FJORDEN

Een fjord is een bepaald type inham -tot wel 200 km landinwaarts- in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjerwerking zijn uitgesleten.

Het woord fjord is afkomstig uit het Oudnoors fjörðr, van Noord-Germaans ferthuz, van Proto-Indo-Europees prtus, van *por- 'gaan, doorgang'. Het woord is etymologisch verwant met woorden als het Engelse firth -in Firth of Forth- en, meer verwijderd, het Nederlandse voorde wat een 'doorwaadbare plaats in een rivier' is.

Monding Trollfjord

Kenmerkend voor fjorden zijn heuvelachtige kusten met diepe insnijdingen en steile hellingen, die zich ook onder water voortzetten vanwege de chemische sedimentatie. De fjorden zijn vaak in U-vormige dalen, ontstaan door de uitschuring van landijs tijdens de ijstijden (trogdalen). Destijds was Scandinavië met een zeer dik pakket landijs en gletsjers bedekt. Geregeld komt het voor dat een fjord aan de monding minder diep is dan verder landinwaarts. Dit wordt veroorzaakt door de morene die de gletsjer achterliet bij zijn terugtrekking. Deze verhoging, in het Noors een fjordterskel -fjorddorpel- genoemd, zorgt ervoor dat het water in een fjord zich rustiger gedraagt dan de -open- zee erbuiten. Daardoor zijn veel fjorden natuurlijke havens. Een gevolg van deze fjorddorpel is dat de verversing van water wordt belemmerd, waardoor verontreinigd water lang in een fjord kan blijven; een ander gevolg is dat het water in een fjord in de zomer, als er veel regenwater wordt afgevoerd, aan de oppervlakte meestal zoet is, terwijl het op grotere diepte zout is. In de winter is het water overal vrij uniform zout.

 

Altafjord

In Noorwegen worden ook andere wateren wel fjord genoemd, zoals lange, fjordachtige meren -Tyrifjorden en Randsfjorden- of een smalle zijtak van een meer die in een groter meer uitmondt.

In 2000 werd een aantal van 's werelds grootste koraalriffen ontdekt in de Noorse fjorden. Het leven daar wordt gezien als een oorzaak voor de goede visgronden langs de Noorse kust. Er is nog niet veel onderzoek naar gedaan. Tot op heden is de enige bezoeker van het eerste koraalrif de diepzeeduiker geweest die het rif vond en hij heeft het slechts 3 keer bezocht. Duizenden verschillende levensvormen worden er gevonden, zoals plankton, koraal, anemonen, vis en verschillende soorten haaien. De meeste van die soorten zijn aangepast aan het leven in het totale donker van de diepe zee en de grote druk van de diepte.