Bevolking

De bevolking van Sri Lanka bestaat uit drie groepen: de Singalezen, deTamils en de Moren. Deze groepen onderscheiden zich door etniciteit, religie en taal.

Ongeveer 75% van de bevolking van Sri Lanka is Singalees.
Een andere grote bevolkingsgroep wordt gevormd door de Tamils. Die vormen ongeveer 18% van de bevolking. De Tamil bevolking kan naar herkomst in twee hoofdgroepen worden verdeeld. De grootste groep wordt gevormd door de zogenaamde Jaffna‑Tamils. Zij stammen af van Zuid‑Indiase kolonisten, die zich vanaf de 3e eeuw v. Chr. in het noorden van Sri Lanka hebben gevestigd. De tweede groep, de India‑Tamils, bestaat uit nakomelingen van Tamil koelies, die in de 18e eeuw door de VOC en in de 19e eeuw door de Engelsen uit Tamil Nadu in Zuid‑India naar Sri Lanka zijn gehaald om daar te werken op de plantages. Deze mensen leven tegenwoordig voor het overgrote deel nog steeds op de thee‑ en rubberplantages in het centrale bergland en staan in feite buiten de Singalese maatschappij.
De derde bevolkingsgroep bestaat uit de islamitische Moren van Arabisch‑Singalese herkomst, onderverdeeld in Ceylon‑Moren en Indiase Moren. Deze islamieten maken ongeveer 7% van de Sri Lankaanse bevolking uit en stammen onder meer af van Arabische, Voor‑Indische en Afghaanse handelaren, die al in de 8e eeuw met de Sri Lankanen handel dreven.
Ook in de 17e, 18e en 19e eeuw kwamen er -onder meer op VOC schepen- groepen islamitische emigranten naar Sri Lanka. Het zijn afstammelingen van de Portugese, de Nederlandse en de Engelse kolonisten. Zij maken ongeveer 0,8% van de totale bevolking uit.

Sri Lanka wordt al sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw verscheurd door een oorlog tussen de Tamil Tijgers en de Singalese regeringssoldaten. De Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), kortweg de Tijgers, vechten voor een onafhankelijke staat in het noorden en oosten van het land en blazen geregeld bussen vol passagiers op, vallen politiekantoren aan en vermoorden regeringsfunctionarissen. Met de terreurdaden willen ze het noordoosten, met als belangrijkste stad de havenstad Jaffna, afscheuren van Sri Lanka om er een eigen staat te vestigen die zij Tamil Eelam noemen.
Behalve het feit dat de Tamils zich als tweederangsburgers behandeld voelen, is er ook een belangrijk religieus element: de Tamils zijn meestal hindoe, terwijl de meerderheid van de Sri Lankanen boeddhistisch is.