Dag 7.
Vrijdag 20 oktober 2017
Vertrek uit Andorra
We beginnen vandaag aan de thuisreis. Die duurt wel 2 dagen, dus dit is de 1e etappe. We overnachten in Hotel Campanile Orléans Nord - Saran.
|
|
|
coat of arms Orléans |
We ontbijten om 07:30 uur en brengen om 08:45 uur de koffers naar de bus. Die staat vandaag niet pal voor het hotel, want daar staan wat auto's, maar bij de officiële bushalte, zo'n 30 m verderop.
|
|
De zon schijnt weer!
We vertrekken om 09:00 uur. Dat is een uur later dan aanvankelijk was gepland, maar dat komt door de late aankomst gisteren uit Barcelona en de rusttijd die de Rijtijdenwet Gerlof oplegt.
We rijden over
de Pont de Lisboa -Lissabonbrug- met zicht op de tunnel van de Twee Valiras
-Catalaans: Túnel dels dos Valires-, een verkeerstunnel met een lengte van
2.922 m. De tunnel is in gebruik genomen op 31 juli 2012. Hij verbindt de
plaatsen Encamp en La Massana en ontlast
Escaldes-Engordany en Andorra la Vella
omdat het verkeer tussen het (noord)oosten en het (noord)westen van het land
niet langer door die plaatsen hoeft te gaan. Tijdens de aanleg van de tunnel
vonden er 2 instortingen plaats. Bij het eerste ongeval werden 5 Portugese
arbeiders gedood en raakten er 6 gewond. Ter nagedachtenis aan hen is de
toegangsbrug aan de westelijke kant Pont de Lisboa genoemd.
|
|
|
|
Even verder rijden we langs een klimwand.
|
|
De zon komt inmiddels al wat lager.
|
|
Daardoor worden de herfstkleuren op de berghellingen schitterend belicht en komt ook de sneeuw op de bergtoppen veel mooier uit. Want beneden heeft het gisteren op veel plaatsen flink geregend, maar hoog in de bergen viel er sneeuw, de eerste sneeuw.
|
|
|
|
Om 09:40 uur rijden we de Envaliratunnel in. In de tunnel wordt een tol geheven.
|
|
De tunnel is
aangelegd als alternatief voor de bergpas Port d'Envalira en is een van de
hoogst gelegen tunnels van Europa. De 2,1 km lange tunnel kan vanaf het oosten
alleen worden bereikt via een in Frankrijk gelegen brug die aansluit op de N22.
In het westen sluit de tunnel aan op de CG-2 die vanaf daar doorloopt tot de
hoofdstad Andorra la Vella.
De eerste plannen voor een tunnel onder de Port d'Envalira stammen uit de jaren
‘50 van de vorige eeuw. De aanleg begon op 2 augustus 1999 aan de oostzijde en
eindigde in 2002.
Even later rijden we Frankrijk binnen.
We zien
regelmatig koeien van het ras Blonde d’Aquitaine. Ze zijn licht- of donkerblond
en de gebogen horens wijzen vaak wat naar beneden. Het is een vleesras uit het
zuiden van Frankrijk, dat opvalt door een evenredige bouw van het forse lijf.
Een mooie koe in het landschap.
Ook bergstroompjes verfraaien dat landschap
|
|
|
|
We zijn inmiddels in de Vallées d’Ax. Het is 10:20 uur.
|
|
Dus geen hoge bergen meer.
|
|
Om 10:30 uur zien we -op afstand- La Bastide de Lordat.
|
|
|
|
Het zicht vanuit de bus op de buitenwereld blijft ondertussen om van te likkenbaarden.
|
|
|
|
|
|
Om 10:40 uur zijn we uit de Pyreneeën en rijden we op een 4-baansweg, de A66. Om 11:00 uur wordt dat een tolweg.
Een half uur
later
krijgen we van Gerlof langs de A61 bij station Aire de Toulouse Sud 25 minuten
de gelegenheid de benen te strekken.
We zien daar voor het eerst canelés de Bordeaux. Voor ons totaal onbekend.
|
|
Een canelé, ook
canelé de Bordeaux of canelé bordelaise, is een Frans gebakje en een culinaire
specialiteit van de streek rond Bordeaux.
Het deeg wordt gemaakt met eieren, suiker, melk, boter en bloem en wordt op
smaak gebracht met rum en vanille. Het deeg wordt traditioneel in koperen
vormpjes gebakken, die het gebak de typische vorm van een parallel gegroefd
cilindertje geven. De meeste canelés hebben een diameter van 4 à 5 cm, al
bestaan er ook kleinere en grotere. Het gebakje heeft een smeuïge binnenkant en
een donker gekaramelliseerd korstje.
|
|
De canelé gaat
mogelijk terug op een brood op basis van bloem en eigeel dat men in Limoges een
canole noemde en dat men in Bordeaux in de 18e eeuw verkocht als canaule,
canaulé of canaulet. Bakkers van canaules verenigden zich in 1663 als gilde. Dat
liet hen toe om een aantal specifieke producten -waaronder canaules- te
produceren. Maar, aangezien de canauliers geen lid waren van het gilde der
banketbakkers, was het hun verboden om bijvoorbeeld melk en suiker te gebruiken,
want daar hadden de banketbakkers een wettelijk monopolie op. De canauliers
vochten dat monopolie echter aan. In 1755 besliste de Raad van State in
Versailles dat de canauliers het bij het rechte eind hadden. Een edict uit 1767
bepaalde de vereisten om canaulier te worden en hoeveel zulke winkels er per
stad mochten zijn. In 1785 bleken er bijvoorbeeld 39 canauliers winkel te houden in Bordeaux.
Tijdens de Franse Revolutie werden alle gildes opgeheven, dus ook die van de
canauliers, maar daarmee verdween het beroep niet meteen. Pas in de 19e eeuw
verdween het beroep van de lijst van ambachten in Bordeaux.
In de vroege 20e eeuw verscheen het gebak opnieuw, al is onduidelijk wanneer dat
juist gebeurde. Een onbekende banketbakker diepte een oud recept van de
canauliers op en voegde rum en vanille toe. Het is best denkbaar dat het gebakje
toen ook zijn huidige vorm heeft gekregen, vanwege de associatie van het woord
canaule (of het huidige canelé) met het Franse woord cannelure, dat 'groef' of
'inkeping' betekent.
Het is ook onduidelijk wanneer de huidige variant van de naam opkwam. Wel is
bekend dat het woord cannelé in 1985 werd begraven ten voordele van de spelling
met één 'n'. Toen werd de Confrérie du canelé de Bordeaux opgericht. Canelé is
sindsdien een collectief merk. In de daaropvolgende jaren werd het gebakje een
groot commercieel succes, met 100-den fabrikanten in Aquitanië. Niet alleen in
die streek, maar ook in Parijs is de canelé een populair etenswaar geworden. In
Parijs is trouwens bij grote patissiers, zoals Ladurée of Pierre Hermé, de spelling met
dubbele 'n' niet ongebruikelijk.
Een kwartiertje na de stop rijden we de A62 op. Dat vindt Gerlof kennelijk het juiste moment om ons mede te delen dat Effeweg heeft besloten het 3 uur durende wachten in Barcelona als gevolg van de inbraak in onze bus wat goed te maken met het voor hún rekening nemen van de kosten van het afscheidsdiner in Terheijden. Applaus volgt.
Om 12:55 uur verlaten we de tolweg A66. Maar om 14:05 uur gaan we weer de tolweg A20 op. We nemen een wijntje.
|
|
We hebben het nog niet achter de kiezen of we krijgen een kwartier pauze bij station Aire Porte de Corrèze.
Om 16:40 uur krijgen we vervolgens op de A71 een stop van een half uur bij station Aire du Val de l'Indre. Het is dan nog 153 km naar ons overnachtingsadres.
Om 18:00 uur gaan we op de A71 door de tolpoorten. De herfstkleuren langs de weg blijven een genot voor het oog.
|
|
Het wordt nog steeds vlakker.
|
|
Een klein uurtje later verlaten we bij Gare de Péage Orléans Nord de A71. We komen dan in de wijk Saran op een steenworp afstand van ons overnachtingsadres. Daar zijn we om 19:00 uur.
In
Hotel Campanile Orléans Nord - Saran krijgen we een kamer
op de begane grond.
Tijdens onze rein naar het Meer van Genève in de afgelopen maand september
overnachtten we op de heen- en de terugreis in Hotel Campanile
Mulhouse Nord - Illzach. Daar kregen we te horen dat dat hotel in tegenstelling
tot veel andere hotels van de keten nog niet was gemoderniseerd. Het hotel waar
we nu komen is dat gelukkig wel.
|
|
|
|
Het diner is om 19:30 uur.
Het brengt een schotel vleeswaren met een broodje, lasagne en een punt
appel-perentaart. We laten het ons goed smaken.
Na het diner gaan de meeste reisgenoten direct naar hun kamer. Dat doen wij ook. Het is genoeg geweest voor vandaag.