Dag 6.
Donderdag 12 augustus 2010
Poesjkin
St. Petersburg
|
|
We vertrekken om 09.00 uur met een eigen bus naar het stadje Poesjkin, zo’n 30 km ten zuiden van St. Petersburg. We rijden over de Moskovsky Prospekt, een ongeveer 11 km lange boulevard die loopt van het Hooiplein via het Overwinningsplein naar de Moskouse Triomfpoort. Langs de Prospekt staan veel flatgebouwen uit de Stalintijd.
We komen op de Moskovsky Prospekt bij de Moskouse Triomfpoort. Die werd opgericht ter ere van de overwinning van de Russisch-Turkse oorlog van 1828/29. Hij werd gebouwd tussen 1834 en 1838 en was aanvankelijk een grenspost van St. Petersburg. Op het Overwinningsplein staat het monument De Heldhaftige Verdedigers van Leningrad, ter nagedachtenis aan de slachtoffers en overlevenden van het beleg van Leningrad. Het werd in 1975 geplaatst ter ere van de 30e gedenkdag van het einde van WO II. Heroïsche beelden van soldaten, zeelieden en rouwende moeders omringen het monument. Een tunnel leidt naar een ondergrondse Herdenkingszaal.
Zo ongeveer halverwege deze 2 monumenten staat vlakbij het Moskovskaja metrostation
het Huis van de Sovjets -sovjet betekent raad of raadgevend orgaan- met een groot
standbeeld van Lenin ervoor. De Russen laten hem staan: hij is onderdeel van hun
geschiedenis geworden. Het is een laatste herinnering aan tijden die Rusland
achter zich heeft gelaten.
Na het Overwinningsplein rijden we door een industriegebied. We zien de
fabrieken van Coca Cola en Wrigley. Wat verder weg ligt de fabriek van Gilette.
We komen vervolgens voorbij het centrale gebouw van de Sterrenwacht, het
Monument Frontlijn WO II en de Egyptische poort.
|
|
Poesjkin werd
in 1710 door tsaar Peter de Grote gesticht en kreeg de naam Sarskoje Selo,
waaraan het Finse woord saari -eiland- ten grondslag ligt: het dorp lag op een
verhoging in een moerassige omgeving. Toen de tsaar er zijn zomerverblijf
vestigde, werd de naam verbasterd tot Tsarskoje Selo, dorp van de tsaren. In
1918 werd de naam veranderd in Detskoje Selo, kinderdorp. In 1937 tenslotte werd
het Poesjkin, naar de grote Russische dichter Alexander Poesjkin, die hier van
1811-1817 een opleiding volgde en wiens 100e sterfdag in dat jaar werd herdacht.
Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw wordt meer en meer de oude naam
Tsarskoje Selo gebruikt.
We bezoeken in Poesjkin het Catharina Paleis en maken een wandeling door het
park.
|
|
Op weg naar het Catharina Paleis lopen we voorbij het Lycée, één van de meest prestigieuze scholen van Rusland. Het werd in 1811 door tsaar Alexander I opgericht om de kinderen van de Russische elite voor te bereiden op carrières binnen het hof en in de bestuursdienst en ook om leden van de adel op te leiden. Poesjkin volgde hier een opleiding tijdens het eerste opleidingsjaar van de school. Zijn slaapkamer op de 3e verdieping en ook het huis waar hij enige jaren later samen met zijn vrouw leefde, zijn nu het Poesjkin Museum. De tijd ontbreekt om er binnen te gaan.
|
|
Het
Catharina Paleis werd in 1752 ontworpen voor tsarina Elisabeth. Ze gaf er de naam
Catharina Paleis aan, ter ere van haar moeder tsarina Catharina I. Tijdens de
regering van tsarina Catharina de Grote werd het paleis gereconstrueerd in
neoclassicistische stijl.
Via het centrale trappenhuis gaan we -onze schoenen om de vloeren te sparen in hoezen gestoken- achtereenvolgens naar de Grote Balzaal met een prachtig beschilderd plafond, de Cavelierseetzaal, de Witte Eetzaal, de Groene Pilasterkamer, de Frambooskleurige Pilasterkamer, de Portretzaal, de Barnsteen- of Amberzaal, de Schilderijengalerij -met maar liefst 130 doeken van Hollandse, Vlaamse, Franse en Italiaanse schilders-, de Kleine Witte Eetzaal, de Alexanderzaal, het Kabinet, de Groene Eetzaal en de Zaal van de bedienden.
De keuken was in de kelder van het paleis; de bedienden brachten de gerechten en de dranken via de trap en de doorloopkamers naar de eetzalen. Het meest aansprekende vinden wij de ingelegde vloeren, de vele Delfts blauwe kachels en de sneeuwbalvazen.
|
|
|
|
|
|
Maar hét hoogtepunt van het paleis is voor ons natuurlijk de
Barnsteen- of Amberzaal. Die kamer was een geschenk van de Pruisische
koning Friedrich Wilhelm I aan de Russische tsaar Peter de Grote in het jaar
1716. De muren van de kamer zijn bekleed met kunstig uitgesneden barnstenen
panelen. Architect Rastrelli voorzag de panelen in opdracht van
tsarina Elisabeth van 24 Venetiaanse spiegels en andere ornamenten. In 1760 was
het werk in het Catharina Paleis uiteindelijk voltooid.
Bijna 200 jaar later, in 1941, veroverden de legers van Adolf Hitler het
Catharina Paleis. Zij demonteerden de barnsteenkamer en brachten de panelen naar
het Schloss van het tegenwoordige Russische Kaliningrad. Enkele onderdelen
bleken verdwenen, waaronder een steenmozaïek.
Uit voorzorg tegen luchtaanvallen van de Geallieerden werden de panelen in
juli 1944 wéér gedemonteerd en in de kelders van het Schloss opgeborgen. Na de
2 luchtbombardementen op de stad in augustus 1944 werden de panelen voor
transport naar een westelijker bestemming in Duitsland in kisten ingepakt. De
laatste schriftelijke vermelding hierover dateert van 12 januari 1945.
Na april 1945 zijn kosten noch moeite gespaard om de barnstenen panelen terug te
vinden. Tot ver buiten Kaliningrad. In 1997 legde de Duitse politie beslag op
het verdwenen steenmozaïek. En later in hetzelfde jaar op een commode die in de
Barnsteenkamer had gestaan.
Hoewel de Russen de reconstructie van de Barnsteenkamer al eerder ter hand
hadden genomen, kreeg deze in 1999 een beslissende impuls. Toen verplichtte de
Duitse firma Ruhrgas AG, die Russisch gas verhandelt, zich hiertoe als sponsor.
Op 31 mei 2003 werd de Barnsteenkamer officieel in het Catharina Paleis heropend
door de toenmalige Russische president Poetin en de Duitse
Bondskanselier Gerhard Schröder.
|
|
We lopen door het Catharina park terug naar de bus. De tuinen zijn geometrisch aangelegd, met uitgestrekte lanen, bloemperken en terrassen, siervijvers, hagen paviljoens en klassieke beelden. We komen langs een stenen oprijlaan voor koetsen naar de 1e verdieping van de privévertrekken van Catharina en langs het granieten terras met 9 standbeelden. De 25 m hoge, met scheepsboegen versierde Tsjesmazuil uit 1771 staat er ter herdenking van de overwinning van de Russen op de Turken in de Egeïsche Zee. In de verte zien we de roze koepel en minaret van het Turkse Bad uit 1852 in Moorse stijl. Op een rots uitziend over een vijver staat het beeld Meisje met de kruik uit 1816. De kruik is gebroken. Het meisje zit daarom tijdloos droef bij een tijdloze stroom. Het beeld inspireerde Poesjkin tot het schrijven van het gedicht Fontein van Sarskoje Selo. Even verderop bezoeken we de zogenoemde Grot -uit 1749-, de aanlegplaats van het paleis. We zien aan de overkant van het water het Krakende Paviljoen, dat zo was gebouwd dat het kraakte als er bezoekers kwamen. Tenslotte komen we langs het neoclassicistische Beneden- en Bovenbad uit 1777/80. Het Benedenbad was voor de hovelingen, het verfijnde Bovenbad voor de leden van de keizerlijke familie.
|
|
In plaats van
een diner in ons hotel krijgen we vandaag een warme lunch in het
Opleidingscentrum voor leidinggevenden in Poesjkin. We laten het ons goed
smaken.
Daarna -het is dan 14.00 uur- gaan we terug naar St. Petersburg, naar de
Russische pantserkruiser Aurora. De kruiser stond voor afgelopen dinsdag op het
programma, maar er naartoe gaan deden we niet. Ook werd er in het geheel niets
over gezegd. Dus maar gevraagd of we nog naar de kruiser zouden gaan en zo ja,
wanneer dan. Reisbegeleidster Marina moest daarvoor overleggen en uit dat
overleg kwam dat we er vandaag naartoe gaan.
Vlak voordat we de Aurora bereiken, rijden we langs het Huisje
van Peter de Grote. We zagen het gisteren al tijdens de boottocht
vanaf het water.
De Aurora is vooral bekend geworden doordat op 25 oktober 1917 met een schot vanaf dat schip het signaal werd gegeven voor de start van de Oktoberrevolutie, waarna de Bolsjewieken het Winterpaleis van de tsaar bestormden. Het schip ligt nu afgemeerd tegenover de Hermitage en is ingericht als gratis toegankelijk museum.
|
|
De Aurora is
een pantserkruiser. De bouw werd gestart in de Admiraliteit-scheepswerf
in 1897 en de tewaterlating vond plaats in 1900. In 1903 werd de Aurora in
gebruik genomen en toegevoegd aan de Baltische Vloot. Het schip had een bereik
van 7.200 km en een maximum snelheid van 20 knopen. Hij werd aangedreven door
een stoommachine. De bemanning telde met inbegrip van 20 officieren 570 koppen.
Tijdens de Russisch-Japanse Oorlog van 1905 werd de Aurora toegevoegd aan de
Pacifische Vloot en naar het oosten gestuurd. Hij nam deel aan de
Slag bij Tsushima. Na afloop van de oorlog diende hij als opleidingsschip. In
WO I werd de Aurora weer in actieve dienst genomen en deed het schip mee aan
acties in de Oostzee. Aan het einde van 1916 keerde hij terug naar Petrograd
voor reparaties.
|
|
De kruiser speelde in 1917 een actieve rol in zowel de Februarirevolutie als in
de Oktoberrevolutie. Na de laatste revolutie werd hij in de
Russische Burgeroorlog ingezet tegen de geallieerde troepen bij Archangelsk, ten
noorden van Petrograd. Vanaf 1922 diende hij weer als een opleidingsschip, om in
1940 bij het begin van WO II weer actief in gebruik te worden genomen. Na
verschillende acties werd de Aurora afgemeerd bij Oranienbaum, 40 km ten westen
van St. Petersburg aan de zuidelijke kust van de Finse Golf. Daar werd hij tot
zinken gebracht om hem uit handen van de Duitsers te houden. In juli 1944 werd
de Aurora gelicht en gerepareerd.
Na de oorlog werd de Aurora afgemeerd in Leningrad en diende hij weer als
opleidingsschip voor de kadetten van de Nachimov Marineschool. In 1957 werd de
Aurora een museum.
We lopen om het beroemde kanon, staan even op de boeg, bekijken de hutten van de
bemanning en eindigen onze rondgang bij de expositie over de geschiedenis van
het schip. Die expositie toont foto’s en documenten. Ook de zendinstallatie is
tentoongesteld.
De bus brengt ons nog naar de Vladimir Kathedraal. Hij blijft niet langer bij ons.
|
|
De historische Vladimir Moeder van God Icoon kathedraal behoort tot de oudste kerken van St. Petersburg. Hij werd als houten kerk gesticht in 1746 en 2 jaar later ingewijd. De huidige stenen kerk, waarvan de bouw meer dan 20 jaar in beslag nam, werd afgebouwd in 1783. De kathedraal combineert barokke en klassieke bouwstijlen. Hij heeft 5 ui-vormige koepels, voorzien van orthodoxe kruisen. Dostojevski was hier parochiaan.
|
|
De iconostase ,dat is de met iconen behangen scheidingswand tussen schip en koor in Grieks-katholieke en Russisch-orthodoxe kerken, werd opgericht in het midden van de 18e eeuw door de Italiaanse beeldhouwer Bartolomeo Rastrelli.
De Moeder Gods van Vladimir -ook bekend als Onze Lieve Vrouw van Vladimir of Maagd van Vladimir- is één van de meest vereerde orthodoxe iconen en een typisch voorbeeld van Byzantijnse iconografie. De Moeder Gods wordt beschouwd als de heilige beschermster van Rusland. Kenmerkend voor de icoon is de innigheid tussen moeder en kind, waarbij het kind vragend de ogen opslaat naar zijn moeder - en de moeder nadenkend voor zich uitkijkt.
Vervolgens gaan we lopend naar de Koeznetsjni markthal. Het is -naar men zegt- de levendigste en meest centraal gelegen boerenmarkt in de stad. Producten als vlees, vis, bloemen, groenten, fruit en zelfgemaakte kaas zouden hier nog op traditionele wijze worden verkocht. Daar is allemaal niet veel van te merken: de verkopers zijn slechts opdringerig, de verkoopsters daarnaast gelukkig ook vriendelijk. Ze dragen echter geen ouderwetse haarkapjes maar moderne caps en brengen precies als op onze eigen Albert Cuyp hun waar aan de man. Het ruikt er wel heerlijk naar kruiden. Bij de honingkraampjes worden belangstellenden uitgenodigd te proeven. Er wordt flink gebruik van gemaakt. Ingemaakte knoflook en zuurkool blijken erg gewild.
|
|
We gaan terug naar het hotel. We komen daarbij langs het Dostojevski Museum dat we dinsdag hebben bezocht. Bijna pal ertegenover ligt het Museum voor Arctica en Antarctica. Er schijnen daar nog planken van het schip van Willem Barentsz -de Nova Zembla- tentoongesteld te zijn. Via de Poesjkinskaya oelitsa met uiteraard een groot standbeeld van de schrijver komen we op de Nevski Prospekt.
In het hotel
nemen we eerst een douche en gaan dan met Margreet en Cor op het terras van
restaurant Dubai een biertje drinken en een hapje eten.
Er zit alwéér een dag op.