Dag 16. Vrijdag, 16 oktober 2009
Fresno-Yosemite National Park - San Francisco/Oakland

Als we om 08:20 uur wegrijden, is het erg mistig. Na een half uurtje verdwijnt de mist van het ene op het andere moment en schijnt de zon. De lucht is strak blauw.
We rijden over de US Highway 41 naar Yosemite National Park. We stoppen een half uurtje in Oakhurst bij Raley's om inkopen te doen voor onze picknick tussen de middag. In Oakhurst staan uitsluitend typisch Amerikaanse houten huizen. In allerlei kleuren. Het doet erg vrolijk aan.

Om 09:45 uur vertrekken we weer. De weg gaat omhoog en wordt erg bochtig. En donker bovendien, want aan beide kanten van de weg staan bomen. Waaronder sugar pines, pinussen ponderosa en jonge sequoias, de eerste die we zien. De dorpen waar we langs rijden zijn allemaal mijnwerkersdorpen.
Hier geldt de regel: méér dan 4 auto's achter je? Dan moet je ze laten passeren.

We nemen de zuidelijke ingang van Yosemite National Park.

We gaan naar Mariposa Grove of Giant Sequoias. Dat is een gevolg van de keuze waarvoor Hans ons heeft gesteld: òf we blijven volgens het programma in het dal òf -anders dan het programma- we gaan naar de sequoiabomen of mammoetbomen, de dikste bomen in de wereld. In het dal hebben we geen zicht op de watervallen, want die staan nu droog. En die watervallen zijn juist het meest interessant. Hans geeft wél aan, dat als er maar een reiziger (van de 41) is die het programma wil volgen, dat ook zal gebeuren. Een meerderheid van stemmen geldt dus beslist niet. Unaniem wordt besloten naar de sequoias te gaan.

De sequoias waren ooit wijdverspreid over het hele noordelijke halfrond. Héél veel soorten stierven echter uit tijdens de ijstijden, toen de oprukkende ijsgrens vegetatie naar het zuiden drong.
Fossiele resten van sequoias tot uit het Jura tijdperk -180 tot 135 miljoen jaar geleden-, zijn gevonden zowel in Noord-Amerika, Groenland en Azië als in Europa en lijken erop te wijzen dat deze wouden enorm uitgestrekt waren.
Slechts 3 soorten wisten zich tot op heden te handhaven en komen nu nog maar voor in relatief kleine gebieden. Dat zijn de kustsequoia, langs de smalle vochtige kuststrook in het bergachtige Californië tot het zuiden van Oregon, de mammoetboom, in de Sierra Nevada in Californië en de Chinese sequoia of watercipres, in afgelegen gebieden in Zuidwest-China. Van de Chinese sequoia, waarschijnlijk de voorouder van de kustsequoia, werd gedacht dat hij uitgestorven was, tot een houthakker in 1947 enkele exemplaren ontdekte in afgelegen valleien in China.

De bus brengt ons tot de parkeerplaats bij het Wawona Hotel, een Victoriaans hotel. Daar stappen we op een shuttlebus. Die brengt ons in 20 minuten 10 km verder naar de Mariposa Grove.
Mariposa Grove staat bekend om de vele sequoia bomen. Er staan in dit gebied heel veel sequoias. We zien er de Bachelor and the Three Graces en de Grizzly Giant, dat is de oudste nog levende sequoia op aarde. Hij is ruim 2.700 jaar oud. De boom heeft een doorsnee van 9,2 m en is 63,8 m lang. Ook zien we er de Fallen Monarch, een boom die is omgevallen en waarvan je de indrukwekkend grote wortels kunt zien.

De California Tunnel Tree is een boom waar een tunnel doorheen is gemaakt, om er vroeger paard met wagen door te laten. Tegenwoordig kun je er doorheen lopen. De boom probeert zich trouwens te herstellen door weer bast over de zijkanten van de uitgehakte tunnel te laten groeien.

We wandelen 3 kwartier heen en nog eens 3 kwartier terug. We zien mule deers en horen spechten. Een mule deer lijkt op een hert, maar heeft wat grotere oren en z'n staartje is niet helemaal wit maar heeft een donker uiteinde.

 

grote dennenappel

We zien erg veel geblakerde, omgevallen bomen.

De sequoia heeft vuur nodig om zich voort te planten. Door het vuur gaan de dennenappels open en kunnen de zaadjes eruit springen. Het vuur op de grond ruimt lage vegetatie op en zorgt voor ruimte en vruchtbare aarde. Tannine -of looizuur- maakt de bast van de sequoias zeer moeilijk brandbaar. Trouwens, tannine beschermt de bomen ook tegen insecten en ziektes. En dankzij de tannine rot een omgevallen sequoia nauwelijks.

 

Nog steeds slaat de bliksem regelmatig in, waardoor de bomen zichzelf voortplantten. Het is een verbazingwekkend systeem. Gemiddeld eens per jaar ontstaat er een brand. Natuurlijk sneuvelen daarbij ook altijd wel een paar sequoias. In de nationale parken wordt niet geblust, tenzij het vuur dreigt over te slaan naar huizen.

Met de shuttlebus gaan we weer terug naar de parkeerplaats bij het Wawona Hotel. Daar staat een aantal tafels met banken. Een geschikte plek dus voor onze 3e picknick. En ook nu is het weer bijzonder gezellig en het smaakt bovendien prima.

Om 14:30 uur is het tijd om te vertrekken. Via de Highways 140 en 99 gaan we richting San Francisco. Om 16.10 uur stoppen we kort bij een Pilot truckstop. Te laat zien we dat tussen de trucks een oplegger staat die is ingericht als Truckers Chapel. Jammer, we hadden er graag even binnen gekeken.
De druiven in de wijngaarden zijn hier al geplukt.

Het laatste stuk gaat over de Interstate 5. De avond valt dan al. Vlak voor San Francisco is er in een heuvelgebied wéér een enorm groot windmolenpark.

Om 19:00 uur komen we -na 291 miles- aan bij het Days Hotel Oakland Air in Oakland.
Oakland is de zusterstad van San Francisco en ligt aan de andere kant van de San Francisco Bay, die de 2 steden scheidt. Het hele gebied rondom San Francisco Bay hoort tot het op vijf na dichtst bevolkte gebied in de VS. San Francisco en Oakland zijn met elkaar verbonden via de Oakland Bay Bridge.

We eten in het Chinees restaurant Charlie Chan Café van het hotel. We nemen alletwee honey walnut prawns met een Samuel Adams boston lager en een Widmer Hefeweizen.

Het smaakt prima, maar de bediening laat alles te wensen over. We zitten met Nelly & Wil aan tafel, maar de een is al klaar met eten, terwijl de ander nog niet eens wat heeft. Els was nummer 1 en Toine nummer 4. Het had gezelliger gekund!

naar volgende dag