GESCHIEDENIS

 

De oudste bekende bewoners van het huidige Thaise grondgebied zijn de Mon. Aangenomen wordt dat dit volk vele eeuwen vóór Christus uit Centraal-Azië via de grote rivieren afzakte naar het zuiden van Myanmar en daarna steeds verder Thailand binnentrok.
In de loop der eeuwen ontstond een groot aantal kleine Mon-rijkjes. In de 10e eeuw werden die door de Khmer uit Cambodja geannexeerd. De Khmer heersten vervolgens bijna 3 eeuwen over Thailand. Dat gebeurde vanuit Sukhothai.
Gedurende deze heerschappij begon er vanuit het noorden een immigratiestroom op gang te komen van Thai-volken. Geleidelijk werden de Mon onderworpen en opgenomen in de Thai-samenlevingen. Er ontstonden Thaise vazalstaatjes die verantwoording verschuldigd waren aan de Khmer maar in de praktijk zullen ze wel zo goed als zelfstandig zijn geweest.

De vazalstaatjes kwamen één voor één in opstand tegen het Khmer-gezag en in de eerste helft van de 13e eeuw ontstond het eerste onafhankelijke Thaise koninkrijk van Sukhothai. Dit Sukhothai-rijk breidde zich steeds verder uit. Het omvatte, met uitzondering van Noord‑Thailand, heel Thailand zoals we dat nu kennen, met daarbuiten gebieden tot Vientiane en Luang Prabang in Laos en Bago in Birma (Myanmar). In Noord‑Thailand ontstond het onafhankelijke Lanna-rijk en in het noorden van Centraal-Thailand het Ayutthaya‑koninkrijk. Dat dit koninkrijk naast dat van Sukhothai ontstond vond zijn oorzaak in religieuze verschillen van inzicht.

In de loop van de 14e eeuw overvleugelde Ayutthaya, dankzij een veel grotere economische en militaire macht, Sukhothai. Dat rijk bleef daarna nog een goede halve eeuw zelfstandig bestaan voordat het definitief door Ayutthaya werd ingelijfd.

De 15e eeuw stond vooral in het teken van versteviging van de grondvesten van het Thaise (Ayutthaya-)rijk. Daarna volgde een periode van niet minder dan 3 eeuwen waarin het rijk van Ayutthaya een grote bloei doormaakte. Militaire conflicten waren er alleen met buurland Birma (Myanmar). Dat land werd echter aan het einde van de 16e eeuw vernietigend verslagen.

In 1767 trokken de Birmezen totaal onverwacht het Thaise rijk binnen en vernietigden de hoofdstad Ayutthaya.

Na het vertrek van de Birmezen heerste er in Thailand aanvankelijk een machtsvacuüm, omdat er geen bezettingsmacht was achtergebleven. Spoedig kwamen er weer enkele kleine vorstendommen op, die elk aanspraak maakte op de heerschappij over heel Thailand. Het lukte uiteindelijk het vorstendom Thornburi. Na een paleisrevolte besteeg legeraanvoerder Phya Chakr in 1782 als koning Rama I (tot 1809) de Thaise troon. Hij werd daarmee de grondlegger van de huidige Chakri‑dynastie.

 

Embleem Chakri-dynastie

 

Vlag koning Bhumibol, Rama IX

De jonge staat richtte zich in alles op het grote voorbeeld van Ayutthaya. De heersers in Thornburi zagen zich als directe erfgenamen van het oude rijk. Het absolute koningschap werd volledig in zijn oude glans hersteld.

In 1932 slaagde een burgerlijke intelligentsia er via een geweldloze revolutie in de absolute macht van de koning in te perken en een democratische grondwet af te dwingen. Sindsdien wisselen perioden van grotere democratische vrijheden zich af met jaren van bijna dictatoriaal bestuur door een meestal uit legerkringen afkomstige premier.