FLORA

Jacaranda
In de maand oktober kleurt Pretoria purper door de bloemen van de 80.000 Jacaranda bomen uit Argentinië die rond 1900 in de stad zijn geplant.
Pretoria wordt daarom ook wel de Jacaranda-stad genoemd.

De Jacaranda boom is een neotropicale soort in de Bignoniaceae familie. De grootte van de familieleden varieert van struik tot grote boom.
De soort is verdeeld in twee secties:  de Monolobos en de Dilobos.
De Monolobos omvat 18 soorten en komt voor in de Caraïben, in Mexico, in Midden-Amerika en in westelijk Zuid-Amerika. In kleinere aantallen ook in Zuid-Afrika, in het bijzonder in Pretoria. Ook de straten van Harare in Zimbabwe staan vol met Jacaranda's. Deze werden tijdens de koloniale periode massaal aangeplant.
Dilobos, heeft 31 soorten en komt voor in Brazilië, in het Amazonegebied en in de aangrenzende Vallei Parank.
Een Jacaranda kan tot 50 m hoogte groeien.
De bloei van de bomen in Pretoria begint omstreeks het begin van de eindejaarsexamens aan de universiteit. Een studentikoze legende zegt dat je voor alle examens slaagt als er een bloem van de Jacaranda op je hoofd valt.
De afgelopen jaren is er in Zuid-Afrika een heuse discussie aan de gang of de niet inheemse Jacaranda langer mag blijven paraderen in de straten van Pretoria. Hij wordt namelijk gezien als een ‘alien’, een vreemdeling dus.
De niet inheemse boom- en plantensoorten vormen naar Zuid-Afrikaanse opvatting een bedreiging voor de lokale soorten. In vele gevallen verdringen de niet inheemse soorten namelijk de inheemse. Om dit te voorkomen heeft de regering wetten tot stand gebracht die ervoor moeten zorgen dat deze bomen en planten verdwijnen.
Of de Jacaranda uiteindelijk uit het straatbeeld zal verdwijnen is nog niet bekend, want het laatste woord hierover is nog niet gezegd.

Protea
Het suikerbossie met de naam van een God

De Reuzenprotea (of Koningsprotea) is in het florarijk wat de leeuw is in het faunarijk. Deze koninklijke bloem is indrukwekkend door z’n afmeting (30 cm in doorsnee) en opvallende kleuren. Niet voor niets is deze Reuzenprotea de nationale bloem van Zuid-Afrika. Een wel heel aparte verschijning is zijn hogerop wonende broer: de Sneeuwprotea. Op de allerhoogste toppen van het Cedergebergte leeft deze protea zijn eenzame bestaan. Helemaal in bloei ziet de bloem eruit als een grote openstaande bek met tanden en een rode binnenkant. De pollen hebben een doorsnee van maar liefst 2 m en de knoppen van de bloem lijken op sneeuwballen. Niet voor niets betekent de wetenschappelijke naam van deze florasoort: houdt van de kou.

De veelvormige proteabloemen kregen in 1735 hun naam van de Zweedse botanicus Karl Linnaeus (Carl von Linné; 1707-1778). Hij noemde hen naar de Griekse god Proteus, die zo vaak van gedaante kon veranderen als hij maar wilde.
Er bestaan 360 tot 370 soorten protea's, waarvan er 320 tot 330 voorkomen in de Westkaap en de Oostkaap. Van deze soorten behoren er 120 tot de bedreigde plantensoorten.
Naast de Koningsprotea zijn veel voorkomende Kaapse soorten de Gewone protea, de Gewone suikerbos en de Blauwe suikerbos. De meest commerciële protea is de Gewone suikerbos, die niet alleen verkocht wordt als snijbloem, maar die al eeuwen geteeld werd voor de nectar uit haar bloem of als 'brandhout'. Die nectar sijpelde overvloedig en werd na het koken aangewend om een suikerstroop te maken. Die werd de 'bossiestroop' genoemd en diende in de 19de eeuw als geneesmiddel op de Kaap. En vandaar ook de naam 'Suikerbossie' in het Afrikaans.
De protea's bloeiden 300 miljoen jaar geleden al in het oercontinent Gondwanaland tot dit brak in Antarctica, Australia, Zuid-Amerika en Afrika. Protea's bloeien vandaag de dag vooral in Australië, in Zuid-Amerika en in Zuid-Afrika tot bij de Limpopo rivier. Noordelijker zijn ze niet te vinden. Ruim 92% van de Zuid-Afrikaanse protea's gedijen in de bloemrijke Westkaap. De Kaapse proteasoorten worden nu ook commercieel geteeld in Australië, Frankrijk, Spanje en in de Verenigde Staten. De bedreigde soorten echter niet omdat zij commercieel niet rendabel zijn.
Protea's zijn vooral te vinden in het zogeheten fynbos en op bergflanken tot 1.500 meter hoog. Ze bloeien in gebieden met een regenval, die wisselt van 180 tot 2.500 mm per jaar. Ze hebben geen rijke grond nodig. Protea's verdragen korte (matige) vorst- en sneeuwperiodes.

Gewezen apartheidsminister Hendrik Frensch Verwoerd droomde vorige eeuw even van een nieuwe vlag voor Zuid-Afrika. Die moest bestaan uit een springbok (het nationale dier) midden in een kring met zes protea's. Het bleef wegens teveel weerstand een droom.
Toen het ANC de eerste democratische regering vormde, doopte zij de Springbokkies, zoals het nationale rugbyteam heette, wel om tot de Protea's.
Het Afrikaanse lied ‘Suikerbos ek wil jou hê’ werd gecomponeerd op Lion's Head in Kaapstad.

Bougainville
De Bougainville komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, om nog preciezer te zijn uit Brazilië. De plant is genoemd naar de Franse ontdekker ervan L.A. de Bougainville, die in de periode 1766 - 1769 in opdracht van zijn regering een reis om de wereld maakte. De plant is er een uit de familie van de Nyctaginaceae. Het Griekse woord nux (nuktos) betekent nacht. Gelukkig laat de plant ook overdag z'n bloemen volop zien. Die bloemen staan altijd met z'n drieën bij elkaar. Centraal in de bloem staan de stamper en drie meeldraden. Wat wij als bloem zien, is niet meer en minder dat de fraai gekleurde schutbladen. Er staan altijd 3 schutbladen rondom het vruchtbeginsel.

De paarsgekleurde Bougainville kent twee soorten: Bougainvillea glabra en Bougainvillea spectabilis. Het onderscheid tussen deze twee is simpel: de soort glabra heeft onbehaard blad; spectabilis heeft behaarde bladeren. Beide soorten hebben doornen.
De Bougainville is een vrij rommelige struik die lange scheuten vormt met sterke doornen. Deze dienen eigenlijk alleen om de plant steun te geven bij het klimmen.
In Zuid-Afrika komt de Bougainville met grote regelmaat voor. Prachtig zijn vooral de tuinhagen van alleen maar Bougainville.