Dag 15. Donderdag, 15 oktober 2009
Las Vegas - Fresno
We vertrekken om 08:30 uur. De temperatuur is al 25º en de luchtvochtigheid is 77%.
We horen dat een Amerikaanse casinogroep zijn bouwproject aan het St. Regis-condominium in Las Vegas heeft stopgezet, want het is crisistijd. Het gaat om 3 zogeheten condo-complexen: kopers kopen in feite een hotelkamer. Twee complexen zijn afgebouwd, maar driekwart van de kopers kan niet aan zijn verplichtingen voldoen. De afbouw van het derde complex is gestaakt.
Aan de Interstate 15 tussen Las Vegas en San Diego ligt vlak vóór de stad Barstow aan de rand van de Mojave Desert Calico Ghost Town. In deze omgeving zijn nog veel ghost towns te vinden, maar ze zijn allemaal vervallen, op een na: Calico Ghost Town. Dat plaatsje is in 1951 helemaal gerestaureerd. Barstow is de plaats waar de noord-zuid goederenspoorlijn de oost-west lijn kruist. Eerder al passeerden we de staatsgrens tussen Nevada en Californië. Bij die grensoverschrijding was een Agricultural Inspection. In verband met de uitvoer van Californisch fruit naar Japan wil Californië beslist voorkomen dat er vanuit andere staten fruitvliegjes binnenkomen.
|
|
In Calico Ghost Town werd in 1881 zilver en borax gevonden. Dat trok zoveel mijnwerkers aan dat de stad in 1887 1.200 inwoners had. In het heuvelgebied rondom de stad lagen toen ongeveer 500 mijnen. De belangrijkste daarvan waren Silver King, Odessa, Waterloo, Garfield, Oriental, Bismarck en Maggie. In 1890 kelderde de zilverprijs en in 1907 was de voorraad borax in de heuvels nagenoeg uitgeput.
|
|
De mijnwerkers vertrokken en Calico werd een Ghost Town. Calico is nu niet alleen een geregistreerd historisch monument in Californië, het is ook de "official state silver rush ghost town" van die staat.
We worden verwelkomd door de sheriff himself. Een deputy heeft hij niet. Hij brengt met nadruk onder onze aandacht dat plezier en Jack Daniels hand in hand gaan. Gelijk heeft hij, maar hij zegt dat omdat hij wellicht eigenaar van de saloon is.
Hoewel het nog vroeg is, gaan we eerst op zoek naar de saloon. Die is gauw gevonden. We kiezen voor Coors light beer. Bij barhangen horen pelpinda's. Maar hier zijn het wel zoute. Dat stimuleert het bier drinken natuurlijk enorm. De pindadoppen gooi je maar gewoon op de grond. Dat doet iedereen.
|
|
Er is in Gallico voldoende om oude tijden te doen herleven: een saloon dus, een gevangenis, een old miner's café, een boot & saddle repair, een badhuis, een general store, een schooltje en een postkantoor, om eens wat te noemen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Na een uurtje rijden we door naar Barstow en vandaar over de US Highway 58 naar
Bakersfield. Het is een bergachtig woestijnlandschap en de trucks zijn hier wel
héél erg mooi. Of zou het komen doordat ze zo afsteken tegen het toch vrij kale
landschap?
We rijden voorbij Mojave Aircraft Storage Aerial. Dat is een opslagplaats voor
gebruikte vliegtuigen uit de burgerluchtvaart. De vliegtuigen staan niet in
hangars, maar gewoon in de openlucht. Dat kan hier gemakkelijk omdat de grond
hard is en het klimaat erg droog. Sommige vliegtuigen staan hier gewoon
geparkeerd, zodat het 'thuis' geen ruimte kost. Andere vliegtuigen worden zo mogelijk opgeknapt en
-met een bewijs van luchtvaardigheid- verhandeld. Eventueel worden ze voor de
overdracht nog in de gewenste kleuren gespoten. In de volksmond noemt men de
geparkeerde vliegtuigen Mojave Airport Mothball Aircraft Fleet.
Op het terrein staat ook een museum: het
Mojave Virtual Museum. Niet ver
hiervandaan ligt Edwards Airbase. Daar worden militaire vliegtuigen getest en
hersteld. Het vliegveld wordt ook gebruikt als landingsplaats voor de
spaceshuttles.
|
|
Even voorbij Mojave ligt een van de grootste windmolenparken ter wereld. Wij kunnen er vanuit de bus een glimp van opvangen.
|
|
Bij McDonalds houden we een lunchstop van een half uurtje.
We
gaan verder door de Tehachapi pasengte. Die ligt op 1.156 m hoogte. Omdat er
hier bijna altijd wind staat, is ook hier weer een groot windmolenpark
aangelegd.
We komen langs een grote cementfabriek. De bergen worden afgegraven, het kiezel
vermalen en met zand gemengd. Het geheel wordt gezuiverd en aan de bouw
verkocht.
Langs de kant van de weg ligt een auto op z'n kop. Er is geen andere auto te
zien. Wel politie.
We komen wéér langs een cementfabriek. Die werkt op zonne-energie, maar wordt gekoeld
door -schaars- water. Milieugroepen vinden dat nauwelijks aanvaardbaar.
|
|
We naderen Bakersfield in Central Valley. Hier is de Honky Tonk music geboren.
Er zijn olievelden. Jaknikkers verraden dat. De koeien die hier grazen zijn
melkkoeien. Ze zijn van Nederlandse afkomst.
Op sommige plekken wordt gras voor stadions en golfbanen verbouwd. De steden aan
Highway 58 zijn allemaal landbouwsteden. Als regel kan hier 2x per jaar worden
geoogst. Er staan veel sinaasappel- en amandelbomen. Van 15.30-16.15 uur stoppen
we in Bakersfield op de truckstop Flying J. Travel Plaza. Dit is een waar
Walhalla voor truckliefhebbers.
|
|
Eén chauffeur heeft als passagier een grote herdershond; een andere een kat. De truck met de herdershond zal wel nooit gestolen worden. Maar is dat ook zo met de truck waar de kat in zit?
|
|
|
|
Hans krijgt het voor elkaar dat Els in zo'n pracht exemplaar -een Peterbilt truck- achter het stuur mag zitten.
|
|
Over de US Highway 99 zijn we snel bij het Radisson Hotel in Fresno. We zetten de koffers op de kamer en haasten ons naar het Happy Hour. We treffen daar de helft van de groep. Stoelen en tafels worden bij elkaar geschoven. Grote schalen lekkere hapjes worden gebracht. Maar we hebben nog niet toegetast of ze blijken voor anderen bestemd.
We eten in het restaurant. Het is kennelijk beter niet naar buiten te gaan. Er zijn hier namelijk gangs actief.
|
|
Er kunnen weer 397 miles bij de stand worden opgeteld. Het totaal is nu 3.146.