Dag 3. Maandag 16 september 2013
Invasiestranden
We gaan vandaag naar de invasiestranden Juno Beach en Gold Beach. We zitten vooraan in de bus. Het is zwaar bewolkt. Dat past eigenlijk erg goed bij wat we gaan bezoeken.
|
|
Juno Beach was het strand dat onder de verantwoordelijkheid viel van de Canadese geallieerde strijdkrachten tijdens operatie Overlord in WO II. Juno Beach was het strand tussen Saint-Aubin-sur-Mer aan de oostkant tot La Rivière-Saint-Sauveur en Courseulles-sur-Mer aan de westkant. Het strand werd zwaar verdedigd door de Duitsers. Er waren veel mijnen en andere obstakels aangebracht en het geschut van de Duitsers had vrijwel het gehele strand onder controle. De Canadezen zetten hun 3e Infanteriedivisie in. Daarnaast kregen ze steun van de Britse 2e Pantserbrigade. Een speciale ondersteuning werd geboden door een Brits marinecommando. Van de 15.000 geallieerden stierven er uiteindelijk ongeveer 340, wat een erg laag aantal was ten opzichte van Omaha Beach. De landing op Juno Beach kan dus als een succes worden beschouwd.
Tijdens operatie Overlord werden landingen op verschillende stranden op Normandië uitgevoerd. Gold Beach was één van de 5 stranden die door de geallieerden werden bestookt. Gold Beach was het strand tussen La Rivière en Longues-sur-Mer. Met een breedte van 8 km was het één van de langste stranden waar geallieerden hun landingen uitvoerden. Vanwege de lengte van het strand vond het geallieerde opperbevel het belangrijk om het stand op te delen in verschillende onderdelen. Dat werden -van west naar oost- How, Item, Jig en King. Op Gold Beach werden de Britten ingezet om de Duitse kustverdediging uit te schakelen. Ze gebruikten hun 50e Infanteriedivisie en de 8e Pantserbrigade. De landing was een groot succes en er vielen vrij weinig slachtoffers ten opzichte van andere geallieerde landingen. Van de bijna 25.000 Britten die aan land gingen, stierven er ongeveer 400.
|
|
Maar eerst gaan we naar de Pegasusbrug. Daar gaan we na het ontbijt om 09.15 uur naartoe.
De Pegasusbrug is een brug over het Kanaal van Caen bij Ouistreham. De brug, ook wel bekend als de Bénouville-brug, was één van de belangrijke in te nemen doelen door de Britse 6e Luchtlandingsdivisie tijdens de Landingen in Normandië.
|
|
De aanval op de Pegasusbrug werd geleid door
majoor John Howard. Hij had
2 opdrachten: de Bénouvillebrug -nu Pegasusbrug- veroveren en ook de brug over de Orne
-nu Horsabrug-, die
360 m verderop lag. Voor de verovering van de 2 bruggen beschikte Howard over
6 pelotons en 30 geniesoldaten. In het totaal namen aan de aanval
181 manschappen -met inbegrip van de piloten- deel. Ze waren verdeeld over
6 Horsa zweefvliegtuigen. Het eerste steeg op 5 juni om 22:56 uur op en het
laatste om 23:01 uur. Om 00:07 uur toen D-Day nog maar enkele minuten oud was
vloog het eerste toestel al boven de kust van Frankrijk. Op 1.800 m vóór de brug
werden de kabels losgegooid. Het eerste vliegtuig landde op 42 m van de
Bénouvillebrug. De overige 5 vliegtuigen kwamen ook zeer dicht in de buurt van
de bruggen tot landing. De nauwkeurigheid van de landing was best opmerkelijk.
Toen de bruggen eenmaal waren ingenomen, moesten Howards mannen ze bezet houden
totdat ze werden afgelost.
De totale actie bij de Bénouvillebrug duurde nog geen kwartier. Verwacht werd
dat de tegenstand zou bestaan uit 50 man van het Duitse bruggengarnizoen, maar
het waren er nog niet de helft (onder wie dan ook nog Oost-Europeanen in
gedwongen dienst en Italiaanse dwangarbeiders). Een kleine bunker werd
onschadelijk gemaakt met fosfor- en handgranaten. Terwijl een 12-tal mannen van
het eerste peloton over de brug rende, werden ze onder vuur genomen door een
mitrailleur. Daarbij sneuvelde pelotonscommandant luitenant Den Brotheridge nog
voordat hij de andere kant van de brug had bereikt. Hij wordt gezien als de
eerste geallieerde dode tijdens een gevecht op D-Day.
Nadat de Britten de brug hadden veroverd, zagen ze dat er al bedrading lag voor
het opblazen van de brug, maar de explosieven waren nog niet geplaatst. Rond het
middaguur bereikten de geallieerde versterkingen de brug.
|
|
|
|
Bij de brug over de Orne vond geen strijd meer plaats, want de Duitsers waren daar al gevlucht. Nadat ook deze brug was bezet, werd het codebericht Ham en Jam verzonden om door te geven dat de operatie was geslaagd.
Ter ere van de Britse luchtlandingstroepen werd de brug over het kanaal van Caen vanaf de zomer van 1944 de Pegasusbrug genoemd, naar het schouderembleem van deze troepen.
|
|
De Ornebrug werd omgedoopt tot Horsabrug, naar de 6 Horsa zweefvliegtuigen die bij de actie waren ingezet.
De Pegasusbrug werd begin 1960 met 5 m verlengd, omdat het kanaal toen
was
verbreed. De brug was in gebruik tot 1993.
Aan de Esplanade Major John Howard -de weg tussen de 2 bruggen- staan een museum
-Mémorial Pegasus-
en een monument. Het meest prominente item van het museum is de Pegasusbrug
zelf. In 1993 is de originele brug in zijn geheel vervangen door een grotere
modernere brug. Die nieuwe brug heeft echter wel het ontwerp van de oude brug.
De oude brug was te smal en was niet stevig genoeg voor zwaar verkeer. De
Fransen wilden de brug eerst uit elkaar halen, maar Britse veteranen wisten de
brug voor het symbolische bedrag van £ 1,- te kopen. De brug lag 6 jaar lang
in een open, verlaten veld, terwijl er geld werd ingezameld om de brug een mooie
plaats bij het museum te geven. Naast de brug zijn in het museum nog voorwerpen
tentoongesteld die betrekking hebben op de operatie. Zo zijn er onder andere
uniformen en medailles van mannen die deelnamen aan de operatie te zien. De
meest recente toevoeging aan het museum is een replica van een
Horsa zweefvliegtuig op waar formaat.
|
|
In het Mémorial Pegasus vernemen we dat tijdens WO II voor de eerste en gelijk ook laatste keer zweefvliegtuigen in de oorlog zijn gebruikt. Duitsers en Geallieerden gebruikten ze om troepen en materieel te vervoeren. Eén van de meest gebruikte zweefvliegtuigen was het Britse zweefvliegtuig Horsa. Er zijn tijdens de oorlog 1.000-den van die zweefvliegtuigen gemaakt en door de Geallieerden gebruikt. Dat gebeurde in Noord-Afrika, Italië, Normandië, Nederland en in Duitsland. Meer dan 300 van deze zweefvliegtuigen werden voor het vervoer van militairen en materieel van de 6e Britse luchtlandingsdivisie gebruikt. Elk zweefvliegtuig kon tot 28 soldaten en 2 piloten of 1 jeep met aanhangwagen of 1 jeep met kanon vervoeren. Een vol geladen zweefvliegtuig kon tot 7 ton wegen. De zweefvliegtuigen werden vanuit Engeland gesleept en boven het landingsgebied losgekoppeld. Zes Horsazweefvliegtuigen vervoerden troepen die strijd leverden rond de bruggen over de Orne (de Horsabrug) en het kanaal van Caen (de Pegasusbrug). Er bestaat nog één origineel Horsazweefvliegruig. Dat staat in het museum van Middle-Wallop in Engeland. De andere werden tijdens of na de oorlog vernietigd. De burgerbevolking gebruikte het hout van de vliegtuigen en andere onderdelen als brandstof en als bouwmateriaal. Het Horsazweefvliegtuig dat op ware grootte in het park van het Mémorial Pegasus wordt tentoongesteld, is ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de landing gebouwd.
In 1961 diende de Pegasusbrug als een locatie voor de film 'The Longest Day', waarin de aanval werd gereconstrueerd.
Mémorial Pegasus ligt op de oostelijke flank van de Landingsstranden en handelt
over de taken van de 6e Britse luchtlandingsdivisie in de nacht van 5 op 6
juni 1944. Deze soldaten zetten als eersten voet op Normandische bodem.
In het Mémorial kijken we eerst naar een film over de verovering van de
Pegasusbrug, die wordt ingeleid door Prins Charles. De film is speciaal voor
het Mémorial gemaakt en heeft geen titel.
|
|
|
|
|
|
Dan maken we een rondgang langs de tentoongestelde voorwerpen. Het zijn voornamelijk schenkingen van Britse oud-strijders.
|
|
|
|
|
|
Vlak bij de
nieuwe Pegasusbrug staat Café Gondrée. Er tegenover staat een oude tank. Café Gondrée was het eerste huis in
bezet Frankrijk dat tijdens D-Day werd bevrijd.
Major John Howard leidde in 1944 een groepje geallieerde soldaten dat na de
landing in Normandië het eerste huis op het vasteland, Café Gondrée, bevrijdde.
De huidige eigenaresse van het café, Arlette Gondrée-Pritchett, heeft Howard in
1994 de toegang tot het etablissement ontzegd. Howard maakte zich onmogelijk bij
Gondrée-Pritchett door in het café binnen te komen met Duitse journalisten.
Madame Gondrée-Pritchett was des duivels. Haar moeder had haar op het hart
gedrukt, dat nooit en te nimmer een Duitser een voet over de drempel zou zetten.
Zij schold de oude majoor de huid vol, noemde hem een seniele grijsaard. De
Britse oorlogsheld kon daarop zijn emoties niet meer beheersen. De tranen liepen
hem over de wangen.
|
|
|
|
|
|
|
|
Om 11.00 uur vertrekken we richting Luc-sur-Mer. Luc-sur-Mer is een klein dorpje dat op de grens van ‘Sword’ en ‘Juno’ ligt. Het monument aan het strand -wij worden met de bus van de boulevard afgeleid en kunnen het daarom niet zien-, herdenkt de eerste geallieerde commando aanval op Normandië op 28 september 1941. In de nacht van 27 op 28 september 1941 werd de aanval uitgevoerd door de 5th Troop of No 1 Commando onder leiding van Captain Davies. Ze moesten volgens de plannen bij Courseulles-sur-Mer aan land om zo St Aubin te bereiken, maar bij nader inzien zijn ze bij Luc-sur-Mer aan land gegaan. Tijdens de landing kreeg het commando te maken met Duits machinegeweervuur. Door de hevige weerstand moesten de commando's hun aanval staken en trokken zich terug. Door deze actie werden 2 commando's vermist en raakte er één gewond.
Van Luc-sur-Mer
rijden we naar Courseulles-sur-Mer, waar we een glimp opvangen van Juno Beach.
Juno Beach strekte zich uit van Ver-sur-Mer naar Saint-Aubin-sur-Mer. Het was
het landingsgebied van de 3e Canadese Infanteriedivisie onder leiding van
generaal Keller. In Courseulles-sur-Mer hadden de Duitsers de monding van de
rivier Seulles versterkt. Ook hier zijn bussen op de boulevard niet toegestaan.
We zien wel Juno Beach Centre.
We rijden door naar Asnelles, een dorp aan de westelijke kant van Gold Beach, op
een steenworp afstand van Arromanches.
Arromanches is
bekend geworden door Port Winston, een kunstmatige haven die voor de kust werd
aangelegd. De haven kreeg die naam ter ere van Winston Churchill. Die had al in
1942 opdracht gegeven voor een ontwerp van een noodhaven aan een diepe en
stormachtige kust, geschikt om schepen met zwaar materieel van de geallieerden
te kunnen lossen aan de Atlantische kust. In 12 dagen werd de haven aangelegd.
De diverse onderdelen waren al van te voren in Engeland gemaakt. Daaronder waren
bijvoorbeeld caissons, gebouwd als ‘afzinkbare’ golfbrekers: door het openen van
de schuifdeuren konden ze in minder dan een half uur tot zinken worden gebracht.
De afmetingen van die caissons waren: 60 m lang, 20 m breed en 20 m hoog.
Churchill vond het lang genoeg als de caissons het 3 maanden zouden kunnen
uithouden.
Direct na D-Day versleepten de geallieerden de constructies naar Arromanches en
naar Saint-Laurent-sur-Mer. Dat waren namelijk de gunstigste plekken voor de
reusachtige haveninstallaties. Al op 16 juni waren de havens operationeel.
Tijdens de zware storm van 19 tot 21 juni werden de havens ernstig beschadigd.
Die bij Saint-Laurent werd zó zwaar getroffen dat hij onbruikbaar werd. De haven
bij Arromanches kon na de storm worden hersteld. Hij bestond uit 115 afgezonken
caissons en pontonbruggen die als 4 drijvende landingssteigers vanaf de kust
naar voren staken. Golfbrekers waren aangelegd door naast de caissons onder andere
een keten van blokschepen, waarvoor oude schepen werden gebruikt -waaronder de
oude Nederlandse kruiser Sumatra-, af te zinken.
We gaan bij Asnelles naar een hoog gelegen uitzichtpunt. De haven bestaat niet meer, maar een deel van de caissons is voor de kust blijven liggen. Enkele tientallen PHOENIX caissons zorgen nog altijd voor rustig en beschut water in Arromanches. Het is toch wel bijzonder de caissons nog te zien liggen. Er zijn er in de loop van de afgelopen bijna 70 jaar maar een paar weggespoeld tot op het strand. Golven hebben toch een geweldige kracht!
|
|
|
|
Het
uitzichtpunt ligt vlakbij Arromanches 360°. We kijken daar naar de film
'Normandy's 100 days', die
wordt geprojecteerd op 9 reuze schermen in een cirkelvormige zaal. Achter
elk scherm zijn luidsprekers geplaatst die elk hun eigen geluid geven voor het
betreffende scherm, waardoor er een betere scheiding van de geluidseffecten
ontstaat en er een betere synchronisatie is tussen geluid en film. De
film met beelden uit het huidige Normandië en niet eerder gepubliceerde archiefbeelden uit 1944 duurt 19 minuten. Arromanches 360° werd ingewijd ter
gelegenheid van de 50e verjaardag van de landing.
Beeld en geluid komen van alle kanten op je af. Je komt ogen en oren tekort. Je
krijgt het gevoel midden in het oorlogsgeweld te staan, want zitten is er niet
bij in deze zaal. Het is een unieke ervaring.
|
|
|
|
In de grote
entree van Arromanches 360° hangt een meterslange foto van de kuststrook van
Cherbourg tot Le Havre. Daarop is ook ingetekend de Operatie Pluto. Operatie
Pluto (Pipe-Lines Under The Oceans) was een operatie van Britse wetenschappers,
olieproducenten en strijdkrachten tijdens WO II, na de landing in Normandië. Het
doel was het leggen van onderzeese pijpleidingen in Het Kanaal tussen Engeland
en Frankrijk om de oprukkende geallieerde strijdmachten in Europa van brandstof
te voorzien. Het verste punt was Maastricht. Het plan was uitgewerkt door A.C.
Hartley, hoofdingenieur bij de Anglo-Iranian Oil Company, nadat
admiraal Louis Mountbatten het concept had aangereikt. De pijpleidingen waren
nodig om de afhankelijkheid van olietankers te verminderen. Die konden immers
worden vertraagd door slecht weer of worden aangevallen door Duitse U-boten.
Bovendien waren de olietankers nodig in de strijd in de Stille Oceaan. Na een
test in Het Kanaal van Bristol met een 83 km lange 2 inch pijplijn tussen
Swansea en Watermouth, werd op 12 augustus 1944 de 130 km lange pijplijn met een
3 inch diameter van Shanklin door de Shanklin Chine op het Isle of Wight over
Het Kanaal naar Cherbourg in gebruik genomen. In januari 1945 werd er
305 ton brandstof per dag naar Frankrijk gepompt, oplopend tot 4.000 ton per dag
aan het einde van de oorlog, gebruikmakend van een 18-tal pijpleidingen. In
totaal is er ongeveer 781.000 m3 brandstof verpompt door de Pluto pijpleidingen.
Er bleek in de onmiddellijke nabijheid van Cabourg bij
Sainte Honorine-des-Pertes -dus in het gebied waar wij deze week verblijven- een
brandstoflospunt te zijn geweest.
Geïnteresseerd in een YouTube filmpje over Pluto? Klik dan
hier.
|
|
We gaan naar Arromanches voor een pauze van 13.20-14.30 uur. We wandelen wat over de boulevard en door de 2 winkelstraten die het dorp kent. We lopen een dumpzaak binnen. Daarna eten we een sandwich bij 'Le Pappagall'.
|
|
|
|
|
|
|
|
Het
Musée du Débarquement
in Arromanches is werkelijk indrukwekkend. Langs een groot raam met zicht op zee
staan op de laatste resten van 'Mulberry B' -Port Winston, één van de
2 kunstmatige havens- schaalmodellen opgesteld van de opbouw en de werking van
de haven in 1944. Voor een deel zijn het bewegende modellen die eb en vloed
weergeven en de werking daarvan op de haven met al zijn installaties. In de
vitrines staan voornamelijk voorwerpen en uniformen van militairen uit alle
12 naties die aan de Operatie Overlord deelnamen. Maar er is meer.
Bovendien worden ook nog 2 korte films
vertoond. Eén film van 15 minuten over de opbouw van de haven en zijn aanwending
en één film van 7 minuten over de emoties die D-Day opriep.
Als we in het museum zijn, gaat het hard regenen. Jammer dat de toiletten buiten
zijn.
|
|
|
|
|
|
Om 15.45 uur rijden we van Arromanches via Manvieux -2,8 km2 en 119 inwoners- naar Longues-sur-Mer. Het regent nog steeds hard.
|
|
In
Longues-sur-Mer gaan we naar de Batterie Allemande. De regen heeft dan gelukkig
opgehouden en de zon breekt zelfs door.
Deze op een hoogte van 65 m op een klif gelegen batterij beschikte over
4 torpedobootkanonnen (C/36 kaliber 15 cm) overgenomen van destroyers die uit de
vaart waren genomen. De kanonnen waren gemaakt in de Tsjechoslowaakse
wapenfabriek Skoda in Pilsen en hadden een schootsbereik van 19,5 km, waarmee ze
de vaarroutes naar de stranden Omaha, Gold en Juno beheersten. De kanonnen
stonden in kazematten type M272. In zo’n type kazemat hadden ze een elevatiehoek
van -4° tot +40° en een horizontaal schootsveld van 130°, wat mogelijk werd
gemaakt door sleuven in de zijkanten van de bunker. De kazematten waren ter
camouflage aan het landschap aangepast. Het geheel werd beschermd door
mitrailleurs, prikkeldraad en een mijnenveld. Het is de enige batterij die in
deze staat is bewaard gebleven, compleet met kanonnen. Ze stonden op ongeveer
330 m van de klifrand en waren niet in rechte lijn neergezet, maar in een lichte
boog, zodat de kanonnen een breder schootsveld hadden. De batterij werd bemand
door 184 zeelieden.
In september 1943 werd begonnen met de bouw van geschutsopstellingen. In maart
1944 waren er nog maar 2 klaar. Maar in mei was de stelling gereed voor actie.
Voor elke kazemat was 600 m3 beton nodig en 4 ton stalen bewapening. De
2 m dikke wanden en het plafond waren bestand tegen geallieerde bombardementen.
Om verzakking door een nabij-treffer tegen te gaan was er een zware
basisfundering gemaakt.
De Batterie Allemande de Longues-sur-mer was er één van de twaalf die op 6 juni
het vuur zouden openen op de Amerikaanse en de Britse vloot. Ondanks het feit
dat er op 28 mei en 3 juni zware bombardementen op de batterij werden
uitgevoerd, bleef de schade beperkt. ‘Dan nog maar een keer’ dachten de
geallieerden ongetwijfeld en daarom wierpen bommenwerpers in de nacht van
5 op 6 juni maar liefst 600 ton aan bommen op de batterij. Maar opnieuw was er
weinig schade. Om 05.37 uur op D-Day
kwamen de 4 kanonnen in actie tegen de invasievloot. Ze beschoten de
USS Arkansas en draaiden vervolgens naar Gold Beach, waar ze het
hoofdkwartierschip van de Britten, de HMS Bulolo, onder vuur namen. De kruiser
HMS Ajax manoeuvreerde in positie en schoot van 12 km afstand met zijn
152 mm kanonnen 114 granaten af. Twee voltreffers schakelden 2 kanonnen uit en
de 2 andere werden op een haar na gemist, maar werden wel beschadigd. In nog
geen 20 minuten was de batterij uitgeschakeld. De
volgende dag werd de batterij ingenomen door de Britten, zonder dat er gevochten
hoefde te worden, want de Duitsers hadden de batterij inmiddels verlaten.
|
|
|
|
|
|
|
|
Zo'n 300 m
meter vóór de 4 kazematten lag de vuurgeleidingsbunker -type M 262- die het vuur
bepaalde voor de achterliggende batterijen. Om deze vuurgeleidingsbunker
enigszins aan het zicht te ontrekken, was hij geplaatst in een uitgehakte ruimte
in de klifrand.
Vlak aan zee stonden nóg enkele kazematten.
|
|
Om 16.35 uur vertrekken we terug naar het hotel. We rijden via Bayeux met zijn kathedraal Saint-Pierre. Het regent weer. Wat boffen we toch. In Longues-sur-Mer waren we precies tussen de buien in.
Om 17.40 uur zijn we bij het hotel. We dineren om 19.00 uur. Daarvóór drinken we nog een glaasje.
Als -inmiddels- gebruikelijk staan er weer 2 tafels voor ons klaar. Dat is ook wel nodig, want in de loop van de avond komen er weer heel wat gasten naar het restaurant.
|
|
Pas om 21.30 uur gaan we naar onze kamer.