Dag 2. Zaterdag 24 december 2016
Bezoek aan Maria Laach en een wandeling langs de Weinfelder Maar.

We zitten om 07:30 uur aan het ontbijt. Het buffet ziet er zéér verzorgd uit.

We gaan nog even naar onze kamer en Els maakt wat foto's.

zicht vanuit onze kamer - natuurlijk zijn in het voorjaar en de zomer de bloembakken gevuld

 

uitzicht vanaf ons balkon

 

lounge

Om 09:00 uur vertrekken we naar Maria Laach. Gelukkig rijdt chauffeur Nico zoveel mogelijk binnendoor.
Het is bewolkt, maar droog. Volgens de berichten zal de zon wat later doorbreken.

In Laach rijden we langs de overkapte houten Sint Annabrücke.

 

Maria Laach dankt zijn bekendheid aan de kloosterkerk die er staat.

De abdij van Maria Laach is bijna 1.000 jaar geleden gesticht en ligt in de Eifel ten zuidwesten van de Laacher See bij Andernach. De abdijkerk is één van de belangrijkste gebouwen in de zogenoemde Staufische stijl in Duitsland. Oorspronkelijk werd de abdij Laach genoemd tot in 1862 jezuïeten de naam Maria eraan hebben toegevoegd.

De stichting van de Benedictijnen abdij gebeurde door de paltsgraaf Hendrik van Laach en zijn vrouw Adelheid von Orlamünde-Weimar.

praalgraf Hendrik van Laach

Maar de abdij was niet vanaf het begin een succes. In 1112 vernieuwde paltsgraaf Siegfried van Ballenstedt de stichting en plaatste de abdij onder toezicht van de abdij van Affligem in België. Rond 1100 lag het grondplan van de abdijkerk al vast. In 1138 maakte de abdij van Maria Laach zich weer los van Affligem. In 1156 werd de abdij ingewijd door de aartsbisschop van Trier. De oostzijde van de kerk werd in 1177 voltooid en de westzijde in 1216. Tussen 1220 en 1230 werd nog een zogenoemd paradisium, een vierkante voorhal met binnentuin, aangebouwd aan de westzijde.
De 2 dwarsschepen van de 2 paren van 3 torens zorgen ervoor dat de abdijkerk gelijkenis vertoond met de domkerken van Speyer en Worms aan de Rijn. De drievoudige torengevel en de hoofdtoren met een zogenoemd rombisch dak, is kenmerkend voor Maria Laach. Tot 1936 was de zogenoemde vieringtoren uitgerust met een kroonlijst en een gotisch dak. Het praalgraf van paltsgraaf Hendrik II die in 1095 is gestorven, is bezienswaardig. In 1892 richtten monniken van de aartsabdij van Beuron de abdij opnieuw op.

Het parkeerterrein voor bezoekers van de abdij ligt praktisch aan de rand van de Laacher See.

De Laacher See is een kratermeer. Het meer vult een vulkanische caldera in het Eifelgebergte, de enige caldera in Centraal-Europa. Het maakt deel uit van het vulkaanveld in de Oostelijke Eifel.
Het grote Eifelmeer heeft zijn naam verkregen uit het Oudhoogduitse woord ‘lacha’. De naam betekent letterlijk ‘Meer van het Meer’, vergelijkbaar met het Loch Lochy in de Schotse Hooglanden
Het meer ligt op 259 m boven zeeniveau, is 8 km in omtrek en wordt omringd door een muur van hoge heuvels. Het water is blauw, erg koud en smaakt bitter. Het meer heeft geen natuurlijke uitloop waardoor het waterniveau aanmerkelijk wisselt door verdamping en regenval. Op de westelijke oever ligt de benedictijner abdij van Maria Laach -Abbatia Lacensis-, gesticht in 1093 door Hendrik van Laach van het Huis Luxemburg, eerste heer van het Paltsgraafschap aan de Rijn, die zijn kasteel tegenover het klooster bovenaan de oostelijke oever van het meer had.
De caldera werd bijna 13.000 jaar geleden gevormd na de uitbarsting van de Laacher vulkaan. De achtergebleven korst stortte vermoedelijk 2 of 3 dagen na de uitbarsting in de lege magmakamer eronder.

Op het grote terrein van de abdij is alles goed bewegwijzerd.
Het blijkt dat ook Goethe hier was.

 

Om 10:30 uur wordt een 20 minuten durende film 'Geleid door het evangelie' Een dag in de abdij van Maria Laach vertoond.
Omdat we nog wat tijd hebben, kijken we rond in een grote boek- en kunsthandel.

 

 

De film geeft onder meer een goed beeld van waar we allemaal op moeten letten bij de bezichtiging van de abdijkerk en het beeldhouwwerk aan de buitenzijde van de koorgang, onder meer de reliëfs uit omstreeks 1230..

voorzijde abdij met toegang tot kloostergang

 

kloostergang en binnenplaats

 

abdijkerk

 

grafmozaïek in de crypte

 

 

de duivel

 

vechtende jongelingen

 

een zorgelijk kijkende man

In het informatiecentrum bij de ingang van het terrein is van alles te zien over de geschiedenis van het klooster en het kloosterleven.

Om 11:30 uur stappen we de abdij uit. Het regent. Dat was niet verwacht. Dus ook niet door ons. Gelukkig blijft het bij één buitje.
We lopen nog wat over het abdijterrein rond.

Om 12:00 uur gaan we terug naar het hotel.
Hogerop zien we het -getooid met 4 vlaggen- staan.

Om 13:00 uur is de lunch: rijst met stroganov. Heerlijk!

Daun is de hoofdstad van de kreis Vulkaneifel aan de zuidkant van de hoge Eifel. De stad van krap 8.000 inwoners ligt aan de rivier de Lieser. Het landschap van Daun draagt sterke sporen van de vulkanische oorsprong. Even ten zuidoosten van Daun liggen de 3 zogenoemde Dauner Maare, kratermeren die slechts door een wand van tufsteen van elkaar zijn gescheiden. Daun is een kuuroord en beschikt over minerale bronnen. Naast Daun zelf behoren nog de dorpen en gehuchten Boverath, Gemünden, Neunkirchen, Pützborn, Rengen, Steinborn, Waldkönigen en Weiersbach.
Daun komt vermoedelijk van het Romeinse woord dunum, dat als verstevigde helling of fort kan worden uitgelegd.

Het gebied van Daun is al in de 7e eeuw v. Chr. bewoond door de Kelten, die zich hadden gevestigd op de versterkte basaltberg. Die berg werd ook door de Romeinen gebruikt als wachtpost. Aan het einde van de10 eeuw ontstond er een burchtcomplex van de vrijheren van Daun. Dit geslacht van vrijheren stierf al in 1163 uit en een ridder uit het gevolg nam de familienaam en het wapen van zijn vroegere meester over en stichtte op die manier een wat succesvoller adellijk geslacht van Daun. In 1337 wordt Daun voor het eerst vermeld als stad. In 1346 verkreeg Daun stadsrechten met een eigen marktrecht en een zogenoemd halsgerecht, dat doodvonnissen mocht uitspreken. In 1712 werd door de aartsbisschop van Trier het ambtsgebouw van het keurvorstendom Trier gebouwd. Met de Franse bezetting werd Daun in 1798 de hoofdstad van het canton Daun en met het Weens congres in 1815 kwam het hele gebied in handen van het koninkrijk Pruisen. In 1895 kwam het spoor naar Daun, sinds 2005 stopt in Daun ’s zomers één keer in de 2 uur een trein ten behoeve van de toeristen. Op het voormalige traject van de Maare-Moezelspoorlijn is nu een fietspad aangelegd.

Tot de belangrijkste trekpleisters van Daun behoren de Dauner Maare. Ze behoren tot een groep vulkanen in het zuidoostelijke deel van de Vulkaaneifel die zich uitstrekt tussen Ormont in het noordwesten en Bad Bertrich in het zuidoosten. Tot de Dauner Maare behoren 3 met water gevulde vulkanische ketels en 1 met laagveen gevuld Maar. Die zijn ontstaan langs een zwakke zone in de aarde. Het zijn het Weinfelder- of Totenmaar, het Gemünder Maar en het dubbele Schalkenmehrer Maar. De Maare liggen te midden van Devonische gesteentelagen die bestaan uit zand- en leistenen. Tussen het Schalkenmehrer Doppelmaar en het nabijgelegen Weinfelder Maar ligt een slechts 400 m brede band uit Devonisch gesteente van het Grundgebirge. Opvallend is verder de askegel van de Mäuseberg tussen het Weinfelder en het Gemünder Maar.
De Maare zijn apart -na elkaar- ontstaan binnen een tijdsbestek van ongeveer 500 jaar. Dit gebeurde waarschijnlijk tijdens de Weichsel-ijstijd (20.000-30.000 jaar gelden). Het vulkaanmuseum van Daun is ook een bezoek meer dan waard. Daar krijg je een gedegen uitleg over de vulkanische oorsprong van de Eifel.
De maren worden ook wel de 'Ogen van de Eifel' genoemd.

 

Vanmiddag gaan we wandelen. Dat doen we onder aanvoering van Nicky en Ashley van de Wetering. Het lijkt niet zo vreemd dat ze kiezen voor een rondje Weinfelder Maar. Die ligt niet zo ver weg van het Eifel Hotel, maar wel een flink stuk hoger. Gelet ook op het feit dat er een aantal reisgenoten toch wat minder goed ter been is, worden we door chauffeur Nico met de bus naar de parkeerplaats bij de Maar gebracht. Het is 14:30 uur.

De wandeling rond de Weinfelder Maar is ongeveer 2 km. Hij kan worden gemaakt bovenlangs, over het zogenoemde panoramapad, of onderlangs, direct langs het water. Bijna alle deelnemers kiezen voor de laatste mogelijkheid. We moeten dan gelijk over een steil smal paadje naar beneden.

 

het pad onderlangs - hier en daar staat een bank

De Weinfelder Maar, ook Totenmaar genoemd, ligt ongeveer 2 km ten zuiden van Daun.
De Weinfelder Maar is ongeveer 10.500 jaar geleden ontstaan door een freatomagmatische explosie, waarbij heet opstijgend magma in contact kwam met grote hoeveelheden water. Door de explosie is een krater ontstaan die zich nadien vulde met regenwater. Omdat de bodem van het ontstane meer -bestaande uit stollingsgesteente- ondoordringbaar is, blijft het water erin staan. Het meer is tegenwoordig een beschermd natuurgebied.
De maar heeft 2 namen. Weinfelder Maar omdat hier vroeger een dorp stond met dezelfde naam en waarvan nu alleen nog een kerk rest. Totenmaar omdat dit dorp in het verleden werd bezocht door de pest.

dit is maar een tak in de maar

De Weinfelder Maar is ongeveer 525 m lang en zo'n 375 m breed. Het oppervlak bedraagt 16,8 ha. Het hoogste gedeelte van de uit tufsteen bestaande kraterrand is de Mäuseberg op 561 m boven Normalnull -NN-, het Duitse NAP. Een andere top die zich daar bevindt is de Maarkreuz op 534,5 m hoogte. Het wateroppervlak bevindt zich op 484 m NN. Het meer is maximaal 52 m diep. Door de grote diepte vindt er weinig tot geen watercirculatie tot de bodem plaats, waardoor er geen zuurstof naar de diepere delen wordt gebracht. Dit geeft de Weinfelder Maar de bijnaam Totenmaar.

In de nabijheid van de maar bevindt zich een kerkhof (Friedhof) -één van de andere redenen waarom de maar Totenmaar wordt genoemd- met een kleine kapel erbij. Deze dateert uit de 14e eeuw. Het dorp Weinfeld werd in 1512 na een pestepidemie verlaten. De kapel wordt daarom wel aangeduid als Kirche ohne Dorf.

Over de maar doen enkele sagen de ronde. Volgens de overlevering zou er aan de oevers een kasteel hebben gestaan, waar een graaf, zijn hardvochtige vrouw en hun enige kind woonden. Op een dag zou de graaf thuisgekomen zijn van de jacht en zijn kasteel zou volledig zijn verdwenen, verzonken in het meer. Dit gaf later de naam Totenmaar. Maar op dat moment zou er een wonder zijn geschied en zou zijn zoon uit het water zijn opgestegen en veilig naar de oever zijn gedreven. Tegelijkertijd zou het paard van de graaf vanaf de bodem van het meer naar hem hebben geroepen. Uit dankbaarheid voor de redding van zijn kind zou de graaf toen een kapel hebben gebouwd.

Tegenwoordig worden de kapel en het Friedhof door de gemeente Schalkenmehren gebruikt als begraafplaats.

de kapel, maar nu gezien vanaf de overkant van de maar

Het pad waarover we wandelen is vlak, maar wel erg smal en ligt vol blad en uitwerpselen van ezels. Het is dus voortdurend uitkijken geblazen.

We zijn in 40 minuten rond. We worden dan getrakteerd op een neut, Meisterschütz Kräuterlikör.

Na een kort bezoek aan de kapel lopen nog over het Friedhof. Er staat een klein oorlogsmonument ter herinnering aan de gevallenen in 1939-1945 uit de omgeving.

Om 15:50 uur gaan we terug naar het hotel.
Als we het hotel binnengaan blijkt dat we niet bang hoeven te zijn voor koude voeten.

De tijd tot het diner brengen we door in de lounge die eigenlijk een eenheid vormt met de bar.

Om 18:00 uur is het diner.

Om 20:30 uur is er een kleine bingo -3 spelletjes- met leuke prijsjes. Die vallen ons uiteraard niet ten deel.
Daarna blijven we nog lang van Benediktiner Weissbier genieten. Het is een amberkleurige Duitse biertje, fruitig en tintelend, het heeft een evenwichtige bitterheid, een alcoholpercentage van 5,4% en is van hoge gisting.

naar volgende dag