Dag 6. Zondag 26 april 2015
Lucca - Barga - Montecatini Terme

Lucca is de hoofdstad van de provincie Lucca. De stad is één van de rijkste steden in Noord-Italië, ligt zo'n 25 km ten noordoosten van Pisa en ongeveer 80 km ten westen van Florence. Lucca heeft een lange historie. Het is ooit waarschijnlijk door de Etrusken -het Etruskische woord ‘luk’ betekent ‘moeras’- gesticht. In die tijd lag de stad in een moerasgebied en was het dus een zeer toepasselijke naam. Volgens een andere theorie is Lucca echter gesticht door de Liguriërs.
De stad is helemaal ommuurd; de wallen vormen het domein van voetgangers en fietsers.
Lucca wordt voor het eerst genoemd door de geschiedschrijver Livius in 218 v. Chr.  In 180 v. Chr. werd Lucca als kolonie van Rome onderdeel van het Romeinse Rijk. Het rechthoekige schaakbordpatroon van het stadscentrum herinnert aan het Romeinse stratenplan van vroegere Romeinse nederzettingen.
Lucca was in de Romeinse tijd een tamelijk belangrijke stad, want het lag op een kruispunt van 3 heerbanen: de Via Cassia, de Via Aurelia en de Via Claudia.
Gedurende het Longobardische Rijk (568-774) was Lucca de zetel van een hertog en de hoofdstad van de provincie Tuscia tot de 9e eeuw en had het recht op eigen munten.
Lucca is vooral welvarend geworden door de zijdehandel, die opkwam in de 11e eeuw. Daarmee werd de stad een rivaal van Byzantium. Als hoofdstad van het markgraafschap Toscane was het in die tijd al min of meer zelfstandig, maar de echte zelfstandigheid kwam met het charter uit 1160. Door dit verdrag werd Lucca een onafhankelijke republiek. Dat bleef bijna 700 jaar zo.
Na achtereenvolgens door de Fransen, de Bourbons en de Sardijnen te zijn bestuurd, trad Lucca in 1861 definitief toe tot het koninkrijk Italië.

We ontbijten om 07±30 uur en vertrekken een uur later.
Lucca is één van de rijkste steden van Toscane, misschien zelfs wel dé rijkste.
Lucca is altijd ommuurd geweest, in elk geval vanaf 180 v. Chr. De huidige vestingmuren rondom de stad werden gebouwd tussen 1504 en 1645, vooral tegen aanvallen destijds vanuit Florence. Het is één van de vroegste voorbeelden van moderne vestingwerken in Europa. De muur is echter nooit gebruikt voor militaire doeleinden. Hij is één keer van bijzonder groot nut geweest, namelijk op 18 november 1812, toen de stad werd bedreigd door het wassende water van de buiten de oevers getreden rivier de Serchio. Elisa -de jongste zus van Napoleon en groothertogin van Toscane- kon de stad niet meer in omdat alle poorten hermetisch waren afgesloten voor het water en moest over de muur worden gehesen. De muur is iets meer dan 4 km lang, aan de basis tot 30 m breed en tot 12 m hoog. Hij verkeert nog steeds in goede staat. Er is een park op aangelegd en er loopt een fiets- en wandelpad over. De huidige muur heeft 6 toegangspoorten. In volgorde van aanbouw:

   •     Porta San Pietro (1565 - Zuid), de meest zuidelijke poort, vlak bij het station. Door deze poort ging men naar Pisa.

Porta San Pietro

 

   •     Porta Santa Maria (1592 - Noord) komt uit op de Piazza Santa Maria

Porta Santa Maria

 

   •     Porta San Donato (1629 - West) komt uit op Piazzale Verdi

Porta San Donato

 

   •     Porta Elisa (1811 - Oost) komt uit op de Via Elisa (genoemd naar Elisa Bonaparte)

Porta Elisa

 

   •     Porta Sant'Anna (1910 - West) komt uit op de Via San Paulino, en is gebouwd voor gemotoriseerd verkeer dat niet door de Porta San Donato kan

Porta Sant'Anna

 

   •     Porta San Jacopo (1930 - Noord)

Porta San Jacopo

 

Bij de Porta San Pietro pikken we onze lokale gids Hélène op. We rijden door naar de Porta Santa Maria buiten de stadsmuur om.

Buiten de stadsmuur

De eerste, oorspronkelijke loop van de muur is daar nog te zien.

Oude loop van de muur

Bij de Porta Santa Maria gaan we de muur op. De muur is niet te bereiken via trappen, maar over een hellende wegen. Aldus konden ook paardenkoetsen de muur op.
Het eigenaardige is dat het majestueuze vestingwerk nooit heeft gediend ter verdediging van de stad tegen de vijand. Het was echter van onschatbare waarde in 1812 toen een overstroming Lucca had kunnen wegvagen, maar de muur de stad redde.

We lopen over de muur langs het oude bastion Baluardo San Frediano naar de Villa Torrigiani.

Lopen over de muur

 

Bastion San Frediano

 

Bastion Baluardo San Frediano

 

Villa Torrigiani di Camigliano

De Villa Torrigiani is uit de 2e helft van de 16e eeuw. De gevel komt door het kleurcontrast tussen het gele tufsteen, het grijze zandsteen en het wit van de standbeelden dynamisch over. Het portaal aan de ingang ligt aan het einde van een pad van 700 m dat zich uitstrekt door de velden en wordt geflankeerd door 2 rijen hoge cipressen.

Verder lopend bereiken we de Basilica di San Frediano, een Romaanse basiliek uit het begin van de 12e eeuw, gewijd aan Fredianus, een Ier die bisschop van Lucca werd in de 6e eeuw. De kerk is gewijd door paus Eugenius III in 1147.
Binnenkomend via de hoofdpoort zie je meteen rechts, achter de 2e zuilengang, de doopvont die in stukken brak aan het eind van de 17e eeuw en in 1952 werd gereconstrueerd.

Basilica di San Frediano

 

Doopvont Basilica di San Frediano

Aan de rechterkant is de kapel van Santa Zita (1218-1278), een populaire heilige in Lucca. Haar intact gemummificeerde lichaam, liggend op een bed van brokaat, is te zien in een glazen schrijn midden in de kerk.

Santa Zita

We gaan weer verder. Op een marktje liggen diverse soorten brigidini. Dat zijn een soort zoete chips. De ingrediënten zijn: suiker, meel, eieren en vloeibare  essence van anijs. Ernaast liggen stukken torrone mandorlato, amandel nougat, een zoete lekkernij.

Brigidini

 

Torrone mandorlato

We lopen achterlangs naar het Romeinse amfitheater. Daar stond in 180 v. Chr. een klein theater. Dat werd in de 2e eeuw door keizer Claudius tegen de grond gegooid. Hij liet er vervolgens een groot Romeins amfitheater bouwen. Dat stond buiten de toenmalige stadsmuur.  Het theater had de vorm van een ovaal en bestond uit 2 op elkaar gestapelde lagen van 54 bogen. Het bood plaats aan 10.000 toeschouwers. Het enorme bouwwerk, door de Barbaren gereduceerd tot ruïne, werd een groeve voor bouwmateriaal. Alle zuilen en de hele marmeren bekleding werden weggevoerd en eindigden grotendeels in Lucca's kerken die als paddenstoelen uit de grond schoten. Het gebied zelf werd volgebouwd met huizen die waren samengesteld uit stukken ruïne en brokstukken van het amfitheater en gaven daardoor perfect de vorm weer. Het plein dat we nu zien, werd in 1830 gerealiseerd door Lorenzo Nottolini (1787-1851). Hij brak de bouwwerken in de arena af en beperkte zich verder tot het aanpassen van het ovaal van huizen waarin nog altijd elementen voorkomen van het originele amfitheater. Het effect van het geheel is heel bijzonder.
Het plein wordt nu omzoomd door winkeltjes en terrasjes. In het midden is vandaag een bloemen- en plantenmarkt. Er liggen zelfs bloembollen uit ons land.

Buitenzijde amfitheater

 

Poort naar de bloemen- en plantenmarkt

 

Bloemen- en plantenmarkt in het amfitheater

 

Bloembollen uit Holland

Het is 10:40 uur. Tijd voor een cappuccino. In het amfitheater uiteraard.

Cappuccino

We horen dat in het theater heden ten dagen hele zeeslagen worden nagespeeld. Het theater wordt daarvoor wel onder water gezet!

In de Via Saint Lucia Marcucci is een middeleeuwse werkplaats annex winkel gevestigd. Het bijzondere daaraan is de uitneembare glaspui. In vroeger tijden was glas heel duur. Uit angst dat de ramen 's avonds of  's nachts zouden worden ingegooid, werden ze geplaatst in een uitneembare pui. Het uitnemen geschiedt nog elke avond. Ervoor in de plaats komt dan een volledig houten schot.  

La Bottaga di Prospero

Ook in Lucca ontbreekt niet een torenhuis waarvan de toren door de rijke eigenaar Paulo Venici met bomen is beplant om de ogen van anderen uit te steken. Om bij de bomen te komen moeten 244 treden worden beklommen.
We kijken op de toren
langs Casa Barletti-Baroni uit de 13e eeuw.

Torenhuis

Op de Piazza del Salvatore staat een fontein waarvan het water uit de kop van een leeuw spuit in een marmeren bad. De leeuwenkop is verwerkt in de sokkel van een standbeeld van een Romeinse vrouw.
Alle fonteinwater in Lucca -zo horen we van
gids Hélène- is echt mineraalwater afkomstig uit de bergen.
Het bad zou kunnen betekenen dat het hier ooit om een openbare bad- of wasplaats ging.

Fontein op Piazza del Salvatore

Piazza San Michele ligt op de plaats van het antieke forum. Lucca was in de Romeinse tijd een tamelijk belangrijke stad, want het lag op een kruispunt van 3 heerbanen: de Via Cassia, de Via Aurelia en de Via Claudia.
Op het plein staat de kerk San Michele in Foro in Pisaans-Romaanse stijl. Hij staat vooral bekend om de rijk met marmer bewerkte façade. In 1070 is men, in opdracht van paus Alexander II -die 4 jaar bisschop van Lucca was- met de bouw begonnen. Die werd echter nooit voltooid: doordat er te veel geld aan de façade van de kerk werd besteed, bleef er voor de rest van de kerk niet veel meer over.
Bovenop staat een beeld van de aartsengel Michaël.

San Michele in Foro

 

façade San Michele in Foro

Op Piazza Cittadella staat een standbeeld van Puccini pal voor zijn geboortehuis.

Standbeeld Puccini in Lucca

In veel straatjes zijn de gevels van de huizen voorzien van waxinelichtjes.

Huis met waxinelichtjes

Dat houdt verband met het religieuze festival Luminara di Santa Croce. Dat is namelijk het grootste jaarlijks terugkerend evenement in Lucca. Het festival wordt elk jaar op 13 en 14 september gehouden. Het festival draait om de Volto Santo di Lucca, een houten kruisbeeld dat volgens de legende gemaakt is door een tijdgenoot van Jezus. Het zou het enige kruisbeeld ter wereld zijn dat is gemaakt naar Jezus zijn evenbeeld.
Tijdens de processie wordt het beeld van de Basiliek San Frediano overgebracht naar de Duomo di San Martino. De straten die de processie aandoen zijn rijkelijk versierd met kaarsen dan wel waxinelichtjes. Het is een oud evenement dat al sinds 1118 in Lucca gehouden wordt.
Tijdens Luminara di Santa Croce wordt er onophoudelijk gezongen en in de processie lopen meerdere bands mee.

Piazza Napoleone wordt in de volksmond Piazza Grande genoemd want het is het grootste plein van de stad, met zelfs een beetje groen dankzij de platanen.
Ooit stond op deze plaats een groot fort -Fortezza Augusta- dat was gebouwd in 1322 door de beroemde en gevreesde Lucchees Castruccio Castracani (1281-1328). Het fort werd onder andere gebouwd van de stenen van de torens van de families die hem destijds hadden verstoten uit de stad Lucca. Het fort besloeg een vijfde van het oppervlak van de stad, was gebouwd aan de stadsmuur, bevatte 29 torens en 4 poorten binnen de muren. Na de dood van Castracani werd het fort deels gesloopt. In de loop der tijd werden steeds delen van het oude fort afgebroken. In 1806 werd op de plaats van het fort het huidige ruime plein in Franse stijl gebouwd. Aan het plein werd het paleis voor de groothertog gebouwd -Palazzo Ducale- op de plaats van de zetel van het oude fort. Nu is daarin het provinciehuis gehuisvest. In de oorspronkelijke plannen voor het plein, waarvoor verschillende huizen, winkels en zelfs de kerk San Pietro Maggiore moest worden gesloopt, was opgenomen dat er een reusachtig beeld van Napoleon zou komen. Het is er nooit gekomen. Wel een beeld van Maria Luisa van Bourbon. Tot 1998 werd het plein gebruikt als parkeerplaats.

Piazza Napoleone

 

Maria Luisa van Bourbon

 Piazza Grande heeft een L-vorm. In de andere poot staat het standbeeld van Garibaldi.

Piazza Grande met standbeeld Garibaldi.

 

Giuseppe Garibaldi

We nemen afscheid van onze gids Hélène.

Op Piazza San Martino staat de Duomo wat vreemd ingeklemd. Dat komt omdat de campanile al als verdedigingstoren was gebouwd en de kathedraal er later tegenaan is gebouwd. De kerk heeft  een indrukwekkend voorportaal. In de kerk ligt een mooie ingelegde vloer. Er staat een standbeeld van Martinus van Tours -San Martino- op zijn paard. Er is ook een sarcofaag van Ilaria del Carretto. Op 8 december 1405 stierf zijn geliefde vrouw Ilaria del Carretto, tweede vrouw van Paolo Gulnigi, signore en stadsheer van Lucca, bij de geboorte van haar 2e kind. Uit grote liefde voor haar liet hij een praalgraf maken door de Sieneense beeldhouwer Jacopo della Quercia tussen 1406 en 1408. Het beeld in Gotische stijl laat een vrouw zien met een hooggesloten gewaad dat haar bevalligheid benadrukt. Het hondje aan haar voeten symboliseert de over de dood heen reikende trouw.

Duomo di San Martino

 

Standbeeld van Martinus van Tours op zijn paard

 

Praalgraf Ilaria del Carretto

 

Detail grafdeksel

Om 12:15 uur nemen we bij Bar Astra op Piazza del Giglio een birra Moretti met chips en nootjes.

Vanaf het terras kijken we in de verte op een mooie carrousel. Het is niet het eerste dat we zien.

Carrousel in Lucca

De ontwikkeling van de draaimolen heeft zowel een oosterse als Europese variant. Niemand weet precies waar of wanneer de eerste draaimolen zijn rondjes draaide. Op een Byzantijns reliëf van rond het jaar 500 zijn acrobaten, beren en goochelaars te zien die kijken naar mensen die in manden rond een mast draaien. Op een tekening uit het begin van de 17e eeuw zijn dan weer verschillende Turkse draaimolens, alsmede een primitief soort reuzenrad en andere attracties te zien. Er wordt gezegd dat het woord carrousel afkomstig is van carrosello, dat ‘kleine oorlog’ betekent en was in Italië een ruiterwedstrijd. De Carrousel kan nog ouder zijn als je er van uitgaat dat die ligt in het Arabische kurradsch (een spel met paarden). In elk geval kwam deze vorm van vermaak terecht aan het hof van de Franse koning Karel VII. Daar werd het woord carrousel geïntroduceerd.
Vroeger werden de beste architecten en kunstenaars ingehuurd om een nieuwe carrousel te maken. In de 19e eeuw waren de carrousels versiert met mooi houtsnijwerk in de mooiste kleuren. De danssalon, ook wel bekend als de spiegeltent  maakten in de 20e eeuw hun entree. Ook werden er kralen, spiegels en fluweel verwerkt. Steeds groter en uitbundiger werd de ombouw van de carrousels. Rond 1865 komen de eerste stoomcarrousels In Nederland die in Engeland gebouwd worden. Tot dan toe waren de carrousels alleen nog maar een soort draaiorgels, maar met de komst van de stoomcarrousel worden het carrousels met daarin een ronddraaiend plateau waar paarden op pronken die galopperende bewegingen maken en waar men op kan zitten. De draaimolen werd vroeger door paardenkracht in beweging gebracht. Het paard moest de hele dag rondjes lopen. In het bakje naast het paard zat een jongen die het paard moest aanjagen.

We lopen aan de hand van de duidelijke -en grote, dus goed leesbare- plattegrond die los in het boekje Lucca en omgeving is gevoegd naar de stadspoorten die gids Hélène ons nog niet heeft laten zien. De telelens van Els bespaart ons in dit verband een hoop lopen.

Voor we naar de Porta San Pietro gaan waar we om 14:30 uur moeten zijn voor vertrek naar Barga, lopen we vanaf Piazza Napoleone nog even de binnenplaats van het Provinciehuis op.

Binnenplaats Provinciehuis

Op weg naar Barga komen we voorbij de Ponte della Maddalena, beter bekend als de Ponte del Diavolo. Reisbegeleider Ed stopt er liever op de terugweg.

Ponte del Diavolo

Het achterland van de stad Lucca biedt geen zicht op lieflijke Toscaanse heuvels en hoge cipressen, maar wordt gekenmerkt door hoge bergtoppen -tot wel 2.000 m-, alpenweiden, snelstromende riviertjes, kleine bergdorpjes en uitgestrekte wouden waar veel wilde dieren, waaronder wolven, zwijnen en herten, wonen. Langs de weg bosaardbeien en frambozen. Het is een gebied met landschappen die dik bebost zijn met kastanjebomen, eiken en pijnbomen, de lokale producten zijn de grote trots van de inwoners. Garfagnana is één van de natste gebieden in Italië, wat voor een groot deel heeft bijgedragen aan die enorme weelderige bebossing. Een groot gedeelte van de Garfagnana is beschermd natuurgebied.

Vanaf de late 19de eeuw verliet een groot deel van de bevolking van Garfagna de streek om hun geluk elders te zoeken in de wereld. Schotland en met name de streek rond Glasgow was een bekende bestemming, maar ook naar Amerika, Australië en Zuid Amerika ging men graag toe. Velen van hen keerden een 20-tal jaren geleden terug naar hun ouderlijk dorp en vandaar het grote aantal Engelssprekenden dat in deze streek is te vinden. In Barga is een museum dat deze emigratie in beeld brengt. Maar ook in andere plaatsen zijn herinneringen te vinden.

Barga ligt in de regio Lucca, op een hoogte van 420 m waardoor je een prachtig zicht krijgt op de vallei van de rivier de Serchio en op de bergen van de Garfagnana vallei.

Op weg naar Barga

De stedelijke structuur van Barga is min of meer die van de 12e tot en met de 14e eeuw en is dus gekenmerkt door middeleeuwse funderingen, kleine pleintjes en smalle en steile straatjes die kronkelen langs de onregelmatigheid van de gebouwen.
De Pania della Croce, één van de toppen van de Apennijnen, torent hoog boven Barga uit en domineert de omgeving met zijn kastanje- en olijfbomen en wijngaarden.
In de Middeleeuwen stond Barga bekend om zijn zijdedraad. Florence nam dat in grote hoeveelheden af.

We gaan Barga in door de Porta Reale, ook wel Marcianella genoemd, omdat (een) Maria(beeld) over de poort waakt.

Porta Reale

Leuk detail: in het hoofdje van het kindje Jezus zit een flink gat waar zwaluwen vrolijk in en uit hupsen om de jonge zwaluwen te eten te geven.

Porta Reale - Maria met Kind en zwaluwnest

Maar liefst 60% van de inwoners heeft Schotse roots. Zoals al opgemerkt hebben Barga en wat andere kleine dorpjes eromheen een speciale band met Schotland. Je ziet er daarom niet alleen Schots ambachtswerk, maar je zult ook meer Engels horen dan je in een afgelegen dorp zou verwachten.
In dit middeleeuwse plaatsje leefde de dichter Giovanni Pascoli vanaf 1855 tot aan zijn dood in 1912. Hij was rond 1900 Italië’s grootste dichter. Ter gelegenheid van zijn 100e sterfdag werd een 2 euromunt uitgegeven.

Een groot deel van de horizon van Barga wordt gedomineerd door de 12e eeuwse, kasteelachtige Duomo di San Cristoforo, gemaakt van blokken kalksteen uit de groeven van Barga zelf. Dit type steen verandert licht van kleur als het regent of juist als de zon schijnt.

Duomo di San Cristoforo

Het ommuurde historisch centrum is een waar spinnenweb van kronkelweggetjes met huizen die zonder enige stadsplanning lijken te zijn neergezet. Een komische deurknop trekt onze aandacht. Zou hier een kauwgom liefhebber wonen?

Komische deurknop

We beginnen de klim naar boven.

De eerste trappan naar de Dom

 

Een lang hellend stuk

 

Hoger

En nog hoger

Eindelijk zijn we er.
De kathedraal van Barga is  gewijd aan San Cristoforo. Hij staat is op de top van de rots en domineert een groot deel van de vallei van de Serchio.
De kerk werd gebouwd in 4 perioden. Het oorspronkelijke gebouw dateert van vóór de 10e eeuw. In de12e eeuw vond een eerste uitbreiding plaats in de Romaanse stijl. Later, in de 13e eeuw, volgde een tweede uitbreiding, nu in Gotische stijl. De realisatie van 2 grote zijkapellen en een koor (in de periode1500-1600) vormde de derde uitbreiding. Die voltooide de uiteindelijke constructie.

Er dreigt teleurstelling. Het orgel speelt. Als er een dienst wordt gehouden, kunnen we niet naar binnen. Maar gelukkig, het is de organist die zich -waarschijnlijk- aan het inspelen is.
De zijdeur waardoor we naar binnen gaan wordt gedomineerd door een prachtig architraaf versierd met een bas-reliëf van een eucharistisch banket, toegeschreven aan de Lucchese Biduino (12e eeuw).

Eucharistisch banket

De Duomo is niet verlicht. Dat is alleen het geval met de muzieklessenaar van het orgel. De organist speelt 2 zeer indrukwekkende stukken. We luisteren allemaal met aandacht de volledige stukken uit

Organist

In de donkere kerk kunnen we eigenlijk alleen de preekstoel en het beeld van Johannes de Doper enigszins bekijken. De preekstoel wordt ondersteund door 4 kolommen, waarvan er 2 rusten op een leeuw -en die domineren- en van de andere 2 rust er 1 op een zittende oude man.

Preekstoel

 

Detail preekstoel

 

Johannes de Doper

Weer buiten genieten we -naast een 150 tot 200 jaar oude ceder- van het zicht op Barga.

Zicht op Barga

 

Zicht op Barga

Beneden in Barga genieten we op het terras van La Gelateria SRL op Piazza Santissima Annunziata van een overheerlijk ijsje.

We gaan terug naar Montecatini Terme. Als beloofd maken we een fotostop bij de Ponte del Diavolo.

Ponte del Diavolo

Om 18:05 uur zijn we weer in het hotel.
Met reisgenoten keuvelen we onder het genot van een biertje nog na op het terras op de 1e etage.

Het diner biedt:
   •     Penne met tonijnsaus
   •     Vis met gesneden sla
   •     Abrikozenkoek

We kijken weer terug op een geslaagde dag.

naar volgende dag