Dag 2.
Zondag 15 september 2013
Côte Fleurie en Lisieux
De zon schijnt. En zo hoort het eigenlijk ook.
We zitten om 08.00 uur aan het ontbijt. Het is in buffetvorm. Opvallend is de snelheid waarmee alles wordt aangevuld.
We gaan om 09.00 uur naar de
Côte Fleurie.
De Côte Fleurie is de kust van
Normandië tussen Honfleur -een schilderachtig en sfeervol havenstadje dat
inspiratiebron was voor onder meer de schilders Eugène Boudin, Gustave Courbet
en Claude Monet en de schrijvers Victor Hugo en Guy de Maupassant- en Cabourg,
het strand van de romantici.
Côte Fleurie -Bloemenkust- is eigenlijk 40 km met verschillende landschappen:
stranden met fijn zand, kliffen en (krijt)rotsen. Van de Seine tot de Orne
liggen oevers vol bloemperken, schaduwrijke buitenwegen en talrijke villa’s uit
de late 19e-eeuw. Badplaatsen met een tijdloze charme zijn er natuurlijk ook.
Plaatsen met een apart karakter zijn Trouville of Trouville-sur-Mer, zoals de
plaats officieel heet, Deauville, Villers-sur-Mer en Houlgate. Trouville is een
kleine vissershaven aan de monding van de Toques. Het heeft de bijnaam Reine des
Plages (Koningin van de stranden). Deauville is van oudsher de
plaats waar de welgestelde Parisiens de stad ontvluchtten op zoek naar rust en
ontspanning. De scheiding tussen Villers-sur-Mer en Houlgate wordt gevormd door
de Falaise des Vaches Noires. Op de wandeldijk erlangs ligt een steen die de
plaats markeert waar de meridiaan van Greenwich loopt. De Falaise des Vaches Noires
doet met zijn tot 100 m hoge rotsniveaus apart aan. De kliffen zijn gevormd uit
klei, mergel en kalksteen. De kliffen van de Falaise des Vaches Noires bevatten
diverse soorten steen. De witte kalksteen uit het Krijttijdperk -ongeveer 145
tot 66 miljoen jaar (Ma) geleden-, de
grijs-zwarte klei uit de Jura en de mergel bevatten fossielen. De kans
ammonieten te vinden schijnt vrij groot te zijn. De naam Vaches Noires -Zwarte
Koeien- danken de rotsen aan het feit dat ze van een afstand bekeken op
zwarte koeien lijken die in zee komen drinken.
|
|
We rijden langs het hippodroom -paardenrenbaan- met een piste van 2 km. De toeschouwerscapaciteit bedraagt 5.000. We zien héél veel joggers en nauwelijks hoogbouw. Dat laatste heeft tot gevolg dat Caen wat oppervlakte betreft erg groot is.
|
|
De huizen zijn over het algemeen erg mooi, met name ook de gevels. Opvallend zijn de vele schoorsteenpijpjes op de huizen. Caen blijkt een stad met veel groen en met veel rotondes. Een rotonde is een bijzonder soort gelijkvloerse kruising die zo ontworpen is dat het aantal conflicterende bewegingen geminimaliseerd is, aldus Wikipedia. Zo klinkt het nog erg mooi maar het is echt niet allemaal rozengeur en maneschijn met die dingen. De rotonde is een Franse uitvinding en stamt al uit 1901. Dat verklaart meteen waarom dat chauvinistische land bijna meer rotondes (rond-points) dan inwoners telt. Hoe dan ook, gelukkig duurde het tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw voor de rotondes echt massaal oprukten. Maar inmiddels is de rotonde echt doorgebroken en de opmars is niet meer te stuiten.
|
|
We komen langs een brandweerkazerne, met een voorpleintje als een museum.
|
|
Om 10.15 uur zijn we bij Cabourg.
Cabourg is een badplaats gelegen aan de monding van de rivier Dives. Het
vissersdorp Cabourg werd een badplaats gedurende het Tweede Franse Keizerrijk en
kreeg een stratenplan van uitwaaierende straten vanaf de zee, gekruist door
lanen in de vorm van concentrische halve cirkels. Er is een 4 km lang
zandstrand. De vele villa's van de rijke bourgeoisie en de Parijse aristocratie
uit het begin van de 20e eeuw geven de kleine stad een zekere charme, vooral
rond het Casino en het niet te missen Grand Hotel.
We rijden niet langs Cabourg, maar gaan er doorheen. Dat valt voor Berend nog
niet mee met z'n lange bus.
Op ongeveer 300 m van het zandstrand van Cabourg ligt Port Guillaume, de plek waar Willem de Veroveraar in Frankrijk voet aan wal zette. Tegenwoordig is Port Guillaume geen actieve haven meer, slechts een jachthaven.
In Houlgate wandelen we een dikke 20 minuten over de boulevard. We hebben er een goed zicht op Le Havre.
We gaan verder via Villers-sur-Mer -met een mooi opgeleukte rotonde- naar Deauville en Trouville-sur-Mer.
|
|
Het is een prachtige, kronkelende weg met af en toe zicht op zee. Er staan erg mooie huizen. Verkeersborden maken het onmogelijk direct langs de zee te rijden, maar dit is eigenlijk veel mooier. Daardoor zien we overigens niet de Falaise des Vaches Noires. Deauville en Trouville-sur-Mer blijken één gezamenlijk treinstation te hebben.
|
|
|
|
We gaan door naar Honfleur. Het
kost Berend moeite zijn bus op loopafstand van het centrum te parkeren, zo druk
is het.
Honfleur staat vooral bekend om de schilderachtige haven die wordt omringd door
prachtige oude panden met een uitspringende bovenverdieping.
|
|
|
|
Menig schilder en fotograaf zal dit mooie haventje al hebben vastgelegd. Het meest bezocht is L’Enclos. Het is de wijk met het Vieux Bassin -de oude haven- met aan de ingang het oude gebouw Lieutenance. Het haventje telt nog steeds zo'n 40 vaartuigen die elke dag uitvaren langs de kust en dus dagelijks verse vis aanvoeren. De specialiteit van Honfleur zijn zeevruchten zoals grijze garnalen en van oktober tot april sint-jakobsschelpen. Uit het water zo op je bord. Vis wordt veelal eerst gerookt.
|
|
|
|
|
|
We maken eerst een wandeling langs het Vieux Bassin. Het is 12.00 uur. De restaurants hebben over klandizie niet te klagen. Alle terrassen zijn flink bezet.
|
|
We komen ook nog mannen en vrouwen in klederdracht tegen. Aan de kop van het Vieux Bassin staan marktkramen. Natúúrlijk wordt er ook kaas verkocht.
|
|
|
|
We bekijken eerst de 15e-eeuwse Église Sainte Catherine. Na de Honderdjarige Oorlog dankten de scheepsbouwers van Honfleur God voor het vertrek van de Engelsen met het bouwen van een kerk . En niet zo maar een kerk. Binnen zijn beide beuken afgesloten met een houten gewelf in de vorm van een omgekeerde scheepsromp, waarvan het zichtbaar gebleven gebint gedragen wordt door pilaren. De klokkentoren staat los van de kerk om overslaan van brand te voorkomen.
|
|
|
|
|
|
Oergezellig is het wijkje Faubourg Sainte-Catherine. Dit was vroeger het domein van de zeelieden en het ligt rondom de Église Sainte Catherine, de grootste houten kerk van Frankrijk. We drinken een biertje op het zonovergoten terras van restaurant Le Bounty aan de Cour Sainte Catherine.
Om 13.45 uur vertrekken we naar
Lisieux. We verlaten
de kust en rijden naar Pont-l'Évêque.
Pont-l'Évêque is ook de naam van een Franse kaas van het type rood-bacterie- of
gewassen-korst-kaas. Die kaas wordt al sinds de 12e eeuw in Normandië bereid. De
kaas heeft zijn naam te danken aan de plaats Pont-l'Évêque, omdat daar een grote regionale
markt was voor die kaas.
Lisieux ligt in het departement
Calvados, in de regio Basse-Normandie, aan de rivier de Touques. De gemeente heeft een oppervlakte van
ruim 13 km2.
In de Gallo-Romeinse tijd stond Lisieux bekend als Noviomagus of
Noviomagus Lexoviorum, genoemd naar de Gallische stam Lexovii. Vandaar nog de
naam Lexoviens en Lexoviennes voor de inwoners van Lisieux.
In de 3e eeuw
werd de stad bezet door de Saksen. In de 10e eeuw werd Lisieux geplunderd door
de eerste hertog van Normandië, Rollo. In de Middeleeuwen en de Renaissance
kende de stad een periode van voorspoed. In de 12e eeuw werd de stad in brand
gestoken door de Bretonse troepen en in de Honderdjarige Oorlog werd Lisieux
geplunderd door de Engelsen. In 1906 steeg de eerste helikopter op in Lisieux.
Op 6 juni 1944 werd een groot deel van de oude stad verwoest door een
bombardement. Op 23 augustus 1944 werd Lisieux bevrijd door de geallieerden.
Lisieux bewaart uit zijn lange en rijke geschiedenis veel getuigenissen van de grootsheid van zijn verleden. Sedert het ontstaan van Normandië tot aan de Franse Revolutie was Lisieux een bisdom. In die periode werd de stad geregeerd door de bisschoppen, die ook de titel hertog mochten dragen. Eeuwen lang drukten zij hun stempel op de stad. Uit die periode stammen nog de ‘Koloniale Wijk’ met zijn kathedraal Saint-Pierre -één van de eerste kathedralen in Gotisch-Normandische stijl-, het Palais de Justice -het vroegere Bisschoppelijk Paleis in Lodewijk XIII-stijl-, het Hotel van het Decanaat -het voormalig verblijf van de Dekens-, de Tuin van het Bisdom, koloniale huizen....
Lisieux was vroeger bekend vanwege zijn stadsbeeld met
Gotische en Renaissance
huizen in vakwerk, maar het grootste deel van de oude stad werd verwoest bij het
bombardement in 1944. De al genoemde kathedraal Saint-Pierre -gebouwd in de 12e en 13e eeuw- bleef gespaard.
Die kathedraal staat vlak bij het voormalig bisschoppelijk paleis. Hij werd in
hoofdzaak gebouwd tussen 1170 en ongeveer 1250. De 13e- eeuwse façade heeft
3 portalen en wordt geflankeerd door 2 torens, waarvan de noordelijke 13e-eeuws
is en de zuidelijke in de 16e eeuw in Romaanse trant werd herbouwd. Je kunt de
kerk binnengaan door het Portail du Paradis in de zuidkant van het transept. Het
interieur heeft het robuuste, wat strenge karakter van de Vroeggotische
bouwstijl. Via de kooromgang bereik je de grote kapel -in flamboyant Gotische
stijl verbouwd-, waar Thérèse Martin de mis bijwoonde en waar zij zich in 1887
van haar kloosterroeping bewust zou zijn geworden.
Lisieux is over de hele wereld
beroemd dankzij Thérèse Martin, beter bekend als
de H. Theresia van het Kind Jezus.
Ze werd als Thérèse Martin op 2 januari 1873 geboren in Alençon. Op haar tiende
werd ze ernstig ziek totdat het Mariabeeld boven haar bed naar haar glimlachte,
waarna ze volledig genas. Al op jonge leeftijd voelde ze dat het haar roeping
was God te dienen. Ze besloot in te treden bij de Orde van de Ongeschoeide
Karmelietessen in Lisieux. Op haar vijftiende trad ze met speciale toestemming
van paus Leo XIII daadwerkelijk bij de Orde in. In 1890 deed ze haar professie
en in 1893 kreeg ze de zorg toebedeeld over de novicen. In 1896 werd
tuberculose bij haar geconstateerd. Ze stierf aan die ziekte op 24-jarige
leeftijd op 30 september 1897. Op 29 april 1923 werd Theresia zalig
verklaard. Haar heiligverklaring volgde op 17 mei 1925. In 1997 werd Theresia,
als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus II tot kerkleraar
uitgeroepen. Haar feestdag is
1 oktober. Ze werd de patrones van de missionarissen en het missiewerk. Ze is ook
patrones van Frankrijk. Haar leven is in verschillende boeken beschreven. Een
bekende uitspraak van haar is: 'Ik wil het rozen (=zegeningen) laten regenen op
aarde'. Daarom wordt ze altijd afgebeeld als Karmelietes met rozen in haar hand. Het is
eigenlijk niet verwonderlijk dat Lisieux na Lourdes als het belangrijkste
bedevaartsoord in Frankrijk wordt gezien. Elk jaar komen zo’n
700.000 bedevaarders naar de basiliek die ter ere van haar aan de rand van
de stad werd gebouwd. Met de bouw van die enorme
bedevaartskerk werd in 1929 begonnen. Hij is opgetrokken in
Neoromaans-Byzantijnse stijl en werd op 11 juli 1954 ingewijd. De basiliek is
geïnspireerd op de Sacré-Cœur in Parijs. Het is de grootste kerk in Frankrijk
gebouwd in de 20e eeuw. In het immense schip bevinden zich glasramen en
mozaïeken van Pierre Gaudin. De kerk heeft een 93 m hoge koepel. De grote crypte
is helemaal versierd met mozaïeken gewijd aan het leven van de H. Theresia. De
tentoonstelling ‘Le Carmel de Sainte-Therèse’ in de noordelijke kloostergang
gaat in op de geschiedenis en het leven van de Karmelietessen.
De kathedraal werd op 2 juni 1980 bezocht door paus Johannes Paulus II.
|
|
|
|
|
|
De grote crypte is helemaal versierd met mozaïeken gewijd aan het leven van de H. Theresia. De (foto)tentoonstelling ‘Le Carmel de Sainte-Therèse’ in de noordelijke kloostergang gaat in op de geschiedenis en het leven van de Karmelietessen.
|
|
|
|
![]() |
|
|
Voor de tv-show Catholic Destinations werd de film 'Basilica of St. Thérèse - Lisieux, France' geproduceerd. Daarin geïnteresseerd (nu of later, want het is wel een film die een hele tv-show vult)? Klik dan hier.
Om 16.00 uur hebben we de kathedraal, de crypte en de fototentoonstelling bekeken. We hebben nog 3 kwartier voordat we terug gaan naar Caen. Dat is niet veel tijd en er kan elk moment een bui vallen. We kiezen er daarom voor een ritje met Le Petit Train Touristique te maken. Op die manier zien we veel meer dan lopend. Nog meer deelnemers van de reisgroep vinden dat kennelijk. We melden dat aan Berend, want we redden 16.45 uur bij de bus niet helemaal.
|
|
Het treintje brengt ons langs het Hôtel de Ville uit 1771, langs de Cathédrale Saint-Pierre, het Stadstheater uit 1895, de Muziekschool en langs Maison des Buissonnets. De familie van Thérèse betrok dit huis in 1877. Thérèse bracht er haar kinderjaren door. Het huis is heringericht met de voorwerpen afkomstig uit het gezin. Op de 1e verdieping ligt de kamer waar de ernstig zieke Thérèse werd genezen, toen ze de glimlach van Onze-Lieve-Vrouw mocht zien. Vlak om de hoek staat het beeld van Thérèse.
|
|
|
|
Her en der zien we aardige oude pandjes.
|
|
We rijden langs het Palais de Justice, het vroegere Bisschoppelijk Paleis, en gaan de daarachter gelegen tuin in. Die tuin werd ontworpen door Le Nôtre, de ontwerper van de tuinen van Versailles. Hij bestond oorspronkelijk uit 3 delen: het gazon, de watervallen en de tuin. De tuin werd in 1837 geopend.
|
|
|
|
Tenslotte komen we nog langs de Carmel kapel. Hij staat achter een hek. Sinds 1923 bevindt zich in de kapel het graf van Theresia. Vóór de kapel loopt over het voetpad een blauwe streep: le circuit 'Sur les pas de Thérèse'. Die leidt naar een 13-tal plekken in Lisieux die historisch gerelateerd zijn aan Theresia.
|
|
|
|
Het is bijna 17.00 uur als we Lisieux verlaten en koers zetten naar Caen. We staan een flinke tijd in de file en zijn daardoor pas om 18.15 uur in het hotel.
We dineren om 19.00 uur en houden daarna de gezelligheid nog lange tijd vast.
|
|