SOGNEFJORD

De Sognefjord is de langste fjord van Noorwegen en de op één na langste ter wereld, na de Kangertittivaq in Groenland. Hij ligt in West-Noorwegen in de provincie Sogn og Fjordane, ongeveer 72 km ten noorden van Bergen. De Sognefjord heeft diverse zijarmen zoals de Aurlandsfjord, de Lustrafjord, de Nærøyfjord en de Lærdalfjord. De Sognefjord is niet het omvangrijkste, maar wel het langste fjordenstelsel van Noorwegen.
De fjord is ongeveer 204 km lang en loopt tot Skjolden. De fjord is tot 1.306 m diep. Grote plaatsen langs de fjord zijn Lavik, Høyanger, Balestrand, Hermansverk en Sogndal. Breedte en diepte van de Sognefjord maken een druk scheepvaartverkeer mogelijk.
De contrasten tussen de beide oevers zijn groot: de zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de steile wanden van het gebergte Stølsheimen, waardoor de aanleg van wegen vrijwel onmogelijk is en de noordelijke oever is juist helemaal berijdbaar.
Er zijn 6 ferryverbindingen om de Sognefjord over te steken: tussen Rysjedalsvika en Rutledal, tussen Lavik en Oppedal, tussen Nordeide-Måren en Ortnevik, tussen Dragsvik en Vangsnes, tussen Gudvangen-Kaupanger en Lærdal, en tussen Mannheller en Fodnes.

Het gebied waarin de Sognefjord ligt, is bekend vanwege de Rallarvegen, de populairste fietsroute van Noorwegen.

Sognefjord

The West Norwegian Fjords-Geirangerfjord and Nærøyfjord: De West-Noorse fjorden behoren tot de langste, diepste en smalste fjorden ter wereld. Fjorden worden gezien als het symbool van Noorwegen. Fjorden behoren tot de meest dramatische en spectaculairste landschappen ter wereld. Het Werelderfgoed omvat de West-Noorse fjorden Geirangerfjord en Nærøyfjord en een groot gebied eromheen.
De West-Noorse fjorden: Geirangerfjord en Nærøyfjord werden in 2005 als natuurlijke Werelderfgoedsite ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als: The West Norwegian Fjords-Geirangerfjord and Nærøyfjord.

Noorwegen is het enige land in Europa waar nog houten staafkerken uit de Middeleeuwen zijn te vinden. De oudste daarvan staat in Urnes aan de oever van de Lusterfjord, een zijtak van de Sognefjord. Deze staafkerk staat -als enige- sinds 1979 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
In  de Middeleeuwen, toen overal in Europa grote kathedralen werden opgetrokken uit steen, werd in Noorwegen eenzelfde bouwtechniek ontwikkeld, maar dan om met hout te bouwen. In de Vikingtijd ontwikkelde zich bij de bouw van huizen en schepen een techniek en traditie om kunst en houtbewerking te combineren. Dat proces resulteerde in de staafkerken. De staafkerken vormen een wezenlijk bestanddeel van de architectonische erfenis van Noorwegen.
Noorwegen is het enige land in Noord-Europa waar de houten kerken uit de Middeleeuwen nog in tact zijn.
De staafkerk van Urnes werd door Vikingen gebouwd tussen 1130 en 1150. Op die plek stonden zeker 2 oudere kerken. De mooiste delen daarvan zijn ook gebruikt in die staafkerk. De kerk staat hoog boven op een helling aan de kant van de fjord waar het zonlicht erg schaars is. De kerk staat in Noorwegen bekend als 'de Koningin der kerken'.
Toen de kerk werd gebouwd, stond hij ongeveer 120 m af van de fjord. Hij werd op de Sognefjord georiënteerd met zicht op de Luster aan de ene kant en aan de andere kant was er zicht op de monding van de fjord. De ligging lijkt nu enigszins geïsoleerd, maar dat was in het toenmalige Noorwegen niet het geval. De fjorden waren de rijkswegen van het land, of er nu ten strijde werd getrokken of handel werd gedreven. Dat dit geen uithoek was, laten ook delen van de inventaris zien: de kerk heeft onder meer twee geëmailleerde 13e eeuwse kandelaars uit het Franse Limoges.
Rondom de kerk bestaan nogal wat legendes, waaronder een variant van het Deense sprookje van Hagbard en Signe. Volgens de traditie vond hun tragisch liefdesverhaal hier plaats. Er schijnen daarvoor ook tastbare bewijzen te zijn geweest, zoals een 50 ellen lang weefsel -het Weefsel van Signe- dat bij brand nat werd gemaakt en als blusdeken werd gebruikt en waarvan stukjes werden uitgedeeld als relikwie.

Sognefjord