8-daagse week
De
meeste Birmanen bewijzen hun eer in pagodes en stupa’s bij het altaar dat bij
hun geboortedag behoort. De altaren zijn verbonden met de dagen van de week. Die
dagen zijn in Birma voor de boeddhisten veel belangrijker dan hun
geboortedatum.
De Birmaan gelooft dat de dag waarop hij of zij is geboren bepalend is voor de
levensloop. Bij elke dag hoort een windrichting, een planeet, een dier en een
bloem. Alle vier vertegenwoordigen die een kosmologische boodschap voor de
psychologische kenmerken van de geborene. De bloem van de kokospalm bijvoorbeeld
hoort bij zondag. Veelal zijn de altaren klein en in een rij naast elkaar
geplaatst. Bij de Schwe-dagon Pagode bijvoorbeeld zijn de altaren echter vrij
groot. Ze zijn geplaatst op 8 kardinale punten die overeenstemmen met de
windrichtingen. Het zijn verhogingen met een niet zo groot albasten
boeddhabeeldje. In de voet van het altaar is het dier verwerkt. De boeddhisten
offeren bloemen, wierook en kaarsen. Ze gieten voortdurend water over het
boeddhabeeldje om zo geluk te bewerkstelligen.
Om de Birmaanse boeddhistische 8‑daagse week te laten corresponderen met de
algemeen gebruikelijke 7‑daagse week is de woensdag om precies 12.00 uur
in tweeën gedeeld. De bij de dagen horende planeten zijn: Zon, Maan, Mars,
Mercurius, Rahu (de planeet die zonsverduisteringen veroorzaakt), Jupiter, Venus
en Saturnus. De dieren zijn: garuda, tijger, leeuw, olifant met en zonder
slagtanden, rat, mol en draak.