Dag 12. Maandag, 12 oktober 2009
Flagstaff - Bryce

Het ontbijt verdient de naam eenvoudig nauwelijks.
We gaan vandaag eerst naar de Walnut Canyon. We rijden een stukje over de Interstate 40, dan gaan we de US Highway 89 op. We komen voorbij een berg waar zand en grind wordt afgegraven. Die berg is eigendom van iemand en die verkoopt het zand en grind aan wegenbouwers.
Via de US Highway 180 komen we bij Walnut Canyon National Monument.
Hier sleet de Walnut creek een geul in de kalkhoudende laag die aan de oppervlakte ligt. De wanden van die geul werden door wind, water en erosie uitgehold. Zo ontstonden voor mens en dier vlakbij een meanderend riviertje perfecte plaatsen om te slapen en te schuilen. Het waren de Sinagua-indianen die hier van 1100 tot 1250 hun woningen maakten. Het zijn er ongeveer 300.

Op richels onder de overhangende kalkrotsen werden vierkante of rechthoekige vertrekken gemaakt. De muren bestonden uit los op elkaar gestapelde kalkstenen. Er hebben zo rond de 100 indianen gewoond. Op het plateau boven de woningen hadden ze hun akkertjes. De rivier zorgde voor water, dat door de vrouwen in kruiken naar boven werd gebracht.

We volgen de 1,4 km lange Island Trail vanuit het Visitor Center. Het is een geplaveide rondwandeling. We doen er een uur over. Het gaat via trappen van bij elkaar 240 treden 56 m omlaag naar een geïsoleerd staande rots, een soort eiland, waar een stuk of 25 dwelling rooms en opslagruimten van nabij te zien zijn. Daarna moeten we over dezelfde trappen weer omhoog. Het mooie van de wandeling is, dat het gelijk een natuurpad is. Overal staat op bordjes aangegeven welke bomen en planten er groeien. Zomaar wat voorbeelden: de hop, de sneeuwbessenstruik, de douglas spar, de jeneverbesstruik, de pinus ponderosa, het stinkkruid, de ribes en verschillende cacteeën.

 

 

hoge rotswoning

 

natuurpad

In het Visitor Center kopen we de dvd 'America's National Parks'. In 4 uur passeren 55 nationale parken de revue.

 

Om 10:00 uur -ja, ja, zo vroeg is het nog- vervolgen we onze weg naar Bryce. Over de US Highway 89 gaan we richting Page. We passeren het denkbeeldige bord Welcome to Navajo Nation. Navajo Nation, dat zich uitstrekt over delen van Arizona, Nieuw Mexico en Utah, is met bijna 250.000 inwoners het grootste Amerikaanse reservaat voor de inheemse bevolking. Het is ongeveer zo groot als Nederland en België samen. De bevolking heeft een grote mate van zelfbestuur en een van hun wetten is een totaalverbod op het drinken van alcoholische dranken. De naam Navajo werd gegeven door de Spanjaarden. Ze noemen zichzelf Dineh. Jatahay! Zo groeten de Navajo’s elkaar.
Volgens het traditionele geloof van de Navajo-indianen zijn geboorte, leven en dood allemaal aspecten van een voortdurende levenscyclus. Een natuurlijk verloop van de dingen zoals ze zijn. De Navajo-indianen geloven dat hun overledenen naar de onderwereld reizen. Om te voorkomen dat de doden terugkeren naar de wereld, moeten bepaalde voorzorgsmaatregelen worden genomen tijdens de begrafenis. De indianen vermijden het om naar een lijk te kijken. Er zijn slechts enkelen die het dode lichaam mogen aanraken, zoals naaste familieleden en de medicijnman. Als de dood is ingetreden, krijgen 2 mannen de opdracht het lichaam voor te bereiden op de begrafenis. Tijdens deze handelingen dragen ze geen kleding, alleen hun mocassins. Voor ze beginnen, bestrijken ze hun hele lichaam met as als bescherming tegen boze geesten. Het lijk wordt vóór de begrafenis gewassen en gekleed. De bezittingen van de overledene worden naar het graf gebracht. Een man waarschuwt iedereen die hij onderweg tegenkomt, ver van de plaats van het gebeuren te blijven. Na de begrafenis worden alle voetsporen uitgewist zodat de geest van de dode niemand naar huis kan volgen. De werktuigen die werden gebruikt om het graf te delven, worden vernietigd. Meestal wordt er niet geweend of worden andere vormen van verdriet geuit. De reis van de geest naar de volgende wereld kan worden onderbroken als er teveel gevoelens worden getoond.

We rijden langs de rand van Painted Desert. Langs onder meer de plaatsjes Cameron en The Gap.

Painted Desert dankt zijn naam aan de gekleurde lagen zand en steen die door het veranderende licht telkens van kleur veranderen. Van rood naar blauw. IJzer zorgt voor rode, oranje, bruine, gele en zwarte kleuren, mangaan voor paars en koper voor groen. Vaak ook zijn de rotswanden gekleurd door bacteriën die erop leven. De natuurlijke zwarte kleur is ook vaak bedekt door “woestijnvernis”, een blinkend zwarte verweringslaag, wat typisch is voor sommige vulkanische rotsen in dorre streken. Er zijn hier fossielen gevonden van meer dan 225 miljoen jaar oud. De Painted Desert verandert nog steeds van vorm, doordat water en wind de omgeving eroderen. Hierdoor komen lager gelegen fossielen en versteend hout naar de oppervlakte.

Cameron bestaat uitsluitend uit mobile homes en schotels. In the middle of nowhere staat een bordje met de tekst Moenkopi Wash. Het is een droge rivierbedding. In archeologisch opzicht is het nog een belangrijke plek ook, want er schijnen dinosaurussporen gevonden te zijn.
Zo'n 30 miles vóór Page maken we kort een fotostop: The Gap -een grote vlakte rondom omgeven door bergen- geeft daar alle reden toe.
We komen voorbij fabrieken met rokende schoorstenen. Ze vergassen steenkool. Die wordt door de Navajo's per trein aangevoerd.
De Navajo’s vinden de bij de Glen Canyon Dam opgewekte stroom te duur en hebben daarom hun eigen kolencentrale gebouwd.
In de buurt van Page gaan we naar een Walmart Supercenter. Het is mooi weer en we zullen daarom bij de even verderop gelegen Glen Canyon Dam in de buitenlucht lunchen. Ieder koopt wat voor zichzelf.
Belegde broodjes vind je in de VS in 3 smaken: met kalkoen, met roast beef en met tonijnsalade. Ze zijn altijd dik belegd: 5 plakjes roast beef of kalkoen en daarbovenop nog een sneetje kaas, die je niet proeft omdat hij geen smaak heeft! We kiezen dit keer allebei voor een five dollar footlong. Daarmee moeten we er toch voorlopig tegen kunnen.

 

 

naar de Glen Canyon Dam

De Glen Canyon Dam is een stuwdam in de Colorado River. De dam zorgt voor wateropslag voor de zuidwestelijke VS en er wordt elektriciteit mee opgewekt voor die regio. De bouw duurde 3 jaar. In die periode kwamen 18 medewerkers om het leven. Een betonfabriek draaide 4 jaar dag en nacht. Niet alleen ten behoeve van de dam, maar ook voor de bijbehorende gebouwen zoals bijvoorbeeld het Visitors Center en voor de wegen. Door de aanleg van de dam ontstond een groot stuwmeer, Lake Powell. Het immense meer heeft een kustlijn van 3.198 km. De Glen Canyon Dam is 216 m hoog, 475 m lang en 91 breed. Hij schijnt bijna identiek te zijn aan de Hoover dam, alleen iets kleiner. Maar toch ziet hij er anders uit. De brug vlak naast de dam is voltooid in 1964. Het is de 4e hoogste brug in de VS. Voordat deze brug er was, moest men 192 km omrijden naar de andere kant van de canyon. De bouwkosten van het hele project bedroegen $ 187 miljoen.

 

We bezoeken uiteraard het Carl Hayden Visitor Center. Er staat een grote maquette en er is een tentoonstelling over de constructie van de dam, alsmede van de invloed van de dam op het milieu. We kunnen bijna niet geloven dat het na de bouw van de dam ongeveer 18 jaar heeft geduurd voordat de rivieren zoveel water hadden aangevoerd dat het ontstane Lake Powell voldoende gevuld was.

We naderen Kanab. Kanab ligt in Utah. Bij de staatsgrens is een weegstation voor vrachtwagens: All trucks must enter weigh station. Het was ons bij eerdere grensoverschrijdingen ook al opgevallen. De staten willen in het kader van heffingen de wegbelasting van elke truck weten. De klok moet een uur vooruit. Sinds 1933 zijn in Kanab meer dan 100 films opgenomen, voornamelijk westerns waarin John Wayne de hoofdrol speelt, zoals Gunsmoke. De streek kreeg daarom de bijnaam 'Little Hollywood'. De oude gevels in de hoofdstraat van Kanab lijken authentiek, maar zijn dat niet. Je moet wat doen om toeristen het naar de zin te maken.

prachtig gelegen

We rijden langs prachtige geërodeerde rotsformaties. Er zijn in deze streek zomer- en winterranches. Als het op de hoger gelegen ranches gaat sneeuwen, valt er voor de koeien weinig meer te grazen. Zij worden dan overgebracht naar lager gelegen graslanden. Dat geeft weinig problemen, want de kudden bestaan hier bijna nooit uit meer dan 100 koeien.
Geslacht worden alleen stieren van tussen de 2 en 3 jaar oud. Sommige boeren houden geen vee, maar verbouwen alleen gras ten behoeve van de veeboeren. De prijs van een baal gras bij de groothandel is ongeveer $ 8,-.
In Utah zie je veel namen uit het Oude Testament. Op de flanken van de bergen staat hier bij elke stad of dorp de beginletter van die plaats heel groot aangegeven.

We rijden voorbij Kanab Creek Canyon en Moqui Cave. In die grot is een museum gemaakt met fluorescerende stenen, dinosaurtracks, petroglyphs en kunst. We stoppen bij Mount Carmel Junction. In White Mountain Trading Post zijn sieraden te koop die zijn gemaakt én gesigneerd zijn door bekende Navajo zilversmeden als Tommy Singer en Kenneth Bill. Er hangen trouwens ook wanstaltige 'indiaanse' souvenirs: made in China or Taiwan. We drinken er weer eens een verrukkelijke hot chocolate.

Wat later dan gepland -veel reisgenoten zijn niet uit de Trading Post weg te slaan- beginnen we aan het laatste stuk naar Bryce. Het loopt al tegen 17:00 uur. We zien op de velden een bijzonder bewateringssysteem: verplaatsbare pijpleidingen. De pijpleiding vormt daarbij de as van om de ongeveer 25 m aangebrachte wielen.
Opvallend veel sheriffauto's staan langs de weg. Er zijn er waar niemand in zit, er zijn er waar een pop in zit en er zijn er waar een levend persoon achter het stuur zit.
Binnen afrasteringen zien we lama's en herten.
Om 18:15 uur begint het wat te regenen. Om 18:45 uur bereiken we Bryce View Lodge at Bryce Canyon. We hebben er vandaag 309 miles opzitten.

Bij Ruby's Inn waar we willen gaan eten staat een enorme rij wachtenden. Dat trekt ons niet zo, hoewel Ruby's Inn er aantrekkelijk uitziet. We nemen dan maar snel een kop soep en een broodje in het cafetaria ernaast. Daar zijn geen wachtenden.

Tenslotte kijken we nog wat rond in Ruby's Inn General Store. Ook daar zijn onder meer Navajo sieraden te koop. Maar net weer andere dan in White Mountain Trading Post. Ook lopen we even Ruby's nieuwste hotel binnen. Het is pas in mei geopend. Het is een schitterend hotel en doet ons erg denken aan Hotel Terraza Coirones in El Calafate in Argentinië.

 

naar volgende dag