HET KEIZERLIJKE LEGER VAN TERRACOTTA

 

Een toevallige ontdekking in 1974, dicht bij de oude hoofdstad Xi'an, door boeren die naar water aan het boren waren, leidde tot één van de belangrijkste archeologische vondsten in China: een heel leger, gemaakt uit aardewerk en meer dan 2.000 jaar geleden in de grond begraven.

Zo’n 7.500 levensgrote soldaten en paarden, bedoeld om hun keizer na zijn dood als lijfwacht te dienen, werden uit klei gevormd, in kleur beschilderd en uitgerust met echte strijdwagens en bronzen wapens. Dit leger werd in speciaal gebouwde onderaardse bergplaatsen begraven nabij het uitgestrekte mausoleum van de heerser die China in 221 v. Chr. tot een eenheid smeedde, de eerste keizer van China en de stichter van de Qin-dynastie: Qin Shi Huangdi.

Qin Shi Huangdi

De militairen staan in slagorde opgesteld: vooraan staat een voorhoede-eenheid van boogschutters en kruisboogschutters zonder harnas.
Achter hen wordt de formatie geflankeerd door 2 rijen boogschutters, waarvan de buitenste rij ook naar de buitenzijde is gekeerd, klaar om een verrassingsaanval in de flank af te slaan. De binnenste rij staat met het gezicht naar voren gericht om aan een aanval deel te nemen.
Tussen deze twee eenheden staat de kern van het leger: 36 rijen infanteristen, opgesteld in 9 colonnes. In drie ervan gaat een groep van 32 speerwerpers zonder wapenrusting aan de hoofdmacht vooraf. De andere 6 colonnes worden voorafgegaan door eenheden strijdwagens, waar weer 12 infanteristen voor lopen. Elke strijdwagen wordt getrokken door een span van 4 levensgrote paarden van klei en wordt bemand door een wagenmenner met een krijgsman als lijfwacht. De achterhoede van de formatie wordt beschermd door 3 rijen infanteristen in harnas.

Terracotta leger

De krijgslieden zijn in slagorde opgesteld voor inspectie door de keizer. De gewone infanteristen zijn zo’n 1 meter 75 tot 1 meter 83 lang. Wagenmenners zijn zelfs nog groter en de aanvoerder is wel 1 meter 96 lang, misschien vanwege zijn rang.
De individuele menselijkheid van de gezichten van de krijgers is persoonlijk. De anatomische details zijn verrassend levendig. Haardracht en bakkebaarden zijn gevarieerd. Het lijkt daardoor nog meer dat de gezichtsvorm eindeloos is gevarieerd.

In 1976 werd een tweede onderaards complex ontdekt. Het ging daarbij om een geschat aantal van ruim 1.400 beelden van krijgslieden en paarden. Een daarna nog ontdekte kleinere bergplaats bevat maar 68 figuren. Het schijnt een soort elitecommando voor te stellen. Een vierde bergplaats, leeg, schijnt erop te wijzen dat het werk aan het terracotta leger werd afgebroken voordat het voltooid was.