FILMS

 

Marokko heeft een bescheiden filmindustrie. Veel van de films die in Marokko zijn gemaakt werden gefinancierd door de staat en hadden tot doel om de analfabete plattelandsbevolking te bereiken. Onderwerpen waren onderwijs, hygiëne en landbouwtechnieken. De films werden vertoond in zogenaamde Caravanes Cinématographiques, rondtrekkende bioscopen. Tegenwoordig is er een kleine, jonge generatie Marokkaanse filmmakers bezig, die persoonlijke films maakt. Zonder steun van de staat, maar vaak met behulp van buitenlandse (vooral Franse) financiers.

In het verleden is Marokko vaak het decor geweest voor internationale producties. Orson Welles nam in Essaouira zijn Shakespeare-verfilming Othello (1952) op en Alfred Hitchcock streek neer in het beroemde hotel La Mamounia in Marrakech,
 voor zijn spionagethriller The man who knew too much (1956).

Een van de grootste filmklassiekers is zelfs naar de Marokkaanse hoofdstad vernoemd. In Casablanca (1942) vormt de stad de achtergrond voor de tragische liefdesgeschiedenis tussen Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. De film speelt tijdens WO II.
Casablanca is toevluchtsoord en doorgangsroute voor spionnen, verraders, nazi's en Franse verzetsstrijders. Hoewel de makers van de klassieker geen voet in de Marokkaanse hoofdstad hebben gezet, heeft de film wel bijgedragen aan het exotische
                                    beeld dat hele generaties van Marokko hebben. Casablanca werd in zijn geheel opgetrokken op het terrein van de Warner Bros Studios in Los Angeles.

Ten zuidwesten van Marrakech ligt de Vallei van de duizend kasbah's. Die vallei dankt zijn roem aan de typische Berber-architectuur. Het is het land van de ksars en de kasbah’s, prachtig versierde rode lemen bouwwerken die een harmonisch geheel vormen met de omgeving. Hoewel ontstaan als versterkte kazernes en vestingstadjes, ongenaakbaar en meedogenloos tegen vijandelijke stammen en roversbendes, zien de complexen er vaak zo sprookjesachtig uit dat ze al heel wat filmproducenten hebben verleid om hier hun rolprenten op te nemen.

In het ommuurde dorp Ouarzazate zijn de films Gladiator (2000) en The Sheltering Sky (1990) - gebaseerd op de gelijknamige roman van Paul Bowles- opgenomen.

Aït Benhaddou is een hoog oplopende stad, waarin een deel van de duistere woningen nog wordt bewoond. Het ligt indrukwekkend aan een rivier, tussen een palmoase en een onherbergzame steenwoestijn. Aït Benhaddou figureert in tientallen films,
 van Lawrence of Arabia (1962) tot Jesus of Nazareth (1977).

In 2001 werd voor het eerst in de Marokkaanse geschiedenis een film in het Berbers vertoond. De film 'Imouan' (Golven ) verscheen op de Marokkaanse staatszender RTM met ondertiteling in het Arabisch.
Het Berbers is de taal van de oorspronkelijke bevolking van Marokko. Na de verovering van Noord‑Afrika door de Arabische moslims in het begin van de 7e eeuw werd het Arabisch de officiële taal. Het Berbers kwam daardoor in een ondergeschikte positie. Tot voor kort was het Berbers een zaak van de Marokkaanse Berbers die de erkenning van hun taal en cultuur eisten. Na de toespraak van koning Mohammed VI waarin hij de oprichting van een koninklijk instituut voor Berbers heeft aangekondigd, lijken veel Arabischtalige Marokkanen ook begrip te hebben voor de eisen van de Berberse bevolking.


De allereerste filmbeelden uit Marokko dateren uit 1897. Eén van de gebroeders Lumière, de cameraman Félix Mesguish, draaide in de regio Figuig enkele filmbeelden waaraan hij de titel Le chevrier marocain (De Marokkaanse geitenhoeder) meegaf. Ook toen de Fransen in 1907 Casablanca binnenvielen, was het Félix Mesguish die er als fotojournalist in slaagde de eerste momenten van de verovering van de regio Chaouia door de Franse troepen op film vast te leggen.
In 1915 werd er binnen de Franse krijgsmacht een cinematografische afdeling opgezet. In het kielzog van het koloniale leger werden beelden gemaakt van het Marokkaanse front.

Pas in 1919 werd de allereerste Marokkaanse speelfilm gemaakt, Mektoub, naar een scenario van E. Doutté, J. Pinchon en D. Quintin.
Lange tijd stond in Marokko film in dienst van de staat. In het land, waar de plattelandsbewoners tweederde van de bevolking uitmaken, werd film gezien als één van de effectiefste middelen om in contact te komen met de verschillende sociale lagen van de bevolking. In opdracht van overheidsinstanties werden vooral korte films geproduceerd over uiteenlopende maatschappelijke onderwerpen zoals scholing, hygiëne en landbouwtechnieken. De films werden vervolgens door middel van rondtrekkende filmkaravanen (caravanes cinématographiques) aan de veelal analfabete bevolking vertoond.

Die tijd van de caravanes cinématographiques is al lang voorbij. In plaats van in rondtrekkende caravans worden Marokkaanse films nu vertoond tijdens internationale filmfestivals, zoals het filmfestival van Cannes en dat van Venetië. Niet op de laatste plaats heeft de Marokkaanse filmindustrie dat te danken aan de jongste generatie cineasten die in het westen zijn opgegroeid en die daar hun opleiding volgden.