsna genoemd wordt. Vermoed wordt dat de plaatsnaam uit de Romeinse tijd stamt.
Gelegen aan de Vecht tussen Utrecht en Amsterdam was Maarssen in zekere mate ook een plaats met voorzieningen voor de scheepvaart. Vanaf de 19e eeuw werden grootschalige nieuwe verbindingen over land en water tussen die 3 plaatsen aangelegd waaronder de Straatweg
omstreeks 1812. Rond 1843 volgde een spoorlijn en omstreeks 1892 kwam daarlangs nog (de voorloper van) het Amsterdam-Rijnkanaal bij. In 1866 verrees in Maarssen een gasfabriek, in 1898 een elektriciteitscentrale en in 1910 werd een waterleidingnet met watertoren aangelegd. Vanaf
omstreeks 1900 volgde nieuwe industrie zoals een kininefabriek, het metaalbedrijf Bammens en Twijnstra's Oliefabriek. Vanuit laatstgenoemde fabriek werd een woonwijk gesticht voor de meeverhuisde arbeiders, de Friezenbuurt. De industrie zou in de 20e eeuw een voorname, zo niet de voornaamste, bron van werkgelegenheid gaan vormen voor Maarssen. Na WO II vonden er grootschalige uitbreidingen met huizenbouw op wijkniveau plaats in onder meer het Zeeheldenkwartier, Staatsliedenkwartier, Zandweg-Oostwaard en Maarssenbroek. Op Buuren verrees begin 21e eeuw als nieuwste woonwijk in het zuidwesten van Maarssen.
Maarssen is vanaf de 19e eeuw bij diverse gemeentelijke herindelingen betrokken geweest. Onder meer werd in de 19e eeuw Maarssenbroek aan de gemeente Maarssen toegevoegd.

coat of arms Maarssen

Nederlands Drogisterij Museum
Het Nederlands Drogisterij Museum was een museum over het beroep drogist. Het was, zover bekend, het enige drogisterijmuseum ter wereld. Het museum was gevestigd in de 17e-eeuwse hofstede Silversteyn te Maarssen , dat in 1744 werd omgebouwd tot het koetshuis voor Goudestein, het oude gemeentehuis van Maarssen.
Het museum bevatte 10.000-den artikelen met als blikvanger een verzameling van 150 gapers, van oudsher het symbool van drogisterijen. De grootste is ongeveer 2 m hoog.
Tot 1995 was het museum in Maarssenbroek gevestigd waarna het verhuisde naar Silversteyn. In 2011 kwam het museum in dusdanige financiële problemen dat het werd bedreigd met sluiting. Dankzij giften kon het geopend blijven. Op 27 maart 2013 sloot het museum alsnog zijn deuren. De hele collectie is overgebracht naar het museum De Dorpsdokter in Hilvarenbeek.

 

 

 

Madrid
Madrid is de hoofdstad en grootste stad van Spanje. De stad is tevens een gemeente en ligt in het midden van het land, op de Spaanse Hoogvlakte. Het is de op 4 na grootste stad van Europa.
Door de centrale ligging van de stad, de geschiedenis, politieke en financiële functies wordt Madrid beschouwd als de belangrijkste stad van het Iberisch Schiereiland. De inwoners van de stad heten Madrilenen, in het Spaans Madrileños. Hoewel de stad een zeer druk verkeersnet heeft en het op 2 na grootste metronetwerk van Europa, hebben de meeste wijken van de stad hun oorspronkelijke sfeer deels weten te behouden.
Het gebied waarin Madrid ligt, werd reeds een bewoond in de prehistorie. Er zijn verschillende overblijfselen gevonden van in het bijzonder de Carpetanen, de Romeinen en de Visigoten.
In de 9e eeuw was het Iberisch Schiereiland grotendeels in bezit van de Moren. De toenmalige emir van het Arabische rijk Al-Andalus, Mohammed I van Córdoba, liet in die periode een paleis bouwen op de plek waar nu het Palacio Real van Madrid staat. Ook werd daar een kleine citadel, genaamd 'al-Mudaina' gebouwd. Dat paleis stond aan de rivier Manzanares, die de moren l-Majrit’’  (Margerit) noemden, wat letterlijk ‘waterbron’ betekent. Dit was de eerste nederzetting die later uit zou groeien tot de stad Madrid.
De huidige naam Madrid stamt af van die plek en die Arabische term.

coat of arms Madrid

Museo Nacional del Prado
Het Prado is een van de grootste en beroemdste kunstmusea ter wereld.
De collectie omvat werken van de 14e tot de 19e eeuw. Het museum heeft 5.000 tekeningen, 2.000 prenten, 1.000 munten en medailles en zo'n 2.000 voorwerpen van toegepaste kunst. Er zijn ongeveer 700 beelden. Hoogtepunt is de collectie schilderkunst van meer dan 8.600 schilderijen.
Het Prado is in gebruik genomen als nationaal museum voor schilderkunst en beeldhouwkunst in 1819.
In het museum mochten beslist geen foto's worden gemaakt. Die ontbreken dus ook.

Museo Reina Sofía
Het Reina Sofía museum -officieel Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía- vormt samen met het Prado en het Thyssen museum el Triángulo del Arte (de Kunstdriehoek) of el Triángulo de Oro (de Gouden Driehoek). Die namen zijn te danken aan de locatie van de 3 kunstmusea, die samen een driehoek én de belangrijkste concentratie kunst in Europa vormen. Van de 3 musea is het Reina Sofía het museum voor moderne en hedendaagse kunst.
Het museum is vooral gewijd aan Spaanse kunst. Het bekendste werk van de collectie is Guernica van Pablo Picasso. Hoogtepunt van de permanent tentoongestelde museumcollectie (570 werken) zijn de werken van Picasso en een andere Spaanse 20e-eeuwse meester, Salvador Dalí.
Het Museo Reina Sofía bezit ook een aanzienlijke verzameling werken (onder meer 4.000 schilderijen, 3.000 tekeningen en 1.400 beelden) van kunstenaars (schilders en beeldhouwers) als Juan Gris, Joan Miró, Julio González, Eduardo Chillida, Antoni Tàpies, Pablo Gargallo, Lucio Muñoz, Luis Gordillo, Jorge Oteiza, José Gutiérrez Solana en Gerardo Rueda.
Internationale kunstenaars zijn minder vertegenwoordigd in de permanente collectie.
In de patio van het Museo Reina Sofía bevinden zich nog diverse beeldhouwwerken.

(een deel van) Guernica

Museo Thyssen Bornemisza
Het Museo Thyssen-Bornemisza is een museum, dat oorspronkelijk een privékunstcollectie bevatte. De basis van de kunstcollectie werd gelegd door Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947). Diens zoon Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza (1921-2002) bouwde de collectie verder uit.
Het familievermogen van Thyssen was afkomstig van grootvader August Thyssen (1842-1926). Hij was de oprichter van de ijzer- en staalfabriek Thyssen.
De collectie groeide uit tot de grootste privéverzameling ter wereld, naast die van de koningin van Engeland. De collectie was jarenlang gevestigd in Lugano in Zwitserland. Na 6 jaar onderhandelen verkocht Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza een belangrijk deel van zijn kunstverzameling aan de Spaanse staat voor de ‘vriendenprijs’ van 250 miljoen euro.
Tijdens de verkoop laaide een conflict op tussen Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza en zijn oudste zoon Georg over de verdeling van de bezittingen. De kwestie sleepte jaren voort. Hans Heinrich heeft in februari 2002 nog mogen meemaken dat de juridische strijd in zijn voordeel werd beslecht.
In het museum hangen werken van meesters uit 8 eeuwen Europese kunstgeschiedenis van Jan van Eyck tot en met Piet Mondriaan; van onder meer Dürer, Caravaggio, Rubens, Frans Hals, Van Gogh, Gauguin en Kirchner.

Museo Sorolla
Madrid heeft musea van wereldformaat zoals het Museo del Prado, het Centro de Arte Reina Sofía en het Museo Thyssen Bornemisza. Hoe mooi en indrukwekkend deze ook zijn, het veel kleinere en onbekendere Museo Sorolla laat een minstens zo grote indruk achter. Het gebouw werd gebouwd in 1911 onder leiding van de architect Enrique María Repullés, die de wensen van de schilder verwezenlijkte om een ​​ruimte te creëren die het werkgebied en zijn huis samenvoegde en dat ook een tuinruimte had. Dat voormalige woonhuis van Joaquín Sorolla, ingericht met het originele meubilair en kunstobjecten van de familie, is met zijn prachtige Andalusische tuin een verborgen parel in het centrum van Madrid.
Het huis en de tuin zijn geïnspireerd op de Moorse paleizen van Sevilla en Granada. Van het Alhambra in Granada nam Sorolla eigenhandig de begroeiing voor zijn tuin mee. Het geheel van Moorse tegels, fonteinen, vijvers en prieeltjes geeft je midden in Madrid het gevoel in Andalusië te staan. Sorolla woonde tot aan zijn dood in 1923 met zijn vrouw en kinderen in dit huis. Na zijn dood heeft zijn weduwe het huis, inclusief schilderijencollectie, geschonken aan de Spaanse overheid die het in 1932 opende als museum.
De salon, eetkamer en ontbijtzaal zijn in hun oorspronkelijke staat ingericht met de eclectische decoratieve invloed van de kunstenaar als bewijs.
De vaste collectie schilderijen zijn werken van Sorolla die hij voor zijn plezier maakte en niet waren bedoeld voor de verkoop, waaronder diverse portretten van zijn gezin. Bijzonder is het werkstuk waarop Sorolla zijn vrouw gelegen in het kraambed naast haar jongste dochter heeft afgebeeld.

 

 

 

 

Meissen
De bakermat van de geschiedenis van Saksen ligt in Meissen en in de historische binnenstad wordt men regelmatig geconfronteerd met vele getuigen uit de meer dan 1.000 jarige traditie. Trots en duidelijk aanwezig troont de Albrechtsburcht bovenop de Burgberg en om de Gotische Dom en het voormalige bisschoppelijke Slot kan men niet heen.
De stad Meissen is wereldberoemd geworden door het gelijknamige porselein, dat hier wordt vervaardigd.
De stad ligt aan de monding van de Triebisch in de Elbe. In het jaar 929 werd door koning Heinrich I op de burchtberg de burcht Misni gesticht als centrum van de Duitse heerschappij over het middelste Elbegebied. Sinds 1046 was de burcht de zetel van een markgraaf en sinds 1068 van de burchtgraaf van Meissen. In 968 stichtte keizer Otto I het bisdom Meissen, dat tot 1581 bestond. Doel van de stichting waren oostelijke expansie en onderwerping van de Slaven. Meissen en het markgraafschap Meissen vielen in 1089 aan de Wettiner.
Meissen was, totdat Dresden deze rol overnam, de hoofdstad van de Saksische vorsten. Het historische Meissen bestaat uit een wirwar van oude straatjes vol winkeltjes, wijnlokalen en restaurants. Deze kronkelen vanaf het centrale marktplein de heuvel op, waarvan de top wordt gedomineerd door het grote Albrechtsburg paleis en de imposante Dom van Meissen. Eén van de mooiste gebouwen aan het marktplein is de in Renaissancestijl gebouwde ‘Marktapotheke’. Een bezoek aan Meissen is als een tijdreis.

coat of arms Meissen

Staatliche Porzellan-Manufaktur
De spilzieke koning August de Sterke liet in 1701 de vermeende ‘goudmaker’ Johann Friedrich Böttger, een alchemist, naar Dresden halen. Böttger ging aan de slag, maar het lukte niet om goud te maken. Wel slaagde hij erin om in 1707 een receptuur te ontwikkelen voor de productie van bruin porselein. Een jaar later gevolgd door een receptuur voor wit porselein. Daarmee werd 1708 het officiële geboortejaar van het ‘witte goud’ in Europa.
Toen kwam Meissen in beeld, want in de stad stond het voormalige paleis ‘Albrechtsburg’ leeg. De locatie bleek interessant voor het vervaardigen van porselein en in 1710 ving de productie aan. Hoewel de formule niet lang geheim te houden bleek, geldt porselein uit Meissen nog steeds als de standaard in Europa. Om het unieke karakter te onderstrepen kwam men al in 1722 op het idee om het porselein te merken met het familiewapen van de Saksische vorst. Zo werden de blauwe gekruiste zwaarden het wereldberoemde logo op porselein uit Meissen.
De porseleinmanufactuur heeft een toonzaal en een demonstratie­werkplaats. Bij een bezoek aan de Staatliche Porzellan-Manufaktur word je ingewijd in de kunst van het vervaardigen van het witte goud.

Meissen Porselein Museum
De porseleinfabriek Meissen is de meest traditionele fabriek in Europa. Sinds de productie in 1710 werd opgericht, staat die fabriek voor hoog vakmanschap en unieke creaties. Niet ver van de fabriek in Meissen, is het Meissen Porselein Museum, dat sinds 2015 wordt beheerd door de Meissen Porcelain Foundation GmbH. Het is de eigenaar van bijna 10.000 museumobjecten, waarvan ongeveer een derde in rotatie in het museum te zien is. Gebouwd in de stijl van een neoklassieke festivalzaal, werd het museum in januari 1916 geopend met een grote, representatieve modelshow. Het gebouw van de showhal is nog in zijn oorspronkelijke vorm. Het waardevolle historische interieur uit 1916 maakt nog steeds deel uit van het museumconcept. Vitrines van donkergebeitst eiken, passend bij de bekleding van de deurnissen, deuren, pilaren en tafels, vormen een waardig kader voor het Meissen-porselein. De 1e verdieping huisvest de unieke collectie Meissen-porselein van 1710 tot heden. In chronologische volgorde zie je hoogtepunten uit de meer dan 300 jaar oude Meissen-porseleinproductie. De 2e verdieping nodigt je uit om de hedendaagse referenties in porselein door de eeuwen heen te traceren. Theater, ballet, politiek of kunst hebben tot op heden Meissen-porselein gevormd.

 

 

 

 

Metéora
Metéora-kloosters
Meteora ligt op het vasteland van Griekenland, in Thessalie, departement Trikala. Meteora is een van de meest opvallende en indrukwekkende monumenten van de wereld, beschermd door de UNESCO.
Meteora is een natuurgebied waar kloosters staan op rotspilaren -sommige zijn wel 400 m hoog- die door eeuwenlange wind- en watererosie -ooit was de Thessalische vlakte een binnenzee- hun specifieke en moeilijk bedwingbare uiterlijk hebben gekregen.

coat of arms Griekenland

De plek is vooral bekend geworden door die kloosters.
Metéora betekent letterlijk ‘hoog verhevene’ en dat is ook precies het gevoel dat het zicht op deze magistrale bouwwerken oproept: kloosters die tot in de hemel reiken.
Het gebied van Meteora werd oorspronkelijk bewoond door monniken die tot de 11e eeuw in grotten in de rotsen woonden. Maar toen de tijden onzekerder werden tijdens een tijdperk van Turkse bezetting klommen ze steeds hoger op de rotswand totdat ze op de ontoegankelijke toppen leefden waar ze konden bouwen door materiaal en mensen omhoog te brengen met ladders en manden. Toen kwamen de eerste kloosters tot stand. Dat was in de 11e eeuw. De bijna onmogelijk te bereiken pilaartoppen boden de monniken bescherming tegen de gevaren van het instabiele politieke klimaat.

Ondanks grote moeilijkheden werden er 24 kloosters gebouwd voornamelijk ten tijde van de grote herleving van het kluizenaarsideaal in de 15e eeuw. Dat ideaal bracht een eigen type kloosterbouw mee. Hun 16e-eeuwse fresco’s markeren een belangrijke fase in de ontwikkeling van
de post-Byzantijnse schilderkunst. De kloosters bloeiden tot de 17e eeuw. Tegenwoordig huisvesten nog slechts 6 kloosters - Agios Stéfanos (H. Stefaan), Agia Triáda (H. Drievuldigheid), Agios Nikólaos Anapafsás (H. Nikolaas), Varlaäm, Mega Metéoron (Groot Metéoron) en Rousánou - religieuze gemeenschappen.
In 1988 al kregen de Metéora-kloosters een plekje op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Tegenwoordig heb je toegang tot de kloosters via de trappen die zijn uitgehouwen in de natuurlijke rotsformaties. Tegenwoordig ook vormen de kloosters van Metéora levende musea met een brede selectie kostbare iconen en andere schatten uit de Byzantijnse tijd. Prachtige muurfresco's met levendige kleuren om de uitdrukkingen in het lichaam en het gezicht van de heiligen, relikwieën en andere werken van de monniken te tonen verfraaien het interieur van de kloosters.

Het Mega Meteoron is het grootste en oudste klooster van allemaal. Het werd het klooster genoemd dat 'in de lucht hing' (meteoro), omdat de gigantische rots waarop het werd gebouwd leek te zweven tussen hemel en aarde.
We bezochten het klooster 2 keer. In 1976 met Ans en Joop ten Haaft en in 2012 tijdens onze Macedonië-reis.
Varlaäm is het 2e grootste klooster. Het ligt tegenover het Mega Meteoron en werd in zijn huidige vorm gebouwd in 1518. Het werd genoemd naar de vrome kluizenaar die zich rond 1350 op deze rots terugtrok. Varlaäm was op het idee gekomen een 2e groot klooster te gaan bouwen op de rots net tegenover het Grote Meteoron. Maar pas zo'n 200 jaar later zouden twee broers uit Ioannina de rots opnieuw beklimmen en het idee van Varlaäm verwezenlijken.
Agios Nikólaos Anapafsás werd gebouwd aan het einde van de 14e eeuw, maar volgens deskundigen boven op de overblijfselen van een ouder klooster. Bouwkundige kenmerken en resten van muurschilderingen wijzen erop dat die kerk stamt uit de 13e/14e eeuw. Omdat de top van de rots waar het klooster op staat klein en smal is, zijn de kloostergebouwen niet horizontaal uitgebreid, maar verticaal, op verschillende verdiepingen.
Het begin van het kloosterleven op de rots van het nonnenklooster Agios Stéfanos dateert volgens een (nu verdwenen) inscriptie van 1192. Agios Stéfanos heeft 2 kathedralen; de oude 16e-eeuwse kapel die tijdens WO II en de daaropvolgende Griekse burgeroorlog zwaar werd beschadigd, en de 18e-eeuwse hoofdkathedraal die is gewijd aan St. Charalambos en zijn heilige relikwieën bevat.
We bezochten het klooster in 2012.
Rousánou -ook wel Agia Varvara- genoemd naar de naam van de eerste waarschijnlijke kluizenaar die zich op de rots heeft gevestigd. De kathedraal werd gesticht aan het einde van de 16e eeuw en werd 30 jaar later ingewijd.
In 2012 maakten we bij dit klooster een fotostop.
Agia Triáda wordt bewoond door nonnen en is gesticht in het midden van de 16e eeuw.
Ook bij dit klooster maakten we in 2012 een fotostop.
Jammer dat je binnen de kloostermuren geen foto's mocht maken. Maar ja, er wordt weleens niet goed opgelet.

linksboven: Mega Meteoron; rechtsboven: Varlaäm;
linksonder: Agia Triáda; rechtsonder: Rousánou.

 

Agios Stéfanos

Mexico-stad
Mexico-stad of de stad Mexico is de hoofdstad van Mexico en de meest dichtbevolkte stad in Noord-Amerika . Het is een van de belangrijkste culturele en financiële centra ter wereld. Mexico-stad ligt in de vallei van Mexico ( Valle de México ), een grote vallei op de hoge plateaus in het centrum van Mexico, op een hoogte van 2.240 m. De stad heeft 16 Alcaldías, voorheen bekend als stadsdelen.
De hoofdstad van Mexico is zowel de oudste hoofdstad van Amerika als een van de twee gesticht door inheemse volkeren, de andere is Quito, Ecuador . De stad werd oorspronkelijk gebouwd op een eiland van het Texcocomeer door de Azteken in 1325 als Tenochtitlan, dat bijna volledig werd verwoest in het beleg van Tenochtitlan in 1521 en vervolgens opnieuw werd ontworpen en herbouwd in overeenstemming met de Spaanse stedelijke normen . In 1524 werd de gemeente Mexico-City opgericht, bekend als México Tenochtitlán,  en vanaf 1585 officieel bekend als
Ciudad de México (Mexico-stad).  Mexico-stad was het politieke, administratieve en financiële centrum van een groot deel van het Spaanse koloniale rijk. Nadat de onafhankelijkheid van Spanje was bereikt, werd het federale district in 1824 opgericht.
Op 29 januari 2016 was het niet langer het Federale District en staat het nu officieel bekend als Ciudad de México.
We bezochten Mexico in 2003. Geïnteresseerd in meer dan in deze site is opgenomen klik dan op deze link http://www.elsentoine.com/verrereizen/midden-amerika/.

 

coat of arms Mexico-stad

Museo Nacional de Antropología
Het Nationaal museum voor antropologie bevat 's werelds grootste verzameling oude Mexicaanse kunst en heeft ook etnografische tentoonstellingen over de hedendaagse inheemse groepen van Mexico.
Hoogtepunten van de collectie zijn het vermeende ceremoniële hoofddeksel van Moctezuma, Azteekse keizer, en de iconische Azteekse kalendersteen (de Piedra del Sol). Maar denk ook aan de kolossale (en vrij sensuele) Olmeekse hoofdsculpturen die dateren uit de vroegste geregistreerde tijdperken van Meso-Amerika. De hele collectie omvat meer dan 7 miljoen archeologische stukken en meer dan 5 miljoen etnologische stukken.

rechtsboven: chac mool
Een chac mool is een type stenen beeld dat werd gebruikt in precolumbiaans Meso-Amerika. Chac mools hebben de vorm van een liggend persoon, met het hoofd omhoog en een schaal op de buik.
De positie van het beeld en de betekenis van het beeld zelf zijn onbekend, hoewel vermoed werd dat zij een rol speelden bij het houden van mensenoffers, waarschijnlijk werden mensenharten op chac mools gepresenteerd aan de goden.
Chac mools vinden vermoedelijk hun oorsprong bij de Tolteken.
De naam chac mool komt uit het Maya, en betekent ‘donderende voet’. Het is onbekend hoe chac mools door de volkeren die ze gebruikten zelf werden genoemd.

Templo Mayor
De Templo Mayor of de Piramide van Huitzilopochtli was de belangrijkste tempelpiramide van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan. De restanten van de tempel zijn te zien in Mexico-Stad.
De tempel is verschillende keren vergroot, waaronder in 1487. Bij deze gelegenheid vond een van de grootste massa-offeringen plaats uit de Azteekse geschiedenis. De piramide had een hoogte van 60 m. In de top bevonden zich 2 heiligdommen voor de oorlogsgod Huitzilopochtli en
de regengod Tlaloc.
Tijdens de verovering van Mexico door Hernán Cortés werd de tempel grotendeels verwoest. In 1978 kwamen tijdens een verbouwing op het centrale plein van Mexico-Stad de resten tevoorschijn van de Templo Mayor. Losse vondsten zijn deels te zien in het Museo del Templo Mayor ernaast, dat werd ingehuldigd in 1987.

Templo Mayor en Museo del Templo Mayor

Moskou
Moskou is de hoofdstad en met afstand de grootste stad van Rusland, voorheen van de Sovjet-Unie. De inwoners van Moskou worden Moskovieten genoemd.
De oude Russische naam is Grad Moskov, wat letterlijk ‘stad bij de Moskvarivier’ betekent. De oorsprong van de naam van de rivier is onbekend, waardoor er verschillende theorieën over zijn ontstaan. Er bestaan vanaf de middeleeuwen al legendes over de naam Moskou die deze een Bijbelse oorsprong geven. Volgens deze legendes zou de naam 'Moskou' afkomstig zijn van eeuwenoude benamingen voor het volk in het huidige Rusland. De Bijbel spreekt over de volken 'Mesech' en 'Tubal' en deze worden in de legende met de Russen gelijkgesteld. Deze namen slaan echter waarschijnlijk op volkeren/staten die in het oude Anatolië hebben bestaan. De Assyriërs noemden hen de 'Tabal' en de 'Musku', terwijl Herodotus schreef over 'Tiberanoi' en 'Moschoi'. Tabal was een neo-Hettitisch staatje onder de Luwiërs. Tiglath-Pileser I (1100 v. Chr.) sprak over het volk de 
Muska-a-ia. Dat de naam Moskou hiervan is afgeleid, is zeer onwaarschijnlijk.
Meer waarschijnlijke voorbeelden van woorden waarvan het afgeleid zou kunnen zijn, zijn:
• het Mongoolse woord 'Mosjcha'
• de Finoegrische Merja, die langs de Moskvarivier woonden en dat als grootste plaats
  Moskova zou hebben gehad
• een woord uit een oude Fins-Oegrische taal, dat ‘donker’ en ‘troebel’ zou betekenen
• een woord uit het Fins-Permische Zurjeens, dat ‘koe-rivier’ zou betekenen en
• een woord uit het Fins-Wolgische Mordwiens, dat ‘beer-rivier’ zou betekenen.
In Moskou bevindt zich het Kremlin, de zetel van de nationale regering.
Moskou is het bestuurlijk centrum van het Centraal Federaal District van Rusland en is een federale stad, dat wil zeggen dat het binnen Rusland dezelfde status heeft als een provincie (oblast). Moskou ligt binnen de oblast Moskou, maar maakt hier geen deel van uit. Wel is Moskou het bestuurlijk centrum hiervan.
De patriarch van Moskou is het hoofd van de Russisch-orthodoxe Kerk.

coat of arms Moskou

Metrostations
De metro van Moskou is niet alleen een handig vervoermiddel. Het is een attractie op zich! Niet omdat er in de spits iedere 80 seconden een metro rijdt. Niet omdat er meer dan 200 metrostations zijn. Het gaat om de bijzondere architectuur. Veel metrostations zijn gebouwd als ondergrondse paleizen. In de Sovjettijd liet Stalin deze paleizen voor het volk bouwen. Compleet met kroonluchters en al. Sommige stations hebben een speciaal thema, andere lijken klaargemaakt voor een bal. Dus als je toch gebruik maakt van de metro, zorg dan dat je af en toe wat extra stops maak. Wij deden dat in elk geval wèl!

links- en rechtsboven: metrostation Komsomolskaya, rechtsonder: metrostation Prospekt Mira

 

 

Mulhouse
Mulhouse ligt in het oosten van Frankrijk, in de Elzas, en is de onderprefectuur van het departement Haut-Rhin. Mulhouse is de grootste stad van Haut-Rhin en de 2e op rij in de Elzas. Door de stad stromen 2 zijrivieren van de Rijn, de Doller en de Ill (Frankrijk). Mulhouse heeft veel oude gebouwen en smalle straten. Het stadhuis dateert van de 16e eeuw. Mulhouse ligt dicht bij de grenzen met Zwitserland en Duitsland en deelt een internationale luchthaven met Bazel en Freiburg. Wegens de textielindustrie werd Mulhouse wel het Manchester van Frankrijk genoemd, net als Rijsel overigens.
De stad Mülhausen wordt voor het eerst vermeld in 803 als het Latijnse Mulhusium. De naam verwijst naar het Duitse woord Mühle voor molen.
De stad had in het Heilige Roomse Rijk de status van vrijstad en was eerst toegetreden tot de Tienstedenbond van de Elzas en later tot het Zwitserse Eedgenootschap. Daardoor bleef Mulhouse een zo goed als onafhankelijke republiek tot de annexatie door Frankrijk in 1798. Mulhouse werd opgenomen in het departement Haut-Rhin. Toch hoort Mulhouse thuis in de lijst van voormalige zelfstandige landen op het huidige Franse grondgebied. Van 1871 (Vrede van Frankfurt) tot 1918 en van 1940 tot 1945 was Mulhouse in Duitse handen, zoals de rest van Elzas-Lotharingen.

coat of arms Mulhouse

Cité de l’Automobile
De autocollectie van de gebroeders Schlumpf is uniek te noemen. In het automuseum Cité de l’Automobile vind je de grootste collectie Bugatti’s van de wereld. De Bugatti collectie is in het geheim opgebouwd tussen 1950-1960 door de gebroeders Schlumpf. Toen in de jaren ‘70 de textielproductie verschoof naar Azië hadden de broers een fortuin geïnvesteerd in het opbouwen van de collectie. Door de schulden die zij hiermee hadden gemaakt moesten zij noodgedwongen een aantal van hun fabrieken sluiten. De sluiting leidde tot stakingen en onvrede onder de werknemers, die de fabrieken bezette. Door de bezetting van de fabrieken werd de collectie automobielen met tientallen Bugatti’s ontdekt.

 

 

 

linksonder: fabrieksproductie Citroën geprojecteerd op motorkap Citroën

Cité du Train
Het treinmuseum La Cité du Train is een van de 10 grootste spoorwegmusea ter wereld. Het is de opvolger van het Musée français du chemin de fer, het Franse nationale spoorwegmuseum.
Het treinmuseum laat alles zien over de geschiedenis van de trein.

rechtsboven: embleem van Compagnie Internationale des Wagons-Lits

 

 

kijken onder de locomotief en rechtsonder een krokodil op de rails
Crocodille of krokodil, ook bekend als memor, is een treinbeïnvloedingssyteem dat in gebruik is in België, Frankrijk, Luxemburg, en op 2 Belgisch-Nederlandse grensbaanvakken.
De benaming crocodille of krokodil is ontleend aan de vorm van het meest zichtbare deel van de baanapparatuur, een stalen contructie in het spoor die enigszins op een krokodil lijkt.
Memor is een systeem dat de waakzaamheid van de treinbestuurder controleert bij een snelheidsbeperkend sein. Memor bewaakt geen maximum snelheid en het bewaakt evenmin het stoppen voor een rood sein.

 

linksboven: kolengestookte locomotief; linksonder: omgevallen locomotief en rechtsonder: sneeuwschuiflocomotief

Musée de Papier Peint
In het Musée de Papier Peint wordt eenvoudig tot het meest prestigieuze behang tentoongesteld uit de 18e eeuw tot nu. Te zien is er behang met traditionele domino-drukpatronen tot creaties van hedendaagse ontwerpers.

rechtsonder: de 12 kleurenmachine

Nara
Nara was één van de eerste hoofdsteden van Japan. Tot de 7e eeuw had Japan geen vaste hoofdstad. Volgens het Shintoïsme moest de hoofdstad verplaatst worden nadat een keizer overleed. Onder invloed van het boeddhisme verdween dat gebruik en in 710 werd Nara hoofdstad van Japan. Dat bleef het 75 jaar. Toen volgde Kyoto Nara als keizerlijke hoofdstad op.

coat of arms Nara

Nara is in vergelijking met Kyoto en Tokyo meer een dorp. Tegen de Heian-periode -van 794 tot 1185- werden verschillende karakters gebruikt om de naam Nara voor te stellen: 乃 楽, 乃 羅, 平, 平城, 名 良, 奈良, 奈羅, 常, 那 良, 那 楽, 那 羅, 楢, 諾良, 諾 楽, 寧, 寧 楽 en 儺 羅.
Nara staat vanwege de meer dan 1.000 tamme herten die vrij mogen rondlopen in het Nara Park bekend als de hertenstad van Japan. Herten werden gezien als boodschappers van de goden en hebben daarom een heilige status.
Net als bij Kyoto denk je bij Nara niet meteen aan de hoogtijdagen in het keizerrijk. Toch heeft de stad tal van bezienswaardigheden. In Nara staan meerdere historische gebouwen en eeuwenoude tempels en heiligdommen waarvan sommige op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan.

Tōdai-ji tempel met wachters
Tōdai-ji (東大寺, Tōdai-ji, te vertalen als ‘Oostelijke Grote Tempel’) is een Boeddhistisch tempelcomplex waarvan de bouw te situeren valt in de 8e eeuw. Het complex bevat het grootste houten gebouw ter wereld; de hal van de Grote Boeddha (大仏殿 Daibutsuden).
Dat gebouw bevat op zijn beurt het grootste bronzen Boeddhabeeld van Japan en het grootste ter wereld van de Boeddha Vairocana.

 

linksboven: heilige herten; linksonder: beeld van Pindola Bharadvaja uit de 18e eeuw, de Edo periode. In Japan is Pindola de meest vereerde volgeling van Boeddha. Aan hem worden occulte krachten toegekend. In Japan wordt Pindola overigens Binzuru genoemd.;
rechts: Nyoirin Kannon Boeddha.

Nara Nationaal Museum ( 奈良 国立 博物館 Nara Kokuritsu Hakubutsukan )
Het Nara National Museum werd in 1889 opgericht als het Imperial Nara Museum (帝国 奈良 博物館). Het is bekend onder zijn huidige naam sinds 1952.
Het museum strekt zich uit over 4 gebouwen en bevat schatten uit de Nara-periode (710 tot 784, de periode dat Nara de hoofdstad van Japan was), plus een verzameling boeddhistische kunst, waaronder afbeeldingen, sculpturen en altaarartikelen. Het museum herbergt en toont bovendien kunstwerken van tempels en heiligdommen in het Nara-gebied.

Nassereith
Nassereith ligt in het district Imst van de Oostenrijkse deelstaat Tirol.
Nassereith ligt aan het einde van het Gurgltal, aan de belangrijke verkeersweg over de Fernpas naar Imst (de voormalige Via Claudia Augusta). Daar eindigt ook de oude zoutstraat over de Holzleitensattel en het Mieminger Plateau naar Telfs.
De eens zo belangrijke nijverheid is geslonken tot een klein aantal ambachtsbedrijven. Het toerisme is een belangrijke bron van inkomsten en een groot deel van de inwoners werkt in omliggende gemeenten. Nassereith staat bekend om zijn kerststalfiguren, die niet zoals gebruikelijk uit hout zijn gesneden, maar uit gebakken klei bestaan.
Het hutje Fernstein werd voor het eerst vermeld in 1288 en was het voormalige tolhuis aan de Fernpas. Op een eiland in de Fernsteinsee staan de overblijfselen van het jachtslot Sigmundsburg, dat gebouwd werd voor 1462. Niet ver daarvan liggen de Samerangersee en de Schanzlsee.

coat of arms Nassereith

Fasnachtshaus
De Nassereither Schellerlaufen wordt tot de belangrijkste Fasnachten (een soort carnaval) van Tirol gerekend en werd in 2012 door de UNESCO uitgeroepen als immaterieel cultureel erfgoed. In het Fasnachtshaus in Nassereith kunnen geïnteresseerden ook buiten de 3-jarige Fasnacht cyclus de prachtige maskers van de Nassereither Schellerlaufen bewonderen: Meer dan 450 sierlijk gesneden houten maskers van lokale kunstenaars zijn hier tentoongesteld en maken het Nassereither Fastnachtmuseum tot het grootste maskerarchief van de Alpen. In combinatie met moderne presentatietechnieken krijg je een goed inzicht in de traditie van Nassereither Fasnacht.
We bezochten het Fasnachtshaus in 1984, toen nog Heimatmuseum geheten. De naamsverandering vond plaats in 2008. De collectie onderging geen wijziging.

Orgosolo
Orgosolo ligt op Sardinië in de bergen van de Sopramonte, het ontoegankelijke hart van Sardinië.
De Italiaanse film Banditi a Orgosolo uit 1960 werd in de omgeving opgenomen en gaat over de vroegere onderwereld van Sardinië. Niet zo vreemd, want eens was het dorp een centrum van het Banditismo, berucht door zijn criminaliteit en zijn vele moorden. Jarenlang werden moorden vooraf aangekondigd d.m.v. brieven op de deur van de kerk. Dankzij de film Banditi a Orgosolo (Vittorio de Seta) is Orgosolo nu beroemd en berucht. Inmiddels behoren de meeste bandieten tot het verleden, maar saai is Orgosolo zeker niet. De prachtige murales maken een bezoek aan het dorp meer dan bijzonder.

coat of arms Sardinië

Dat het plaatsnaambord van Orgosolo met kogels is doorzeefd, is niet zo bijzonder. Met bijna elk plaatsnaambord op Sardinië is dat het geval.

buurgemeente van Orgosolo

Murales
Orgosolo is vooral bekend door de vele murales -kleurrijke muurschilderingen- die in het straatbeeld te zien zijn. De eerste dateren van mei 1968. Ze zijn gemaakt op muren van huizen, kantoorgebouwen en winkelgevels, door zowel professionele kunstenaars als door de lokale bevolking. Ze vertellen over sociale onrechtvaardigheden of roepen op tot de onafhankelijkheid van Sardinië. Andere murales tonen gewoon scènes uit het dagelijkse plattelandsleven.

 

 

 

Oslo
Oslo is de hoofdstad en grootste stad van Noorwegen. De stad ligt aan de Oslofjord tussen groene heuvels.
Volgens Noorse sagen werd Oslo gesticht rond 1048 door koning Harald Hardråde. Hij noemde zijn nieuwe machtszetel naar het Oudnoorse woord voor 'Godenvelden'. Recent archeologisch onderzoek heeft christelijke begraafplaatsen van vóór het jaar 1000 blootgelegd, wat bewijsmateriaal is voor de theorie dat verstedelijking van het gebied rondom Oslo eerder was begonnen.
De zoon van koning Harald koning Olav de Vreedzame stichtte een bisdom met een statige kathedraal waardoor het christendom zijn intrede deed. De stad die toen Oslo heette, groeide snel totdat er in het jaar 1300 ongeveer 3000 inwoners waren.
Na een grote verwoestende brand in 1624 moest de stad helemaal opnieuw worden opgebouwd. Dit gebeurde onder leiding van koning Christian die de nieuwe stad Christiania noemde, naar zichzelf. In 1877 werd de naam veranderd in Kristiania en uiteindelijk kreeg de stad in 1925 haar originele naam, Oslo, weer terug.
Van de 14e eeuw tot 1814 was Noorwegen verenigd met Denemarken. Van 1814 tot 1905 hoorde het land juist bij Zweden. Gedurende WO I was Noorwegen neutraal. Tijdens WO II werd Noorwegen bezet door de Duitsers. Vidkun Quisling, een Noorse Nazi, werd door hen aangesteld als de nieuwe leider van het land.

coat of arms Oslo

Vigelandpark
Het Vigelandpark is een beeldenpark in het Frognerpark in de Noorse hoofdstad Oslo ontstaan in de jaren 1923 tot 1943. Het is niet alleen de populairste bezienswaardigheid van Noorwegen, maar ook ’s werelds grootste beeldenpark van één enkele artiest: de collectie van 212 stenen, bronzen en gietijzeren beelden van Gustav Vigeland in het Vigelandpark, allemaal gemaakt tussen 1907 en 1942.
Veel van de levensgrote beelden bestaan elk ook weer uit tientallen figuren, zoals de brug met 58 naakte mannen, vrouwen en kinderen in alle denkbare poses. ‘Sinnataggen’ –Kleine Driftkop-, een jongetje dat driftig op de grond stampt, is het meest geliefde beeldje in het park – ook wel ‘de Mona Lisa van Vigeland’ genoemd. Het is zo geliefd dat zijn handjes en voetjes zijn gaan glimmen doordat iedereen die ermee op de foto gaat ze aanraakt. Verderop staat ‘Livshjulet’ -Levenswiel-, een vicieuze cirkel van in elkaar verstrengelde mensen van 3 m doorsnee.
Ook de toegang tot het park is indrukwekkend: tussen granieten zuilen bekroond met gietijzeren lantaarns hangen hekwerken met gestileerde mansfiguren in verschillende levensfases. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt is ‘Monolitten’ -Monoliet-, een 14 m hoge zuil op het hoogste punt in het park. Een monsterproductie waaraan onder supervisie van Vigeland 3 steenhouwers 14 jaar lang elke dag werkten. Gehouwen uit één blok massief graniet lijken de 121 figuren over elkaar heen hemelwaarts te klauteren, als metafoor voor het verlangen van de mens naar het goddelijke en spirituele.
De meeste beelden zijn geplaatst in 5 groepen langs een 850 m lange laan.  Aan de zuidkant van het park staat het atelier van Vigeland, dat na zijn dood in 1943 in oorspronkelijke staat bewaard bleef. Het atelier, opengesteld als museum, is populair: 1,5 tot 2 miljoen bezoekers zetten hier jaarlijks een voet over de drempel.

 

Roermond
Roermond ligt in de provincie Limburg aan de samenvloeiing van de Roer en de Maas. De stad is de zetel van het bisdom Roermond.
Roermond was in de late middeleeuwen een Hanzestad, en een van de 4 hoofdsteden van het oude hertogdom Gelre, 2e in omvang en grootste qua handel.
Roermond werd in 1130 Ruregemunde genoemd. Het 1e woorddeel verwijst naar de rivier Roer, die genoemd zou zijn naar een Keltisch-Germaanse watergodin ‘Rura’. Het 2e woorddeel lijkt te verwijzen naar de ‘monding’ van de Roer, maar dit is minder waarschijnlijk aangezien de Roer en de Maas tot ongeveer 1340 aan de Weerd samenkwamen. Daarna brak de Maas ter hoogte van Beegden door zijn oevers en werd de Hambeek, 1 km ten zuidwesten van Roermond, een 2e uitmonding van de Roer in de Maas, waardoor aldus een deltamonding ontstond. Andere verklaringen, nl. dat ‘monde’ zou verwijzen naar een (eventueel versterkte) heuvel, een brug of een Frankische burcht zijn evenmin zeker.
Een in 1968 gevonden Romeinse offersteen wijst op bewoning van de plaats waar nu Roermond ligt in de 3e eeuw. In 1130 werd voor het eerst schriftelijk gewag gemaakt van Ruremunde, en in de 12e eeuw was er al sprake van een primitieve aarden versterking.
Roermond werd in 1547 de hoofdstad van Opper-Gelre.
Van 1702 tot 1716 hoorde Roermond tot de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Spaanse successieoorlog, die in deze periode werd uitgevochten, leidde ertoe dat Roermond in 1716 deel ging uitmaken van Oostenrijks Gelre.
De Fransen verschenen in 1792 en opnieuw in 1794, waarna de stad tot 1814 Frans bleef. Pas sinds 1814 is Roermond een Limburgse stad, inmiddels als deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Van 1830 tot 1839 maakte Roermond nog een periode onder Belgisch gezag door.
Dankzij de scheepvaart op de Maas kon de stad in 1441 lid worden van de Hanze.
In 1559 kreeg de stad een bisschopszetel en is dat met een onderbreking van 1801-1840 nog steeds.
In Roermond komen diverse pelgrimsroutes vanuit Groningen, Leeuwarden en Alkmaar samen die naar Santiago de Compostella voeren. De route is aangegeven van de Sint-Christoffelkathedraal, via de straat die Voorstad Sint Jacob heet, langs de Roer naar het zuiden. Via Maastricht gaat de route verder via Luik, Namen en Dinant naar Givet om daar op een van de vele Franse routes aan te sluiten.
In 1919 kreeg Roermond het eerste Nederlandse vrouwelijke raadslid, Mathilde Haan.

coat of arms Roermond

Stedelijk Museum Roermond
Het Stedelijk Museum Roermond vertelt het verhaal van de historie van de stad Roermond, laat de beeldende kunst van de stad zien en vertelt over misschien wel Roermonds meest bekende inwoners, architect en ontwerper Pierre Cuypers, onder andere bekend van de troon waarop jaarlijks de troonrede wordt voorgelezen en van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Verdeeld over 2 vaste locaties, het Cuypershuis en het Historiehuis, en meerdere wisselende locaties geeft het Stedelijk Museum Roermond een mooi inzicht in het roerige leven aan
het riviertje de Roer.
De geschiedenis van het museum gaat terug tot 1930, als de Roermondse schilder Henry Luyten een deel van zijn werk schenkt aan de stad Roermond. De zoon van Pierre Cuypers, Jos, stelde hierop het gebouw beschikbaar dat tijdens het werkzame leven van zijn vader dienst had gedaan als werkruimte.
Inmiddels heeft de oorspronkelijke locatie een grondige renovatie ondergaan en is de architect die in zijn tijd geroemd en tegelijk verguist werd weer terug in zijn eigen huis. In het Cuypershuis draait het om beleven. Niet alleen om het beleven van het werk van Pierre Cuypers zelf, maar ook om het beleven van zijn werk tegenover actuele interieurontwerpers en hun werkwijze. In het Historiehuis kunnen bezoekers terecht voor de geschiedenis van de stad. Aan de hand van een korte film en een groot aantal voorwerpen worden de ontwikkelingen van de stad door de loop der jaren heen geschetst.

linksonder: maquette St. Martinuskerk; rechtsonder: atelier Cuypers

Schoonhoven
Schoonhoven ligt ten noorden van de Lek in de Krimpenerwaard, tegen de grens met Utrecht. De historisch strategische ligging op de grens van Holland en het Sticht was bepalend voor de vorm van het stadscentrum.
Op 1 januari 2015 zijn de gemeenten Schoonhoven, Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk en Vlist gefuseerd tot de nieuwe gemeente Krimpenerwaard.
Schoonhoven beschikt over een tweetal veerponten voor auto's en fietsen met een veerdienst over de Lek, hoewel een oprit is aangelegd voor een brug naar Gelkenes.
De plaats Schoonhoven is ontstaan langs de rivier de Zevender, waarvan de loop nog herkenbaar is in de Lange Weistraat. Er bevond zich een kasteel ter hoogte van het huidige Springerpark.
Schoonhoven werd in 1247 voor het eerst genoemd als Sconhouen. Het speelde een rol in de strijd tussen Vlaanderen en Holland aan het begin van de 14e eeuw, omdat de slotvoogd Nicolaas van Cats de Vlaamse kant had gekozen. Willem III van Holland en Witte van Haemstede sloegen in juli 1304 het beleg van Schoonhoven, en verkregen door een list de overgave van de stad.
In 1375 en in juli 1518 vonden grote stadsbranden plaats.
Al in de 17de eeuw waren er bekende zilversmeden. Schoonhoven heeft een internationale Zilverschool. De stad staat dan ook bekend als de Zilverstad.

coat of arms Schoonhoven

Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum
In Schoonhoven, ook wel de Zilverstad van Nederland genoemd, was het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum gevestigd waar een collectie gebruikszilver, gouden siervoorwerpen en uurwerken daterend vanaf 1500 te zien is.
Het Amsterdamse Museum en Archief Tijdmeetkunde (1901) en het Nederlands Waarborgmuseum (1938) in Utrecht werden in 1953 samengevoegd tot het 'Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum'. Het werd gevestigd in het Catharijneconvent in Utrecht.
In 1978 verhuisde het museum naar Schoonhoven, waar het werd ondergebracht in de voormalige Havenkazerne.
De klokken vormden een schitterende, uitgebreide collectie. De vroegste klok dateerde van 1542: een groot torenuurwerk van Heynrich Vabri. Een van de eerste mechanische klokken, met de vroegst bekende speeltrommel van Europa. Daarvóór hadden bestonden er alleen maar  zonnewijzers.
Het museum herbergde ook een zeldzaam slingeruurwerk, uitgevonden door Christiaan Huygens. Een prachtige Haagse klok, uit de 2e helft van de 17e eeuw. Oudere klokken hadden een afwijking van 20 minuten per dag, die van Huygens één minuut. De moderne cesiumatoomklok uit de collectie week één seconde af in 100.000 jaar.
Het museum trok jaarlijks 18.000 bezoekers, die uiteenvielen in 2 categorieën. Je had klokken- en zilvermensen. Het merendeel kwam voor het zilver en bezocht óók de klokken. De mannen werden vooral door de klokken geïntrigeerd, terwijl het zilver de vrouwen meer boeide.

In 2010 werd de naam van het museum gewijzigd naar Nederlands Zilvermuseum Schoonhoven en de collectie klokken werd afgestoten. Men wilde hiermee meer focussen op het zilver en aansluiten bij het imago van Schoonhoven als ‘Zilverstad’. In 2013 opende een zilversmederij in het museum en in 2014 onderging het museum een grootschalige herinrichting. Het Zilvermuseum wil alle facetten van zilver belichten, inclusief minder bekende toepassingen als in mobiele telefoons en botox.
Het Nederlands Zilvermuseum Schoonhoven toont een overzicht van Nederlands zilver in de tentoonstelling ‘Van erts tot eindproduct’. Techniek, geschiedenis, keurmerken, juwelierswinkel uit de jaren ’20 van de vorige eeuw, historisch en hedendaags zilver. Het is in het bezit van de historische collectie van Van Kempen en Begeer, die in delen is opgenomen in de vaste collectie.
Het ambacht van goud- en zilversmid wordt sinds 2013 beoefend in het museum. In een eigen zilversmederij werken jonge goud- en zilversmeden. Bezoekers kunnen zelf de technieken van een edelsmid toepassen in het ZilverLab.
Elk  jaar wordt tijdens de Schoonhovense Zilverdag de tentoonstelling 'meesterwerken' georganiseerd. Daar tonen de eindexamenstudenten van de Vakschool Schoonhoven hun afstudeeropdrachten. Aan de tentoonstelling is een prijs verbonden die zowel door een vakjury als een publieksjury wordt bepaald. Het museum is sinds 2010 ook verantwoordelijk voor de organisatie van de Schoonhoven Silver Award.

filigrain zilver en verguld zilver

 

hairpins en tiara’s

 

zilverwerkplaats en hoofdsieraden van verguld zilver

 

Sint-Petersburg
Sint-Petersburg ligt in het noordwesten van Rusland in een deltagebied aan de monding van de rivier de Neva in de Nevabaai, het oostelijkste deel van de Finse Golf. Het is na Moskou de grootste stad van het land en een belangrijk industrieel, wetenschappelijk en cultureel centrum.
Sint-Petersburg is de zetel van de oblast -een bestuurlijke eenheid min of meer te vergelijken met een provincie- Leningrad, hoewel het er zelf geen deel van uitmaakt, en was van 1713 tot 1728 en van 1732 tot 1918 de hoofdstad van het keizerrijk Rusland. De stad heette van 1914 tot 1924 Petrograd en van 1924 tot 1991 Leningrad. Met zijn architectuur uit de 18e en 19e eeuw, zijn grachten, zijn lange rechte straten, tuinen, parken en paleizen is het een toeristische trekpleister.
De stad is de zetel van de Russische Academie van Wetenschappen en telt diverse onderzoeksinstituten, 3 universiteiten en een conservatorium. Er zijn zo'n 120 musea, waaronder de Hermitage en het Russisch Museum, en meer dan 50 theaters, waaronder het Mariinskitheater. In de stad staat sinds 2017 het hoogste gebouw van Europa, de 462 meter hoge wolkenkrabber Lakhta Center.

coat of arms Sint-Petersburg

Hermitage
De Hermitage in Sint-Petersburg is een van de grootste en omvangrijkste kunst- en cultuurhistorische musea in de wereld. De totale collectie omvat een verzameling uit de Oudheid (onder andere Egypte), de middeleeuwen en de latere kunst en cultuur, zowel van het westen als het oosten. Ook archeologische vondsten en kunst uit Azië en de Russische cultuur van de 8e eeuw tot de 19e eeuw zijn goed vertegenwoordigd. De collectie omvat meer dan 3 miljoen objecten, verzameld in iets meer dan 2,5 eeuw. Men zegt dat daarvan slechts 5% aan het publiek getoond kan worden.
Het museum is ontstaan in 1764 uit de verzameling van Catharina de Grote, die ruim 300 schilderijen ontving van Johann Ernst Gotzkowsky, omdat hij niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Daarnaast liet zij 1.000-den schilderijen bij veilingen en uit collecties in West-Europa kopen. Daarmee breidde zij de collectie aanzienlijk uit, die tsaar Peter de Grote was begonnen. De verschillende opvolgers van Catharina de Grote vergrootten de verzameling verder met veel aankopen. Het museum werd onder tsaar Nicolaas I in 1852 voor het publiek opengesteld.
De collectie werd gedurende WO I, voor de zekerheid, gestald in Moskou. Het gebouw deed dienst als hospitaal. Eerst in 1921 kreeg de collectie weer zijn plek in de Hermitage terug.
Tijdens de Revolutie van 1917 werd de tsaar afgezet en werden alle paleizen, met inbegrip van kunstwerken, genationaliseerd en werden Hermitage en Winterpaleis tot museum verklaard. Gedurende de jaren daarna, tot 1930, werden eveneens talloze privécollecties in heel Rusland toegevoegd of tot museum verklaard.
Het museum overleefde het Beleg van Leningrad in de periode 1941-1944 (zij het met enige schade aan het gebouw), ondanks Hitlers opdracht om de gehele stad te vernietigen. De topstukken van de collectie werden toen tijdelijk ondergebracht in een gebied achter de Oeral.
In november 1945 werd de Hermitage opnieuw voor het publiek toegankelijk. Evenwel duurde het herstel van door artillerievuur en luchtbommen getroffen gebouwen nog enige jaren.
In 1948 ontving de Hermitage 316 schilderijen vanuit het vlak voor de oorlog gesloten Staatsmuseum voor Nieuwe Kunst (nu Poesjkin Museum) in Moskou. Deze schilderijen uit eind 19e, begin 20e eeuw van schilders zoals Monet, Renoir, Cezanne, Matisse en Picasso waren afkomstig van de Moskouse industriëlen en kunstverzamelaars Sergej Sjtsjoekin en Ivan Morozov.

linksonder: Rembrandt - terugkeer verloren zoon, omstreeks 1668; rechtsonder: Rembrandt - Flora, 1634

 

Tokio
Tokio is de beroemdste stad van Japan, vol met moderne wolkenkrabbers en continu knipperende neonlichten. De stad behoort tot de belangrijkste economische centra van de wereld. Tokio heeft snelle kogeltreinen, een groot metronetwerk en een echt chaotisch spitsuur. Maar je vindt er ook historische tempels en het Keizerlijk Paleis. Tokio heeft alles wat je kan verwachten in een toonaangevende Japanse stad. Tokio is de officiële zetel van de politiek en van de Japanse regering. Tokio is een enorme metropool, die vanaf het begin rond 1600 uitgegroeid is tot de hoofdstad van Japan. Er zijn veel winkels, uitgaanswijken en zakelijke districten door de hele stad. Ginza is een van de meest bekende. Shinjuku is een groot uitgaansgebied. Asakusa wordt algemeen beschouwd als de oude binnenstad van Tokio.

coat of arms Tokio

Tokyo National Museum (東京 国立 博物館, Tōkyō Kokuritsu Hakubutsukan)
Het Nationaal museum van Tokio is het oudste en met 5 grote tentoonstellingsgebouwen, een tuin, een onderzoekscentrum en verschillende openluchttentoonstellingen het grootste kunstmuseum van Japan. Met 38.000 m2 expositieruimte behoort het museum zelfs tot de 10 grootste kunstmusea ter wereld.
Het herbergt 's werelds grootste collectie Japanse kunst, variërend van houtsnedenafdrukken tot kimono's tot samoeraizwaarden en boeddhistische maskers. Van de meer dan 110.000 objecten zijn er 87 geclassificeerd als van onschatbare waarde voor het Japans Nationaal Erfgoed en
610 als waardevol Nationaal Erfgoed. Naast Japanse kunst, is er ook een ruime collectie Aziatische kunst, veelal van culturen langs de Zijderoute.

boven 2e van links: bodhisattva Pakistan 3rd century; rechtsboven: birth of Buddha Gandhara Pakistan 3rd century;
middenonder: Buddha Pakistan 3rd century; linksonder: Buddha triade Xian Tang dynasty.

 

boven links: mahasthama-prapta China 6th century; boven midden: red laquer carving box Qing dynasty 1735-1795;
midden links: iran bowl islamic period 13th century;
onder links: bronze bits luristan iran 1st millenium BC; onder midden: buddhas bronze myanmar 18th century.

 

Standing Juni Shinsho (12 heavenly generals) - Wood with polyghrome and inlaid crystal Kamakura period 12th-13th century

 

midden: standing Kannon Bosatsu (Avalokitesvara) Heian period  10th-11th century;
links en rechts: Bishamon Kamakura period 13th century.

 

  linksboven: reliquary of Kaenhoju (Cintamani in flame) bronze Kamakura period; middenboven: imari bowl Edo period 17th - 18th century; rechtsboven: Lokapala Korea 8th century;
linksonder: moeder en kind ivoor 1892; middenonder: portret van madame Kaneko Meiji period 19th century; rechtsonder: dragons in embroidery qing dynasty 19th century.

Utrecht
Utrecht ligt centraal in Nederland en in de provincie Utrecht. De stad is ontstaan aan een kromming van de Rijn, toen de hoofdarm van de rivier die de loop van de huidige Kromme Rijn en Oude Rijn volgde. Op de plek van het huidige Domplein lag een Romeins castellum. Op en rond het huidige Domplein is dus de plaats waar de Romeinen rond het jaar 50 de basis voor de stad Utrecht hebben gelegd. Aan de oever van de Rijn bouwden ze het castellum Traiectum van hout en aarde. Dit fort was onderdeel van de verdedigingsgordel langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde limes. Tussen de jaren 50 en 270  werd het castellum 4 maal herbouwd. Na het vertrek van de Romeinen streden de Friezen en de Franken lange tijd om de vesting. De overgebleven ommuring leefde voort als de burcht Trecht.
De naam Utrecht is afkomstig van het Latijnse Traiectum en duidt op een plaats waar in de Romeinse tijd de rivier de Rijn doorwaadbaar of over te steken was. De 'U' komt van het Oudnederlandse woord uut, dat 'benedenstrooms' betekent - Utrecht moet dus begrepen worden als
'Trecht benedenstrooms'.
Vanwege de Domtoren, beeldmerk van de stad en met 112,32 m de hoogste kerktoren van Nederland, wordt de stad ook wel Domstad genoemd. Twee andere bijnamen zijn Utreg (in het Stad-Utrechts) en Utka (in de multiculturele straattaal van de Randstad). Tijdens Carnaval heet de stad Utrecht Leemput. Uitert, is de verouderde naam in dialect, en komt voor als familienaam van Uitert en van Uijtert.
Een inwoner van Utrecht laat zich liever Utrechter dan Utrechtenaar noemen. Dit als gevolg van de zogeheten Utrechtse homoseksuelenaffaire: achter de Dom was er in de 18e eeuw een geheime ontmoetingsplaats van homoseksuelen (voor wie tussen de kerk en de toren ook een gedenksteen ligt). Toen dit aan het licht kwam en de slachtoffers ter dood veroordeeld werden, werd Utrechtenaar een scheldwoord voor homoseksueel. Kort na de oorlog besloot een van de Utrechtse kranten uit die tijd, het Utrechts Nieuwsblad, het woord Utrechtenaar in de ban te doen.
Inwoners van de stad worden ook wel 'baliekluivers' genoemd, naar de Utrechters die, hangend over de balies van de bruggen van de Oudegracht, de bedrijvigheid in de stad aanschouwden en elkaar ontmoetten.

coat of arms Utrecht

Catharijneconvent (klooster)
Het Catharijneconvent of (Sint-)Catharijneklooster was een klooster der johannieters in Utrecht.
Het convent is in de hoge middeleeuwen ontstaan met johannieters die met hulp van de Utrechtse bisschop een klooster stichtten ter hoogte van het huidige plein Vredenburg. De stichting dateert vermoedelijk uit de vroege 12e eeuw of zelfs nog wat eerder en daarmee zou het in het Europa van boven de Alpen een zeer vroege vestiging van johannieters betreffen.
In 1122 kreeg Utrecht stadsrechten en kort erop werd gestart met de aanleg van een stadswal/stadsmuur om de stad. Het voor 1122 gestichte klooster zou dan vervolgens deels nog net binnen deze stadsverdediging komen te liggen. Als hoofdactiviteit bedreven de johannieters ziekenzorg en in die hoedanigheid stichtten zij uiterlijk in de 13e eeuw ook het eraan verbonden Catharijnegasthuis. Bij het klooster hoorden tevens een kerkgebouw en aan de buitenzijde van de stadsverdediging het Ellendigenkerkhof met de Ellendigenkapel. Enkele kilometers ten westen daarvan had het klooster een uithof (Hof ter Weyde). In 1518 brak in het klooster een brand uit, wellicht dat het archief daarbij werd verwoest.
Op het Vredenburg startte in 1529 de bouw van een dwangburcht, waardoor de kloostergemeenschap diende te verhuizen naar het Karmelietenklooster aan de Nieuwegracht/Lange Nieuwstraat. Het grootste deel van de verlaten kloostergebouwen is vervolgens afgebroken met de nieuwbouw van de burcht, echter het hoofdgebouw van het klooster bleef nog gespaard omdat het deel van de burcht ging uitmaken. Na de oververhuizing is op de nieuwe locatie onder meer de Sint-Catharinakathedraal door het Catharijneconvent uitgebreid. Met de Reformatie (ongeveer 1580) kwam een verbod op nieuwe aanwas, waardoor het convent begin 17e eeuw uitstierf.
Het Ellendigenkerkhof is omstreeks 1664 grotendeels verdwenen. De ziekenzorg die met het Catharijnegasthuis was ontstaan is doorgezet tot in de 19e eeuw. In 1868 brak een grote brand uit in het voormalige klooster waarna binnen enkele jaren een ingrijpende renovatie startte. Vervolgens kreeg het een bestemming als aartsbisschoppelijk museum. De museale invulling vindt vandaag de dag plaats door het Museum Catharijneconvent.

 

Religieuze kunst toont vaak het verhevene, het schone, het heilige. Maar het Museum Catharijneconvent vroeg aandacht voor de duistere kant van het christendom: het geloof in de macht van de duivel. Dat leidde in Europa tot tienduizenden heksenprocessen.
Van 19 september 2015 tot en met 31 januari 2016 was in Museum Catharijneconvent de tentoonstelling ‘De heksen van Bruegel’ te zien. De tentoonstelling toonde een collectie heksenvoorstellingen uit de roerige periode van heksenvervolgingen in de Nederlanden (1450-1700). We gingen er eens kijken.
Iedereen weet hoe een heks eruit ziet: het is een lelijke vrouw die op een bezem de haard invliegt en door de schoorsteen op een bezem naar buiten vliegt. In de haard staat een grote heksenketel waarin ze haar tovermiddeltjes kookt en ondertussen warmt een kat zich bij het vuur. Minder bekend is dat dit heksbeeld door kunstenaars uit de Nederlanden werd bedacht met Pieter Bruegel de Oude als voorloper.

Spoorwegmuseum
Het Spoorwegmuseum, tot 2005 Nederlands Spoorwegmuseum, is sinds 1954 gevestigd in het in 1874 gebouwde Maliebaanstation aan de Oosterspoorweg in Utrecht.
Op 7 januari 1927 werd de Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum opgericht. De collectie werd ondergebracht in een nu verdwenen gebouw van de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht, waar op 1 december 1928 het Nederlandsch Spoorwegmuseum officieel werd geopend. De collectie bevatte voornamelijk afbeeldingen, documentatie en spoorattributen. In 1935 verhuisde het museum naar NS-Hoofdgebouw I aan het Moreelsepark. In de jaren ‘30 werden de eerste initiatieven genomen tot behoud van oud spoorwegmaterieel van historisch belang. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden ging een deel hiervan alsnog verloren.
Na het uitbreken van WO II was er in oktober 1941 geen ruimte meer voor een museum in Hoofdgebouw I. Een andere locatie werd gevonden in de oostvleugel van het Rijksmuseum te Amsterdam, waar de collectie vanaf 30 mei 1942 te bezichtigen was. In september 1944 moest het Rijksmuseum sluiten. Na de oorlog werd de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum in afwachting van het vinden van een nieuwe locatie opgeborgen op een bovenverdieping van het Amsterdamse Centraal Station.
In 1951 werd het in 1939 gesloten Maliebaanstation in Utrecht aangewezen als nieuwe locatie voor het museum. Na verbouwing werd het museum op 5 november 1954 officieel geopend. Er was hier veel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen, en historisch materieel kon op de sporen van het voormalige station opgesteld worden. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs het eerste perron het meest in het oog springende deel van deze collectie.
In het voorjaar van 2005 werd door Het Spoorwegmuseum een geheel nieuwe museumformule gepresenteerd. De formule is geïnspireerd op de wetenswaardigheid dat men het station in de 19e eeuw ook wel de poort naar de wereld noemde. Het station werd ervaren als het beginpunt van een ontdekkingsreis.
In Het Spoorwegmuseum maakt de bezoeker via verschillende Werelden een reis door de geschiedenis. De werelden vertegenwoordigen elk een belangrijke tijdspanne in de ontwikkeling van het spoor ingedeeld in historisch, maatschappelijk, romantisch of technologisch opzicht. De werelden 1, 3 en 5 zijn daarbij ingericht als pretparkattractie zoals een walkthrough (wereld 1), darkride (wereld 3) en simulator (wereld 5).
Wereld 1 - Zwarte Magie 1800-1850: De Grote Ontdekking
Wereld 2 - La belle époque 1860-1900: Droomreizen (de hoogtijdagen van de internationale treinen rond 1900)
Wereld 3 - Modern Times 1918-1945: Stalen Monsters
Wereld 4 - Op weg naar vandaag 1950-2005: De Werkplaats (de grote hal met treinen)
Wereld 5 - 1800-toekomst: De Vuurproef
Het Spoorwegmuseum beschikt over een grote en gevarieerde collectie rollend materieel: onder meer stoomlocomotieven, elektrische locomotieven, locomotoren, diesellocomotieven, motorrijtuigen, treinstellen, rijtuigen, goederenwagons en enkele trams.

 

 

tegeltableau van de 'Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagens', gemaakt ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan (1859-1909)

 

Washington, DC
Washington D.C. is de hoofdstad van de Verenigde Staten. D.C. staat voor District of Columbia, het speciale federale district dat hetzelfde grondgebied bestrijkt en er min of meer synoniem mee is. Het District of Columbia is vernoemd naar een oude, poëtische naam voor de Verenigde Staten: Columbia (op zijn beurt afgeleid van Columbus). Dit district behoort tot geen enkele staat, omdat men niet wilde dat een staat invloed op de hoofdstad kon uitoefenen. Gevolg daarvan is dat de inwoners van D.C. niet deelnemen aan de verkiezingen van het Amerikaanse Congres, want dat vertegenwoordigt immers de staten. Wel nemen ze deel aan de presidentsverkiezingen. Om verwarring met de staat Washington te voorkomen spreken de Amerikanen veelal niet van Washington, maar van Washington, D.C., of kortweg D.C. De stad is genoemd naar de eerste president van de VS, George Washington, en ligt aan de rivier Potomac.
Washington D.C. is als hoofdstad ontworpen, een zogeheten geplande stad. Het oorspronkelijke plan van indeling laat de scheiding der machten (de Trias politica) goed zien: het Washington Monument vormt het middelpunt van een half kruis. Aan het uiteinde van de noordelijke poot van het kruis bevindt zich het Witte Huis, waar de president, als hoofd van de uitvoerende macht, zetelt, en aan het uiteinde van de oostelijke poot bevindt zich het Capitool, waar de wetgevende macht is gevestigd.

coat of arms United States

Smithsonian Musea
Dit wereldberoemde museum- en onderzoekscomplex, dat gezamenlijk het Smithsonian Institution wordt genoemd, bestaat uit 17 musea, galerijen en een dierentuin.
Gezamenlijk het Smithsonian Institution genoemd, bestaat het wereldberoemde museum- en onderzoekscomplex uit 17 musea en galerieën in Washington, DC, 11 daarvan bevinden zich in 'Amerika's voortuin', de National Mall, het meest bezochte nationale park van Amerika, waar verleden, heden en toekomst samenkomen. Van de oorsprong van de mens tot de toekomst van de ruimtevaart, Smithsonian museums zijn een gids voor de meest fascinerende aspecten van onze wereld. De museumcollectie bevat in totaal meer dan 150 miljoen objecten, kunstwerken en exemplaren. En het beste deel: je hoeft geen cent te betalen om het te ervaren, omdat de toegang op elke locatie gratis is.
We bezochten er het National Museum of American History, met daarin van alles over de Amerikaanse geschiedenis, en het National Air and Space Museum, waarin de grootste collectie vlieg- en ruimtevaartuigen in de wereld.. Ook gingen we naar de Gallery of Art Sculpture Garden, met daarin 19e en 20e-eeuwse kunst. Onder andere optical illusion art van Roy Lichtenstein: een 3-dimensionaal huisje, van welke kant je het ook bekijkt. Natuurlijk bezochten we ook de grote tentoonstelling over de Presidenten en onder meer de jurken die de First Ladies tijdens de inauguratie droegen.
De kern van dit alles is het Smithsonian Institution Building, beter bekend als ‘The Castle’, het vitale informatiepunt. In het restaurant namen we een broodje vlees. Het was eigenlijk meer een vleesbroodje. De prijs was er dan ook wel naar.

National Museum of American History

 

boven: avondrobes van de first ladies: links een van Helen Taft first lady van 1909-1913, echtgenote van wijlen president William Howard Taft; midden: een van Rosalynn Carter en rechts: een rode japon van Laura Bush
onder: presidential China servies en zilveren servies

 

National Air and Space Museum

 

 

linksboven: voormalig astronaut Alan Bean in zijn art studio in Houston 14 oktober 2008

 

links: Smithsonian Institution Building (‘The Castle’ ) en rechts: Gallery of Art Sculpture Garden

Woerden
Woerden ligt in het westen van de provincie Utrecht en in het oosten van het Groene Hart. De gemeente bestaat uit de kernen Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld.
Van 1814 tot 1989 was Woerden onderdeel van de provincie Zuid-Holland.
De gemeente Woerden is ontstaan uit de oorspronkelijke stad Woerden, waaraan door diverse gemeentelijke herindelingen zijn toegevoegd: in 1964 (delen van) de gemeenten Barwoutswaarder, Rietveld en Waarder, in 1989 het grootste deel van de gemeente Kamerik, de gemeente Zegveld en een klein deel van de gemeente Nieuwkoop -bij deze herindeling ging Woerden bij de provincie Utrecht horen-, en in 2001 de gemeente Harmelen, met als toevoegingen de gemeenten Indijk (1820), Gerverscop (1857) en een deel van Veldhuizen (1954).
Op 29 oktober 2009 sprak de gemeenteraad van Woerden unaniem uit positief te staan tegenover aansluiting van Kockengen bij de gemeente Woerden, naar aanleiding van een referendum in Kockengen, waarbij een groot deel van de bevolking zich uitsprak voor aansluiting bij Woerden. Desondanks maakt Kockengen sinds 1 januari 2011 deel uit van de gemeente Stichtse Vecht, zoals de rest van de voormalige gemeente Breukelen. De minister van Binnenlandse Zaken stelde pas over de indeling van Kockengen te willen praten wanneer ook Woerden zelf weer bij een herindeling betrokken zou raken.
De Oude Rijn loopt door Woerden en de riviertjes Linschoten en Grecht komen erin uit. In het centrum van de stad is de Oude Rijn in de jaren zestig gedempt. Men spreekt er nu van 'Rijnstraat'.

coat of arms Woerden

Stadsmuseum
Het Stadsmuseum Woerden is een kleinschalig en sfeervol museum, gevestigd in het oude raadhuis van Woerden, dat deels uit de 16e en deels uit de 17e eeuw stamt.
Het museum stelt zich ten doel het cultuurhistorisch erfgoed van de woongemeenschappen in de gemeente te bewaren en alle vormen van kunst bij een breder publiek te introduceren. Daarom exposeert, verzamelt en conserveert het objecten met betrekking tot lokale geschiedenis, folklore en kunst.

aan de buitengevel bevindt zich op de hoek van de Kerkstraat en de Havenstraat een schandpaal uit 1567 (rechtsonder

 

Xi’an
Xi'an (西安) ligt in China. Het is de hoofdstad van de provincie Shaanxi. Het was ooit de hoofdstad van China. Xi'an is het oostelijke eindpunt van de Zijderoute en ligt aan de rivier de Wei he. In vroeger tijden werd het Chang'an genoemd, dat 'lange vrede' betekent. Tijdens de Tangdynastie was het de hoofdstad van China met een bevolking van 1 miljoen inwoners op een oppervlakte van 84 km2, waarmee het de grootste stad op aarde was.
De bevolking groeit sterk en bedroeg naar schatting 6,5 miljoen inwoners in 2010, en 12,9 miljoen als het omliggende gebied met de stad Xianyang (ter grootte van bijna 10.000 m2), dat bestuurlijk onder Xi'an valt, wordt meegerekend. Xi'an heeft, mede als gevolg van de Zijderoute, ook een grote moslimwijk met de van oorsprong 1.250 jaar oude Grote Moskee van Xi'an.
De stad vormt het hart van het begin van de Chinese beschaving. De Qin-dynastie, de 1e dynastie die China verenigde, had vlakbij zijn hoofdstad. Het graf van keizer Qin Shi Huangdi met het bijbehorende Terracottaleger, ligt vlak bij de stad.

coat of arms China

Terracottaleger
Het Terracottaleger is de benaming voor de archeologische vondst van ongeveer 8.000 terracottafiguren die als grafgiften werden meegegeven aan Qin Shi Huangdi. Het 'leger' bevindt zich tussen de berg Li en het hedendaagse Xi'an.
Qin Shi Huang (259-210 v. Chr.) wordt ook wel de eerste keizer van China genoemd. Door middel van eindeloze veldtochten wist hij van China één rijk te maken en het was Qin die opdracht gaf om de losse verdedigingsmuren van China om te bouwen tot een lange verdedigingslinie: de Chinese Muur.
Het Terracottaleger staat in 5 kuilen op 2 km van de grafheuvel. De soldaten zijn geplaatst in 6 m diepe geulen. Deze gangen, van elkaar gescheiden door aarden wallen, waren ooit bedekt met een frame van hout en aarde. Na de Qin-dynastie werden de grafkelders geplunderd en in brand gestoken, waardoor de terracottasoldaten zwaar werden beschadigd. Boven de kuilen zijn hallen gebouwd waar men het terracottaleger kan bekijken.
Het Terracottaleger bestaat onder andere uit het voetvolk, kruisboogschutters, ruiters met strijdwagens en paarden; de strijders stonden allemaal paraat voor een veldslag. Ze zijn allemaal tussen de 1,60 m en 1,80 m lang en allemaal verschillend. Sommigen staan en anderen zitten knielend met gespannen pijl en boog, alsof ze zich weerden tegen de aanslag. Sommigen dragen een harnas en anderen zijn gekleed in een uniform. De wapens die ze dragen zijn echt en de hoofdtuigen van de paarden zijn gemaakt van brons.
Minder bekend is dat men ook een leger heeft ontdekt van kleinere beelden van ongeveer 0,50 m tot 0,75 m hoog.
De vindplaats staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De locatie van het Terracottaleger is sinds 1979 een museum. Het museum bestaat uit 3 grote overdekte hallen waarin verschillende beelden zijn te bewonderen (Pit 1, 2 en 3).
Pit 1 is de grootste hal. Op die plek zouden maar liefst 6.000 beelden zijn gevonden, en 2000 daarvan kun je er zien. Behalve soldaten staan ook paarden en een aantal strijdwagens opgesteld. In Pit 2 heb je de mogelijkheid om een aantal beelden van heel dichtbij te bekijken. Je zult zien dat de gezichtsuitdrukking, de haardracht en het wapen bij elk beeld uniek is. Van Pit 3 wordt gedacht dat deze plek het hoofdkwartier van het leger was, omdat er heel veel hoge officieren werden gevonden. Het is de kleinste hal en hier vind je dan ook maar 72 beelden.