Dag 7. Dinsdag 7 mei 2013
De ogen van Sibiu
Aantal km's: 46 

We ontbijten om 08.00 uur. De tafel staat vol lekkers.
Voor we naar beneden gaan kijken we vanaf het balkon nog even naar beneden.

Binnenplaats pension Cristina

Om 09.00 uur moeten we ons verzamelen bij de kerk.

Sibiel is een landelijk dorp aan de voet van de heuvels van de Karpaten, nog net in de vlakte. Er loopt een kleine asfaltweg door het dorp, maar voor de rest zijn het geplaveide of onverharde straatjes.

We lopen langs de dorpswaag. Het gebouwtje lijkt gesloten, maar is dat niet. We gaan dus even binnen kijken.
De lokalen noemen de waag 'Maja'. Hij (of zij) stamt uit de 19e eeuw en werd in 2010 gerestaureerd. Er kan van 50 tot 10.000 kg gewicht mee gewogen worden. De lokalen gebruiken de waag voor het wegen bij koop of verkoop van vee -koeien, stieren en varken
s-, hooi, bieten, boerenkool en andere landbouwproducten.

Gebouwtje dorpswaag Maja

Dorpswaag Maja

Even verder staat de dorpspomp.

Dorpspomp

Als we bij de kerk aan komen, wordt de klok geluid. Dat gebeurt door een monnik die boven in de toren met een houten klepel op de klok slaat.

De orthodoxe kerk van Sibiel -gewijd aan de H. Drie Eenheid- dateert van1775. De fresco's zijn van een wat latere datum:1785. Ze waren verborgen onder een dikke laag kalk en werden pas ontdekt bij een restauratie.
Het eerste wat opvalt in de kerk is de aanwezigheid van banken. Orthodoxen stáán immers de hele dienst in het huis van de Heer. Net als de priesters uit Psalm 134: 'U allen die in het huis van de Heer staat, nacht aan nacht, Heft uw handen op naar het heiligdom en zegen de Heer'.

Orthodoxe kerk van Sibiel

In de meeste orthodoxe kerken mag je gaan staan waar je wilt; sommige kerken kennen nog een scheiding tussen mannen (die tegenover de Christusicoon staan) en vrouwen (die tegenover de Moeder Gods icoon staan). Staan de gelovigen niet, dan knielen ze of raken voorovergebogen even de grond aan. De regel is dat men nooit knielt op zondag, omdat dat de dag van Opstanding is.
Bij wijze van uitzondering zie je in sommige orthodoxe kerken wél enkele banken. Dat is om te zitten tijdens de preek, de lezing van de psalmen of wanneer men ziek is of niet zo lang kan staan.
Evenals de afwezigheid van banken is de afwezigheid van beelden kenmerkend voor de orthodoxe kerken. Iconen, mozaïeken, fresco’s en ook afbeeldingen in reliëf zijn wél toegestaan, maar geen losstaande beelden.
Als de kerkgangers binnenkomen slaan ze kruisen voor de iconen.
Hoe maken orthodoxen het kruisteken? Buig voorover, laat de armen langs je lichaam hangen, sta rechtop, breng duim, wijs- en middelvinger bij elkaar -ze representeren de Drie-Eenheid-, de 2 andere vingers -ze staan voor de 2 naturen van Christus: volledig God en volledig Mens- buig je naar de handpalm toe. Door met je hand naar jezelf te wijzen maak je het teken van incarnatie -menswording- van God. Raak je voorhoofd aan, je borst, je rechterschouder en tot slot je linkerschouder. Zó offer je je gedachten (hoofd), gevoelens (borst), je goede daden (rechts) en slechte daden (links) op aan God en vraag je om vergiffenis. Het teken van rechts naar links herinnert eraan dat de ‘goede’ misdadiger die tegelijk met Christus werd gekruisigd naar het Paradijs ging.
Staande voor iconen realiseert men zich terdege dat ze geverfd zijn op hout, glas of soms geprint op papier. De beeltenis representeert de persoon of de gebeurtenis of leer. Bij het vereren van een icoon maak  je 2 keer het kruisteken met 2 keer een buiging, kus vervolgens de voet van de afgebeelde heilige en maak dan weer een kruisteken met buiging. Als er geen voet staat afgebeeld dan kus je de hand; als er geen hand is kus je de haren.
Nadat je de iconen hebt vereerd, steek je kaarsjes bij hen aan.

Er is een dienst gaande. Een aantal groepsleden woont er een klein gedeelte van bij. De anderen wandelen wat over de begraafplaats.
In de kerk zien we een tweetal glasiconen.
Als we de kerk verlaten, deelt een oud vrouwtje stukjes brood in servetjes uit.

2 glasiconen

 

Brood uitdelend oud vrouwtje

Het Glasiconenmuseum -een blauw huis naast de kerk- heeft de grootste collectie van geschilderde glasiconen in Europa - meer dan 700, maar ook meubelen en keramiek. We gaan daar eens kijken. Het schilderen van iconen op glas is namelijk een al 2 eeuwen oude traditie.
De oprichter en naamgever van
het museum is de priester Preot Zosim Oancea (1911-2005). Hij begon in 1968 18e en19e-eeuwse glasiconen te verzamelen. Een aantal daarvan is geschilderd op oud handgemaakt glas, dat wat oneffen van structuur is.

Glasicoon Laatste avondmaal

Een icoon -van het Griekse eikoon wat beeltenis, portret of gelijkenis betekent- is een afbeelding van Christus, van de Moeder Gods, van heiligen of van hoogfeesten. Iconen behoren tot de Oosters-orthodoxe Kerk, de Oriëntaals-orthodoxe Kerken en de Oosters-katholieke Kerken en zijn onlosmakelijk verbonden met het kerkelijke en spirituele leven van deze kerken en hun gelovigen.
Iconen zijn meestal geschilderd op een houten paneel. Bij het schilderen dient rekening te worden gehouden met bepaalde regels. Deze regels zijn vervat in de schildersboeken -de zogenoemde canon- en hebben de bedoeling voor zuiverheid en uniformiteit te zorgen en niet af te wijken van de leerstellingen van de Kerk. Het schilderen van iconen is voor de Orthodoxe Kerk een werk waarvoor Gods zegen gevraagd wordt. Het gaat in de regel gepaard met gebed en vasten. Een icoon wordt in principe niet gesigneerd, omdat men ervan uitgaat dat het Gods hand is die het schilderen begeleidde; de Grieken signeren hun iconen wel. Iconen zijn vooral ontstaan in landen waar het christendom in de vorm van Oosterse Orthodoxie de godsdienst is, zoals Griekenland, Rusland, de Balkanlanden, Oost-Europa en ook Egypte en Ethiopië.
Iconen worden niet alleen op hout geschilderd, maar ook op glas. Een moeilijke techniek vooral omdat men in spiegelbeeld moet werken. Met name in Transsylvanië bestaat hierin een lange en rijke traditie. Deze iconen zijn meestal heel eenvoudig van vorm en versierd met allerlei folkloristische motieven. Het schilderen van iconen op glas is een vorm van achterglasschildering. Dat is een schildertechniek waarbij direct op glas wordt geschilderd. Als het schilderij gereed is, wordt het geheel omgekeerd zodat men door het glas naar de afbeelding kijkt. De techniek heeft als voordeel, dat de achtergrond -van bijvoorbeeld een landschap- als laatste kan worden geschilderd, als het ware over de voorgrond heen. De voorgrond hoeft dus niet eerst gedoodverfd te worden, zoals bij het schilderen op doek of op paneel.
Een achterglasschilderij heeft een -letterlijk- vlakke afbeelding, de verf ligt niet op de afbeelding. Het schilderij geeft hierdoor meer de indruk van een tekening of van een foto dan van een schilderij.

Glasicoon Verhaal van Lazarus

 

Joris en de draak

Vanuit één van de ramen van het museum kijken we als het ware ín een ooievaarsnest.

Ooievaar op nest

Om 10.40 uur rijden we naar Sibiu. Het is 27°. We gaan wel eerst even naar het dorp Christian. Daar zitten als regel veel ooievaars. Maar er staat ook een gefortificeerde kerk.

Dorp Christian

 

Ooievaar gaat landen op zijn nest

 

Gefortificeerde kerk in Christian

Sibiu, Brașov en Sighisoara zijn de 3 bejaarde gratiën onder de Duitse steden van Roemenië. Wat geldt voor Brașov en Sighisoara, geldt evenzeer voor Sibiu. Het centrum van deze 169.000 inwoners tellende stad wordt niet ontsierd door nieuwbouw. Kleurige huizen, sfeervolle antieke straatjes en pleinen - dat is wat we aantreffen in Sibiu. Het stadsbeeld is sinds de 19e eeuw nauwelijks veranderd.

Sibiu, in de 12e eeuw aan de Cibin-rivier gesticht door Saksische Duitsers om controle te kunnen uitoefenen over Transsylvanië en om de handel met het Hongaars-Oostenrijks-Duitse achterland te bevorderen, werd al in 1241 verwoest door de Tataren. De Saksen bouwden een nieuw Sibiu of liever gezegd Hermannstadt, zoals ze het zelf noemden. Achter stevige stadsmuren met wachttorens konden ze veilig wonen. Het lukte zelfs de Turken niet om de stad in te nemen. In de 18e eeuw kreeg Sibiu krachtige culturele impulsen, onder meer van de gouverneur van Transsylvanië, baron Samuel von Bruckenthal. De baron -die leefde van 1721 tot 1803- verzamelde kunst en stichtte met zijn collectie van 1.090 schilderijen in het gouvernementele paleis het Brukenthalmuseum. Gheorghe Lazar richtte begin 19e eeuw het Roemeens lyceum op, dat van eminent belang was voor de ontwikkeling van een zelfbewuste generatie intellectuelen. Ze zouden mede de dragers worden van het nationalisme dat uiteindelijk resulteerde in de staat Roemenië.

Om 11.45 uur drinken we bij Restaurant Bufnita in de winkelstraat Bulevardul Nicolae Bălcescu, die evenwijdig loopt aan de muur in de Strada Cetăţiit, een cappuccino.

Restaurant Bufnita

Cappuccino bij Bufnita

We maken een wandeling langs de muur. Net als in Brașov had elke gilde in Sibiu de verantwoordelijkheid voor de verdediging van één toren met bijbehorend deel van de stadsmuur. Je ziet dat terug in de namen van de torens waar we langs lopen: Turnul Olarilor betekent Toren van de Pottenbakkers en Turnul Dulgherilor Toren van de Timmerlieden. Tussen de 2 torens is een weergang.

Toren van de pottenbakkers

 

Weergang

 

Toren van de timmerlieden

De Sala Thalia is de zetel van het Philharmonisch Orkest van Sibiu. Het gebouw dateert van 1788 en is gebouwd door Martin Hochmeister, de oprichter van de eerste boekhandel van Roemenië. Het gebouw heeft 2 balkons en een aparte loge voor de gouverneur van Transsylvanië. In verband met ruimtegebrek in de stad is een deel van het theater in de zogenaamde dikke toren -een onderdeel van de stadsmuren- gebouwd. De Sala Thalia is als gevolg van een brand lang dicht geweest. Na een jarenlange restauratie is de Sala Thalia in 2004 weer heropend en is tegenwoordig vooral in gebruik als concertzaal.

Sala Thalia

Het valt ons op dat de deksels van alle straatputten speciaal zijn gemaakt ter herinnering van het feit dat Sibiu -samen met de stad Luxemburg- in 2007 culturele hoofdstad van Europa was.

Putdeksel

Alvorens ons vrije tijd te geven voor de lunch en voor een wandeling laat Cristina ons nog het een en ander van Sibiu zien.

Op weg naar Piaţa  Mare, de Grote Markt, komen we in de Strada Gheorghe Lazar voorbij een lyceumgebouw uit de 18e eeuw: het College Gheorghe lazar. Gheorghe Lazar (1779-1823) heeft veel gedaan voor het onderwijs in Transsylvanië. Hij was een held voor Roemenië en werd de leraar van het Roemeens ideaal genoemd.

Lyceumgebouw uit de 18e eeuw

Vlak om de hoek lopen 2 vrouwelijke clowns reclame te maken voor een ons nietszeggende zaak.

Vrouwelijke clowns

We zijn al snel op de Piaţa Mare. Dat was oorspronkelijk een graanmarkt. Later vonden er openbare vergaderingen en executies plaats. In het midden van de markt staat een standbeeld van Gheorghe Lazar -hij droeg door zijn onderwijs in het Roemeens en zijn behandeling van de geschiedenis veel bij tot de nationale bewustwording (sedert 1816)-, met aan zijn voeten een lijst met de namen van 64 mensen die in Sibiu omkwamen tijdens de Decemberrevolutie in 1989. Overal in het rond zijn rode, gele, groene en blauwe Duitse huizen te zien met hun typische luchtgaten in de dakpartijen; direct onder de daken bevinden zich geen kamers maar opslagruimtes. De meest imposante gebouwen aan het plein zijn een 18e-eeuwse barokke Roman Catholic Cathedral -gebouwd tussen 1726 en 1733-, aan de toren waarvan wordt gewerkt en het Brukenthal Museum, gebouwd in 1817 en deel uitmakend van het barokpaleis van Baron Samuel Brukenthal (1721-1803). Het museum heeft een schilderijencollectie van Roemeense meesters -Nicolae Grigorescu, Ion Andreescu, Stefan Luchian, Gheorghe Petrascu, Iosif Iser- en van internationale beroemdheden als Jordaens, Hals en Veronese en daarnaast voortreffelijke archeologische, folklore- en zilvercollecties. Verder zijn er onder meer beelden, oude meubels, altaarstukken van Transsylvanische meesters, 13e-, 14e- en 15e-eeuwse handschriften en heel veel gedrukte boeken tentoongesteld. De Lonely Planet beschrijft het museum als de oudste en wellicht mooiste kunstgalerie van Roemenië.
Eerder hoorden we al tot onze teleurstelling dat het Brukenthal Museum gesloten is. Voor onderdelen daarvan, zoals het Apothekersmuseum geldt hetzelfde. In Nederland zijn 's maandags alle musea gesloten. In Roemenië geldt dat voor elke 1e dinsdag van de maand. Jammer. Maar ach, dat zal de kinderen die bij de zogenaamde Bedriegertjes het water trachten te ontwijken wel worst zijn.

Gheorghe Lazar

 

Piaţa Mare met Roman Catholic Cathedral

 

Aan de toren wordt gewerkt

 

Brukenthal Museum

 

Bedriegertjes

De grootsheid van het plein wordt helaas wat tenietgedaan door de vele kraampjes van de speciale paasmarkt die hier dezer dagen wordt gehouden.

Fascinerend zijn de ogen van Sibiu.

De ogen van Sibiu

Aan Piaţa Mare staat ook de Turnul Sfatului -de Raadstoren-, gebouwd in de 13de eeuw. Hij diende als uitkijktoren en als tijdelijke gevangenis. De Raadstoren is zo  genoemd omdat het gebouw ernaast het raadshuis van de stad was. De toren was een toegangspoort tot de benedenstad in de 2e ringmuur. In 1829 werd de bovenste verdieping toegevoegd. We gaan de poort door en kijken dan even om naar het kleine bijtorentje van Turnul Sfatului dat een dak heeft in de kleuren groen, geel en donkerblauw. Het was in vroeger tijd niet ongewoon om ter versiering gekleurde dakpannen te gebruiken.

Raadstoren met bijtorentje

We zijn nu bij Piaca Miča, de Kleine Markt, voorheen Piaţa  Martie. Op de Kleine Markt is een leuk apothekersmuseum. Ook het Franz Binder Museum of World Ethnology -met een echte Egyptische mummie!- is de moeite waard. Maar ja, het is dinsdag.
Voor ons zien we een dalende straat met even verderop een klein, ouderwets viaduct uit 1859: Podul de Fier -IJzeren Brug-, beter bekend als Podul Mincinosilor, Leugenaarsbrug, verwijzend naar malafide handelaren die hier in vroeger tijden hun spullen aan de man trachtten te brengen en naar al de geliefden die elkaar op deze plaats eeuwige liefde beloofden! De Leugenaarsbrug deelt de markt letterlijk in tweeën. Lange tijd geloofde men dat de brug zou instorten als je liegt als je erop staat. Maar aan dat geloof kwam een eind toen Nicaulae Ceaușescu bovenop de brug een toespraak hield: de brug bleef intact. De Leugenaarsbrug is de eerste gietijzeren brug in Roemenië.
Bij de brug staat een mooi groen huis met ogen van Sibiu. Langs dat huis loop je naar de Benedenstad.

Leugenaarsbrug

 

Huis bij Leugenaarsbrug

 

Naar de Benedenstad

Iets verderop staat links de Evangelische kerk, net als de Zwarte Kerk in Brașov een gotische hallenkerk. Bij zo’n kerk zie je boven de spits van de toren achtereenvolgens een bal, een kruis en een haan, oorspronkelijke afweermiddelen tegen onheil.
De bouw begon in 1352 -en liep door tot 1520-, iets eerder dan die van de Zwarte Kerk. Ook hier worden de diensten in het Duits gehouden, voor de Duitse Roemenen van Sibiu. Deze kerk is bekend vanwege het rijk versierde ingangsportaal en het monumentale orgel uit 1674 dat nog geheel intact is. Hier is ook het bewijs te vinden dat Vlad Dracula echt bestond, al is het niet als vampier: achterin de kerk is een -afgesloten- kamer waarin een hele verzameling grafstenen ligt. Daaronder is de grafsteen van zijn oudste zoon van Vlad Dracula, Prince Mihnea the Bad, die op het plein vóór de kerk werd vermoord.
De kerk is in restauratie. Voor de kerk staat een standbeeld van Friedrich Teutsch. Later vandaag zullen we wat meer van hem horen.

Evangelische kerk

Voorbij de Evangelische kerk -vlakbij de Turnul Scarilor, de Toren van de Trappen- is een fraaie overwelfde trap. Die bogentrap uit de 13e eeuw, de Pasajul Scarilor, vormt de verbinding tussen de Hoge en de Lage stad en komt uit op het 3e plein, Piaţa  Huet, waarlangs verschillende gotische gebouwen staan. De trappen zijn voor veel mensen één van de meest pittoreske plekjes in Sibiu. Beneden zijn middeleeuwse straatjes, bijvoorbeeld de Jul Scarilor-passage, waaroverheen in baksteen steunberen zijn gebouwd.

Jul Scarilor-passage

We gaan naar de kathedraal van de H. Drie Eenheid.
Die vinden we tegeno
ver de Faculteit van de Orthodoxe theologie. Het is de oudste instelling van zijn soort in het land, gesticht in 1786 als een theologische school.

Faculteit van de Orthodoxe theologie

Die werd gebouwd tussen 1902 en 1904. De buitenkant is van gele en rode baksteen. Inwendig is de kathedraal een begin 20e- eeuwse kopie van de 6e-eeuwse Hagia Sophia van Constantinopel en als zodanig één van de weinige mooie neobyzantijnse kerken in Europa.

Orthodoxe kathedraal van de H. Drie Eenheid

 

Koepel Orthodoxe kathedraal

 

Interieur Orthodoxe kathedraal

We zijn blij dat Cristina ons meeneemt naar deze kathedraal. Er vindt -gelukkig- geen liturgieviering plaats. Er zijn geen andere toeristen en ook weinig lokalen. We komen er even tot rust.

Plafondschilderingen

 

Gebrandschilderd raam

 

Echt kruis op icoon achter glas

 

Prachtige kist

Om 14.00 uur verlaten we de kathedraal en laat Cristina ons de keus tussen vrije tijd en een bezoek aan het museum van de Evangelische kerk, onderdeel van het Cultuurcentrum Friedrich Teutsch. Met een klein aantal anderen kiezen we voor het laatste.
Een massale uittocht van Roemeense Duitsers vond plaats na het open gaan van de landsgrenzen als gevolg van de Revolutie van 1989. Dit confronteerde de Evangelische Kerk van de Augsburgse Confessie in Roemenië met nieuwe uitdagingen. Eén van de belangrijkste taken werd het redden, het verzamelen en het behouden van de kunst en de cultuur. De idee vatte post hiervoor een centrale plaats in Sibiu/Hermannstadt in te richten. Het werd het gebouwencomplex van een voormalig weeshuis uit 1911. Het ‘Cultuur weeshuis’ werd genoemd naar bisschop Friedrich Teutsch, een historicus en cultureel wetenschapper. Het kerkmuseum werd geopend in juli 2007 en bevat ongeveer 500 m2 tentoonstellingsruimte. Een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de Evangelische Kerk van de Augsburgse Confessie in Roemenië is er geportretteerd. En sacrale kunstwerken en culturele artefacten, altaarstukken, heilige vaten, sculpturen, klokken, alsmede waardevol textiel -waaronder mantels en kazuifels- zijn er tentoongesteld. Niet toegankelijk is archiefmateriaal uit alle kerkelijke ambten en uit meer dan 280 gemeenten. Ook beschikt het Centrum over ongeveer 14.000 titels van gespecialiseerde literatuur en tijdschriften in het Duits, Engels, Hongaars en Roemeense talen.

Het museum telt 8 kamers, chronologisch en thematisch ingedeeld als volgt:

opsommingsteken

1. Getting to Transylvania

opsommingsteken

2. Fortified Churches

opsommingsteken

3. Reformation

opsommingsteken

4. Life Assisted by the Church

opsommingsteken

5. Church & School

opsommingsteken

6. Pastors & Teachers   

opsommingsteken

7. Ecclesiastic Art

opsommingsteken

8. History from the Counter-reformation to 2000

 

Ingang Cultuurcentrum Friedrich Teutsch

 

Klederdrachtpoppen

 

Wintermantel van geestelijke (1903)

Kerkmantel (1903)
 

Geborduurd kruis in gouddraad op rug kazuivel

We nemen afscheid van Cristina. Het is 15.00 uur. Zij gaat haar eigen ding doen. Wij gaan terug naar Piaţa Mare. Even naar de Tourist Information. Kijken of ze ons kunnen helpen aan de Romania Tourist Map. Nee dus. We zijn hier in Sibiu, dus ze hebben alleen informatiemateriaal over die stad!

Gebouw waarin Tourist Information is gehuisvest

Bij Café Tribeca nemen we een Ursus black.

Ursus black

Vervolgens bekijken we op het plein nog een aantal gebouwen.
Eerst gaan we naar de Rooms-katholieke H. Drievuldigheidskerk. Het is een barokke zaalkerk, gebouwd tussen 1726 en 1733. 

Bord H. Drievuldigheidskerk

 

Interieur H. Drievuldigheidskerk

 

Kerkraam - Joris en de draak

Dan naar het Lusch-huis. Eens was dit een gotisch huis, maar het is grondig verbouwd en nu zetelt hier de Volksbank.

Lusch-huis

Ook staat op het plein het Haller-huis. In dit vroegere woonhuis van rechter en burgemeester Haller is nu een restaurant gevestigd. Haller heeft dit oorspronkelijk gotische huis in 1537 in renaissancistische stijl herbouwd

Haller-huis

 

Leeuwafbeeldingen boven de ramen

Tenslotte lopen we langs het Blauwe stadhuis. Even uitkijken voor de bedriegertjes.
Het blauwe stadhuis is een laatgotisch gebouw met barokke elementen. De façade is blauw geverfd. In de 18e eeuw vonden hier theatervoorstellingen plaats. Nu is er een regionaal cultureel orgaan in gehuisvest.

Blauwe stadhuis

Om 17.30 uur zijn we terug in Sibiel bij Pension Cristina.

Cristina en Xandru

We nemen een biertje en een wijntje.

Ursus blond

We krijgen weer een lekkere boeren maaltijd. Leuk dat er sarmale bij is. Sarmale zijn koolbladeren gevuld met gehakt, rijst en specerijen. Een gerecht dat vooral op bruiloften, doopfeesten en feestdagen wordt gegeten, zijn deze met gehaktrolletjes gevulde koolbladeren, die langzaam worden gekookt in een hartige bouillon met tomaten. Het is wel geen typisch Roemeens gerecht, want in Turkije, in Centraal-Azië en op de Balkan beschouwen ze sarmale ook als hun specialiteit. Elk van deze landen -zelfs regio’s en huismoeders- heeft zo zijn eigen recept en eigen groottes van sarmale (met al dan niet een andere benaming).

Gehaktballetje, kaas en een eitje

Komkommer en tomaat

Varkensvlees met rijst

Gevulde koolbladeren

Tijdens het diner verkleden 2 groepsleden zich, helpen vervolgens bedienen en maken een dansje.

Dansje in traditionele kleding

Dansje in traditionele kleding

We blijven nog lang zitten, want wijn en pruimenjenever zijn nog lang niet op.

naar volgende dag