Dag 7. Vrijdag 31 juli 2015
Harlingen-Lemmer
Lemmer

Om 07:30 uur gaan we ontbijten. Zoals elke morgen laten onze tafelgenoten ons alleen. Voor hen is het kennelijk nog wat te vroeg.
Na het ontbijt gaan we naar het zonnedek: de zon schijnt!. Er staat wel een straffe wind.

Om 08:00 uur vertrekken we richting Lemmer.

Vertrek uit Harlingen

Lemmer ligt in de gemeente De Fryske Marren -voorheen Lemsterland- in de provincie Friesland en is zowel over land als over water de poort van die provincie. Lemmer ligt aan het IJsselmeer en de Friese meren. In 2012 telde het dorp 10.100 inwoners. Inwoners van Lemmer worden Lemsters genoemd.

De oorsprong van het wapen van Lemmer is niet geheel duidelijk. Het is bekend van een uit 1695 daterend handschrift van Andries Schoenmaker.
De blazoenering luidt: In azuur een arm van zilver, gekleed van keel, komende uit een wolk van zilver, geplaatst in de linkerschildrand, en dragende een stok van zilver, waaraan een schuinlinks geplaatst kruisvaandel van keel, met kruis van zilver.

Wapen Lemmer

 

De eerste Lemsters vestigden zich op de plaats waar de Rien en de Zijlroede samenvloeiden. Wanneer ze dat precies deden, is niet bekend. Lemmer wordt in het begin van de 14e eeuw genoemd, maar nog eerder, in 1228, komt het onder de naam Lenna voor onder de stukken van de bisschop van aartsbisdom Utrecht. Er kan waarschijnlijk een verband worden gelegd met de naam Lammerbroeke. Die naam komt in 1165 voor, als een eerdere vorm van Lemsterhoek, een kleine vestiging iets ten westen van het tegenwoordige Lemmer, dat omstreeks 1400 door de Hollanders werd verwoest. Er volgde geen herbouw, maar de plek en de naam zijn nog steeds bekend, vooral bij schippers en vissers. Ook zijn er oudere namen bekend, waaronder Lyamer.

Geleidelijk groeide een nederzetting bij de uitmonding van de binnenwateren in de Zuiderzee, een uitgelezen plaats voor koop- en ambachtslieden.

Lemmer lag aan de Zuiderzee op een kwetsbare plaats en werd vaak onder Hollandse invloed gebracht. Dat gebeurde onder andere in 1197, toen graaf Willem I in Oosterzee een burcht liet bouwen in verband met de strijd tegen de heer van Kuinre. In Lemmer stond later ook een kasteel. Dat werd in 1422 gebouwd door Jan van Beieren, die door de Schieringers als beschermheer naar Friesland was geroepen. Hij werd ook wel Jan zonder Genade genoemd en hij zal in Lemmer zeker geen populaire figuur zijn geweest.

Ook Karel van Egmont, hertog van Gelre, bemoeide zich met Friesland. Hij liet in 1521 in Lemmer een blokhuis bouwen, een versterkt onderkomen voor een garnizoen. Twee jaar later droeg hij het over aan de Bourgondiërs. Hoe burcht, kasteel en blokhuis eruit hebben gezien, is onbekend.

De Spanjaarden lieten het dorp ook niet met rust. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1581, werd het door hen veroverd, tegelijk met de stad Sloten. Maar Bernhard von Galen, bisschop van Münster, stootte in 1672 zijn neus; het lukte hem niet om Lemmer te bezetten.

Lemsterland 1718

In 1799 landden Britse troepen in Lemmer. Er was oorlog tussen Groot-Brittannië en Frankrijk en daar kreeg de Republiek ook mee te maken. Engelse oorlogsschepen voeren de Zuiderzee op. De steden Enkhuizen, Medemblik en Stavoren werden bezet. Spoedig daarna kon men in Lemmer de forse oorlogsschepen zien naderen. De Lemster beurtman, waarmee de ondernemende Poppe Jans menige tocht naar Amsterdam had gemaakt, werd bij Urk overmeesterd. De passagiers werden naar Stavoren gebracht. Op 24 september verschenen 2 Engelse oorlogsschepen voor de haven van Lemmer. Kapitein James Boorder ging in een sloep -onder dekking van een witte vlag- aan wal om de bestuurders te ontmoeten. Een opstekende storm noodzaakte hem de nacht in herberg De Wildeman door te brengen. Drie dagen later keerde hij terug en eiste Lemmer voor de Engelsen op, met inbegrip van alle geladen schepen. Bij weigering zou heel Lemmer aan stukken worden geschoten.
Lemmer wees onvervaard de eis af. Het had inmiddels versterking gekregen van 500 gewapende boeren uit Het Bildt, die veldgeschut met zich meebrachten. Maar tegen de beschieting met Engelse veertien-, zestien- en achttienponds kogels was het dorp niet bestand. Anderhalf uur nadat de aanval was ingezet, stak men op de kerktoren de vlag uit als teken van overgave. Op verschillende plaatsen in Friesland riepen patriotten burgers en soldaten op om Lemmer te bevrijden. Op 7 oktober waren er nog 260 soldaten en mariniers in het dorp. Om een aanval te water te voorkomen werden de vaarwaters met kettingen afgesloten.

Uiteindelijk werd Lemmer één van de belangrijkste vissersplaatsen van Nederland, mede dankzij zijn vloot van 146 schepen.

Vanaf de 17e eeuw, toen de haven van Kuinre begon te verzanden, had Lemmer een belangrijke functie bij het vervoer over water tussen Noord- en West-Nederland. De Lemmerboot, een verbinding van Lemmer naar Amsterdam, fungeerde daarbij als spil, omdat beide plaatsen over uitstekende verbindingen met het achterland beschikten. Pas halverwege de 20e eeuw nam het belang daarvan af.

Om 09:15 uur naderen we de Lorentzsluizen.

Lorentzsluizen

De Lorentzsluizen zijn een sluizencomplex in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand. De bouwwerken zijn belangrijk voor het peil op het IJsselmeer en de scheepvaart van en naar de Waddenzee.
De Lorentzsluizen zijn vernoemd naar de natuurkundige Hendrik Lorentz.
In het werkplan 1924 voor de Afsluitdijk werd de definitieve plaats voor de Lorentzsluizen vastgelegd, tussen de 2 bochten in de Afsluitdijk, op de rug van de Kornwerderzand. In totaal werden hier 2 groepen spuisluizen aangelegd en 2 schutsluizen. Vanuit waterkundig oogpunt was er een lichte voorkeur voor 3 groepen spuisluizen bij de Friese kust, en 2 bij Den Oever, maar defensie wilde in geval van een invasie uit het oosten de grootste capaciteit zo lang mogelijk in eigen hand houden en daarom is de verhouding andersom geworden. Het scheepvaartverkeer voor de Friese kust was vrij intensief en 2 schutsluizen werden gebouwd. De diepgang van de schepen was maximaal zo’n 3 m en met een drempeldiepte van 4 m konden zelfs de grootste schepen ook bij zeer laag water worden geschut. De kruisingen van het autoverkeer op de Afsluitdijk en het scheepvaartverkeer maakten beweegbare bruggen noodzakelijk. Met het oog op defensiebelangen werden dit draaibruggen, want hoge ophaal- of basculebruggen zouden een duidelijk mikpunt voor de vijandige artillerie zijn geweest.

We moeten ruim een half uur wachten. We kunnen dus goed rondkijken.
Aan het sluiskantoor hebben erg veel zwaluwen hun nesten gemaakt.

Sluiskantoor

 

Zwaluwnesten

We zien ook nogal wat bunkers.

Bunker

Mét ons liggen er veel boten te wachten die de sluis in willen. Maar eerst moeten er veel boten uit. En dan zien we pas hoeveel boten er nog geschut moeten worden.

Wachtend voor de sluis

 

Boten de sluis uit

 

Boten die na ons weer de sluis in moeten

We varen langs Makkum, Hindelopen en Stavoren. Tegenlicht levert soms prachtige plaatjes op.
De diepte van het IJsselmeer varieert hier van 4-10 m. Sommige schepen liggen voor anker.

Tegenlichtopname

 

In volle glorie

Om 12:00 uur varen we voorbij Laaxum. Het is de kleinste haven aan het IJsselmeer.
Laaxum werd in 1325 Laxnum en in 1487 Laexum genoemd. In 1718 stonden er 8 huizen in de buurtschap en in 1851 2 minder. Aan het begin van de 20e eeuw telde het ‘dorp’ dat geen ‘dorp’ mag heten 16 huizen en 2 boerderijen, goed voor de huisvesting van ruim 100 mensen. In de 21e eeuw staan er 11 huizen en 1 boerderij.

Om 12:30 uur wordt de lunch geserveerd:

   •     Preisoep
   •     Frisse salade
   •     Fish an chips met remouladesaus
   •     Puddingtaart

Om 13:15 uur -nog tijdens de lunch- varen we langs het Woudagemaal. Er zou een waarschuwing komen, maar dat werd vergeten. Gelukkig ziet een tafelgenote het en kan Els snel naar het dek hollen.

 

Woudagemaal recht van voren vanaf het water

Het Woudagemaal is gebouwd in de nadagen van het stoomtijdperk. Het gemaal bestaat uit een machinehal en een ketelhuis. Naast het gebouw staat een imposante 60 m hoge schoorsteenpijp. De grote machinehal -62x15 m- wordt gedekt door een langgerekt zadeldak met aan weerszijden 3 lagere dwarskappen. Het ketelhuis -32x15 m- heeft een zadeldak met lichtkap.
In de 19e en eerste helft van de 20e eeuw stonden 's winters grote delen van Friesland onder water. Om wateroverlast in Friesland tegen te gaan, is in 1913 besloten een stoomgemaal bij Lemmer te bouwen.
Het Woudagemaal werd in 1920 geopend door koningin Wilhelmina en heeft als grootste nog werkende stoomgemaal ter wereld nog steeds een praktische functie in de Friese waterhuishouding.
Het gemaal is vernoemd naar ir. Dirk Frederik Wouda (1880-1961), toen hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat. Hij was verantwoordelijk voor ontwerp en uitvoering van het gemaal in de stijl van de Amsterdamse School en de ideeën van architect H.P. Berlage. Bij de berekening van de werktuigbouwkundige installaties werd ir. Wouda bijgestaan door ir. J.C. Dijxhoorn (1862-1941) van de Technische Hogeschool Delft.
Tot de bouw van het elektrisch Hooglandgemaal in Stavoren (1966) werd het stoomgemaal gebruikt om het peil van het Friese oppervlaktewater te beheersen. Het gemaal komt nu alleen nog in actie bij extreem hoge waterstanden.
Naast hulpgemaal is dit bijzondere gebouw nog op andere gebieden van grote betekenis. De 60 m hoge schoorsteen is een herkenbaar punt -baken- voor schippers op het IJsselmeer. Daarnaast zijn het gebouw en de stoommachines trekpleisters voor architectuur- of stoomliefhebbers.
Het bouwkundig en technisch waardevolle Woudagemaal is sinds 1977 een beschermd monument en staat vanaf 1998 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Om 13:45 uur stappen we de wal op.

Langs de haven hebben de zicht op de Lemstersluis.

De Lemstersluis is een schutsluis. De sluis was ten tijde van de bouw (ongeveer 1884/87) een zeesluis (Zuiderzee), maar na de bouw van de Afsluitdijk (1932) niet meer. Het belang voor de scheepvaart nam verder af door het nieuwe, westelijker gelegen, Prinses Margrietkanaal met de Prinses Margrietsluis (1951). De schutsluis is een rijksmonument en is sinds 1959 eigendom van de gemeente.

We lopen naar herberg De Wildeman.
De Wildeman is een monumentaal pand aan Schulpen nr. 6. Het pand is erkend als rijksmonument.
Volgens het jaartal in de topgevel dateert het pand van 1773. Het gebouw diende als logement of herberg en in latere tijden als hotel en café-restaurant. Het brede pand heeft op de verdieping 7 venstertraveeën. Op de verdieping is een breed schilddak gebouwd. Aan de voorzijde, recht boven de toegangsdeur, bevindt zich een zogenaamde Vlaamse topgevel. Dit klokgeveltje is rijk voorzien van ornamenten, waaronder een afbeelding van een wildeman. Ook het aan de rechterzijde naastgelegen pand is bij het horecacomplex gevoegd, waardoor de lange voorgevel nog eens verder wordt verlengd met nog 3 venstertraveeën.

Herberg De Wildeman

 

Klokgeveltje met ornamenten

In 1823 namen Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp tijdens hun voetreis door Nederland hun intrek in de herberg De Wildeman, toen zij daar met de boot vanuit Urk waren gearriveerd. De volgende dag ‘betaalden zij voor thee, wijn, avondeten, logies en de uitstekende bediening twee gulden per man’. Zo'n anderhalf jaar later, in februari 1825, liep het logement gevaar toen onder meer Lemmer getroffen werd door een grote overstroming.
In de jaren ‘30 van de 20e eeuw is de oude gevelsteen met de afbeelding van een wildeman uit de gevel gevallen en onherstelbaar beschadigd. In 1939 werd er een nieuwe gevelsteen geplaatst, vervaardigd door de Lemster blokmaker M. Visser.
Op 10 juli 2014 is De Wildeman opnieuw geopend als horecavoorziening. Sinds 2011 stond het pand leeg.

We gaan de Lemstersluis eens van wat dichterbij bekijken.

Lemstersluis dichterbij

Op de sluishoofden staan 2 kleine gebouwen. Een sluisknechtswoning, en een Rijksgetijmeter waarin het peil van het IJsselmeer nog wordt gemeten. Op deze gebouwtjes is ook tegeltjeswijsheid aangebracht, zoals:

    Niet veel te zeggen, Maar houden en beleggen.
    Kokmeeuwen aan land, Onweer voor de hand.
    Een die zijn zeil te hooge stelt, Woordt ligtlijk van den wind geveld.
    ’t Getij gaat zijnen keer, ’t En wacht naar Prins noch Heer.

Naast de sluis staat een sluiswachterwoning en enkele dienstwoningen in dezelfde stijl.

Sluisknechtswoning

We wandelen daarna over de Oudesluis richting hervormde kerk uit 1716.

Oudesluis

Het hele centrum staat vol met kermisattracties. Het blijkt feestweek in Lemmer. We zijn nog nooit in die plaats geweest. Komen we er een keer is het een drukte van belang, een herrie tot en met en nauwelijks wat van mooie pandjes te zien.

In de muur van de kerktoren is in 1955 boven de ingang van de kerk een oorlogsmonument aangebracht. Het bronzen reliëf, gemaakt door Nico  Onkenhout, toont een knielende man, die een duif laat vliegen. Daaronder de tekst: ‘Har dea us frijdom 1940-1945’. De duif symboliseert vrijheid en vrede

 

Hervormde kerk

 

Oorlogsmonument

In de straat Kortestreek staan veel gemeentelijke monumenten. Door de -voornamelijk hoge- kermisattracties zijn ze maar moeilijk te zien en zeker niet te fotograferen.

We verlaten het kermisgebied snel en lopen naar de Riensluis.

Riensluis

De Riensluis is een spuisluis uit 1957. De sluis in de Lemsterrijn verving een oudere sluis, waarvan een plaquette in de nieuwe sluis werd aangebracht.

Plaquette uit ouder sluis

 

Mededeling overplaatsing

De Riensluis is na renovatie in april 2013 opnieuw in gebruik genomen. De oude houten sluisdeuren werden nog met de hand bediend. Nu is de aandrijving van de nieuwe stalen sluisdeuren uitgerust met elektromechanische ADE-actuatoren van Mijnsbergen. Aangezien ook geen hydrauliek meer wordt toegepast, zijn er minder risico‘s voor het milieu. De Riensluis behoort nu tot de modernste energiezuinige sluizen van Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van Royal HaskoningDHV in opdracht van Rijkswaterstaat. Hierin zijn diverse aandrijfsystemen uitvoerig met elkaar vergeleken. De elektromechanische systemen halen de hoogste ranking.

Over de Schans lopen we terug naar MS Allegro aan de Vuurtorenweg. We zijn er om 15:45 uur.

De Schans

 

S Allegro aan de Vuurtorenweg in lemmer

Aan boord merken we dat veel medereizigers de herrie in Lemmer zijn ontvlucht.
Op het zonnedek genieten we in alle rust van een Köstritzer Schwarzbier en bekijken de vissersboten die langs varen.

Köstritzer op het dek

 

Vissersboot

Vanaf het dek zien we ook de Friese sluis liggen.
De Friese sluis ligt precies op de grens van Friesland en Flevoland aan het begin van de Lemstervaart van Lemmer naar Emmeloord. Het is een sluis die veel wordt gebruikt door pleziervaart. De sluis is eigendom van de provincie Flevoland.

Friese sluis

Om 18:30 uur wordt er een afscheidscocktail aangeboden in de salon. Direct erna wordt er informatie verstrekt over de gang van zaken morgenochtend. Daarna nemen we afscheid van de kapitein en zijn gehele bemanning.

Om 19:00 uur wordt het afscheidsdiner geserveerd. Vanavond is het geen 4- maar een 5-gangen diner!

   •     Carpaccio
   •     Champignoncappucino
   •     Citroensorbet
   •     Rosbief met groene pepersaus en rosti
   •     Baked Alaska

De Baked Alaska wordt aangestoken vanuit de keuken het restaurant binnengedragen. Daarna is het smullen geblazen.

Aangestoken Baked Alaska

 

Baked Alaska

Het moet gezegd: elke dag weer hebben we 's morgens, 's middags en 's avonds heerlijk gegeten. De kok en zijn personeel verdienen wat ons betreft een groot compliment!

Later op de avond nemen we nog een borreltje.
Het was weer een gezellige dag.

naar laatste dag