Cyrene
Jarenlang was Cyrene, genoemd naar een Griekse nimf, één van de belangrijkste
steden in het Middellandse Zeegebied. Het was de oudste en belangrijkste stad
van de 5 Griekse steden die een federatie -pentapolis- vormden in het oosten van
het gebied dat nu Libië is en gaf die streek de klassieke naam Cyrenaica. Die
naam heeft dat deel van Libië nu nog steeds.
In de 7e eeuw v.Chr. -zo rond 630- bezette de Grieks-Dorische koning Battos I de
streek. Hij leidde een groep Griekse kolonisten, die afkomstig was van het
eiland Thera -het huidige Santorini- waarvan sommigen aannemen dat het het
vroegere Atlantis is. Aangenomen wordt dat deze Grieken hun eiland verlieten
wegens de droogte en een dreigende hongersnood. Na de eerste kolonistenstroom
volgden er andere. Deze migranten kwamen vooral uit Kreta, Rhodos en de
Peleponnesos.
De Grieken en de plaatselijke bevolking, met stammen als de Gilligamen en de
Abysten, konden goed met elkaar opschieten. Hun zonen en dochters huwden
onderling. Dat zorgde mede voor een periode van welvaart.
In 450 v.Chr. kwam het koninkrijk ten val en werd de republiek Cyrene
uitgeroepen.
In 331 v.Chr. veroverde Alexander de Grote -zonder geweld- de stad. Zijn komst
luidde gouden jaren in. Cyrene werd een belangrijke uitvoerhaven van granen en
planten en van kruiden waaraan geneeskundige krachten werden toegeschreven. Eén
ervan was sylphium. Die plant is nu uitgestorven -waarschijnlijk ten gevolge van
een té intensieve exploitatie-, maar afbeeldingen ervan werden aangetroffen op
oude munten.
Tien jaar later, na de dood van Alexander de Grote, probeerde de Spartaan
Thibrion met enkele politieke bannelingen vergeefs Cyrene in handen te krijgen.
Dat lukte Ptolemeus I en de Egyptenaren wél. Cyrene kreeg de naam Pentapolis,
een verwijzing naar een politiek verbond tussen 5 Griekse steden waarvan Cyrene deel uitmaakte.
De naam Pentapolis werd ook gebruikt als synoniem voor de hele provincie
Cyrenaica. De 5 steden van de pentapolis waren: Cyrene, Apollonia, Taucheira
-later herdoopt tot Arsinoë-, Ptolemais en Berenice, het huidige Benghazi.
In 96 v.Chr. droegen de Ptolemaeën hun gezag over aan de Romeinen. Omstreeks het jaar 85 v.Chr. werden de inwoners van Cyrene onderverdeeld in 4 klassen: de burgers, de boeren, de buitenlandse inwoners en de joden. Onder de Ptolemaeën genoten de joden gelijke rechten, maar nu beschouwden ze zich als onderdrukt door de autonome Griekse bevolking. Culturele conflicten werden verergerd door de herleving van het joodse nationalisme en de afkeer van de Hellenistische cultuur, waarin veel joden zich tot dan toe hadden geschikt. Tijdens de regeerperiode van de Romeinse keizers Traianus en Hadrianus zo’n kleine 200 jaar later, braken joodse opstanden uit. Zij werden bloedig onderdrukt, maar pas nadat 200.000 Romeinen en Grieken waren afgeslacht. Ook werden er veel verwoestingen aangericht. De stad ging hieraan gedeeltelijk ten onder. Pogingen van keizer Hadrianus om de stad weer aanzien te geven, faalden.
Toen het Romeinse Rijk langzamerhand uit elkaar viel, lieten de autochtone en meer nomadische Hamieten hun invloed gelden. In de 4e eeuw was de stad echter bijna verlaten. Vooral de zware aardbeving en een daarmee gepaard gaande tsunami van 365, die de hele kuststreek trof, was daarvan de oorzaak. In de 5e eeuw was Cyrene niet meer dan een uitgestrekte ruïne, overgeleverd aan de genade van nomaden. Van 533-643 gaven de Byzantijnen Cyrene weer het nodige aanzien.
De Arabieren veroverden Cyrene in 643 op de Byzantijnen. Sindsdien heerste er
de islam. Ook enkele Egyptische stammen vestigden zich in de vroegere Griekse
stad. Zij noemden Cyrene -eigenlijk Pentapolis- Grennah.
Tijdens de Italiaans-Turkse oorlog veroverden de Italianen de stad in 1911. Na
de Turkse nederlaag werd de stad afgestaan aan de Italianen, die haar in 1934
toevoegden aan hun Libisch koninkrijk.
Cyrene is nu de belangrijkste archeologische site uit de Griekse periode van
de Pentapolis. De andere 4 steden van de federatie waren Apollonia, Teuchira,
Ptolemais en Berenice.
De ruïnes van Cyrenia behoren tot het moderne Shahhat, 10 km ten oosten van Al
Bayda.
De opgravingen van Cyrenia werden in 1910 begonnen door de Amerikaan
Richard Norton en de Italiaanse inscriptiespecialist Federico Halbherr. Er is
nog heel veel werk te verzetten. Het bekende beeld van Aphrodite -hoedster van
de vruchtbaarheid, de hartstocht en de lichamelijke schoonheid- kwam letterlijk
vanzelf boven water: het schoot uit de grond tijdens een zware regenval.
Op de site staan de tempels van Zeus -gebouwd in de 5e eeuw v.Chr. was hij groter dan het Parthenon in Athene- en van Apollo -die in de oorspronkelijke staat van de 7e eeuw v.Chr. is hersteld-, het theater, de grote agora, het acropolis en de noordelijke muur, die dateert uit de 4e eeuw en die herbouwd werd door de Romeinen in de 2e eeuw.
Cyrenia beleefde zijn hoogtepunt tijdens de regeerperiode van keizer Augustus (27 v.Chr. tot 14 n.Chr.). De kerken op de site werden door de Byzantijnen gebouwd in het midden van de 6e eeuw.
Cyrene wordt ook genoemd in het Nieuwe Testament: Simon van Cyrene draagt het kruis van Christus (Marcus 15:21 en parallellen). Zie ook Handelingen 6:9, 11:20, 13:1.
In 1913 namen de Italiaanse kolonisatoren de Venus van Cyrene mee, een kostbaar Romeins beeld uit de 2e eeuw dat werd ontdekt in de ruïnes van Cyrene. Het beeld werd later tentoongesteld in het Museo Nazionale Romano in Rome. Sinds de onafhankelijkheid van Libië in 1951 lagen beide landen overhoop over onder meer de teruggave van de Venus. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft het beeld op 6 september 2008 tijdens zijn reis naar Libië eindelijk teruggegeven.