Beenroeiers
Op de hoogvlakte van
de deelstaat Shan ligt op ongeveer 900 m boven de zeespiegel het Inle‑meer. Het
meer is niet erg diep maar wel behoorlijk groot: 32 km lang en 6 km breed. Rond
het Inle‑meer woont de Intha‑minderheid in huizen op palen. Intha betekent:
zonen van het meer.
De
Intha’s leven van de opbrengst van het meer: vissen en de groenten van hun
drijvende tuinen. Zij hebben de enorme hoeveelheden wilde waterhyacinten die in
het meer groeien in velden verdeeld en met bamboestokken vastgepind in de bodem.
Vervolgens hebben ze die velden bedekt met een dikke laag vruchtbare modder. Het
zijn daardoor natuurlijke akkers geworden, ook wel drijvende tuinen genoemd.
De Intha's hebben een speciale manier van roeien ontwikkeld: ze staan achter op
de boot en bewegen de roeispaan met één been. Op die manier hebben ze goed zicht
over het meer en houden beide handen vrij om te vissen en de tuinen te bewerken.
Op de tuinen kweken ze bloemen, tomaten, komkommers en bonen.
Vanuit zijn bootje observeert de Intha het wateroppervlak op zoek naar luchtbelletjes, die de aanwezigheid van vis verraden. De visser zet vervolgens een grote kegelvormige bamboekorf op de plaats van de belletjes en laat de korf tot op de bodem van het meer zakken, zodat de vis opgesloten is en in de korf verstrikt raakt. Omdat hij rechtop staat de Intha door het goede zicht gemakkelijk de plantenvelden in het ondiepe water ontwijken.