Mandalay

Mandalay een oude koningsstad en centrum van de Birmaanse cultuur. Mandalay wordt omgeven door prachtige groene bergen en rijstvelden. Mandalay is in grootte de tweede stad van Myanmar en ligt centraal in het land aan de Ayeyarwady‑rivier. Het is het eindstation van de belangrijkste spoorlijn van Myanmar. De stad heeft een geschatte bevolking van bijna 1½ miljoen inwoners. Evenals Yangon heeft Mandalay een Engels stratenplan.
Mandalay wordt -zoals Boeddha al voorspeld zou hebben- in 1857 gesticht. Dat jaar komt overeen met het boeddhistische jaar 2400. De stichting geschiedt door Koning Mindon op advies van zijn astrologen als zijn hof nog in Amarapura gevestigd is. De bouw geschiedt aan de hand van aanwijzingen van boeddhistische monniken. De bedoeling is dat Mandalay direct al wordt neergezet als een boeddhistische metropool. Mandalay is dus in tegenstelling tot andere Birmaanse steden niet uitgegroeid van een kleiner gehucht tot een stad. De pagodes en paviljoens zijn met edelstenen bezet. De paleizen zijn ingesloten door ruim 2 km lange gekanteelde muren en omringd door een met bomen omzoomde gracht van bijna 8 m breed. De karmijnrode omheining wordt onderbroken door 12 enorme poorten, waarvan er 4 op de hoofdwindstreken zijn gericht. Daartussendoor bieden tientallen torentjes uitzicht over de muur. De contouren van de stad worden gedomineerd door het paleis van koning Mindon met zijn gouden dakranden, met daarboven een gouden stoepa die hoog boven Mandalay uitrijst zoals de berg Meru, de mythologische hoogte die volgens boeddhisten de as was waar de wereld omheen draaide.
Mandalay is vanaf 1860 hoofdstad van het onafhankelijke Birmaanse Koninkrijk voordat het in 1885 door de Britten wordt overgenomen. Yangon wordt dan de hoofdstad.
In de Tweede Wereldoorlog wordt Mandalay zwaar beschadigd.

Het wemelt in Mandalay van de kloosters. Het zijn er zo'n vierduizend. In de middag, als het erg warm is, zijn de kloosters prettige plaatsen om naartoe te gaan. Het is er namelijk heerlijk koel.
Vanaf de straat zijn de kloosters makkelijk te herkennen. Ze hebben palmbomen die overal bovenuit steken en openstaande poorten. De enige poorten in het land die nooit op slot gaan.