|
KABELTRAM |
Een kabeltram
maakt deel uit van een systeem van tramwagens die door een kabel over
rails worden voortgetrokken. Dat is het belangrijkste verschil met de meeste andere vormen van
spoorvervoer, die op eigen kracht bewegen.
De aandrijving van de kabeltrams staat op een vast punt, waar een motor een
oneindige kabellus voortbeweegt die onder het wegdek van de tramroute ligt. De
trams rijden doordat ze
met een klem aan de kabel vast zitten. Als de klem wordt geopend rijden de trams
alleen nog verder door hun eigen impuls. Dat gebeurt met name daar waar 2 kabels
-van 2 trams- elkaar kruisen. De trams hebben een rem om tot stilstand te komen.
Voor het geval de klem los zou raken, hebben de trams ook een noodrem, die een
wig in de kabelbuis drukt en zo de tram als het ware verankert.
Een beperking van de kabeltram is dat de kabel de tram niet goed door een bocht kan
trekken, omdat dat teveel zijdelingse spanning op de kabel veroorzaakt. Als dat mogelijk
is, gaat de tram daarom altijd de bocht om terwijl hij los is van
de kabel. Maar bij een helling is dat nooit mogelijk, omdat een tram dan immers
altijd moet worden getrokken.
|
|
Een kabeltram heeft iets weg van een kabeltrein, maar waar de kabeltrein in
essentie een lift is, is een kabeltram een verkeersdeelnemer, die een lijn kan
volgen met meerdere stijgende en dalende stukken in het traject.
Een kabelbus is een trolleybus. Die wordt overigens helemaal niet
voortgetrokken door een kabel, maar alleen via een bovenleiding van stroom
voorzien, net zoals een gewone tram.
De allereerste
kabeltram werd in 1868 in New York gebouwd. Het systeem gebruikte geen klemmen,
maar haken die kragen vastgrepen die om de kabel zaten. Een duidelijk nadeel
was, dat de lijn uit meerdere lussen bestond, die steeds gestart moesten worden als
er een tram aankwam.
De volgende kabeltram werd gebouwd in San Francisco. Hij werd in 1873 met succes
getest en verving al snel de paardentrams.
In 1881 volgde Dunedin, in Nieuw-Zeeland. Daar werden enkele nieuwe ideeën aan
het systeem toegevoegd, waardoor het mogelijk werd de tram zonder extra risico ook
in een bocht te
trekken.
In 1882 ging men in Chicago kabeltrams gebruiken.
In 1883 werd de eerste kabeltram in Europa, in Liverpool, getest. Daar besloot men af te zien
van kabeltrams.
In 1884 kwam daarom in Londen de eerste kabeltram in Europa. Die tram diende als
demonstratiemodel. Het lukte uiteindelijk niet Europa over te halen om in
kabeltrams te investeren. Er werden slechts een paar lijnen in Groot-Brittannië,
in Parijs en in Lissabon aangelegd.
Sommige kabeltrams bleken uiteindelijk toch geen succes en verdwenen al weer snel. Maar ook de succesvolle lijnen werden op den duur voorzien van elektrische drijfkracht. Met de opkomst van de autobus werden tenslotte bijna alle kabeltramlijnen stopgezet en door buslijnen vervangen. In 1940 gebeurde dat in de VS overal, behalve in San Francisco. In 1949 werd evenwel in Chicago weer tijdelijk een kabeltram in ere hersteld ter gelegenheid van de Chicago Railroad Fair. Sinds het opheffen van de laatste kabeltram in Dunedin in 1954 zijn San Francisco -dat op niet minder dan 43 heuvels is gebouwd!- en Lissabon -gebouwd op slechts 7 heuvels- de enige plaatsen ter wereld waar nog kabeltrams rijden. In Lissabon zijn dat nu nog maar 3 van de oorspronkelijk 9 lijnen.
In Lissabon blijven sommige trappen maar stijgen en lijken gek genoeg nooit omlaag te gaan. De zwart geplaveide straatjes zijn een ware hel voor wandelaars op hoge hakken of met leren zolen. Anders gezegd, het is bijna onmogelijk door Lissabon te lopen zonder gebruik te maken van de kabeltrams, echte tandradbanen die je van heuvel naar heuvel brengen.
|
|