VOLKSGELOOF

 

Naast de islam kent Marokko een diepgeworteld volksgeloof rond ziekte en gezondheid. Geloof in bovennatuurlijke krachten speelt daarbij een overheersende rol. Imams, als vertegenwoordigers van de institutionele islam, doen het volksgeloof echter vaak af als onzin, maar het zit bij de Marokkanen nu eenmaal in hun hoofd.

De maraboutsverering maakt een belangrijk onderdeel uit van het volksgeloof. Een marabout wordt gezien als een tussenpersoon tussen Allah en de mens.
Heel veel islamitische genezers schrijven patiënten het dragen van amuletten voor en passen allerlei uitdrijvingsrituelen toe.

Boze betoveringen worden afgeweerd door zilveren plaatjes in de hoofddoek en rood koraal, barnsteen en zilver in de sieraden voor het voorhoofd, in oorhangers en in halskettingen.
De zwarte oogmake-up khol laat de ogen scherper uitkomen, waardoor djinns worden afgeschrikt. Een djinn is een onzichtbaar wezen, dat volgens in de koran opgenomen islamitische overleveringen, bezit kan nemen van mensen.
Het boze oog van tovenaars, heksen en afgunstigen kan onvruchtbaarheid, ziekten, mislukte oogsten of andere rampspoeden veroorzaken. Berbervrouwen beschermen zich tegen het boze oog door tatoeages aan te brengen bij lichaamsopeningen in het gezicht, zodat binnendringing onmogelijk wordt. Met name op de kin en op de neus worden magische symbolen aangebracht. Naast bescherming dienen die tatoeages ook wel ter versiering. Een geliefd motief voor de kin zijn allerlei variaties van de palm, hét vruchtbaarheidssymbool bij uitstek. Ook een vijfpuntig kruis, aangebracht tussen duim en wijsvinger, moet trouwens kinderloosheid voorkomen.
Bij baby's worden de magische tekens in de huid gekrast. Bij een bruid worden vóór het huwelijk haar handen en voeten met dergelijke tekens beschilderd in gelukbrengende henna.

Symbolen die geluk en voorspoed brengen zijn vaak te zien op wanden, tapijten en ornamenten. Ze zijn meestal geometrisch van vorm en opgebouwd rondom een magisch cijfer. Voorstellingen van werkelijkheid, zoals portretschilderijen en beelden, zijn door Allah verboden. Gelukbrengende cijfers zijn vooral 3, 4 en 5.
De 3 beschermt tegen onvruchtbaarheid. Daarom heeft de Berberbruid allerlei driehoeksvormen in haar sieraden. Een driehoek die met de punt naar beneden wijst, staat voor de baarmoeder, het vrouwelijke. Een naar boven wijzende driehoek staat voor fallus, het mannelijke. Beide over elkaar gelegd vormen ze de zespuntige joodse ster. Hij staat op de poorten van de nu meestal voor andere doeleinden gebruikte synagogen.
De 4 staat voor geluk: 2 vierkanten vormen een achthoek, die de Salomon-zegel wordt genoemd en vaak te zien is op tapijten en op wandmozaïeken.
De 5 wordt een bijzonder sterke afweerkracht toegedicht: de vijfpuntige ster staat zelfs in de Marokkaanse vlag. Bovendien zie je overal de hand van Fatima, de lievelingsdochter van Mohammed, de profeet.

gelukshand