Dag 8. Woensdag 8 mei 2013
Naar Boekarest, het ‘Parijs van het Oosten’
Aantal km's: 321 

De Roemeense hoofdstad Boekarest ligt in Walachije, in het Zuiden van het land, 60 km ten noorden van de Donau en 250 km ten westen van de Zwarte Zee. De gemeente is gelijkgesteld aan een provincie. De stad telt 2.082.000 inwoners op een oppervlakte van 228 km2; de snel groeiende agglomeratie heeft ongeveer 2,3 miljoen inwoners. Bestuurlijk is de stad verdeeld in 6 districten, die elk een eigen burgemeester en gemeenteraad hebben.

Boekarest is geen mooie, gezellige stad zoals vele andere Europese steden. Boekarest is fascinerend, onthutsend en onvergelijkbaar. Voor duizelingwekkende cultuurschatten, een namiddag lekker winkelen of zwieren van terras naar terras moet je hier niet zijn. De stad is de laatste eeuwen verschillende malen verwoest. Zo richtte de aardbeving van 1977 enorme schade aan. Ook liet Ceaușescu tussen 1984 en 1989 een kwart van het historisch centrum afbreken, werden tijdens de Decemberrevolutie van 1989 verschillende fraaie gebouwen met kogels doorzeefd of in brand gestoken en zorgde een wat kleinere aardbeving in 1990 voor nog wat extra schade.
Toch is en blijft Boekarest de moeite waard. Er zijn bijvoorbeeld tientallen heel mooie, kleine orthodoxe kerkjes, soms -op last van Ceaușescu- ingeklemd tussen reusachtige flatgebouwen. Langs de statige boulevards staan massieve, laat 19e-eeuwse hotels en prachtige villa's, die getuigen van de jaren toen men Boekarest nog ‘Klein Parijs' of ‘Parijs van het Oosten’ noemde.

Volgens de legende werd de stad in een duister verleden gesticht door de herder Bucur op de plek waar de rivieren de Dîmbovita en de Colentina samenstroomden. Tot de 15e eeuw was Boekarest niets meer dan een onbeduidend marktplaatsje. Er werd voor het eerst melding van gemaakt toen vorst Vlad Tepeş -Dracula- er, rond 1459, een vesting bouwde en de stad als residentie koos. Langzaam begon de stad zich te ontwikkelen.
In de 16e eeuw kwam daar weer een einde aan, toen de Walachijse vorsten kozen voor het veel minder kwetsbaar gelegen Tîrgoviste als hoofdstad. Pas halverwege de 17e eeuw, na de herbouw van het door de Turken in 1660 verwoeste vorstenpaleis, kwam de stad tot grote bloei. Vooral door de bemoeienissen van de cultuurvorst Constantin Brâncoveanu kreeg Boekarest het aanzien van een moderne stad, zij het van een stad op een kruispunt, die doorlopend Griekse, Byzantijnse, Turkse en later Franse invloeden onderging. Brâncoveanu was onder meer verantwoordelijk voor de bouw van de Zlatari- en de Sfintu George Noukerk, het Mogosoaiapaleis en het Colteaziekenhuis.

Aan het begin van de 19e eeuw werd Boekarest ten gevolge van een enorme aardbeving en een direct daaropvolgende brand, voor een derde deel herbouwd en nam het de rol van economisch, politiek en cultureel centrum van de nieuwgevormde statenbond definitief over van de Moldavische stad Iași. In 1862 werd Boekarest voor de 3e keer hoofdstad van Roemenië.

Nadat geallieerde bombardementen in WO II en de grote aardbeving van 1977 veel schade hadden aangericht aan de allure van het stadscentrum was het Ceaușescu die Boekarest in de jaren ’80 van de voorbije eeuw -geïnspireerd door een bezoek aan Noord-Korea- een bijna fatale slag toebracht. 'Het genie van de Karpaten' haalde het in zijn hoofd midden in het oude centrum een wijk te bouwen 'Waardig aan de nieuwe socialistische mens' met een Huis van het Volk -het werd ná het Pentagon in Washington en mogelijk het Potalapaleis het grootste gebouw ter wereld-, ten koste van 9.000, vaak 18e-eeuwse huizen, 12 soms meer dan 300 jaar oude kerkjes en 3 eeuwenoude kloosters. Ook schilderachtige buitenwijken, o.m. rondom het klooster van Vacâresti, werden met de grond gelijk gemaakt. Toen in 1989 de revolutie uitbrak, was eigenlijk alleen het sloopwerk voltooid. Van de nieuwe socialistische tempels was vaak alleen de betonnen onderbouw opgetrokken. Afbreken was zonde en geld om verder te bouwen kwam maar met mondjesmaat binnen.
Toch valt het op hoe snel Boekarest sinds de revolutie is veranderd.

Na een lekker boerenontbijt verlaten we Pension Cristina om 08.30 uur. Cristina en echtgenoot Xandru waren een buitengewone gastvrouw en gastheer! Ze zwaaien ons uit. Kort genieten we nog van het dorp Sibiel waarin niet alle wegen verhard zijn.

Uitgezwaaid door Cristina en Xandru

 

Afscheid van Sibiel

We rijden over de E81 naar Boekarest. Tot Râmnicu Valcea hebben we de rivier de Olt links naast ons. We rijden langs veel leuke dorpjes. Mensen werken op hun landje. Ook nu zien we weer veel ooievaars op hun nesten. Mannen maaien bermen met de zeis.

Klein dorpje

 

Land bewerken

 

Ooievaars op hun nest

Om 10.15 uur bereiken we Călimăneşti. Bij het OMV tankstation direct aan de rivier drinken we een half uurtje koffie.

Rivier de Olt

Na Râmnicu Valcea rijden we in 1,5 uur naar Piteşti, waar we lunchen. We doen dat op het boventerras van Restaurant Conti.

Restaurant Conti

Het terras ligt helemaal in de schaduw. Omdat er een stevige wind staat, is het er behoorlijk fris. Maar de lunch vergoedt veel: cappuccino, gevulde hartige pannenkoek en een smakelijk toetje.

Dakterras Restaurant Conti

 

Gevulde hartige pannenkoek

Toetje

Reisleidster Cristina woont in Piteşti. Ze heeft even wat tijd nodig, want haar volgende 2 reizen volgen direct aansluitend op deze. Ze brengt ons naar het centrum, waar we 3 kwartier de tijd krijgen om wat rond te wandelen. Dat doen we in het wandelgebied Strada Victoriei.

Pitești ligt aan de rivier de Argeș, in een regio die ook bekend staat om zijn țuică, de traditionele Roemeense pruimenjenever. Ook zijn er veel wijngaarden.
Door zijn ligging op een kruispunt van handelsroutes is Pitești altijd een commercieel centrum geweest. Ook is het een industrieel centrum, met name doordat de Dacia-autofabriek in de nabijheid is gevestigd is.

In de ons gegeven vrije tijd zien we heel wat mooie gebouwen: de modezaak Zara, het Hof van Justitie en het Gemeentehuis, om er maar een paar te noemen.

Modezaak Zara

 

Hof van Justitie

 

Gemeentehuis

Zelfs een restaurant is in een prachtig pand gehuisvest en de fonteinen doen voor de pracht ook al niet onder.

Eén van de vele restaurants

 

Fonteinen

Natuurlijk lopen we even door naar het feodale orthodoxe St. Joris kerkje dat in 1654/58 werd gebouwd door de prins van Walachije, Constantin Şerban Basarab. Aanvankelijk speelde de gedachte het kerkje af te breken, maar uiteindelijk besliste men toch tot restauratie. Dat gebeurde in de jaren 1963/68.

St. Joris kerkje 

 

St. Joris

 

Interieur St. Joris kerkje

Om 14.30 uur gaan we weer naar de E81. Ook in Pitesţi staat veel communistische hoogbouw.

Communistische hoogbouw

Op de E81 is veel vrachtverkeer.

Om 15.50 uur rijden we Boekarest binnen. Langs de invalsweg staan de auto's aan beide zijden 3 rijen dik geparkeerd. Het openbaar vervoer wordt verzorgd door bussen, trams en trolleybussen. Er is ook een metro. Boekarest is de enige stad in Roemenië die daarover beschikt.
Het is ongelooflijk druk op de weg. Voor elk verkeerslicht -en het zijn er nog al wat- moeten we lang wachten. De communistische hoogbouw ziet er niet erg onderhouden uit. Dat komt omdat het geen huurflats zijn en omdat voor onderhoud de instemming van alle eigenaren nodig is. Een aantal van hen heeft eenvoudigweg het geld er niet voor, anderen zijn te oud en gaan ervan uit dat het hún tijd wel zal duren. Om dezelfde redenen zijn de meeste flats niet geïsoleerd.

We maken een stadstour door de stad.
We rijden voorbij de Arcul de Triumf. Dat is een triomfboog. Een triomfboog is een monumentale boog, oorspronkelijk uit de Romeinse tijd, die werd opgericht ter herdenking van een triomftocht, maar ook wel voor andere gedenkwaardige feiten. Vaak wordt het woord triomfboog ook gebruikt voor een ereboog met een propagandistische functie. De eerste, houten Arcul de Triumf werd gebouwd nadat Roemenië zijn onafhankelijkheid kreeg in 1878, zodat de overwinnende troepen eronder door konden marcheren. Nog een triomfboog werd op dezelfde plek gebouwd in 1922, maar die werd al in 1935 met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor de bouw van de huidige. De constructie van de huidige triomfboog werd al voltooid in september 1936. Arcul de Triumf heeft een hoogte van 27 m en werd ontworpen door architect Petre Antonescu. De sculpturen die de Arcul de Triumf versieren zijn gemaakt door beroemde Roemeense beeldhouwers, waaronder Ion Jalea en Dimitrie Paciurea. De Arcul werd opgericht ter herdenking van de vele Roemeense soldaten die tijdens WO I het leven lieten.

Arcul de Triumf

Een paar blokken verder ligt Piaţa Charles de Gaulle. In het midden staat het Millennium Cross uit 1990. In 2006 werd ter gelegenheid van de Top van de Francofonie in Boekarest op dit plein een 4,6 m hoog standbeeld van Charles de Gaulle onthuld.
De oorspronkelijke naam van het plein was Piaţa Jianu, naar een volksheld uit de Walachijse Revolutie. In 1940 werd de naam omgedoopt tot Piaţa Adolf Hitler, maar zijn oorspronkelijke naam werd hersteld kort na 23 augustus 1944, toen Roemenië zich bij de Geallieerden aansloot en zich keerde zich tegen de Asmogendheden. De Asmogendheden, ook wel de as genoemd, vormden voor en tijdens WO II een alliantie, waarvan de kern bestond uit Duitsland, Italië en Japan. Na de Sovjetbezetting van Roemenië  werd de naam in 1948 veranderd tot Piaţa Generalissim IV Stalin. Het plein behield die naam tot in de vroege jaren 1960, toen Roemenië een meer van de Sovjet-Unie onafhankelijk buitenlands beleid ging voeren. Op een zomeravond in 1962 verwijderde 4 tanks en 12 bulldozers in enkele uren het standbeeld van Stalin dat daar vanaf 1951 had gestaan. Het plein werd omgedoopt tot Piaţa Aviatorilor, Vliegeniers Plein, omdat vlakbij het plein het Air Monument staat dat is gewijd aan de nagedachtenis van de Roemeense militaire en civiele piloten die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de luchtvaart. De definitieve naamsverandering vond plaats in de late jaren 1990 toen het plein werd omgedoopt tot Piaţa Charles de Gaulle. Generaal De Gaulle was namelijk de man die in 1940 de beweging Vrije Fransen of Vrije Franse Strijdkrachten had opgericht uit Franse oorlogsstrijders, officieren en burgers die besloten hadden de Asmogendheden te bevechten na de Duitse inval tijdens WO II en de daaropvolgende Franse capitulatie. De Vrije Fransen stonden recht tegenover het Vichy-regime, dat in het zuidoosten van Frankrijk gedurende de periode 22 juni 1940 tot november 1942 een regering vormde en  collaboreerde met nazi-Duitsland. De Geallieerden, en de Amerikanen in het bijzonder, wisten lange tijd niet goed wat ze aan De Gaulle hadden als alternatief voor het Vichy-regime.

Millennium Cross

Naast het gebouw van de Roemeense TV staan huizen met kogelgaten in de muren. Die zijn het gevolg van het aanvallen van het TV-gebouw tijdens de Revolutie. We rijden ook langs het huis van Ceaușescu. Op ruime afstand ervóór aan de straatkant staat het huis waarin zijn personeel woonde.

Om 16.45 uur zijn we bij het Dorpsmuseum.

De geschiedenis van Boekarest hangt sterk samen met de geschiedenis van het omringende platteland. Het Dorpsmuseum laat dat prima zien. In dat openluchtmuseum -het grootste van Europa!- wordt het verleden verbeeld, van de eerste Romeinse kolonisten tot en met de 20e eeuw. Op een terrein van 10 ha worden langs smalle paden 298 authentieke huizen, kerken, boerderijen, schuren en water- en windmolens gepresenteerd, die in alle regio’s van Roemenië op het platteland te vinden zijn. Sommige zijn nagebouwd, andere -met de trein, met paardenwagen of met de boot- in delen aangevoerd van elders in het land. De meeste van de overgebrachte huizen hebben nog hun originele spullen -meubilair, huishoudelijke apparaten, kledingstukken-, allemaal eeuwen oud. Er zijn juweeltjes bij zoals het 17e-eeuwse houten minihuisje met rieten dak uit het dorp Zapodeni in Moldavië, de ondergrondse huizen uit Oltenië en het houten kerkje, anno 1722, met de ranke, spitse toren van de kloosterkerk uit Dragomireşti in Maramureş. Bij de toegangspoort van het klooster hadden we afgelopen zondag onze picknick.

Minihuisje uit Zapodeni

 

Ondergrondse huizen uit Oltenië

 

Biserica Dragomireşta

Op het terrein realiseer je je wel hoe verschillend de achtergrond van al de pas in 1918 verenigde regio's waar de bouwsels oorspronkelijk thuishoorden, eigenlijk is. Die regio’s lagen eeuwenlang op een kruispunt van invloedssferen. Aan de huizen kun je zien dat de Habsburgse gebieden veel rijker waren dan de andere. De tegenstelling tussen de lemen huisjes met rieten daken uit Oltenië en de statige hoeves uit Transsylvanië, die bijna een soort boerenpaleizen zijn, is op dit punt veelzeggend.
Het Dorpsmuseum dateert van 1936.
Het oudste huisje is gebouwd in de 17e eeuw, terwijl het jongste dateert van de 19e eeuw. De huizen uit berggebieden worden onderscheiden van huizen uit de vlaktes. De huizen uit de vlaktes werden wat dieper in de grond gebouwd vanwege de vele aanvallen, terwijl dit bij de huizen uit berggebieden niet zo is.
In 2003 woedde een grote brand in het museum en daardoor werd ook een aantal van de authentieke huizen verwoest. Datzelfde jaar werden de huizen echter herbouwd en daarna werd het museum genomineerd voor de titel 'het beste museum van Europa'.
Een aantal huizen en kerken is ook van binnen te bezichtigen. 

Plattegrond Dorpsmuseum

 

Entree Dorpsmuseum

We krijgen van Cristana een vol uur om rustig rond te wandelen. Het pad voert ons onder meer langs een windmolen uit Sarichioi in de gemeente Tulcea , langs veel toegangspoorten van boeren huizen -waarvan sommige een prachtig uitgesneden bovenrand hebben- en langs een huis uit het West-Roemeense dorp Cherelus. Daar gaan we ook naar binnen.

Windmolen uit Sarichioi

 

Toegangspoort

 

Uitgesneden bovenrand

 

Huis uit dorp Cherelus

 

Interieur huis uit Cherelus

Interieur huis uit Cherelus

We zien ook nog een dichte slee.

Dichte slee

Tot slot lopen we de museumwinkel binnen: we zien erg veel (kook)boeken, serviesgoed en beschilderde eieren.

Roemeens serviesgoed

Roemeens serviesgoed

Roemeens serviesgoed

Om 17.45 uur zetten we onze stadstour voort.

We zien onder andere het gebouw van Adevǎrul.

Gebouw van Adevǎrul

Adevǎrul is de opvolger van Scînteia, het dagblad van de Roemeense communistische partij en betekent ‘De Waarheid’. Adevǎrul heeft een onafhankelijke en evenwichtige berichtgeving  en is kritisch ten opzichte van de huidige regering. Het heeft zich uitgeroepen tot de belangrijkste krant van Roemenië en heeft als motto ‘Niemand staat boven de wet’, waarmee het zijn inzet voor sociale gerechtigheid aangeeft. Verscheidene vooraanstaande persoonlijkheden werken mee aan het blad. Het archief is zeer gebruiksvriendelijk en toegankelijk na eenmalige registratie.

We passeren een bus van Bucharest City Tour en komen langs het Museum van het Roemeense Plattelandsleven.
In dat museum, bij het Piaţa Victoriei, kun je zien hoe de Roemeense plattelandsbevolking door de eeuwen heen leefde. Er zijn onder meer iconen, keramiek, klederdracht en andere gebruiksvoorwerpen tentoongesteld. De totale collectie bestaat uit meer dan 100.000 stukken dus je bent er zeker van enkele uren kijkplezier verzekerd. Helaas hebben we daarvoor -morgen- niet de tijd.
Het museum werd in 1996 uitgeroepen tot Europees Museum van het Jaar omdat het tot de belangrijkste musea behoort wat volkskunst en traditie betreft. Het museum bestaat reeds sinds 1930 maar werd onder het bewind van Ceaușescu gesloten. In 1990 opende het opnieuw zijn deuren voor het publiek.

Dan komen we bij het George Enescu Museum. George Enescu is ongetwijfeld de grootste componist die Roemenië ooit heeft gekend. Hij werd geboren in 1881 en overleed in 1955, waarbij hij een schat aan muzikale meesterwerken achterliet. Een museum ter ere van zijn leven en werk kon dan ook niet ontbreken en werd ondergebracht in een prachtig neoclassicistisch gebouw van de architect Berendei. De componist vertoefde enkele jaren van zijn leven in dit gebouw en de collectie bestaat onder meer uit enkele van zijn manuscripten en muziekinstrumenten. Daarnaast is er ook nog een deel van het museum aan de meester-componist J.S. Bach gewijd.

George Enescu Museum

Het oude politieke centrum van de stad gaat ons goeddeels voorbij. We rijden daarvoor te snel. Voor de bezienswaardigheden moeten we dan weer rechts dan weer links kijken. Bomen, vrachtwagens en bussen ontnemen daarbij het zicht. Het Hilton Hotel, het Roemeense Atheneum, het Plein van de Revolutie, het ruiterstandbeeld van Carlos I, het Monument van de Revolutie, het gebouw van de Securitate, we kunnen het morgen op de vrije ochtend allemaal nog eens rustig gaan bekijken, want Hotel Central ligt er dichtbij.

Wel kunnen we goed zien het CEC Palace, gebouwd in 1900 en gelegen op Calea Victoriei tegenover het Nationaal museum voor Roemeense geschiedenis. Het is het hoofdkwartier van de nationale spaarbank CEC , tegenwoordig genaamd CEC Bank.
Het paleis werd gebouwd op de resten van het St. Jan de Groot klooster en een aangrenzende herberg. De 16e-eeuwse kloosterkerk werd gerenoveerd door Constantin Brâncoveanu in 1702/03, maar raakte toch weer in verval  en werd afgebroken in 1875.
Het paleis werd gebouwd als een nieuw hoofdkwartier voor de oudste spaarbank van Roemenië.  Het land werd gekocht en het gebouw gebouwd met eigen vermogen van de instelling. De werkzaamheden begonnen op 8 juni 1897 en werden in 1900 voltooid. Het project is ontworpen door de architect Paul Guttereau , afgestudeerd aan de École Nationale Superieure des Beaux-Arts in Parijs; bouw werd begeleid door de Roemeense architect Ion Socolescu.
Na 106 jaar dienst werd het gebouw niet langer geschikt geacht voor modern bankieren en werd daarom verkocht voor € 17.787.000 aan de gemeente Boekarest.

CEC bank

Om 18.15 uur zijn we bij Hotel Central.

We eten vanavond in de Caru’ cu Bere. We lopen er vanuit het hotel om 19.20 uur naartoe.
De Caru’ cu Bere -de Bierkar- in de Strada Stavropoleos is een typisch voorbeeld van een Roemeens bierrestaurant. Het werd in 1879 gesticht door de uit Medias afkomstige Nicolae Mircea en zijn zoons Victor en Ignat in het pand waarin daarvoor de Hanul Zlatari was gevestigd. De Oostenrijkse architect Zigfrid Kofczimsky ontwierp het neogotische interieur. Aan het eind van de 19e eeuw werd Caru’ cu Bere regelmatig bezocht door de dichter George Cosbuc. Hij verzamelde een kring van jonge schrijvers, waaronder A.I. Caragiale, om zich heen. Ook de acteur Iancu Brezeanu behoorde daartoe.
Het interieur is een aantal malen het decor geweest voor opnames van films, zoals Doua Lozuri, Telegrame, Darclee en Filantropica.

Als we de Caru’ cu bere  binnenkomen, wanen we ons aanvankelijk in een kerk. De stijl van dit restaurant is neogotisch, met sierzuiltjes en veel houtsnijwerk

Caru’ cu Bere

We krijgen tomatensoep, een salade van witte kool, mixed grill, een toetje in bladerdeeg, water en bier of wijn.

Tomatensoep

salade van witte kool

Mixed grill

Toetje in bladerdeeg

De live muziek is werkelijk oorverdovend, reden waarom we het restaurant direct na het toetje verlaten.
We lopen over de Calea Revolutiei en de Elisabeta Boulevard naar Hotel Central. We komen weer langs de CEC bank, die er verlicht zo mogelijk nóg mooier uitziet, en langs een religieshop met wel 5 grote etalages, waarin een reiscassette onze bijzondere aandacht krijgt.

CEC bank

 

Religieuze reiscassette

 

Elisabeta Boulevard bij avond

In het hotel -we zijn er om 21.45 uur- vragen we bij de balie om een stadsplattegrond van Boekarest, kijken even in de computerhoek, gaan naar onze kamer en werpen nog een laatste blik op straat.

Computerhoek in Hotel Central

 

Blik vanuit hotelkamer op Elisabeta Boulevard

naar laatste dag