|
WATERPIJP |
Nargileh is in de Arabische wereld het meest gangbare
woord voor waterpijp. Er zijn andere woorden zoals shisha, een veel in Jordanië
en ook in Jemen gebruikt woord, en hookha. De nargileh komt oorspronkelijk uit
India. Tijdens het Osmaanse rijk begint de waterpijp zich over de wereld te
verspreiden. De nargileh bestaat uit 4 delen: het mondstukje, het bovenstuk (de
kop), de slang en het onderste deel waar het water in komt.
De nargileh wordt voornamelijk in thee‑ en koffiehuizen
gerookt. De mannen, want vrouwen komen er niet, zitten aan kleine lage tafeltjes
te kletsen over van alles en nog wat. Ze lurken om beurten aan de kleurige slang
die zich om de nargileh kronkelt. Meestal gebruikt een aantal mannen dus één
nargileh. Als de mannen in de zogenoemde keyif geraken,
een naar men zegt euforisch, ontspannend en
aangenaam, bijna bedwelmend gevoel, hoor je alleen nog maar het geborrel van
water in de nargileh.
Voorafgaand aan het roken wordt een tabakmengsel voorbereid. Er zijn twee soorten tabak, nl. droge en vochtige tabak. De droge tabak moet voor het roken in water worden geweekt en daarna uitgewrongen. Dat neemt ongeveer een uur in beslag. De vochtige tabak is al geweekt. Er is al dan niet een smaak toegevoegd. Die zonder toegevoegd aroma wordt wel gerookt, maar is niet zo populair vanwege zijn bittere smaak. De gearomatiseerde tabak is er in verschillende smaken. De meest gerookte is de tabak met appelsmaak.
|
|
|
waterpijpen en kruiden |
Om te voorkomen dat de vochtige tabak de kop van de waterpijp afsluit wordt er een groot, vochtig tabaksblad omheen gerold. In dat pakketje worden op de plaats van de openingen in de kop van de nargileh gaatjes geprikt. Vervolgens worden de kop van de nargileh en de tabak afgedekt met aluminiumfolie, waarin met het tangetje voor de kooltjes verschillende gaatjes worden geprikt. De aluminiumfolie zorgt er voor dat de tabak tijdens het roken van de waterpijp niet meteen helemaal uitdroogt waardoor een groot deel van het aroma verloren zou gaan. Vervolgens worden het mondstukje en de slang, die de rook door het voor de helft gevulde waterreservoir laten circuleren, aan de waterpijp bevestigd.
Er is altijd sprake van een nieuw mondstukje. Dus elke
bezoeker van een thee‑ of koffiehuis die alleen of samen met anderen
een waterpijp bestelt, krijgt er voor zichzelf een nieuw mondstukje bij, dat na
gebruik wordt weggegooid. Dan worden met een tangetje stukjes gloeiend houtskool
op de met de geperforeerde aluminiumfolie afgedekte tabakscilinders gelegd. Die
stukjes houtskool zijn nodig om de tabak te verhitten en te verbranden. Om met
het roken te kunnen doorgaan moeten de kooltjes van tijd tot tijd worden
vervangen door nieuwe kooltjes. In de meeste thee‑ en koffiehuizen
komt hiervoor speciaal een mannetje met een bakje hete kooltjes langs. Met de
tang haalt hij de afgekoelde kooltjes van de waterpijp af en legt er nieuwe op.
Tijdens het lurken aan de waterpijp mag een lekker glas thee of koffie niet
ontbreken.