|
BUENOS AIRES |
|
|
Buenos Aires
-Spaans voor: goede luchten- is de hoofdstad van Argentinië en ook het
economische en culturele centrum ervan.
Met 3 miljoen inwoners is het de grootste stad van het land. In de agglomeratie
Gran Buenos Aires, die ligt aan de monding van de Río de la Plata -Spaans voor: zilverrivier-, wonen
meer dan 12 miljoen mensen.
De stad wordt aan de landzijde geheel omsloten door de provincie Buenos Aires,
maar maakt daar zelf geen deel uit. Buenos Aires is namelijk een federaal
district en valt buiten de provinciale indeling van Argentinië. De officiële
naam van de federale hoofdstad luidt: Ciudad de Nuestra Señora de Buenos Aires.
De stad beleefde zijn gouden tijd tussen 1880 en 1920, toen Argentinië tot de
tien welvarendste landen van de wereld behoorde en Buenos Aires als haar
schitterende hoofdstad nieuwelingen uit Europa lokte die hier een beter bestaan
probeerden te vinden.
|
|
De eerste Europese zeevaarder die in
het jaar 1516 nabij Buenos Aires voet aan wal zette, was de Spanjaard Juan Díaz de Solís.
Hij noemde de monding van de grote rivier die hij zag - de Río de la Plata- de
Mar Dulce, de Zoete Zee. Twintig jaar later stichtte Pedro de Mendoza in dat
gebied de eerste nederzetting: Santa Maria del Buen Ayre. De Spanjaarden moesten
de nederzetting wegens het verzet van de vijandig gezinde indianen enkele jaren
later naar Asunción in Paraguay verplaatsen. De paarden en andere beesten die de
Spanjaarden achterlieten vormden de grondslag voor de Argentijnse veeteelt,
tegenwoordig de belangrijkste economische basis van het land.
Een permanente vestiging
ontstond uiteindelijk in 1586, toen een groep kolonisten onder aanvoering van
Juan de Garay naar het gebied terugkeerde. Vlakbij het huidige
stadsplein Plaza de Mayo vestigden ze de nederzetting
Puerto Santa Maria de los Buenos Aires. De stad bleef voor ongeveer 200 jaar een
onbenullige plek en smokkelarij diende als broodwinning. Dit kwam omdat de
Spaanse regering de voorkeur gaf aan andere havens, zoals Lima.
De stad groeide daarna in de vorm van een halve cirkel.
In het noorden en in het westen vestigden zich de financiële en de
commerciële centra, de hotels en de restaurants, de luxueuze residenties en de
regeringsgebouwen.
Buenos Aires heeft een bedenkelijke bijnaam: Stad van de 12 miljoen rijdende
gekken. De stad komt niet zomaar aan die naam. De inwoners -bekend als portenos,
of: mensen van de haven - zeggen zelf: 'Wij rijden snel, dat wel, maar wij doen
het handig. Wij zijn niet zoals de Brazilianen, wij zijn gewoon snel en gek'.
Buenos Aires is de
tangohoofdstad. De zwoele tango, die aanvankelijk zelfs als
aanstootgevend werd beschouwd, is in deze stad geboren. Argentinië heeft
eigenlijk 2 volksliederen: de ceremoniële hymne en de Mi Buenos Aires Querido
(Ik verlang naar Buenos Aires), een tango. Lied en dans groeiden begin vorige
eeuw op in de bordelen van de stad. Nog steeds zijn er danslokalen waar de tango
koning is.
Buenos Aires is niet alleen de hoofdstad van
Argentinië en de tangohoofdstad, maar ook de stad van Evita Perón, van de Dwaze Moeders en van Diego Maradona. Zonder twijfel is Buenos Aires de meest Europees
aandoende stad van Zuid-Amerika.
Buenos Aires wordt ‘het Parijs van Zuid-Amerika’ genoemd. Een stad
verdeeld over 40 verschillende wijken, de zogenaamde barrios, met elk hun eigen
karakter.
Vanaf de 16e eeuw vond een niet aflatende stroom migranten uit met name Italië, Frankrijk en Spanje
z'n weg naar de stad aan de Río de la Plata. De sfeer
van hun geboortestreek is nog altijd terug te vinden in de wijken waar ze zich
na aankomst vestigden. Zo proef je in de oude volkswijk La Boca, waar de
bewoners voornamelijk van Italiaanse afkomst zijn, nog altijd de uitbundige
Zuid-Italiaanse cultuur en als je door de smalle steegjes wandelt, waan je je in
de buitenwijken van Napels. In de wijk San Telmo ontwaakt de tango bij het
avondrood en bruist de muziek de hele nacht, terwijl de wijk Palermo met
zijn
400 hectare grote park de plek is waar jong en oud zich in het weekend vermaakt.
Buenos Aires is een heerlijke
stad om in rond te dwalen en het stadsleven te ondergaan.
|
|
|
regeringsgebouw |
Grote delen van het centrum zijn opgezet naar het voorbeeld van grote Europese metropolen. Brede boulevards, zoals de Avenida 9 de Julio (sinds 1936 de breedste straat ter wereld), de Avenida de Mayo, de Avenida Santa Fé en de Avenida Corrientes, vormen belangrijke verkeersaders en oriëntatiepunten.
Aandachttrekkers tenslotte zijn beslist:
Plaza de Mayo, het bekendste plein van Buenos Aires. Casa Rosada staat er, het presidentiële paleis met het beroemde balkon, waarvan Evita Perón met ‘Don’t cry for me Argentina!’ het volk toesprak. Ook het oude stadhuis (Cabildo) en de kathedraal liggen aan het plein. Plaza de Mayo is bekend geworden door de Dwaze Moeders, die tijdens de militaire dictatuur begonnen met acties tegen schendingen van de mensenrechten. Ze lopen nog steeds elke donderdagmiddag om 15.30 uur hun wekelijkse rondje van een half uur om de Piramide de Mayo op het plein om te demonstreren tegen de nog altijd niet opgehelderde 'verdwijningen'. Het symbool van de Dwaze Moeders -Madres de Plaza de Mayo- en dat van de verdwenen kinderen en kleinkinderen is op het plaveisel van het plein gespoten. Het is een witte hoofddoek. De piramide is een monument ter herinnering aan de revolutie van 25 mei 1810, toen een junta de macht afnam van de Spaanse onderkoning. De obelisk geeft de onafhankelijkheid van Spanje aan.
Cementerio de Recoleta, de grote begraafplaats in de sjieke wijk Recoleta. Er liggen veel Argentijnse grootheden begraven. Onder meer Eva Perón. Haar graf trekt nog steeds veel bezoekers en er liggen bijna altijd bloemen van bewonderaars. De begraafplaats is op zichzelf al een bezienswaardigheid door de prachtige, uitbundig gedecoreerde graftombes.